Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 april 2004, Directie Arbeidsmarktbeleid Bijzondere Groepen, nr. ABG/ESM/04/28961, houdende vaststelling van regels met betrekking tot de besteding van aan Nederland toegewezen gelden uit het Europees Sociaal Fonds ter uitvoering van het communautaire initiatief EQUAL (Subsidieregeling ESF-EQUAL 2004)

Subsidieregeling ESF-EQUAL 2004

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Gezien de Beschikking van de Europese Commissie van 30 maart 2001, kenmerk C(2001)579 waarbij aan Nederland gelden uit het Europees Sociaal Fonds zijn toegewezen ter uitvoering van het communautaire initiatief EQUAL binnen de kaders, als vastgelegd in het terzake door de Commissie goedgekeurde programmadocument;

Besluit:

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • b.

    aanvrager: de rechtspersoon die het verzoek tot een voorbereidingssubsidie, of een projectsubsidie indient;

  • c.

    begunstigde: de rechtspersoon waaraan krachtens deze regeling een voorbereidingssubsidie, of een projectsubsidie is verleend;

  • d.

    project: een samenhangend geheel van activiteiten met betrekking tot een van de in artikel 3, eerste lid, genoemde thema’s;

  • e.

    transnationaal project: een project ten aanzien waarvan de begunstigde een samenwerkingsverband is aangegaan met een ontwikkelingspartnerschap in een ander land die vergelijkbare activiteiten ontplooit welke worden gefinancierd in het kader van het communautair initiatief EQUAL;

  • f.

    transnationale partner: het ontwikkelingspartnerschap, bedoeld in onderdeel e;

  • g.

    aanmeldingstijdvak: een door de minister vastgesteld tijdvak als bedoeld in artikel 4, tweede lid, waarbinnen een aanvraag tot reservering van subsidiemiddelen en tot verlening van een voorbereidingssubsidie kan worden ingediend;

  • h.

    voorbereidingssubsidie: de subsidie, bedoeld in artikel 7, eerste lid;

  • i.

    ESF-EQUAL-projectsubsidie: de subsidie, bedoeld in artikel 10, tweede lid;

  • j.

    ESF-EQUAL-beleidskader: een door de minister vastgesteld beleidskader voor nieuwe subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 4, tweede lid;

  • k.

    ontwikkelingspartnerschap: een samenwerkingsverband dat de begunstigde ten behoeve van de voorbereiding en uitvoering van een voor subsidiëring in aanmerking te brengen project is aangegaan met medebelanghebbenden bij het project;

  • l.

    asielzoeker: een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder f, van de Vreemdelingenwet 2000, en die in afwachting is van de verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel;

  • m.

    toegelaten asielzoeker: een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder c of d, van de Vreemdelingenwet 2000.

Artikel

2

Inleidende bepaling

Artikel

3

Aard van de projecten

Artikel

4

Aanmeldingstijdvak en beleidskader

Artikel

5

De aanmelding van projecten

Artikel

6

Afwijzing van projecten en van voorbereidingssubsidie

De reservering van subsidiemiddelen en de voorbereidingssubsidie worden afgewezen indien naar het oordeel van de minister:

  • a.

    het aangemelde project niet voldoet aan de bij en krachtens deze regeling gestelde eisen;

  • b.

    onvoldoende aannemelijk is dat de cofinanciering afdoende zal kunnen plaatsvinden;

  • c.

    medebelanghebbenden onvoldoende bij het opzetten en uitvoeren van het project zullen worden betrokken;

  • d.

    onvoldoende zekerheid bestaat dat de administratie van de aanvrager aan de in artikel 14 gestelde eisen zal voldoen;

  • e.

    het beoogde project onvoldoende vernieuwend is, onvoldoende bruikbare resultaten zal opleveren, of zich onvoldoende leent voor ruimere toepasbaarheid;

  • f.

    het voor de desbetreffende projecten in het toepasselijke ESF-EQUAL-beleidskader aangegeven subsidieplafond wordt bereikt.

Artikel

7

Reservering van middelen en verlening van voorbereidingssubsidie

Artikel

8

De aanvraag van ESF-EQUAL-projectsubsidie

Artikel

9

Weigering van ESF-EQUAL-projectsubsidie

Een projectsubsidieaanvraag wordt afgewezen indien naar het oordeel van de minister:

  • a.

    de bij de projectsubsidieaanvraag overgelegde gegevens strijdig zijn met de bij de aanmelding overgelegde gegevens;

  • b.

    de aanvraag of het voor subsidie in aanmerking gebrachte project niet voldoet aan de bij en krachtens deze regeling gestelde eisen;

  • c.

    onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de uitvoering van het project te maken kosten;

  • d.

    de administratieve organisatie van het project niet voldoet aan de in artikel 14 terzake gestelde eisen;

  • e.

    de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten;

  • f.

    de medebelanghebbenden blijkens de in artikel 8, zevende lid, bedoelde overeenkomst, onvoldoende bij de uitvoering van het project zullen worden betrokken;

  • g.

    het project reeds uit andere hoofde wordt gefinancierd ten laste van Europese subsidieprogramma’s.

Artikel

10

Verlening van ESF-EQUAL-projectsubsidie

Artikel

11

Subsidiehoogte

De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, doch ten hoogste het in de beschikking tot verlening van ESF-EQUAL-voorbereidings- en ESF-EQUAL-projectsubsidie vermelde maximumbedrag. In geval de begunstigde krachtens een in artikel 8, vijfde lid, bedoelde overeenkomst of toezegging jegens derden terzake van de uitvoering van het gesubsidieerde project aanspraak heeft op betaling van een bedrag dat meer bedraagt dan 50% van de subsidiabele kosten, dan wel de begunstigde bij zijn aanvraag een schriftelijke toezegging heeft gedaan dat hij meer dan 50% van de subsidiabele kosten voor eigen rekening zal nemen, wordt de subsidie verlaagd met dit meerdere.

Artikel

12

Subsidiabele kosten

Artikel

13

Bevoorschotting

Artikel

14

Administratievoorschriften

Artikel

15

Rapportage

Artikel

16

Publiciteit, evaluatie

Artikel

17

Einddeclaratie en subsidievaststelling

Artikel

18

Intrekking van de beschikking tot verlening van projectsubsidie

Artikel

19

Departementale projecten

Aanvragen tot bekostiging van projecten met ESF-middelen, ingediend vanuit enig departement of onderdeel daarvan, zullen door de minister worden beoordeeld in het kader van dezelfde procedure, en op basis van dezelfde beoordelingscriteria, als betrof het subsidie-aanvragen. De voorgaande artikelen zijn op die aanvragen van overeenkomstige toepassing.

Artikel

21

Inwerkingtreding

Artikel

22

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ESF-EQUAL 2004.

Deze regeling zal met de toelichting en bijlage 1 in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en WerkgelegenheidM.Rutte

Bijlage

1

als bedoeld in de artikelen 13 vierde lid en 17 vierde lid (controle- en accountantsprotocol)

1. Algemeen

1.1. Doel en reikwijdte van het controleprotocol

Dit controleprotocol geeft nadere aanwijzingen en een toelichting op de door de accountants uit te voeren controlewerkzaamheden in het kader van de activiteiten, die mede gefinancierd zijn uit het Europees Sociaal Fonds, Communautair Initiatief EQUAL (2001-2006). Dit controleprotocol is geen werkprogramma. Het gaat bij de accountantscontrole van een ESF-EQUAL subsidiedeclaratie primair om vast te stellen, in hoeverre de indiener van de declaratie de regeling heeft nageleefd. Dit aspect van de controle dient de accountant zelf op toerijkende wijze in zijn werkprogramma op te nemen. De accountant belast met de controle van de einddeclaratie (artikel 17 lid 4) een jaarrapportage of een tussentijdse rapportage (artikel 13 lid 4) dient zorg te dragen voor een op de situatie toegesneden werkprogramma, waarbij aan de specifieke AO-kenmerken van een project, alsmede aan de controletolerantie, voldoende aandacht wordt geschonken.

De wijze waarop het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) toezicht uitoefent op de uitvoering van ESF-projecten is beschreven in een controle- en toezichtsplan (Auditfilosofie). In dit plan worden de verantwoordelijkheden van de diverse partijen die bij de uitvoering van ESF-projecten zijn betrokken (waaronder de externe accountant) nader uitgewerkt.

1.2. Doel en reikwijdte van de accountantscontrole

In het kader van de controle op de uitvoering van de Subsidieregeling ESF-EQUAL 2004 dient de einddeclaratie voorzien te zijn van een verklaring van een accountant (artikel 17, lid 4). De einddeclaratie en de daarbij afgegeven accountantsverklaring zijn voor SZW de basis voor het vaststellen van de definitieve subsidie.

Op grond van artikel 13 lid 4 kan SZW ook verlangen dat een jaarrapportage of tussentijdse rapportage van een accountantsverklaring wordt voorzien. De jaarrapportage of tussentijdse rapportage en de daarbij afgegeven accountantsverklaring zijn voor SZW dan de basis voor het vaststellen van een voorschot.

Daar waar in de vorige alinea wordt gesproken over einddeclaratie/jaarrapportage/tussentijdse rapportage wordt bedoeld de einddeclaratie/jaarrapportage/tussentijdse rapportage op projectniveau.

De einddeclaratie/jaarrapportage/tussentijdse rapportage is een financiële verantwoording bij een subsidie-afrekening/voorschotverzoek bij zowel de vaststelling van een voorbereidingssubsidie als bij de vaststelling van een projectsubsidie. De uitkomst van de werkzaamheden van de accountant is derhalve een accountantsverklaring. Deze accountantsverklaring geeft zowel een oordeel over de juistheid van de einddeclaratie/jaarrapportage/tussentijdse rapportage, alsmede over de rechtmatigheid hiervan. Het is van essentieel belang dat de aard van de accountantsverklaring duidelijk is en dat de eventueel geconstateerde problemen goed worden weergegeven. De geconstateerde bevindingen worden door de accountant opgenomen in een rapport van bevindingen.

Voor de accountantsverklaring heeft SZW modellen ontwikkeld. Deze modellen zijn als bijlage bij dit protocol opgenomen.

1.3. Materialiteitseis en correcties

De controle dient dusdanig te worden opgezet, dat daarmee wordt voldaan aan de materialiteitseis van de Rijksoverheid. Dit houdt in, dat alle fouten groter dan 1 procent van het projectbedrag dienen te worden vastgesteld.

Uiteraard geldt voor de accountant het axiomatische voorbehoud.

Teneinde een goedkeurende verklaring af te kunnen geven is het noodzakelijk dat alle geconstateerde fouten in de einddeclaratie/jaarrapportage/tussentijdse rapportage worden gecorrigeerd.

Indien een correctie niet of niet afdoende wordt aangebracht dient dit tot uitdrukking te worden gebracht door middel van het verstrekken van een niet goedkeurende accountantsverklaring (afkeurende verklaring of verklaring met beperking). In het rapport van bevindingen dienen de geconstateerde, niet gecorrigeerde, fouten of voor de accountant niet controleerbare posten, nader te worden geanalyseerd en dienen de gevolgen voor de einddeclaratie/jaarrapportage/tussentijdse rapportage nader te worden gekwantificeerd.

1.4. OLAF-meldingen

De Europese regelgeving schrijft voor dat alle afwijkingen van de regelgeving groter dan € 4.000 gemeld moeten worden aan de Europese Commissie. Deze verplichte melding vindt plaats aan de zogenaamde fraude commissie van de Europese Commissie (OLAF).

2. Opdrachtbevestiging

SZW wenst zekerheid te verkrijgen dat de controlerend accountant tijdig op de hoogte is gesteld van de inhoud van dit controleprotocol. Bij de aanmelding en de indiening van de aanvraag van voorbereidingssubsidie dient een kopie van de opdrachtbevestiging of een andere schriftelijke mededeling, waarin de toepassing en naleving van dit controleprotocol door de controlerend accountant wordt bevestigd, aan SZW te worden gezonden.

De tekst van deze opdrachtbevestiging is opgenomen in bijlage A van dit controleprotocol.

SZW kan aan de beschikking tot verlening van projectsubsidie nadere voorschriften verbinden (artikel 10, lid 3), die in de accountantscontrole dienen te worden betrokken. Deze nadere voorschriften worden schriftelijk aan de aanvrager bekend gemaakt. De accountant dient schriftelijk te bevestigen van deze nadere voorschriften op de hoogte te zijn gesteld en deze bij de controle van de einddeclaratie/jaarrapportage/tussentijdse rapportage in aanmerking te zullen nemen.

De tekst van deze bevestiging is opgenomen in bijlage B van dit controleprotocol.

Zolang bovengenoemde stukken niet in het bezit zijn van SZW wordt de behandeling van verzoeken tot voorschotverlening van de aanvrager opgeschort.

3. Werkzaamheden van de accountant

3.1. Algemeen

De accountant maakt onderscheid tussen de volgende werkzaamheden:

  • werkzaamheden voorafgaand aan de uitvoering van het project (preventieve werkzaamheden);

  • interim controle;

  • eindcontrole.

3.2. Preventieve werkzaamheden

De preventieve werkzaamheden hebben betrekking op de situatie waarin de externe accountant reeds in een vroeg stadium, bijvoorbeeld in de voorbereidende fase, bij de totstandkoming van het verzoek om registratie respectievelijk de projectaanvraag, is betrokken.

In deze voorbereidende fase beoordeelt de accountant de voorgenomen administratieve organisatie en daarin vervatte maatregelen van interne controle (AO/IC) teneinde vast te stellen of deze voorgenomen AO/IC voldoet aan de in de regelgeving gestelde eisen om te kunnen komen tot een goedkeurende accountantsverklaring.

De uitkomsten van deze beoordeling worden schriftelijk aan de opdrachtgever gerapporteerd evenals de eventuele aanbevelingen die daarbij zijn gedaan. SZW ontvangt een afschrift van deze rapportage.

3.3. Interim controle

De interim controle heeft mede tot doel vast te stellen of de voorgestelde AO/IC daadwerkelijk bestaat en dat de werking daarvan gedurende de te controleren periode gewaarborgd is. Voorzover tijdens de preventieve werkzaamheden door de accountant aanbevelingen zijn gedaan met betrekking tot de AO/IC onderzoekt de accountant of deze aanbevelingen zijn opgevolgd.

De accountant rapporteert zijn bevindingen met betrekking tot het onderzoek naar de AO/IC in de vorm van een zogenaamde management letter. SZW ontvangt een afschrift van deze management letter, tegelijk met de jaarrapportage, zoals vermeld in artikel 15, lid 1.

SZW heeft geen standaard model ontwikkeld voor deze management letter, aangezien de opzet hiervoor over wordt gelaten aan de controlerende accountants. Wel dienen ten minste de volgende onderwerpen in de management letter behandeld te worden:

• De deelnemersadministratie

  • de urenadministratie,

  • de financiële administratie,

  • de interne controle maatregelen,

  • publiciteit (artikel 16),

  • follow up aanbevelingen/bevindingen (n.a.v. preventieve werkzaamheden en/of interim controle).

• Aanbevelingen ter verbetering van de AO/IC.

Indien de AO/IC bij latere controles van tussentijdse declaraties onderwerp van onderzoek door de accountant is, worden de bevindingen naar aanleiding van deze controles eveneens door middel van een afschrift van de schriftelijke rapportage ter kennis van SZW gebracht.

3.4. Eindcontrole

3.4.1. Algemeen

Hetgeen in deze paragraaf wordt opgenomen met betrekking tot de eindcontrole, is eveneens van toepassing op de controle die door de accountant wordt verricht met betrekking tot een jaarrapportage en een tussentijdse rapportage, indien daarbij door SZW op grond van artikel 13 lid 4 een accountantsverklaring wordt verlangd.

Ter zake van de eindcontrole dient de accountant bij de uitvoering van de accountantscontrole op de einddeclaratie inzake ESF-EQUAL 2004 vast te stellen dat minimaal aan de onderstaande punten is voldaan. Hierbij wordt opgemerkt dat de naleving van de gehele subsidieregeling object van controle is.

3.4.2. Algemene voorwaarden

  • a.

    Er is een beschikking van SZW op grond waarvan de einddeclaratie kan worden ingediend.

  • b.

    De einddeclaratie is volledig en juist ingevuld.

  • c.

    De einddeclaratie is rekenkundig juist.

  • d.

    De einddeclaratie stemt overeen met de onderliggende administratie en overige bescheiden van de subsidieaanvrager en/of uitvoerders.

  • e.

    Alle in de einddeclaratie verantwoorde uitgaven voldoen aan de in de Subsidieregeling ESF-EQUAL 2004 vermelde criteria.

3.4.3. Administratieve voorschriften

De accountant gaat na dat alle administratieve voorschriften zoals aangegeven in artikel 14, lid 1 tot en met 7, van de subsidieregeling ESF-EQUAL 2004 zijn nageleefd. De belangrijkste voorwaarde is het voeren van een administratie, die waarborgt dat de volgens de subsidieregeling te verstrekken gegevens op een ordelijke, transparante en controleerbare wijze geregistreerd worden.

3.4.4. Subsidiabele kosten

De accountant gaat na dat de in de einddeclaratie verantwoorde kosten juist en rechtmatig zijn. Hieraan is voldaan indien de accountant constateert dat:

  • a.

    de in de einddeclaratie verantwoorde kosten naar hun aard passen binnen de aanvraag met bijbehorende begroting waarop de beschikking is ontvangen;

  • b.

    de in de einddeclaratie verantwoorde kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, voor de uitvoering van het project noodzakelijk zijn en ten laste van de aanvrager zijn gebleven (artikel 12, lid 1);

  • c.

    de in de einddeclaratie verantwoorde kosten subsidiabel zijn overeenkomstig EG-verordening 1685/2000 artikel 12 lid 1);

  • d.

    de in de einddeclaratie verantwoorde kosten geen kosten betreffen die niet subsidiabel zijn, zoals aangegeven in artikel 12, lid 2;

  • e.

    de gemengde kosten (kosten voor zowel subsidiabele als niet-subsidiabele deelnemers) op een controleerbare en aanvaardbare wijze zijn toegerekend (artikel 12, lid 3).

3.4.5. Deelnemers

De kenmerken van de deelnemers dienen te voldoen aan de eisen die daaraan, ingevolge de maatregelen en prioriteiten, worden gesteld.

3.4.6. Financiering en overige ontvangsten

De financiering van de activiteiten dient aan de financiële administratie ontleend te kunnen worden. Deze financiering bestaat uit:

  • a.

    ESF-subsidie, en voorzover van toepassing

  • b.

    publiek rechtelijke bijdrage(n).

  • c.

    privaatrechtelijke bijdragen, en/of

  • d.

    overige ontvangsten, voorzover verband houdend met de uitvoering van het project

Ook de onder d genoemde overige ontvangsten dienen afzonderlijk uit de administratie te blijken. Deze ontvangsten dienen op het totaal van de in de subsidiegrondslag opgenomen kosten in mindering te worden gebracht, waarna over het saldo de subsidie kan worden berekend.

De accountant dient de financiering en overige ontvangsten op volledigheid te controleren.

3.4.7. Subsidieberekening

De accountant gaat na dat de berekening van de ESF-EQUAL 2004 subsidie:

  • a.

    rekenkundig juist is;

  • b.

    conform de subsidiegrondslag als opgenomen in artikel 11 is vastgesteld;

  • c.

    niet meer bedraagt dan de subsidie zoals aangegeven in de beschikking.

3.4.8. Afronding en rapportage

Indien tijdens de accountantscontrole blijkt dat er fouten in de einddeclaratie voorkomen, dan dienen deze gecorrigeerd te worden. Bij het nalaten van de correctie van deze fouten kan de accountant geen goedkeurende accountantsverklaring afgeven. Dit is ook het geval indien bedragen niet voldoende controleerbaar zijn. Deze bedragen dienen eveneens uit de declaratie te worden verwijderd.

De accountant hanteert voor de weergave van de bevindingen van zijn controlewerkzaamheden het van toepassing zijnde model Accountantsverklaring zoals dit in bijlage C en D bij dit controleprotocol is opgenomen.

Naast de accountantsverklaring dient door de accountant in de volgende gevallen een rapport van bevindingen ten behoeve van SZW te worden opgesteld:

  • indien het oordeel van de accountant leidt tot een afkeurende accountantsverklaring;

  • indien sprake is van een goedkeurende verklaring met bevindingen die geen afbreuk doen aan de strekking van de verklaring. Deze conclusie dient op deugdelijke wijze in het rapport van bevindingen te worden onderbouwd.

Dit rapport van bevindingen dient gelijktijdig met de accountantsverklaring afgegeven en ingediend te worden bij SZW. SZW gebruikt dit rapport van bevindingen in het kader van de beoordeling van de uitgevoerde werkzaamheden alsmede de hierbij geconstateerde bevindingen. SZW heeft geen standaard model ontwikkeld voor dit rapport van bevindingen, aangezien de opzet hiervoor over wordt gelaten aan de controlerende accountants. Wel dienen ten minste de volgende onderwerpen in het rapport van bevindingen behandeld te worden:

• Beoordeling van de administratieve organisatie en interne controle (AO/IC).

• In het rapport van bevindingen dient per onderwerp in te worden gegaan op de uitgangspunten/berekeningsgrondslagen die de accountant bij de controle gebruikt heeft:

  • deelnemersadministratie (o.a. wijze van registratie, bewijsstukken, uitstroomgegevens);

  • urenadministratie (o.a. wijze van registratie, fiattering, functiescheiding);

  • financiële administratie (o.a. wijze van registratie, berekening tarieven, offerteprocedure, bepalen marktconformiteit).

• Controlebevindingen

  • aard en omvang van de geconstateerde fouten;

  • wel /niet gecorrigeerd in de einddeclaratie.

• Belangrijke bevindingen en aanbevelingen ter verbetering van de AO/IC, indien sprake is van een accountantsverklaring bij een tussentijdse rapportage.

• Motivering van de afgegeven accountantsverklaring.

3.4.9. Ongedeelde verantwoordelijkheid

Voorzover voor de controle van de einddeclaratie gebruik wordt gemaakt van de werkzaamheden van andere accountants, draagt de accountant die verantwoordelijk is voor de accountantsverklaring bij de einddeclaratie, er zorg voor dat de aanvrager hiervan op de hoogte wordt gesteld en wijst de aanvrager op het feit dat alle relevante verplichtingen uit dit controleprotocol ook aan de accountant(s), belast met de controle van de einddeclaratie van (een) deel project(en), bekend worden gemaakt en dat deze laatste accountant(s) hun werkzaamheden verrichten met inachtneming van dit protocol.

Deze laatstgenoemde categorie accountants dient schriftelijk te bevestigen dat zij van alle verplichtingen uit dit protocol op de hoogte zijn en dat zij deze zullen naleven. Voor deze bevestiging dient gebruik te worden gemaakt van de opdrachtbevestiging volgens bijlage A.

4. Reviews

SZW kan steekproefsgewijs reviews uit (laten) voeren teneinde na te gaan of de accountantscontrole met een deugdelijke grondslag en met inachtneming van dit controleprotocol is uitgevoerd. Deze reviews komen niet in de plaats van andere controles dan wel reviews uitgevoerd door de Algemene Rekenkamer, de Europese Commissie en/of de Europese Rekenkamer.

De accountant belast met de controle van de einddeclaratie stemt er mee in dat de controle-dossiers in het kader van bovengenoemde reviews integraal aan de reviewers ter beschikking worden gesteld. Voorts zal deze accountant, schriftelijk dan wel mondeling, alle gevraagde gegevens verstrekken waarom in het kader van voornoemde review wordt verzocht.

Bijlage A

Bijlage B

Bijlage C

Bijlage D