Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit, sector Onderwijs en Wetenschappen over de periode 1945–2000 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
Den Haag
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de Algemene Rijksarchivaris, M.W. vanBoven
BSD leraar onder voorwaarden
Basisselectiedocument Arbeidsvoorwaarden en Beroepskwaliteit in de sector Onderwijs en Wetenschappen 1945-2000
Samenstelling:
drs. B.J. Abels
Ministerie van OCW / Rijksarchiefdienst PIVOT
Vastgestelde versie / juni 2004
Afkortingen
ABC: Algemeen Bijzondere Centrale
ABP: Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds
ABVA/KABO: Algemene Bond van Ambtenaren / Katholieke Ambtenarenbond
VSNU: Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten
VSO: Verbond Sectorwerkgevers Overheid
VSWO: Vereniging van Samenwerkende Werkgevers Onderwijs
VWO: Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
VUT: Vervroegde uittreding
WBO: Wet op het Basisonderwijs
WCAO: Wet op de Collectieve Arbeidsovereenkomst
WEB: Wet Educatie en Beroepsonderwijs
WHW: Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek
WO: Wetenschappelijk Onderwijs
WPO: Wet op het Primair onderwijs
WVO: Wet op het Voortgezet onderwijs
WVOI: Werkgeversvereniging onderzoeksinstellingen
ZVO: Ziektekostenvoorziening onderwijs- en onderzoekpersoneel
Hoofdstuk 1: Verantwoording
1.1. Doel van Basisselectiedocument
Het PIVOT-rapport ‘Leraar onder voorwaarden’ een institutioneel onderzoek naar Arbeidsvoorwaarden en Beroepskwaliteit in de sector Onderwijs en Wetenschappen 1945–2000 vormt de basis voor dit bassisselectiedocument (BSD). Het rapport en het BSD zijn het resultaat van de institutionele onderzoeken welke zijn uitgevoerd binnen het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, in overeenstemming met de afspraken die gemaakt zijn bij convenant van 9 februari 1995 tussen de loco Secretaris-Generaal van het Ministerie van OCenW en de Algemene Rijksarchivaris.
Het rapport beschrijft de taken en handelingen van de verschillende actoren op het beleidsterrein van de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit voor de sector onderwijs.
In het BSD wordt de neerslag van de handelingen, zoals beschreven in het rapport, onderscheiden in aan het Algemeen Rijksarchief over te dragen neerslag, en neerslag die op termijn te vernietigen is. Op basis van het BSD kan de daadwerkelijke selectie van archiefbescheiden uitgevoerd worden. Onder archiefbescheiden worden zowel de papieren bescheiden als gedigitaliseerde bescheiden verstaan; deze gedigitaliseerde bestanden vallen namelijk ook onder de Archiefwet 1995.
Het BSD is als volgt samengesteld:
•
een korte omschrijving van het beleidsterrein (voor een uitgebreidere beschrijving wordt verwezen naar het rapport)
•
een beschrijving van de actoren
•
een verantwoording van de doelstelling van de selectie en de gehanteerde criteria
•
de lijsten met gewaardeerde handelingen
1.2. Het beleidsterrein Arbeidsvoorwaarden en Beroepskwaliteit in de sector Onderwijs en Wetenschappen
Het beleidsterrein ‘Arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit in de sector onderwijs’ omvat het beleid voor de arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid van het personeel in onderwijs en onderzoek, alsmede de beroepskwaliteit van de leraar.
Het gaat hierbij om:
het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van het algemeen geldend arbeidsvoorwaarden- en werkgelegenheidsbeleid ten behoeve van personeel in het onderwijs,
het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van het algemene beleid ten aanzien van het leraarschap en de kwaliteit van het personeel,
het scheppen van de randvoorwaarden voor en het vormgeven van een optimale personeelsvoorziening in de sector onderwijs, cultuur en wetenschappen.
Arbeidsvoorwaardenvorming omvat al die handelingen en regels van marktpartijen en overheid die zijn gericht op het overeenkomen van de voorwaarden waaronder arbeid wordt verricht. De arbeidsvoorwaarden van het onderwijspersoneel worden door de overheid vanuit de algemene middelen bekostigd. Daarom oefent de overheid, in de persoon van de minister van onderwijs, grote invloed uit op de vorm en inhoud van die arbeidsvoorwaarden. Naast de minister zijn ook de centrales van overheids- en onderwijspersoneel, en de besturenorganisaties bij de vorming van de arbeidsvoorwaarden betrokken.
Bij beroepskwaliteit gaat het om de verbetering van de beroepskwaliteit van de leraren; de versterking van de schoolorganisaties; en de vormgeving van een arbeidsmarktbeleid. Daartoe wordt veel beleidsvoorbereidend en evaluerend onderzoek verricht. Daarnaast worden overeenkomsten afgesloten met werkgevers en werknemers, experimentele projecten op individuele scholen ondersteund, en wordt voorlichting gegeven.
Voor een beschrijving van de historische ontwikkelingen op dit beleidsterrein wordt verwezen naar het: T. I. van Galen-Steegstra, Leraar onder voorwaaren. Een institutioneel onderzoek naar de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit in de sector Onderwijs en Wetenschappen 1945–2000 (Den Haag, 2000) PIVOT-rapport nr. 128.
1.3. Beleidsdoelstelling
Het Ministerie van OCenW is o.a. belast met de zorg voor het onderwijs(beleid). Belangrijke aspecten daarbij zijn het stellen van kwalitatieve en kwantitatieve eisen aan het onderwijs bij scholen en instellingen, en het scheppen van de (rand)voorwaarden waardoor scholen en instellingen aan die eisen kunnen voldoen.
Voor het waarborgen van de aanwezigheid van goed en gekwalificeerd onderwijspersoneel zet het ministerie met name beleidsinstrumenten in de sfeer van de arbeidsvoorwaarden in.
Onderwijs staat of valt met de man of vrouw voor de klas. Formeel is het onderwijzend personeel in dienst van het bevoegd gezag (meestal het bestuur) van de onderwijsinstellingen. De subsidiëring van de salarissen van het onderwijspersoneel komt echter ten laste van de begroting van de minister van onderwijs. Hoewel de minister dus formeel gezien niet de ‘werkgever’ van het onderwijspersoneel is, staat hij wel in een zekere verantwoordelijkheidsrelatie ten opzichte van het onderwijzend personeel. Vanuit deze hoedanigheid is de minister van onderwijs belast met de zorg voor voldoende, en voldoende gekwalificeerde, onderwijzers en onderzoekers. Goede arbeidvoorwaarden, zowel primaire als secundaire, kunnen bijdragen aan voldoende beschikbaarheid van kwalitatief hoogwaardig personeel op de middellange en lange termijn.
1.4. Afbakening van het onderzoek
Het beleidsterrein arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van onderwijzend en wetenschappelijk personeel heeft twee grote raakvlakken met andere taakgebieden van de overheid. Enerzijds raakt het alle onderwijsbeleid zoals dat binnen het ministerie van OCenW gevoerd wordt. Anderzijds raakt het gedeeltelijk aan het ambtenarenrecht zoals dat binnen andere overheidssectoren geldt.
Onderwijsbeleid
Binnen het ministerie van OCenW zijn verschillende institutionele onderzoeken verricht naar het beleid ten aanzien van de vele onderwijssoorten:
•
Klaar af; een institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein Basisonderwijs, 1945–1998
•
Speciaal centraal; een institutioneel onderzoek naar het deelbeleidsterrein speciaal onderwijs, 1950–1996
•
Mammoetsporen, deel I; een institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein voortgezet onderwijs, 1968–1998
•
Mammoetsporen, deel II; een institutioneel onderzoek naar het handelen van de (rijks)overheid op het beleidsterrein middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo), periode augustus 1968–juni 1999
•
De draden van de Web; een institutioneel onderzoek naar het handelen van de rijksoverheid op het beleidsterrein beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in de periode 1945–1995/1996
•
Hoger beroepsonderwijs; een institutioneel onderzoek naar het handelen van nationale overheidsorganen op het beleidsterrein hoger beroepsonderwijs, (1945) 1968–1998
•
Een academische zaak, deel II; een institutioneel onderzoek naar het handelen van de rijksoverheid op het beleidsterrein wetenschappelijk onderwijs, (1945) 1960–1997
Bij al deze rapporten ligt de nadruk op de beleidsontwikkelingen, de wetgeving, en het handelen van de overheid op dat (deel)beleidsterrein. De arbeidsvoorwaarden komen in deze rapporten vaak wel zijdelings aan bod, maar zijn primair het onderwerp van ‘Leraar onder voorwaarden’.
Dat betekent dat er een zekere overlap bestaat tussen het onderhavige BSD en de overige onderwijs BSD’s die op grond van de bovenstaande rapporten zijn opgesteld. Omdat niet op voorhand bleek aan te geven om welke handelingen het precies gaat, is met het ministerie van OCenW afgesproken (afstemmingsoverleg 19 september 2000) is het volgende afgesproken:
Het BSD AB wordt vastgesteld zonder intrekking van handelingen in de andere BSD's. Voor de bewerking gebruikt de CAS AB, bij eventuele overlap heeft AB de voorkeur. De CAS signaleert en bespreekt de overlap in het bewerkingsoverleg. Dit wordt vastgelegd en gebruikt bij actualisaties van de onderwijs BSD's.
Overheidspersoneelsbeleid
Op het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is in het kader van PIVOT institutioneel onderzoek gedaan dat betrekking heeft op het overheidspersoneelsbeleid. Dit onderzoek is beschreven in de volgende rapporten:
•
Arbeidsverhoudingen bij de overheid; een institutioneel onderzoek op het deelbeleidsterrein Arbeidsverhoudingen bij het overheidspersoneel in de periode 1945–1995 (1997)
•
Arbeidsvoorwaarden rijkspersoneel; een institutioneel onderzoek naar het deelbeleidsterrein Arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren en arbeidscontractanten in de sector Rijk in de periode 1945–1996
•
Formatiebeleid, arbeidsmarktbeleid en personeelsontwikkeling en mobiliteit; een institutioneel onderzoek naar het deelbeleidsterrein formatiebeleid, arbeidsmarktbeleid en personeelsontwikkeling en mobiliteit bij de (rijks)overheid in de periode 1945–1996
•
Arbeidsomstandigheden bij de overheid; een institutioneel onderzoek naar het deelbeleidsterrein Arbeidsomstandigheden bij de overheid in de periode 1945–1996
•
Personeelsinformatievoorziening en personeelsadministratie; een institutioneel onderzoek naar het deelbeleidsterrein personeelsinformatievoorziening en –adminstratie bij de overheid in de periode 1945–1996.
•
Buiten- en bovensectorale arbeidsvoorwaarden
In deze rapporten komen onder andere de aanstelling en beloning conform het ambtenarenrecht aan bod. Voor zover de in de rapporten overheidspersoneelsbeleid beschreven algemene regelingen ook gelden voor de sector Onderwijs en Wetenschappen, hebben deze onderzoeken tevens betrekking op het onderwijzend en wetenschappelijk personeel. Binnen de sector onderwijs en wetenschappen kent men eigen rechtspositiebesluiten. Deze specifieke regelingen komen in het onderhavige rapport aan bod.
Hoofdstuk 2: Taakgebieden en beleidsterreinen op ministerieel niveau
2.1 Taken en beleidsterreinen
Bij K.B. van 25 september 1918 (Stb.1918/551) werd het departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen ingesteld. De naam van het departement werd bij K.B. van 14 april 1965 (Stb.1965/146) gewijzigd in Onderwijs en Wetenschappen, en laatstelijk in Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCenW) bij K.B. van 22 augustus 1994.
In deze sector zijn de voornaamste taken van dit departement de zorg voor het openbaar onderwijs, het waarborgen van de vrijheden van stichting, richting en inrichting van het bijzonder onderwijs, de zorg voor de structurering, de bekostiging naar gelijke maatstaf, het toezicht, het examineren en de studiefinanciering. Het departement bevordert ook de vernieuwing van het onderwijs. De minister is tevens belast met de coördinatie van het wetenschapsbeleid. Het toezicht op het onderwijs wordt door verschillende onderwijswetten opgedragen aan de minister van Onderwijs en werd tot het eind van de jaren negentig onder zijn gezag uitgeoefend door de Inspectie van het onderwijs. Inmiddels is de Onderwijsinspectie verzelfstandigd.
Een belangrijk aspect van het onderwijsbeleid is het stellen van kwalitatieve en kwantitatieve eisen aan het onderwijs bij scholen en instellingen. Dit gebeurt enerzijds door het treffen van regelingen voor de toedeling van middelen, en anderzijds door het stellen van voorwaarden waaraan de scholen en instellingen moeten voldoen.
Hoewel het onderwijzend personeel formeel in dienst is van het bevoegd gezag (meestal het bestuur) van de onderwijsinstellingen, komt de subsidiëring van de salarissen van het onderwijspersoneel ten laste van de begroting van de minister van onderwijs. De minister is dus geen ‘werkgever’ van het onderwijspersoneel, maar staat wel in een zekere verantwoordelijkheidsrelatie ten opzichte van het onderwijzend personeel. Voor het waarborgen van de aanwezigheid van goed en gekwalificeerd personeel zet het ministerie met name beleidsinstrumenten in de sfeer van de arbeidsvoorwaarden in.
Bij het arbeidsvoorwaardenbeleid hebben de verschillende partijen hun eigen verantwoordelijkheden. Vanuit haar verantwoordelijkheid voor de omvang en kwaliteit van de personeelsvoorziening heeft de overheid een belangrijke taak in het goed laten functioneren van het stelsel waarbinnen de arbeidsvoorwaarden tot stand komen. Daarnaast dragen de sociale partners (de besturenorganisaties in het onderwijs samen met de vakcentrales en de minister van Onderwijs) – afhankelijk van de onderwijssector in kwestie – een eigen verantwoordelijkheid bij de vormgeving van de arbeidsvoorwaarden, waarover in decentrale CAO’s eventueel afspraken kunnen worden vastgelegd. Binnen het kader van deze collectieve arbeidsovereenkomsten zijn schoolbesturen en schoolleiders verantwoordelijk voor het arbeidsvoorwaarden- en personeelsbeleid op het niveau van de instellingen.
Het beleidsterrein ‘Arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit’ omvat binnen het Ministerie van OCenW het beleid voor de arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid van het personeel in onderwijs en onderzoek, alsmede de beroepskwaliteit van de leraar.
Het gaat hierbij om het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van:
–
Het algemeen geldend arbeidsvoorwaarden- en werkgelegenheidsbeleid ten behoeve van personeel in het onderwijs.
–
Het algemene beleid ten aanzien van het leraarschap en de kwaliteit van het personeel.
Daarnaast omvat het tevens het scheppen van randvoorwaarden voor en het vormgeven van een optimale personeelsvoorziening in de sector onderwijs, cultuur en wetenschappen.
2.2 Directie Arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit
De directie Arbeidsvoorwaarden en Beroepskwaliteit (AB) is één van de aspectdirecties van het Ministerie van OCenW. Het kenmerk van een aspectdirectie is dat zij een beleidsontwikkelende functie heeft, gericht op algemene, sectoroverstijgende zaken.
In de directie AB zijn dus beleidsmatige taken met betrekking tot arbeidsvoorwaarden verenigd van alle velddirecties. Het sectoroverstijgende karakter van de directie AB is goed te zien aan de vroegere organisatie van het ministerie: elke velddirectie (d.w.z. de vroegere directoraten-generaal) had zijn eigen afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid. Daarnaast, of daarboven, was er nog een coördinerende afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid die de gemeenschappelijke aangelegenheden behartigde.
2.2.1 taken van de directie Arbeidsvoorwaarden en Beroepskwaliteit
Zoals gezegd, wordt binnen het ministerie van OCenW het beleid met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid van het personeel in onderwijs, alsmede ten aanzien van de beroepskwaliteit van de leraar vormgegeven. De taken van de directie Arbeidsvoorwaarden en Beroepskwaliteit zijn:
1.
Het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van algemeen geldend arbeidsvoorwaarden- en werkgelegenheidsbeleid ten behoeve van het onderwijspersoneel.
2.
Het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van algemeen beleid ten aanzien van het leraarschap en de kwaliteit van het personeel.
3.
Het behartigen van het beleid van het Ministerie van OCenW bij het overleg ten aanzien van het arbeidsvoorwaarden- en beroepskwaliteitsbeleid en het werkgelegenheidbeleid.
4.
Het structureren, voorbereiden en voeren van intern, departementaal en extern overleg over het beleidsterrein.
2.2.2 ministeriële organisatie
Tussen 1918 en 1965 vond de behartiging van arbeidsvoorwaarden binnen het ministerie van Onderwijs nagenoeg geheel verspreid plaats als onderdeel van de (onder-)afdelingen Personeelszaken van de diverse velddirecties.
Het ministerie van Onderwijs kent sinds 1965 een aparte afdeling op het gebied van de rechtspositie. Binnen het Directoraat-generaal voor het Onderwijs werd in dat jaar de Hoofdafdeling Rechtspositiezaken onderwijs opgericht. In 1972 werd deze afdeling omgedoopt in Directie Rechtspositiezaken Onderwijs (RO). Daarnaast had het ministerie een afdeling Personeelszaken voor het Wetenschappelijk onderwijs.
Sedert 1974 viel de Directie Rechtspositiezaken Onderwijs onder het Directoraat-generaal voor de Diensten Onderwijs en Inspectie (DGDI). De naam van de Directie Rechtspositiezaken Onderwijs werd in 1976 veranderd in de Directie Arbeidsvoorwaardenbeleid.
In 1992 werd besloten de taken van de Directie Arbeidsvoorwaardenbeleid en een deel van de Directie Personeel en Beleid van het Directoraat-generaal voor het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek centraal te positioneren. Hieruit ontstond de Directie Arbeidsvoorwaarden en Beroepskwaliteit.
1918–1965: Tussen 1918 en 1965 vond de behartiging van arbeidsvoorwaarden binnen het ministerie van Onderwijs nagenoeg geheel verspreid plaats als onderdeel van de (onder-)afdelingen Personeelszaken van de diverse velddirecties.
1965–1975: Directoraat-generaal voor het Onderwijs
1975–1991: Centrale Directie Organisatie / (na 1990) Centrale Directie Organisatie en Automatisering
Afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, Juridische zaken en Overlegzaken
Directoraat-generaal Basis- en Speciaal Onderwijs
Stafbureau Arbeidsvoorwaarden Beleid
Directie Basisonderwijs
Afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid
Directie Speciaal Onderwijs
Hoofdafdeling Juridische en Personele Zaken
Directoraat-generaal voor het Voortgezet Onderwijs
Directie Algemeen Voortgezet Onderwijs, Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs en Voorbereidend Beroepsonderwijs
Hoofdafdeling Juridische Zaken en Arbeidsvoorwaardenbeleid
Afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid3
Directie Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie
Hoofdafdeling Algemene Beleidszaken
Afdeling Arbeidsvoorwaarden
Directoraat-generaal voor de Diensten Onderwijs en Inspectie
Directie Rechtspositiezaken Onderwijs / (na 1976) Directie Arbeidsvoorwaardenbeleid
Afdeling Beleidsinformatie en Onderzoek
Afdeling Juridische Zaken
Afdeling Financiële arbeidsvoorwaarden en Formatiezaken
1992–: Aspectdirectie Arbeidsvoorwaarden en (vanaf 1996) Beroepskwaliteit
Deze aspectdirectie bestond op het moment van schrijven van dit rapport uit vijf afdelingen, met de volgende taken:
–
Arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen (AenA); deze afdeling is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het arbeidsvoorwaardenbeleid, waaronder begrepen de totstandbrenging en uitwerking van de cao voor de sector onderwijs; voor de monitoring van relevante ontwikkelingen op het terrein; en voor de arbeidsverhoudingen en medezeggenschap
–
Beroepskwaliteit, arbeidsmarkt en personeelsvoorziening (BAP); deze afdeling is verantwoordelijk voor de verbetering van de beroepskwaliteit van de leraren; voor de versterking van de schoolorganisaties tot professionele arbeidsorganisaties; en voor de vormgeving van een arbeidsmarktbeleid, waaronder ook doelgroepenbeleid en het bevorderen van mobiliteit. Hierbinnen valt het Projectbureau leraren; dit bureau is verantwoordelijk voor het ontwikkelen en implementeren van aangekondigde en aanvullende maatregelen ter voorkoming van dreigende tekorten aan leraren in het onderwijs
–
Pensioenen, sociale zekerheid en wachtgelden(PSW); deze afdeling is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het beleid inzake pensioenen, sociale zekerheid en wachtgelden, in het bijzonder het stelsel van sociale zekerheid, werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid en pensioenen
–
Financiën en informatievoorziening(FenI); deze afdeling is verantwoordelijk voor de financiële aspecten van het arbeidsvoorwaardenbeleid en de beroepskwaliteit. De afdeling vervult binnen de directie een initiërende taak in het begrotingsproces op het gebied van de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit. Daarnaast is het de taak van de afdeling de kosten van de arbeidsvoorwaarden te berekenen en af te stemmen, zowel met andere directies van het departement, als interdepartementaal.
–
Stafbureau logistiek, planning en apparaatszorg (Stafbureau LPA).
Hoofdstuk 3: Actoren
De arbeidsvoorwaarden voor de sector onderwijs en wetenschappen komen tot stand in een omvangrijk besluitvormingsproces. Dit proces speelt zich af op verschillende niveaus waarbij een groot aantal actoren is betrokken. Belangrijke actoren zijn het kabinet, het parlement en de organisaties van werkgevers en werknemers. De actoren komen elkaar in verschillende rollen en aan verscheidene onderhandelingstafels tegen.
Kabinet
In het kabinet wordt jaarlijks in het kader van de begrotingsonderhandelingen de arbeidsvoorwaardenruimte vastgesteld. Daarnaast komt ook een veelheid van meer specifieke zaken rond arbeidsvoorwaarden in het kabinet aan de orde. Overleg over de arbeidsvoorwaarden vindt met name in de Raad voor de Rijksdienst (RRDIA) plaats (onderraad van de MR). Van deze actor zijn geen handelingen opgenomen.
De minister van Onderwijs (1945–)
De minister van Onderwijs speelt de hoofdrol op het terrein van de arbeidsvoorwaarden voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen. De minister vertegenwoordigt het Kabinet naar werkgevers en werknemers in het onderwijsveld, zorgt voor de bekostiging van het onderwijs en stelt wet- en regelgeving op.
De minister van Landbouw (1945–)
De minister van Landbouw speelt de hoofdrol op het terrein van de arbeidsvoorwaarden voor het onderwijzend en wetenschappelijk personeel in de sector landbouw en natuurlijke omgeving. De minister vertegenwoordigt het Kabinet naar werkgevers en werknemers in het landbouwonderwijs, zorgt voor de bekostiging van het landbouwonderwijs en stelt wet- en regelgeving op.
De minister van Binnenlandse Zaken (1945–)
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is coördinerend bewindspersoon voor het arbeidsvoorwaardenbeleid bij de rijksoverheid. Vanaf 1993 vindt het overleg over de arbeidsvoorwaarden van het rijkspersoneel plaats in acht sectoren. Over een beperkt aantal onderwerpen, waaronder pensioenen, wordt door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nog steeds centraal overlegd in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid.
Vaste Commissie voor Onderwijs en Wetenschappen
Het overleg tussen de Staten-Generaal en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vindt voornamelijk plaats in de Vaste Commissie voor Onderwijs en Wetenschappen.
Adviescommissie Overheidspersoneelsbeleid (AOP)
De Adviescommissie Overheidspersoneelsbeleid is het ambtelijke voorportaal van de Raad voor de Rijksdienst (RRDIA) en heeft als taak het al dan niet op diens verzoek adviseren van de minister van BZK over maatregelen die betrekking hebben op het overheidspersoneel.
Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO) (1992–)
Het Verbond Sectorwerkgevers Overheid in eind 1992 ingesteld bij een overeenkomst tussen de ministers van Binnenlandse Zaken, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, van Defensie, van Justitie, en het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, en de Unie van Waterschappen. Het verbond heeft tot taak het arbeidsvoorwaardenbeleid in de verschillende sectoren op hoofdlijnen op elkaar af te stemmen, de gezamenlijke inbreng van de sectorwerkgevers ten behoeve van kabinetsbeslissingen voor te bereiden, alsook te fungeren als centraal coördinatiepunt voor de verzameling en verwerking van noodzakelijk geachte gegevens inzake arbeidsvoorwaarden, inkomen, werkgelegenheid en arbeidsmarkt bij de overheid. Het secretariaat van het VSO wordt gevoerd door de directie Arbeidszaken overheid, onderdeel van het Directoraat-generaal voor Management en Personeelsbeleid van het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Het VSO fungeert als centraal werkgeversplatform voor de overheidssectoren. Het VSO heeft een bestuurlijke en een ambtelijke geleding. Het bestuurlijk VSO, voorgezeten door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken adviseert het kabinet over de strategische hoofdlijnen voor het arbeidsvoorwaardenbeleid. De dagelijkse coördinatie berust bij het ambtelijk VSO. Voor de feitelijke voorbereiding en uitwerking van het beleid is een aantal werkgroepen ingesteld, die aan het ambtelijk VSO rapporteren. Het VSO is vertegenwoordigd in een aantal paritaire bestuursorganen als ROP en ABP.
De Centrale Commissie Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken (CGOA),(1945–1995)
De Centrale Commissie Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken is ingesteld bij Wet van 20 december 1919 (Stb.1919/819). In de CGOA werd overleg gepleegd tussen de Centrale Commissie, waarin vertegenwoordigers van de centrales van overheidspersoneel zitting hadden, en de minister van Binnenlandse Zaken. In artikel 105 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement was vastgelegd dat over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van ambtenaren niet werd beslist, dan nadat door de minister van Binnenlandse Zaken daarover met de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken overleg was gepleegd.
De Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken bestond uit vertegenwoordigers van: de Algemene Centrale van Overheidspersoneel; de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijspersoneel; het Ambtenarencentrum; de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen; en vertegenwoordigers van andere tot het overleg toegelaten verenigingen van ambtenaren.
De CGOA is in 1995 vervangen door de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid, als gevolg van de invoering van het sectorenmodel.
De Commissie Centraal Onderwijs Overleg werd in 1977 ingesteld door minister Van Veen. Gedurende de eerste twee jaar van haar bestaan heette de commissie: Centraal Onderwijsoverleg (COO), en bestond ze uit een Centrale Overlegraad (COR) en 5 sectorraden. In 1979 werd de instellingsbeschikking gewijzigd. Bij deze wijziging kreeg de commissie de naam Commissie Centraal Onderwijs Overleg, en werden de sectorraden opgeheven.
Tijdens haar ruim twintig jarig bestaan was de Commissie Centraal Onderwijs Overleg het belangrijkste overlegorgaan in het primair en het voortgezet onderwijs. De CCOO had als doelstellingen het voeren van overleg, met name over voorgelegde problemen in het kleuter, lager en voortgezet onderwijs, en zo mogelijk tot een gemeenschappelijk standpunt te komen over de problemen en de eventuele verschillen in opvattingen te signaleren. Aan het overleg in de CCOO namen vier landelijke overkoepelende organisaties deel: de Nederlandse Algemene Bijzondere Schoolraad (NABS), het Contactcentrum Bevordering Openbaar Onderwijs (CBO-VNG), de Stichting Nederlandse Protestants-Christelijke Schoolraad (NPCS), en de Nederlandse Katholieke Schoolraad (NKSR). Met de ingrijpende wijziging van het overlegstelsel in 1995 is de CCOO opgegaan in het Onderwijsoverleg Primair en Voortgezet Onderwijs (OPVO).
Onderwijsoverleg Primair en Voortgezet Onderwijs (OPVO) (1995–)
In 1995 werd het Onderwijsoverleg Primair en Voortgezet Onderwijs ingesteld als opvolger van het Overlegorgaan voor het Voortgezet Onderwijs (OOVO) en de Commissie Centraal Onderwijs Overleg. De OPVO kent geledingen voor schoolbesturen, ouder, onderwijzend personeel, schoolleiders, en leerlingen. Enkele tientallen organisaties treden via dit orgaan in overleg met de centrale overheid over beleidsvoorstellen die het primaire en voortgezet onderwijs betreffen.
Artikel 113 van het ARAR geeft elke minister de mogelijkheid (indien het aantal ambtenaren werkzaam bij het ministerie en/of bij een of meer daaronder ressorterende diensten, bedrijven of instellingen dit wettigt) te bepalen, dat over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van die ambtenaren inclusief het personeelsbeleid, niet wordt beslist, dan nadat daarover overleg is gepleegd met een Bijzondere Commissie. In de periode voor 1975 had de minister van Onderwijs een aantal Bijzondere Commissies ingesteld, voor verscheidene onderwijssectoren.
In 1975 werd bij KB de Bijzondere Commissie Onderwijspersoneel ingesteld. Met deze Bijzondere Commissie diende vervolgens overleg gepleegd te worden alvorens een verandering in de rechtstoestand van het onderwijzend personeel kon worden doorgevoerd.
In 1992 is de commissie samen met het Centraal Overlegorgaan Personeelszaken Wetenschappelijk Onderwijs opgegaan in de Sectorcommissie Onderwijs en Wetenschappen (SCOW). In deze Sectorcommissie wordt overleg gevoerd over zaken van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel van instellingen voor onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Voor het personeel van de rijksinstellingen van wetenschappelijk onderwijs was in 1974 het Besluit georganiseerd overleg wetenschappelijk personeel tot stand gekomen. Naar dit besluit wordt ook wel verwezen met de term ‘COPWO-Statuut’, omdat bij dit besluit het Centraal Overlegorgaan Personeelszaken Wetenschappelijk Onderwijs (COPWO) werd ingesteld. De minister van Onderwijs is ingevolge artikel 3 van het besluit verplicht met het COPWO te overleggen over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel wetenschappelijk onderwijs, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd.
Sectorcommissie Onderwijs en Wetenschappen (SCOW) (1992–)
In 1992 kwam de Sectorcommissie Onderwijs en Wetenschappen (SCOW) voort uit de Bijzondere Commissie Onderwijspersoneel en het Centraal Overlegorgaan Personeelszaken Wetenschappelijk Onderwijs. Met de SCOW wordt door of namens de minister van Onderwijs overleg gevoerd met de werknemersorganisaties over zaken van algemeen belang voor de rechtstoestand van het onderwijs- en onderzoekpersoneel, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd. De Sectorcommissie bestaat uit vertegenwoordigers van de vier centrales voor overheidspersoneel (ACOP, CCOOP, AC, en CMHF). De voorzitter van de SCOW wordt aangewezen door de minister van Onderwijs, en vertegenwoordigt hem ook. De voorzitter van de SCOW kan terzijde worden gestaan door adviseurs die door de minister zijn aangewezen.
De sectorcommissie vindt zijn wettelijke basis in het Overlegbesluit onderwijs- en onderzoekpersoneel, alsook in de overlegbepalingen van de verscheidene onderwijswetten.
Werkgeversoverleg primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (WGO)
Het overleg dat de minister van Onderwijs voert met de werkgeversorganisaties vindt éémaal per maand plaats in het Werkgeversoverleg Onderwijs. In dit overleg wordt overlegd over rechtspositionele en schoolorganisatorische aangelegenheden voor de sectoren PO, VO en BVE.
In het WGO participeren de vertegenwoordigers van de werkgevers in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, en de minister van Onderwijs als sectorwerkgever. Onderwerpen van overleg zijn: aangelegenheden die ook onderwerp van overleg zijn in de SCOW en die de (school)organisatie raken; werkgeversaangelegenheden waarover de minister overleg voert in het Kabinet, het VSO en in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid; informatie-uitwisseling met betrekking tot de totstandkoming en de inhoud van de subsectorale CAO’s.
Werkgeversberaad Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WBHW)
In het Werkgeversberaad Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek wordt overleg gevoerd door of namens de minister van Onderwijs en de verenigingen van instellingen voor hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek over de hoofdlijnen van arbeidsvoorwaardelijke zaken waarover door de minister als sectorwerkgever overleg wordt gevoerd met de SCOW, alsook over de hoofdlijnen van zaken waarover de minister in het belang van het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek overleg voert met het kabinet.
Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid (ROP) (1995–)
In de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid overleggen de sectorwerkgevers van de overheid met de centrales onder leiding van een onafhankelijke voorzitter, met het doel te komen tot aanbevelingen voor het sectoroverleg. Onder de ROP ressorteert een groot aantal werkgroepen.
Onderwijsraad
De Onderwijsraad is een belangrijk adviesorgaan van het ministerie van OCenW. De Raad is in 1919 opgericht naar aanleiding van de pacificatie en de grondwetswijziging van 1917. De oorspronkelijke functie van de Onderwijsraad is ‘het waarborgen van een gelijkwaardige behandeling van het openbaar en bijzonder onderwijs met inachtneming van de eigen positie van beide, en het voorkomen van de negatieve concurrentie tussen de onderwijsstelsel en het voorkomen van een nieuwe schoolstrijd’. De Onderwijsraad heeft tot taak de minister van OCenW desgevraagd of uit eigen beweging te adviseren over vraagstukken van algemeen onderwijsbeleid. Ook adviseert zij de minister van LNV met betrekking tot het landbouwonderwijs.
De Projectorganisatie Normalisatie Overlegstelsel
De Projectorganisatie Normalisatie Overlegstelsel is op 13 augustus 1992 ingesteld bij ministeriële beschikking. De Projectorganisatie had als taak: ‘Het voorbereiden van besluitvorming door de Bestuursraad over – aan de nieuwe overlegstructuur en werkgeversrol aangepaste – werkwijze, bevoegdheidsverdeling, organisatie, en instrumentarium voor arbeidsvoorwaardenvorming, overlegprocedures, beheersing van arbeidsvoorwaardenruimte, en de hierop betrekking hebbende informatievoorziening; het coördineren van beleidsinitiatieven van en naar het (boven)sectorale overleg in de nieuwe structuur en rol; het zorgdragen voor tijdige en effectieve inbreng van de producten van de projectorganisatie in het onderhandelingstraject van het arbeidsvoorwaardenpakket 1993; het zorgdragen voor het tijdig formuleren van te stellen eisen aan toekomstige sectoralisatie van bovenwettelijke sociale en aanvullende pensioenregelingen’.
De projectorganisatie bestond uit één stuurgroep en twee werkgroepen; één voor financiële arbeidsvoorwaardenvorming en één voor informatievoorziening.
Het Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel (FAOP), (1994–)
In 1994 werd bij de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP (Stb.1994/302) een publiekrechtelijk orgaan ingesteld met als doel het bijeenbrengen van middelen en het beheren van die middelen. De bestuursleden van dit Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel worden benoemd door de sectorwerkgeverd overheid en door de centrales van overheidspersoneel. De minister van Binnenlandse Zaken oefent toezicht uit op het fonds. De uitvoering wordt gedaan door de stichting Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs (USZO).
De Stichting Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het Onderwijs (VF/BGZ), (1992–)
De Stichting VF/BGZ is een privaatrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan, op initiatief van het ministerie van OCenW opgericht op 1 januari 1992. De positie van de Stichting is verankerd in de onderwijswetten en het Besluit VF. De Stichting Vervangingsfonds heeft twee taken: de aangesloten scholen waarborgen bieden voor de kosten van vervanging bij afwezigheid van personeel; en de bedrijfsgezondheidszorg in het onderwijs invoeren en instandhouden en de kwaliteit van die zorg bevorderen en bewaken.
De Stichting Participatiefonds (PF) (1995–)
De Stichting PF is een privaatrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan, op initiatief van het ministerie van OCenW opgericht op 1 augustus 1995. De Wet PF en het Besluit PF zijn de formele documenten waaraan de Stichting PF haar positie ontleent. De Stichting Participatiefonds heeft tot taak: de aangesloten scholen waarborgen bieden voor de kosten van werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden voor gewezen onderwijspersoneel; en de arbeidsparticipatie van gewezen onderwijspersoneel bevorderen met het oog op beheersing van de kosten van de werkloosheidsuitkeringen en herplaatsingswachtgelden.
De Stichting Uitvoeringsinstelling sociale zekerheid voor overheid en onderwijs (USZO), (1995–)
Bij de Wet houdende regels met betrekking tot de oprichting van de Stichting Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs stelde de minister van Binnenlandse Zaken in 1995 de USZO in. De USZO heeft tot taak het administratief uitvoeren van regelingen op het terrein van de sociale zekerheid voor (gewezen) overheids- en onderwijspersoneel.
De Stichting Financiering Structureel Vakbondsverlof Onderwijs ([1998– ] )
De Minister van Onderwijs stelt jaarlijks een budget beschikbaar ten behoeve van de vergoeding van de kosten van werkzaamheden in verband met het georganiseerd overleg en voor vakbondswerkzaamheden voor onderwijspersoneel van de instellingen. Op grond van de Regeling Georganiseerd Overleg (GO)- en vakbondsfaciliteiten 1998 verdeeld de Stichting Stichting Financiering Structureel Vakbondsverlof Onderwijs dit budget over de centrales voor onderwijspersoneel.
De centrales voor overheidspersoneel:
Algemene Onderwijsbond (AOB)
De Algemene Onderwijsbond is aangesloten bij de FNV. De bond is op 1 januari 1997 ontstaan door een fusie van de onderwijsbonden ABOP en NGL.
Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijzend Personeel (CCOOP)
De CCOOP is een samenwerkingsverband van zeven CNV-bonden voor de collectieve sector. De aangesloten bonden zijn:
–
CFO (o.a. rijksambtenaren)
–
Onderwijsbonden CNV
–
ACP (Algemeen Christelijke Politiebond)
–
ACOM (CNV-bond van Militairen)
–
Marver (Marechausseevereniging)
–
CNV Bedrijvenbond
–
VDBZ (Vereniging Dienst Buitenlandse Zaken)
Ambtenarencentrum (AC)
Doel van het Ambtenarencentrum is de materiële en immateriële belangenbehartiging van ambtenaren en onderwijspersoneel. Bij immateriële belangenbehartiging moet men vooral denken aan ambtelijke beroepsethiek. Het Ambtenarencentrum is volgens zijn statuten onafhankelijk van enige geestelijke stroming, levensbeschouwelijke en politieke overtuiging. Concrete doelen die het Ambtenarencentrum nastreeft zijn onder meer:
–
gelijke salarisontwikkeling voor ambtenaren en onderwijspersoneel als in het bedrijfsleven
–
handhaving van de werkgelegenheid bij de overheid
–
geen aantasting van de rechtspositie
–
verbetering van de medezeggenschap
Centrale voor Middelbare en Hogere Functionarissen (CMHF)
De CMHF overkoepelt 54 verenigingen van (semi-)overheidspersoneel. Bij de collectieve en individuele belangenbehartiging ligt het accent op de rechten en belangen van middelbare en hogere functionarissen. De CMHF, die geen binding heeft met religieuze of politieke groepen, stelt zich ten doel conflicten te vermijden door in goed overleg zaken te regelen, met kracht van argumenten. De CMHF is aangesloten bij de Vakcentrale MHP.
Hoofdstuk 4: Selectie
4.1 Doelstelling selectie
De selectie richt zich op de neerslag van handelingen van overheidsorganen, voor zover deze vallen onder de werking van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276). De selectielijst is tot stand gekomen op grond van een wettelijk voorgeschreven procedure. Deze procedure is neergelegd in de artikelen 2 tot en met 5 van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995/671).
De hoofddoelstelling van de selectie is het maken van een onderscheid tussen de te bewaren (en dus naar de Rijksarchiefdienst overgebracht worden) en de te vernietigen gegevens van de bedoelde actoren. Met de bewaarde gegevens moet een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen op het desbetreffende beleidsterrein mogelijk zijn.
In dit BSD worden de handelingen van de verschillende organisaties geselecteerd op hun bijdrage aan de realisering van de selectiedoelstelling. Bij de selectie gaat het erom welke gegevensbestanden, voortkomend uit welke handeling, en opgeslagen bij welke actor, bewaard moeten blijven. Het doel hiervan is dat met deze gegevensbestanden het handelen van de rijksoverheid inzake het wetenschapsbeleid op hoofdlijnen gereconstrueerd kan worden.
Het handelen van overheidsorganen bestaat uit verschillende fasen in het beleidsproces. Deze zijn o.m. agendavorming, beleidsvoorbereiding, beleidsbepaling, beleidsvaststelling, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie. Om het handelen van de overheid op hoofdlijnen te kunnen reconstrueren dient dus met name de neerslag van de eerste vier en de laatste fase van het beleidsproces bewaard te blijven. De te bewaren gegevensbestanden kunnen zowel uit papieren documenten als uit digitale bestanden bestaan.
Wanneer de neerslag van een handeling in aanmerking komt voor bewaren, dan wordt in het BSD de handeling met een ‘B’ gewaardeerd. De neerslag van een handeling wordt bewaard als aan de selectiecriteria (zie de volgende paragraaf) wordt voldaan. Indien de neerslag van een handeling in aanmerking komt voor vernietiging, dan wordt in het BSD de handeling met een ‘V’ gewaardeerd. Hierbij wordt tevens de vernietigingstermijn vermeld. Deze gaat in nadat de expiratiedatum verlopen is of na de afdoening van de neerslag, tenzij anders vermeld.
4.2 Selectiecriteria
Voor het operationaliseren van de selectiedoelstelling zijn de in het RIO Leraar onder voorwaarden. Een institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein Arbeidsvoorwaarden- en beroepskwaliteit in de sector Onderwijs en Wetenschappen, in de periode 1945–2000 geformuleerde handelingen gewogen aan de hand van algemene selectiecriteria, zoals die door PIVOT zijn opgesteld.
Belangen ex art. 2, sub c en d van het Archiefbesluit 1995 Archiefbescheiden als bestanddeel van het cultureel erfgoed
De selectiedoelstelling van de Rijksarchiefdienst is dat met de te bewaren gegevens een reconstructie van het handelen van de rijksoverheid op hoofdlijnen ten opzichte van haar omgeving mogelijk moet zijn, waardoor bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Om de selectiedoelstelling te realiseren, worden 6 selectiecriteria gebruikt om tot een waardering te komen:
Algemene selectiecrriteria
Handelingen die worden gewaardeerd met B (ewaren)
Algemeen selectiecriterium
1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.
2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet perse consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.
3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren
Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.
4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.
5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waar op beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt
Toelichting Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.
6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten
Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.
‘Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.’
4.3 Vaststelling BSD
Op 30 augustus 2001 is het ontwerp-BSD door de ministers van Financiën, LNV en OCW aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 2 juli 2003 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van de betrokken zorgdragers, het Ministerie van OCW en de rijksarchieven in de provincie / regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant.
Op 18 december 2003 bracht de RvC advies uit (arc-2003.6426/4), hetwelk [naast enkele tekstuele correcties] aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:
–
de waardering van handeling 4, 45, 53, 81, 88, 108, 111, 124, 128, 129, 130, 137, 172, 188, 199–204, 223, 224, 225, 232, 233, 235, 246, 247, 289, 294, 306, 322, 323–326, 329, 333, 336, 343, 418 en 452 is gewijzigd van B in V, 10 jaar. Uit oogpunt van consistentie van waarderen is, in overleg met de Raad, besloten om ook van de handelingen 40, 54, 74, 82, 116, 126, 127, 274, 291, 302 en 363, welke vergelijkbaar zijn met de voornoemde, de waardering te wijzigen in V, 10 jaar;
–
aan de waardering V, 5 jaar van handeling 13, 58, 97, 141, 161, 252, 278, 310 en 347 is toegevoegd: m.u.v. de jaarverslagen: B (3);
–
de vernietigingstermijn van handelingen met financiële neerslag is gewijzigd van 10 in 7 jaar.
Daarop werd het BSD op 4 mei 2004 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Ministers van OCW (C/S/04/811), Financiën (C/S/04/813) en LNV (C/S/04/814) vastgesteld.
Hoofdstuk 5: Selectielijsten
In dit hoofdstuk zijn de selectielijsten van de actoren op het beleidsterrein Arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit in de sector Onderwijs en Wetenschappen opgenomen. Als eerste komen de lijsten van de minister van Onderwijs en die van Landbouw aan de orde, welke op dit terrein de meeste handelingen verrichten. In deze omvangrijke lijsten is onwille van de overzichtelijkheid de hoofdstukindeling van het RIO gehandhaafd. Daarop volgen de lijsten van de overige ministers en, in alfabetische volgorde, de resterende actoren.
De handelingen uit het RIO in de navolgende selectielijsten zijn opgenomen, zijn allemaal op dezelfde wijze opgetekend. Hieronder volgt een leeswijzer voor deze handelingenblokken.
(Nr.) Dit is het volgnummer van de handeling. Dit nummer is uniek voor de handeling en correspondeert met het nummer van de handeling in het bijbehorende basisselectiedocument.
Actor: Hier staat het orgaan dat formeel verantwoordelijk is voor de uitvoering van de handeling.
Wanneer meer organen dezelfde handeling verrichten, dan worden deze actoren onder elkaar vermeld. In dit rapport komt het regelmatig voor dat zowel de minister van Onderwijs als de minister van Landbouw als actor voor één en dezelfde handeling worden genoemd. De minister van Landbouw voert die handeling dan uit voor zover het het landbouwonderwijs betreft.
In het geval van elkaar opvolgende verantwoordelijkheid, geven de jaartallen aan in welke periode welke actor verantwoordelijkheid droeg.
Handeling: Dit is een complex van activiteiten die door een actor verricht worden ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling veelal overeen met een procedure of een werkproces.
Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld, dan wordt de handeling op het moment van het verschijnen van het rapport institutioneel onderzoek nog steeds uitgevoerd.
Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht. Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling is aan te wijzen, kan de bron worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.
Product: Hier staat het product vermeld waarin de handeling resulteert of zou moeten resulteren. Niet alle handelingen worden daadwerkelijk uitgevoerd. De gegeven opsomming van producten is niet altijd uitputtend. Vaak wordt volstaan met een algemeen omschreven voorbeeld.
Opmerking: Indien de strekking van de handeling toelichting behoeft, wordt hier aanvullende informatie opgenomen.
Waardering: Door middel van de letters B en V wordt een waardering gegeven voor het ‘Bewaren’ dan wel ‘Vernietigen’ van de neerslag van de handeling. Bij de handelingen die met een B gewaardeerd zijn, wordt het selectiecriterium vermeld dat tot dat voorstel geleid heeft. De te bewaren neerslag dient na afloop van de overbrengingstermijn overgebracht te worden naar de Rijksarchiefdienst in goede, geordende en toegankelijke staat. Bij handelingen die met een V gewaardeerd zijn, wordt zo mogelijk de termijn aangegeven, waarna met de vernietiging begonnen kan worden.
Minister van Onderwijs
7. Algemene handelingen
1.
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen en coördineren van het beleid betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van onderwijzend en wetenschappelijk personeel.
Opmerking: De minister van Landbouw doet dit voor zover het het landbouwonderwijs betreft.
De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.
Waardering: B (1)
2.
Handeling: Het evalueren van het beleid ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van onderwijzend en wetenschappelijk personeel.
Periode: 1945–
Product: Evaluatierapporten
Waardering: B (2)
3.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het onderwijspersoneel.
Opmerking: In 1985 werden middels het RPBO vele regelingen en besluiten voor verscheidene onderwijssectoren verenigd in één veelomvattende regeling. In de loop van de jaren negentig van de twintigste eeuw is de toepasselijkheid van het RPBO voor opeenvolgende sectoren komen te vervallen ten gunste van een globalere regeling per sector.
Waardering: B (1)
4.
Handeling: Het geven van nadere regels omtrent de toepassing van het RPBO op het personeel van een rechtspersoon of instelling.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-A1; art.1-A7; en art.1-A8
Opmerking: De minister kan het RPBO van toepassing verklaren op een rechtspersoon waarvan het personeel volgens de pensioenwet geheel of gedeeltelijk ambtenaar is.
Ook kan de minister het RPBO van toepassing verklaren op een publiekrechtelijke of uit de openbare kas bekostigde privaatrechtelijke instelling ter ondersteuning van de volwasseneneducatie.
Daarnaast dient de minister voorschriften te geven omtrent de toepassing van het RPBO in geval van samenvoegingen of splitsing van instellingen.
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
5.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in het primair onderwijs.
Besluit tot wijziging van het Rechtspositiebesluit KO/LO (Stb.1980/662; Stb.1982/463; Stb.1982/464; Stb.1984/050; Stb.1985/098)
Waardering: B (1)
6.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de arbeidsvoorwaarden van het personeel in het voortgezet onderwijs.
Periode: 1945–
Grondslag: Wet op het voortgezet onderwijs, 1967, art.39, lid 2; art.43, lid 3; en art.53, lid 4
Product: Rechtspositiebesluit WVO (Stb.1968/377)
Besluit tot wijziging van het Rechtspositiebesluit WVO (Stb.1981/686; Stb.1981/774; Stb.1982/464; Stb.1984/560; Stb.1985/098).
Kaderbesluit Rechtspositie VO (Stb.1995/371).
Waardering: B (1)
7.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in het nijverheidsonderwijs.
Periode: 1945–1967
Grondslag: Nijverheidsonderwijswet 1919, art.16, lid 1; art.28, lid 4
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in het hoger beroepsonderwijs.
Periode: 1945–1999
Product: Besluit voorlopige voorziening in de uitoefening van bevoegdheden inzake individuele personeelsaangelegenheden bij de landbouwhogeschool (Stb.1969/159)
Kaderbesluit rechtspositie HBO (Stb.1993/424)
Opmerking: Het Kaderbesluit rechtspositie HBO kwam voor het personeel in het hoger beroepsonderwijs ter vervanging van het RPBO uit 1985.
Waardering: B (1)
9.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel van de universiteiten en onderzoeksinstellingen.
Product: Besluit tot vaststelling van een voorlopig rechtspositiereglement hoogleraren, lectoren en wetenschappelijke staf van de technische hogescholen (Stb.1956/502).
Besluit betreffende de bevoegdheden van de curatoren der technische hogescholen ten aanzien van de rechtspositie van het technisch en administratief personeel (Stb.1957/005).
Besluit tot voorlopige voorziening in de uitoefening van bevoegdheden inzake individuele personeelsaangelegenheden openbare universiteiten en hogescholen (Stb.1963/115).
Besluit houdende regelen met betrekking tot de aanstelling in tijdelijke dienst op proef van een bepaalde categorie der wetenschappelijke medewerkers als bedoeld in artikel 63, tweede lid, onder f, van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs (Stb.1975/081).
Rechtspositieregeling assistenten in opleiding (Stb.1986/430).
Besluit Sociaal Beleidskader II (Stb.1987/424).
Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek RWOO) (Stb.1995/394).
Kaderbesluit rechtspositie personeel universiteiten en onderzoekinstellingen (Stb.1997/369).
Besluit rechtspositie leden van colleges van bestuur van openbare universiteiten (Stb.1998/518).
Opmerking: De minister van Onderwijs doet dit voorzover het de Landbouwuniversiteit Wageningen aangaat.
Waardering: B (1)
11.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel van de academische ziekenhuizen.
Periode: 1945–1996
Grondslag: Wet op het wetenschappelijk onderwijs, 1986, art.108; art.109; art.154; art.159, lid 5; en art.163, lid 2
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regels voor loopbaanvorming, salariëring, het opmaken en vaststellen van beoordelingen van, en het voeren van functioneringsgesprekken met het personeel bij het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.3.1 en art.3.2
Product: Ministeriële regeling
Waardering: B (1)
13.
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over het beleid betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Opmerking: Het betreft hier de verslaggeving waarvoor geen grondslag kan worden aangewezen in de voor het beleidsterrein specifieke wet- en regelgeving.
Waardering: V 5 jaar m.u.v. de jaarverslagen B (3)
14.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: GW, 1938/1946/1948, art.97
GW, 1953/1956/1972, art.104
GW, 1983/1987/1995, art.68
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
15.
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de arbeidsvoorwaarden of beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
16.
Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende de arbeidsvoorwaarden of beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beschikkingen
Waardering: V 15 jaar
17.
Handeling: Het opstellen van verweerschriften in beroepschriftprocedures betreffende de arbeidsvoorwaarden of beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Verweerschriften
Waardering: V 15 jaar
18.
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: V 3 jaar
19.
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 5 jaar
N.B.: Van het eindproduct wordt één exemplaar bewaard.
20.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek op het terrein van de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Offerte, brieven, onderzoeksrapport
Opmerking: Onder vaststellen van het eindrapport wordt ook het in ontvangst nemen van een rapport verstaan.
Waardering: B (2)
21.
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek op het terrein van de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Notities, brieven, notulen
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
22.
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek op het terrein van de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Documentatiemateriaal
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
23.
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek op het terrein van de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945 –
Product: Rekeningen, declaraties
Waardering: V 7 jaar na afronden onderzoek
8. Geneeskundige keurig voor benoeming, akte van benoeming, verklaring omtrent gedrag en sollicitatiecode
24.
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen en coördineren van het beleid betreffende de aanstelling van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.
Waardering: B (1)
25.
Handeling: Het evalueren van het beleid ten aanzien van de aanstelling van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Evaluatierapporten
Waardering: B (2)
26.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de aanstelling van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Waardering: B (1)
27.
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over de aanstelling van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Waardering: V 5 jaar m.u.v. de jaarverslagen B (3)
28.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende de aanstelling van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: GW 1938/1946/1948, art.97
GW 1953/1956/1972, art.104
GW 1983/1987/1995, art.68
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
29.
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de aanstelling van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
30.
Handeling: Het beslissen op een bezwaarschrift naar aanleiding van een beschikking betreffende de aanstelling van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beschikking
Waardering: V 15 jaar
31.
Handeling: Het opstellen van een verweerschrift naar aanleiding van een beroepschriftprocedure betreffende de aanstelling van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Verweerschrift
Waardering: V 15 jaar
32.
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven, en instellingen betreffende de aanstelling van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: V 3 jaar
33.
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de aanstelling van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 5 jaar
N.B. Van het eindproduct wordt één exemplaar bewaard.
34.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de aanstelling van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Offerte, brieven, onderzoeksrapport
Opmerking: Onder vaststellen van het eindproduct wordt ook het in ontvangst nemen van het eindproduct verstaan.
Waardering: B (2)
35.
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de aanstelling van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Notities, notulen, brieven
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
36.
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de aanstelling van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Documentatiemateriaal, conceptrapporten
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
37.
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de aanstelling van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Rekeningen, declaraties
Waardering: V 7 jaar na afronden onderzoek
38.
Handeling: Het aanwijzen van een geneeskundige voor een (her)keuring voor de benoeming van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–1999
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935/1960, art.9, lid 4
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-B1, lid 1
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-B1, lid 1; art.I-B4, lid 2
RPBO 1985, art.1-B1; art.1-B4
Product: Aanwijzing, beschikking
Opmerking: In 1999 is het bezit van een geneeskundige verklaring als benoemingsvereiste geschrapt (Stb.1999/111).
Waardering: V 10 jaar, de beschikking zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
39.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een keuringsreglement voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–1999
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-B1, lid 2
Rechtspositiebesluit WLW, 1968, art.B1, lid 2
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-B7, lid 2
Product: Reglement voor keuring van personeel voor nijverheidsscholen (bijlage bij Stb.1935/501 en Stb.1960/377).
Keuringsleidraad onderwijs
Opmerking: In 1999 is het bezit van een geneeskundige verklaring als benoemingsvereiste geschrapt (Stb.1999/111).
Waardering: B (5)
40.
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot geneeskundige keuring bij aanstelling van personeel bij het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–1999
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.2.8
Product: Ministeriële regeling
Opmerking: In 1999 is het bezit van een geneeskundige verklaring als benoemingsvereiste geschrapt (Stb.1999/111).
Waardering: B (5)
41.
Handeling: Het vaststellen van een model voor de geneeskundige verklaring voor benoeming.
Periode: 1945–1999
Bron /Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-B1, lid 4
Rechtspositiebesluit WLW, 1968, art.B1, lid 3
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-B1, lid 4
RPBO 1985, art.1-B1
Product: Model voor geneeskundige verklaring voor benoeming
Opmerking: In 1999 is het bezit van een geneeskundige verklaring als benoemingsvereiste geschrapt (Stb.1999/111).
Waardering: V 5 jaar na vervallen
42.
Handeling: Het instellen van een geneeskundig onderzoek in verband met de aanstelling van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–1999
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1960, art.7, lid 1
Product: Geneeskundige verklaring
Opmerking: In 1999 is het bezit van een geneeskundige verklaring als benoemingsvereiste geschrapt (Stb.1999/111).
Waardering: V 10 jaar na ontslag
43.
Handeling: Het vergoeden van de reis- en verblijfkosten die een persoon heeft gemaakt in verband met een geneeskundige keuring voor benoeming.
Periode: 1945–1999
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-B1, lid 6
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-B1, lid 6
RPBO 1985, art.1-B1
Product: Reis- en verblijfkostenvergoeding
Opmerking: Reis- en verblijfkosten die gemaakt zijn in verband met een geneeskundige keuring voor benoeming worden vergoed volgens de bepalingen van het Reisbesluit 1971.
In 1999 is het bezit van een geneeskundige verklaring als benoemingsvereiste geschrapt (Stb.1999/111).
Waardering: V 7 jaar
44.
Handeling: Het stellen van nadere voorschriften omtrent de inhoud van de akte van aanstelling van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.2-A8, lid 5
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: B (5)
45.
Handeling: Het geven van voorschriften voor de wijze waarop aan een onderwijsinstelling twee directeuren benoemd kunnen worden.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-Q204
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
46.
Handeling: Het benoemen van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Opmerking: Op basis van dit artikel kan de minister toestemming verlenen voor het in dienst nemen van een persoon die na keuring medisch ongeschikt is verklaard voor de betrekking.
Een dergelijke ontheffing kan telkens voor ten hoogste één jaar worden verleend.
In 1999 is het bezit van een geneeskundige verklaring als benoemingsvereiste geschrapt (Stb.1999/111).
Waardering: V 75 jaar na geboorte
50.
Handeling: Het vaststellen van eisen van bekwaamheid waaraan het wetenschappelijk personeel moet voldoen om voor een aanstelling in aanmerking te komen.
Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.13.5; en art.14.9
Product: Ministeriële regeling; eisen van bekwaamheid
Opmerking: Deze regeling geldt voor het wetenschappelijk personeel van de universiteiten en de Open Universiteit.
Waardering: B (5)
51.
Handeling: Het goedkeuren tot afwijking voor onbepaalde tijd van de eisen van benoembaarheid.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-N1
Product: Beschikking
Opmerking: Deze goedkeuring kan slechts verleend worden op schriftelijk verzoek van het bevoegd gezag. De minister dient voor het geven van een goedkeuring de Inspectie te horen.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
52.
Handeling: Het voeren van overleg met personeelsorganisaties inzake een vast te stellen sollicitatiecode.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-B9
Product: Vergaderstukken, notulen
Opmerking: Het bevoegd gezag mag een sollicitatiecode niet vaststellen zonder dat met de betrokken personeelsorganisaties overleg is gevoerd.
Waardering: V 10 jaar
53.
Handeling: Het vaststellen van een sollicitatiecode voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-B9
Product: Sollicitatiecode
Opmerking: Het bevoegd gezag mag een sollicitatiecode niet vaststellen zonder dat met de betrokken personeelsorganisaties overleg is gevoerd.
Waardering: V 10 jaar na vervallen
54.
Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van de werving en selectie van personeel bij het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.2.1
Product: Ministeriële regeling
Waardering: B (5)
9. Vakantie en (buitengewoon) verlof
55.
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, en coördineren van het beleid betreffende de vakantie en het (buitengewoon) verlof van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.
Waardering: B (1)
56.
Handeling: Het evalueren van het beleid ten aanzien van de vakantie en het (buitengewoon) verlof van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Evaluatierapporten
Waardering: B (2)
57.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de vakantie en het (buitengewoon) verlof van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Opmerking: Veel bepalingen ten aanzien van vakantie en verlof zijn opgenomen in meer omvattende kaderbesluiten en rechtspositieregelingen.
Waardering: B (1)
58.
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over het beleid ten aanzien van de vakantie en het (buitengewoon) verlof van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Waardering: V 5 jaar m.u.v. de jaarverslagen B (3)
59.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende de vakantie en het (buitengewoon) verlof van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: GW 1938/1946/1948, art.97
GW 1953/1956/1972, art.104
GW 1983/1987/1995, art.68
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
60.
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de vakantie en het (buitengewoon) verlof van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
61.
Handeling: Het beslissen op een bezwaarschrift naar aanleiding van een beschikking betreffende de vakantie of het (buitengewoon) verlof van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beschikking
Waardering: V 15 jaar
62.
Handeling: Het opstellen van een verweerschrift naar aanleiding van een beroepschriftprocedure betreffende de vakantie of het (buitengewoon) verlof van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Verweerschrift
Waardering: V 15 jaar
63.
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de vakantie en het (buitengewoon) verlof van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: V 3 jaar
64.
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de vakantie en het (buitengewoon) verlof van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 5 jaar
N.B.: van het eindproduct wordt één exemplaar bewaard.
65.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de vakantie en het (buitengewoon) verlof van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Offerte, brieven, onderzoeksrapport
Waardering: B (2)
66.
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de vakantie en het (buitengewoon) verlof van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Notulen, brieven, notities
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
67.
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de vakantie en het (buitengewoon) verlof van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Documentatiemateriaal, conceptrapporten
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
68.
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de vakantie en het (buitengewoon) verlof van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Rekeningen, declaraties
Waardering: V 7 jaar na afronden onderzoek
69.
Handeling: Het toekennen van een vakantie-uitkering aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-L1; art.1-L2; art.1-L3; en art.1-L4
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
70.
Handeling: Het vaststellen van nadere regels met betrekking tot de schoolvakanties voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1960, art.22, lid 2
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
71.
Handeling: Het stellen van nadere regels voor het verlenen van vakantieverlof buiten de schoolvakanties.
Periode: 1978–1985
Grondslag: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-C2, lid 2
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
72.
Handeling: Het vaststellen van een van de regels afwijkende periode van vakantieverlof voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.17, lid 2
Product: Beleidsregel, circulaire
Opmerking: Indien de minister niet het bevoegd gezag van een instelling is, dient hij aan de regeling zijn goedkeuring te geven.
Waardering: V 5 jaar na vervallen
73.
Handeling: Het goedkeuren dat het bevoegd gezag een van de regels afwijkende periode van vakantieverlof voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen vaststelt.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.17, lid 2
Product: Goedkeuringsbesluit
Waardering: V 5 jaar
74
.Handeling: Het vaststellen van regels voor de duur van het vakantieverlof en hetgeen op de vakantie betrekking heeft voor het personeel van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.16.12
Product: Ministeriële regeling
Waardering: B (5)
75.
Handeling: Het vaststellen van de begindatum van de periode van verlof met Kerstmis en Pasen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-C19
Product: Beleidsregel, circulaire
Waardering: V 5 jaar
76.
Handeling: Het toekennen of intrekken van vakantieverlof van een personeelslid in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.19, lid 1
Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1960, art.24, lid 1
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-C5, lid 1; art.I-C2, lid 2
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-C5, lid 1
RPBO 1985, art.1-C7; art.1-C11; art.1-C16; en art.1-C22
Product: Beschikking
Opmerking: Het vakantieverlof kan worden ingetrokken in geval van rampen en andere zeer buitengewone omstandigheden.
De minister doet van zijn beslissing tot het intrekken van vakantieverlof mededeling aan de Inspectie.
Waardering: V 5 jaar
77.
Handeling: Het toekennen van een schadevergoeding in verband met de intrekking van het vakantieverlof van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.19, lid 2
Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1960, art.24, lid 2
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-C5, lid 2
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-C5, lid 2
RPBO 1985, art.1-C5; art.1-C8; art.1-C13; art.1-C18; en art.1-C26
Product: Vergoeding
Opmerking: Indien de minister niet zelf het bevoegd gezag is van een instelling, dient hij zijn goedkeuring aan het toekennen van de vergoeding te geven.
Waardering: V 7 jaar
78.
Handeling: Het goedkeuren dat het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling de materiële schade die een belanghebbende heeft geleden als gevolg van de intrekking van zijn vakantieverlof vergoedt.
Periode: 1945–1960
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.19, lid 2
Product: Goedkeuringsbesluit
Waardering: V 7 jaar
79.
Handeling: Het bepalen dat een betrokkene in de sector onderwijs en wetenschappen zich gedurende zijn vakantieverlof ter beschikking houdt ten behoeve van werkzaamheden van onderwijskundige of schoolorganisatorische aard.
Periode: 1960–1985
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1960, art.22, lid 3
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-C3, lid 3
Product: Beschikking
Opmerking: De minister bepaalt dit in overleg met de belanghebbende; en doet van zijn beslissing mededeling aan de Inspectie.
Waardering: V 3 jaar
80.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van voorschriften voor het verlenen van buitengewoon verlof in verband met overleg- en advieswerkzaamheden.
Periode: 1978–
Bron: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-C13
RPBO 1985, art.1-C38, lid 3
Product: Ministeriële regeling
Waardering: B (5)
81.
Handeling: Het geven van nadere voorschriften voor het verlenen van verlof in verband met niet genoten arbeidsduurverkorting aan personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-C41
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen
82.
Handeling: Het vaststellen van de regels voor buitengewoon verlof voor het personeel van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.7.10
Product: Ministeriële regeling
Waardering: B (5)
83.
Handeling: Het toekennen van buitengewoon verlof aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art,I-C6, lid 1; art.I-C7, lid 1 en lid 5
RPBO 1985, art.1-C3; art.1-C29, lid 1; art.1-C31, lid 1; en art.1-C38
Product: Beschikking
Opmerking: Het opschorten of intrekken van lang buitengewoon verlof gebeurt op verzoek van de belanghebbende.
Waardering: V 5 jaar
84.
Handeling: Het toekennen van buitengewoon verlof van lange duur ten behoeve van wetenschappelijke doeleinden aan een personeelslid van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.7.8
Product: Beschikking
Waardering: V 5 jaar
85.
Handeling: Het goedkeuren van de toekenning van buitengewoon verlof aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-C6, lid 1
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-C11, lid 2
Product: Goedkeuringsbesluit
Opmerking: Het gaat hier bijvoorbeeld om verlof voor het uitoefenen van het lidmaatschap van een examencommissie, voor het optreden als rijksgecommitteerde bij een examen, in het geval van zeer ernstige ziekte van echtgenoot, ouders of kinderen.
Waardering: V 5 jaar
86.
Handeling: Het opstellen van een verklaring dat het algemeen belang in overwegende mate wordt gediend met het verlenen van lang buitengewoon verlof aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen in het kader van internationale hulpverlening aan ontwikkelingslanden.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-C11, lid 1
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-C10, lid 1d
Product: Verklaring
Opmerking: De minister van Onderwijs stelt deze verklaring in overeenstemming met de minister van Binnenlandse Zaken op.
Waardering: V 10 jaar
87.
Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Onderwijs inzake het opstellen van een verklaring dat het algemeen belang in overwegende mate gediend wordt met het verlenen van lang buitengewoon verlof aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen in het kader van internationale hulpverlening aan ontwikkelingslanden.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-C11, lid 1
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-C10, lid 1d
Product: Overlegverslagen, notulen
Waardering: V 10 jaar
88.
Handeling: Het geven van nadere voorschriften voor het al dan niet toekennen van bezoldiging in verband met buitengewoon verlof.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-C29, lid 3; en art.1-C31, lid 2
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
89.
Handeling: Het goedkeuren van de toekenning en de voorwaarden voor het verlenen van lang buitengewoon verlof aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–1985
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.20, lid 3
Handeling: Het bepalen of een ongehuwde belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen die verlof wegens militaire dienst geniet, als enige kostwinner wordt beschouwd.
Periode: 1945–
Grondslag: Verlofbesluit lager onderwijs, 1954, art.25, lid 3
Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1960, art.15, lid 3
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-D3, lid 3
Rechtspositiebesluit WLW, 1968, art.D3, lid 3
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-D3, lid 3; en art.I-D5, lid 3
RPBO 1985, art.1-D3, lid 3
Product: Beschikking
Opmerking: De bepaling of een belanghebbende enige kostwinner is of niet, is van belang voor de bepaling van de hoogte van de burgerlijke bezoldiging in verband met militaire dienst.
Waardering: V 10 jaar na het verlaten van de militaire dienst
10. Verlof en aanspraken wegens ziekte
91.
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen en coördineren van het beleid betreffende het verlof en de aanspraken wegens ziekte van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Handeling: Het evalueren van het beleid betreffende het verlof en de aanspraken wegens ziekte van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Evaluatierapporten
Waardering: B (2)
93.
Handeling: Het (mede)voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende het verlof en de aanspraken wegens ziekte van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel (Stb.1995/251).
Besluit houdende wijziging van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel (Stb.1995/455).
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (Stb.1995/703).
Besluit houdende wijziging van het Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (Stb.1997/038).
Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel (Besluit tot vervanging van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel door sectorale regelingen) (Stb.1997/357).
Besluit uitvoering Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel (Ministerie van Onderwijs: AB/A&A/1999-9472).
Waardering: B (1)
94.
Handeling: Het van toepassing verklaren van het Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel op een rechtspersoon.
Periode: 1995–
Grondslag: Tijdelijke besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.1b, ten 70
Product: Regeling van toepassingverklaring van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel en het Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel op de Vereniging landelijke organen beroepsonderwijs (COLO) (BVE/DenR/AV-9600.5843)
Waardering: V 5 jaar na vervallen
95.
Handeling: Het van toepassing verklaren van de Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel op categorieën van personen wier bezoldiging, uitkering of pensioen direct of indirect ten laste van het Rijk komen.
Periode: 1997–
Grondslag: Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel, 1997, art.4, lid 2
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 5 jaar na vervallen
96.
Handeling: Het vaststellen van nadere voorschriften met betrekking tot de ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel.
Periode: 1997–
Grondslag: Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel, 1997, art.12
Product: Besluit uitvoering Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel (Ministerie van Onderwijs: AB/A&A/1999-9472).
Waardering: B (5)
97.
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over het verlof en de aanspraken wegens ziekte van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Waardering: V 5 jaar m.u.v. de jaarverslagen B (3)
98.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende het verlof en de aanspraken wegens ziekte van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: GW 1938/1946/1948, art.97
GW 1953/1956/1972, art.104
GW 1983/1987/1995, art.68
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
99.
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende het verlof en de aanspraken wegens ziekte van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
100.
Handeling: Het beslissen op een bezwaarschrift naar aanleiding van een beschikking betreffende het verlof of de aanspraken wegens ziekte van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beschikking
Waardering: V 15 jaar
101.
Handeling: Het opstellen van een verweerschrift naar aanleiding van een beroepschriftprocedure betreffende het verlof of de aanspraken wegens ziekte van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Verweerschrift
Waardering: V 15 jaar
102.
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende het verlof en de aanspraken wegens ziekte van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: V 3 jaar
103.
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van het verlof en de aanspraken wegens ziekte van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 5 jaar
N.B.: Van het eindproduct wordt één exemplaar bewaard.
104.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het verlof en de aanspraken wegens ziekte van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Offerte, brieven, onderzoeksrapporten
o.a.
Rapport Ziekteverzuimonderzoek 1997
Rapportage Ziekteverzuimcijfers PO/VO 1998
Opmerking: Onder vaststellen van het eindproduct wordt ook het in ontvangst nemen van het eindproduct verstaan.
Waardering: B (2)
105.
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het verlof en de aanspraken wegens ziekte van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Notities, notulen, brieven
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
106.
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het verlof en de aanspraken wegens ziekte van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Documentatiemateriaal, conceptrapporten
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
107.
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het verlof en de aanspraken wegens ziekte van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Rekeningen, declaraties
Waardering: V 7 jaar na afronden onderzoek
108.
Handeling: Het vaststellen van nadere voorschriften volgens welke het bevoegd gezag kan worden verplicht aan de minister mededeling te doen van afwezigheid tijdens ziekte van een personeelslid in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1978–
Grondslag: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E2, lid 1
RPBO 1985, art.1-E2, lid 1
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Opmerking: Indien de afwezigheid langer dan drie maanden duurt, doet het bevoegd gezag hiervan mededeling aan de Inspectie.
Waardering: V 10 jaar na vervallen
109.
Handeling: Het goedkeuren dat de bezoldiging wordt voortgezet van een belanghebbende die gedurende twee jaar ziekteverlof geniet.
Periode: 1945–
Grondslag: Verlofbesluit lager onderwijs, 1954, art.5, lid 2
Verlofbesluit kleuteronderwijs, 1956, art.5, lid 2
Product: Beschikking, goedkeuringsbesluit
Waardering: V 75 jaar na geboorte
110.
Handeling: Het geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren van de aanspraak op bezoldiging tijdens ziekte, indien de belanghebbende zich niet houdt aan de voorschriften ten aanzien van ziekteverlof.
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.15, lid 1
Product: Beschikking
Opmerking: De bezoldiging kan bijvoorbeeld komen te vervallen indien een belanghebbende weigert zich te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek, of indien hij tijdens de zijn ziekteverlof voor zichzelf of derden arbeid verricht.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
111.
Handeling: Het vaststellen van nadere voorschriften omtrent het geneeskundig onderzoek.
Periode: 1968–1985
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-E16, lid 6
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E16, lid 6
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
112.
Handeling: Het aanwijzen van een geneeskundige in verband met een geneeskundig onderzoek wegens ziekte.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.22, lid 2; art.23, lid 3; art.32, lid 1 en lid 2
Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1960, art.31, lid 3; art.34, lid 2; en art.37, lid 2
Rechtspositiebesluit WLW, 1968, art.E1
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E1
Product: Beschikking
Opmerking: In het Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs uit 1935 is sprake van een tuberculose-arts.
Waardering: V 10 jaar
113.
Handeling: Het instellen van een geneeskundig onderzoek van een belanghebbende die ziekteverlof geniet.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.22, lid 1; art.27
Verlofbesluit lager onderwijs, 1954, art.6, lid 2
Verlofbesluit kleuteronderwijs, 1956, art.6, lid 2
Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1960, art.29, lid 1; art.36
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-E14; art.I-E16; art.I-E17, lid 1
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E14; art.I-E16; art.I-E17, lid 1
RPBO 1985, art.1-E14; en art.1-E15
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.2, lid 4; art.17, lid 1; art.20, lid 1
Product: Beschikking, geneeskundige verklaring
Opmerking: De belanghebbende die bezwaar heeft tegen de conclusie van het geneeskundig onderzoek, kan daartegen bezwaar maken.
Waardering: V 10 jaar
114.
Handeling: Het instellen van een geneeskundig onderzoek van een belanghebbende die niet reeds ziekteverlof geniet.
Periode: 1968–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-E15; en art.I-E16
Rechtspositiebesluit WLW, 1968, art.E15; en art.E16
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E15; en art.I-E16
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.18, lid 1
Product: Beschikking, geneeskundige verklaring
Opmerking: De minister kan een dergelijk onderzoek instellen indien naar zijn oordeel daarvoor gegronde redenen bestaan.
Indien een belanghebbende in verband met werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat, dan wel aan bijzondere gezondheidseisen moet voldoen, kan de minister hem aan periodiek geneeskundig onderzoek onderwerpen.
De belanghebbende die bezwaar heeft tegen de conclusie van het geneeskundig onderzoek, kan daartegen bezwaar maken.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
115.
Handeling: Het beslissen op een bezwaarschrift ingesteld tegen de conclusie van een geneeskundig onderzoek van een belanghebbende die ziekteverlof geniet.
Periode: 1945–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-E16
Product: Beschikking
Opmerking: Na ontvangst van het bezwaarschrift wordt hernieuwd geneeskundig onderzoek ingesteld. Hieraan kan een door de belanghebbende aangewezen geneeskundige deelnemen. De conclusie van deze geneeskundige commissie is bindend.
Waardering: V 10 jaar
116.
Handeling: Het vaststellen van nadere regels voor de bedrijfsgezondheidskundige begeleiding van het personeel van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.8.1
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
117.
Handeling: Het vaststellen of de ziekte, uit hoofde waarvan de belanghebbende verlof geniet, in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de hem opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.21B, lid 4
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-E5, lid 1
Rechtspositiebesluit WLW, 1968, art.E5, lid 1
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E5, lid 1
RPBO 1985, art.1-E5, lid 1
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.6, lid 1
Product: Beschikking
Opmerking: Het bevoegd gezag doet van een zodanig ziektegeval zo spoedig mogelijk mededeling aan de minister. Deze vaststelling vindt plaats omdat in een dergelijk geval de belanghebbende langere tijd zijn volle bezoldiging ontvangt.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
118.
Handeling: Het aan een belanghebbende ontzeggen van de toegang tot een schoolgebouw in afwachting van de conclusie van een geneeskundig onderzoek.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.22, lid 5
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-E2, lid 4
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E2, lid 4
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.3, lid 6
Product: Beschikking
Opmerking: Indien blijkens een geneeskundige verklaring gevaar voor besmetting met een besmettelijke ziekte bestaat, geldt dit verbod van rechtswege. Daarnaast kan de minister het opleggen in een dringend geval van medische aard.
In beide gevallen doet de minister hiervan mededeling aan de Inspectie.
Waardering: V 5 jaar
119.
Handeling: Het goedkeuren dat aan een belanghebbende door het bevoegd gezag de toegang tot het schoolgebouw wordt ontzegd, in verband met een gevaarlijke ziekte.
Opmerking: In dit artikel wordt ook als reden voor het ontzeggen van de toegang tot het schoolgebouw genoemd: het bewonen van hetzelfde perceel als iemand die lijdt aan pest, cholera, gele koorts, vlektyphus, pokken, roodvonk en andere besmettelijke ziekten.
Waardering: V 5 jaar
120.
Handeling: Het goedkeuren dat een directeur van een school een leraar of beambte, die door ziekte voor zijn omgeving gevaar oplevert, de toegang tot het schoolgebouw ontzegt.
Handeling: Het bepalen dat een belanghebbende die ziekteverlof geniet zijn dienst slechts zal mogen hervatten na verkrijging van een geneeskundige verklaring.
Periode: 1968–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-E7, lid 1
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E7, lid 1
RPBO 1985, art.1-E7
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.8, lid 1
Product: Beschikking
Waardering: V 10 jaar
122.
Handeling: Het vaststellen van een reïntegratieplan voor een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen die ziekteverlof geniet.
Periode: 1995–
Grondslag: Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.11, lid 4
Product: Reïntegratieplan
Waardering: V 10 jaar
123.
Handeling: Het bepalen dat een personeelslid van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie dat wegens ziekte verhinderd is zijn functie te vervullen, zijn werk slechts zal mogen hervatten, nadat de minister van Onderwijs hiervoor zijn uitdrukkelijke toestemming heeft verleend.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.5.1, lid 5
Product: Beschikking
Opmerking: De minister overlegt hierover met de bedrijfsgeneeskundige dienst.
Waardering: V 10 jaar
124.
Handeling: Het vaststellen van nadere regels voor het toekennen van reis- en verblijfkostenvergoeding aan onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Periode: 1995–
Grondslag: Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.19, lid 5
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
125.
Handeling: Het toekennen, geheel of gedeeltelijk terugvorderen een vergoeding van reis- en verblijfkosten die een belanghebbende in verband met geneeskundig onderzoek heeft gemaakt.
Periode: 1968–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-E16, lid 5
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E16, lid 5
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.19, lid 5
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
126.
Handeling: Het vaststellen van een regeling waarbij het bedrag van de toeslag en de aanvullende toeslag op een tegemoetkoming in de ziektekostenpremie worden vastgesteld.
Periode: 1995–
Grondslag: Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.6, lid 3
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 5 jaar na vervallen
127.
Handeling: Het vaststellen van een model aanvraagformulier voor de tegemoetkoming in de ziektekostenpremie voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1995–
Grondslag: Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.7, lid 3
Product: Model aanvraagformulier tegemoetkoming in de ziektekostenpremie.
Waardering: V 5 jaar na vervallen
128.
Handeling: Het vaststellen van een regeling met nadere voorschriften voor de tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1995–
Grondslag: Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.13
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
129.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van nadere voorschriften voor de toekenning van een tegemoetkoming in de ziektekosten van een belanghebbende in het onderwijs.
Handeling: Het vast stellen van een vergoedingenlijst van voor tegemoetkoming in de kosten in aanmerking komende geneeskundige verzorging.
Periode: 1997–
Grondslag: Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel, 1997, art.7, lid1b
Product: Besluit uitvoering Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs- en onderzoekpersoneel (Ministerie van Onderwijs: AB/A&A/1999-9472).
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
131.
Handeling: Het toekennen, geheel of gedeeltelijk terugvorderen van een tegemoetkoming in noodzakelijk gemaakte kosten die verband houden met de ziekte van een belanghebbende.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.32, lid 1 en lid 2
Verlofbesluit lager onderwijs, 1954, art.20
Verlofbesluit kleuteronderwijs, 1956, art.20
Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1960, art.43, lid 1 en lid 2
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.42; art.43; en art.44, lid 1
Product: Beschikking, tegemoetkoming in ziektekosten
Opmerking: De tegemoetkoming wordt toegekend indien hierin niet door een andere regeling wordt voorzien; en indien de kosten redelijkerwijs niet ten laste van de belanghebbende kunnen blijven. De minister dient hieraan zijn goedkeuring te geven als hij niet zelf het bevoegd gezag van een instelling is.
De tegemoetkoming dient in overeenstemming te zijn met de door de minister van Binnenlandse Zaken gegeven voorschriften zoals bedoeld in de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel (Stb.1980/544).
In het Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs is tevens sprake van tuberculose.
Waardering: V 7 jaar
132.
Handeling: Het goedkeuren van de toekenning van een tegemoetkoming in de noodzakelijk gemaakte kosten die verband houden met de ziekte van een belanghebbende.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.32, lid 1 en lid 2
RPBO 1985, art.1-E21
Product: Goedkeuringsbesluit
Opmerking: De tegemoetkoming wordt toegekend indien hierin niet door een andere regeling wordt voorzien; en indien de kosten redelijkerwijs niet ten laste van de belanghebbende kunnen blijven. De minister dient hieraan zijn goedkeuring te geven als hij niet zelf het bevoegd gezag van een instelling is.
De tegemoetkoming dient in overeenstemming te zijn met de door de minister van Binnenlandse Zaken gegeven voorschriften zoals bedoeld in de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel (Stb.1980/544).
Waardering: V 7 jaar
133.
Handeling: Het vaststellen van nadere regels voor de toekenning van een tegemoetkoming in noodzakelijk gemaakte kosten, verband houdende met ziekte, aan een personeelslid van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositieregeling wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.8.5, lid 2; en art.8.6, lid 2
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: B (5)
134.
Handeling: Het toekennen van een tegemoetkoming in noodzakelijk gemaakte kosten, verband houdende met ziekte, aan een personeelslid van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.8.5, lid 1; en art.8.6, lid 1
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
135.
Handeling: Het ontslaan van een belanghebbende wegens blijvende ongeschiktheid uit hoofde van ziekte of gebrek.
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.20, lid 2
Product: Beschikking, ontslag
Opmerking: Een dergelijk ontslag wegens ziekte is alleen toegestaan indien deze ongeschiktheid blijkt uit een onherroepelijk geworden beslissing als bedoeld in artikel P5 van de pensioenwet.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
136.
Handeling: Het toekennen, geheel of gedeeltelijk terugvorderen van een uitkering aan een belanghebbende die is ontslagen wegens blijvende ongeschiktheid uit hoofde van ziekte of gebrek.
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.31, lid 1; en art.44, lid 1
Product: Beschikking
Waardering: V 75 jaar na geboorte
137.
Handeling: Het vaststellen van nadere regels voor de toekenning van suppletie aan belanghebbenden in de sector onderwijs en wetenschappen die wegens blijvende ongeschiktheid uit hoofde van ziekte of gebrek zijn ontslagen.
Periode: 1995–
Grondslag: Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.33, lid 1 en lid 2; art.35
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen en coördineren van het beleid betreffende de rechten van nabestaanden bij overlijden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.
Waardering: B (1)
139.
Handeling: Het evalueren van het beleid betreffende de rechten van nabestaanden bij overlijden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Evaluatierapporten
Waardering: B (2)
140.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de rechten van nabestaanden bij overlijden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Waardering: B (1)
141.
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over de rechten van nabestaanden bij overlijden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Waardering: V 5 jaar m.u.v. de jaarverslagen B (3)
142.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende de rechten van nabestaanden bij overlijden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: GW 1938/1946/1948, art.97
GW 1953/1956/1972, art.104
GW 1983/1987/1995, art.68
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
143.
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de rechten van nabestaanden bij overlijden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
144.
Handeling: Het beslissen op een bezwaarschrift naar aanleiding van een beschikking betreffende de rechten van nabestaanden bij overlijden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beschikking
Waardering: V 15 jaar
145.
Handeling: Het opstellen van een verweerschrift naar aanleiding van een beroepschriftprocedures betreffende de rechten van nabestaanden bij overlijden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Verweerschrift
Waardering: V 15 jaar
146.
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de rechten van nabestaanden bij overlijden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: V 3 jaar
147.
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de rechten van nabestaanden bij overlijden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 5 jaar
N.B.: Van het eindproduct wordt één exemplaar bewaard.
148.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de rechten van nabestaanden bij overlijden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Offerte, brieven, onderzoeksrapport
Waardering: B (2)
149.
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de rechten van nabestaanden bij overlijden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Notities, notulen, brieven
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
150.
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de rechten van nabestaanden bij overlijden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Documentatiemateriaal, conceptrapporten
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
151.
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de rechten van nabestaanden bij overlijden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Rekeningen, declaraties
Waardering: V 7 jaar na afronden onderzoek
152.
Handeling: Het toekennen van een uitkering bij overlijden aan de weduwe of weduwnaar, de minderjarige kinderen, ouder, broers of zusters van de overledene betrokkene die werkzaam was in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1968–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-F1; art.I-F2; en art.I-F3
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-F1; art.I-F2; en art.I-F3
RPBO 1985, art.1-F2; en art.1-F3
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
153.
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot de aanspraak op een uitkering in verband met overlijden of vermissing van een personeelslid van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.5.8
Product: Ministeriële regeling
Waardering: B (5)
154.
Handeling: Het toekennen van een schadevergoeding aan de achterblijvende gezinsleden indien zij de dienstwoning waar zij leefden binnen drie maanden na overlijden van hun familielid moeten verlaten.
Periode: 1968–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-F4, lid 1
Rechtspositiebesluit WLW, 1968, art.F4, lid 1
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-F4, lid 1
RPBO 1985, art.1-F4, lid 1
Product: Schadevergoeding
Waardering: V 7 jaar
155.
Handeling: Het goedkeuren dat het bevoegd gezag een schadevergoeding toekent aan de achterblijvende gezinsleden indien zij de dienstwoning waar zij leefden binnen drie maanden na overlijden van hun familielid moeten verlaten.
Periode: 1968–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-F4, lid 2
Rechtspositiebesluit WLW, 1968, art.F4, lid 2
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-F4, lid 2
RPBO 1985, art.1-F4, lid 1
Product: Goedkeuringsbesluit
Waardering: V 7 jaar
156.
Handeling: Het toekennen van een vergoeding aan de achterblijvende gezinsleden indien zij vrijwillig de dienstwoning waar zij leefden binnen drie maanden na overlijden van hun familielid verlaten.
Periode: 1978–
Grondslag: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-F4, lid 2
RPBO 1985, art.1-F4, lid 2
Product: Vergoeding
Waardering: V 7 jaar
157.
Handeling: Het goedkeuren dat het bevoegd gezag een vergoeding toekent aan de achterblijvende gezinsleden indien zij vrijwillig de dienstwoning waar zij leefden binnen drie maanden na overlijden van hun familielid verlaten.
Periode: 1978–
Grondslag: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-F4, lid 2
RPBO 1985, art.1-F4, lid 2
Product: Goedkeuringsbesluit
Waardering: V 7 jaar
12. Afvloeiingsregeling
158.
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen en coördineren van het beleid betreffende de rechten van personeel bij opheffing of reorganisatie van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1945–
Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten en adviezen
Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.
Waardering: B (1)
159.
Handeling: Het evalueren van het beleid betreffende de rechten van personeel bij opheffing of reorganisatie van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1945–
Product: Evaluatierapporten
Waardering: B (2)
160.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de rechten van personeel bij opheffing of reorganisatie van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1945–
Waardering: B (1)
161.
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over de rechten van personeel bij opheffing of reorganisatie van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Waardering: V 5 jaar m.u.v. de jaarverslagen B (3)
162.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende de rechten van personeel bij opheffing or reorganisatie van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1945–
Grondslag: GW 1938/1946/1948, art.97
GW 1953/1956/1972, art.104
GW 1983/1987/1995, art.68
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
163.
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de rechten van personeel bij opheffing of reorganisatie van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
164.
Handeling: Het beslissen op een bezwaarschrift naar aanleiding van een beschikking betreffende de rechten van personeel bij opheffing of reorganisatie van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1945–
Product: Beschikking
Waardering: V 15 jaar
165.
Handeling: Het opstellen van een verweerschrift naar aanleiding van een beroepschriftprocedure betreffende de rechten van personeel bij opheffing of reorganisatie van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1945–
Product: Verweerschrift
Waardering: V 15 jaar
166.
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de rechten van personeel bij opheffing of reorganisatie van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: V 3 jaar
167.
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de rechten van personeel bij opheffing of reorganisatie van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 5 jaar
N.B.: Van het eindproduct blijft één exemplaar bewaard.
168.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de rechten van personeel bij opheffing of reorganisatie van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1945–
Product: Offerte, brieven, onderzoeksrapporten
Opmerking: Onder vaststellen van het eindproduct wordt ook het in ontvangst nemen van het eindproduct verstaan.
Waardering: B (2)
169.
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de rechten van personeel bij opheffing of reorganisatie van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1945–
Product: Notities, notulen, brieven
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
170.
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de rechten van personeel bij opheffing of reorganisatie van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1945–
Product: Documentatiemateriaal, conceptrapporten
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
171.
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de rechten van personeel bij opheffing of reorganisatie van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1945–
Product: Rekeningen, declaraties
Waardering: V 7 jaar na afronden onderzoek
172.
Handeling: Het vaststellen van een afvloeiingsregeling voor het personeel van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1968–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-G2, lid 1
RPBO 1985, art.1-G2
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Opmerking: Ontslag op grond van opheffing van de instelling of betrekking, dan wel wegens zodanige verandering in de inrichting of de dienst van de instelling dat de werkzaamheden van één of meer belanghebbenden overbodig worden, dient te gebeuren aan de hand van deze afvloeiingsregeling.
De afvloeiingsregeling wordt pas vastgesteld als met de verenigingen van werkgevers en werknemers overleg is gepleegd.
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
13. Uitkering bij ontslag en vervroegde uittreding
173.
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen en coördineren van het beleid betreffende de uitkering bij ontslag van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten en adviezen
Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.
Waardering: B (1)
174.
Handeling: Het evalueren van het beleid betreffende de uitkering bij ontslag van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Evaluatierapporten
Waardering: B (2)
175.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de uitkering bij ontslag van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: o.a.:
Wachtgeld- en uitkeringsregeling kleuteronderwijs (Stb.1957/370)
Wachtgeld- en uitkeringsregeling kleuteronderwijs (Stb.1965/421)
Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel II (Stb.1989/283)
Besluit beperking van het aantal gedwongen ontslagen in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 1983–1984 via een systeem van natuurlijk verloop (Stb.1983/708)
Besluit beperking van het aantal gedwongen ontslagen in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 1984–1985 via een systeem van natuurlijk verloop (Stb.1985/351)
Besluit werkloosheid onderwijs en onderzoek (BWOO) (Stb.1994/100)
Verzamelregeling BWOO (OCenW: AB/IE-9601.4751)
Uitkeringsreglement BWOO (Stcrt.1997/247)
Waardering: B (1)
176.
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over de uitkering bij ontslag van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Opmerking: Tot 1999 rapporteerde de minister driemaandelijks aan de Kamer over de ontwikkelingen van de wachtgelden in de sector onderwijs. In zijn brief van 25 januari 1999, waarin hij rapporteerde over de ontwikkelingen in 1998, schreef de minister dat het gezien de drie jaren dat de wachtgelduitgaven gedaald waren, minder noodzakelijk was elke drie maanden te rapporteren; voortaan zou er bij de Voorjaarsnota en de Najaarsnota een rapportage komen.
Waardering: V 5 jaar m.u.v. de jaarverslagen B (3)
177.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende de uitkering bij ontslag van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: GW 1938/1946/1948, art.97
GW 1953/1956/1972, art.104
GW 1983/1987/1995, art.68
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
178.
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de uitkering bij ontslag van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
179.
Handeling: Het beslissen op een bezwaarschrift naar aanleiding van een beschikking betreffende de uitkering bij ontslag van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Wachtgeld- en uitkeringsregeling kleuteronderwijs, 1957, art.24
Wachtgeld- en uitkeringsregeling kleuteronderwijs, 1965, art.29
Opmerking: De minister vroeg hierover het advies van de bezwarencommissie die bij het Rijkswachtgeldbesluit was ingesteld.
Waardering: V 15 jaar
180.
Handeling: Het opstellen van een verweerschrift naar aanleiding van een beroepschriftprocedure betreffende de uitkering bij ontslag van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1979, art.I-H25, lid 2
Product: Verweerschrift
Waardering: V 15 jaar
181.
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de uitkering bij ontslag van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: V 3 jaar
182.
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de uitkering bij ontslag van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 5 jaar
N.B. : van het eindproduct wordt één exemplaar bewaard.
183.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de uitkering bij ontslag van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Offerte, brieven, onderzoeksrapporten
Opmerking: Onder vaststellen van het eindproduct wordt ook het in ontvangst nemen van het eindproduct verstaan.
Waardering: B (2)
184.
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de uitkering bij ontslag van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Notities, notulen, brieven
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
185.
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de uitkering bij ontslag van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Documentatiemateriaal, conceptrapporten
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
186.
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de uitkering bij ontslag van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Rekeningen, declaraties
Waardering: V 7 jaar na afronden onderzoek
187.
Handeling: Het ontslaan van een personeelslid in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.58 en art.59
Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1960, art.70 en art.71
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.II-D1, art.II-D2, en art.II-D4
RPBO 1985, art.2-D2 en art.2-D3
Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.12.1, lid 1 en art.12.2, lid 1
Product: Beschikking
Opmerking: Het ontslag kan op verzoek, imperatief, facultatief, of van rechtswege plaatsvinden, en kan al dan niet eervol verleend worden.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
188.
Handeling: Het geven van voorschriften voor het verlenen van een ontslaguitkering aan een vakonderwijzer die op eigen verzoek uit een betrekking in tijdelijke dienst is ontslagen.
Periode: 1982–1985
Grondslag: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1982, art.IV-H2, lid 2
Product: Circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
189.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor het van toepassing verklaren van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel op een personeelslid of groep personeelsleden.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.1, lid 1
Product: Regeling tot van toepassingverklaring van het Besluit onderwijs- en onderzoekpersoneel op B3-instellingen voor hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (OCenW: WO/PR-9401.2553)
Regeling van toepassingverklaring van het Besluit onderwijs- en onderzoekpersoneel en het tijdelijk Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel op de Vereniging landelijke organen beroepsonderwijs (COLO) (OCenW: BVE/DenR/AV-9600.5843)
Waardering: B (5)
190.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de vaststelling van het aantal gewerkte arbeidsuren, in verband met een werkloosheidsuitkering voor onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.3
Product: Regeling verlies van arbeidsuren (OCenW: AB-9400.3197)
Regels om bij de berekening van het aantal arbeidsuren, uren waarin geen arbeid is verricht gelijk te stellen met arbeidsuren en uren waarin arbeid is verricht buiten beschouwing te laten (OCenW: AB-9400.3187)
Waardering: B (5)
191.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de vaststelling van het aantal weken waarin arbeid is verricht, in verband met een werkloosheidsuitkering voor onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.4
Product: Regeling gelijkstelling weken waarin geen arbeid is verricht, met weken waarin arbeid is verricht (OCenW: AB-9400.3196)
Waardering: B (5)
192.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de vaststelling van het recht op vakantie van onderwijs- en onderzoekpersoneel dat een werkloosheidsuitkering ontvangt.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.5
Product: Regels betreffende het begrip vakantie en de periode van vakantie met behoud van recht op uitkering (OCenW: AB-9400.3195)
Regeling recht op uitkering bij verblijf in het buitenland (OCenW: AB-9400.0863)
Waardering: B (5)
193.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor het geheel of gedeeltelijk eindigen van het recht van onderwijs- en onderzoekpersoneel op een werkloosheidsuitkering bij samenloop.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.6
Product: Regeling geheel of gedeeltelijk eindigen van het recht op uitkering bij samenloop (OCenW: AB-9400.3193)
Waardering: B (5)
194.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de vaststelling van de periode waarbinnen het recht op een werkloosheidsuitkering voor onderwijs- en onderzoekpersoneel kan herleven.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.7
Product: Regeling periode waarbinnen het recht op uitkering kan herleven (OCenW: AB-9400.3192)
Waardering: B (5)
195.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de inschrijvingsverplichting bij het uitvoeringsorgaan voor de werkloosheidsuitkering voor onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.12
Product: Regeling inzake tijdstip van inschrijving van werknemers als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie (OCenW: AB-9400.0862)
Opmerking: De Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs (USZO) heeft ten uitvoering van artikel 12, lid 1c van het BWOO het Uitkeringsreglement BWOO vastgesteld (Stcrt.1997/247). In dit reglement worden voorschriften gegeven die een betrokkene dient op te volgen ten behoeve van een doelmatige controle op de uitkeringen.
Waardering: B (5)
196.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de vrijstelling van de inschrijvingsverplichting bij het uitvoeringsorgaan voor de werkloosheidsuitkering voor onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.13
Product: Regeling vrijstelling tot inschrijving bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie (OcenW: AB-9400.3185)
Regeling maatregelen sector Onderwijs en Wetenschappen (OCenW: AB/PSW-9603.3235)
Regels betreffende het begrip vakantie en de periode van vakantie met behoud van recht op uitkering (OCenW: AB-9400.3195)
Waardering: B (5)
197.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de gelijkstelling van werkloosheidsuitkeringen voor onderwijs- en onderzoekpersoneel met ouderdomspensioen.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.19
Product: Regeling gelijkstelling van uitkeringen met ouderdomspensioen (OCenW: AB-9400.3190)
Waardering: B (5)
198.
Handeling: Het vaststellen van het bedrag dat een betrokkene die een werkloosheidsuitkering voor onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt, zonder korting op zijn uitkering mag ontvangen uit of in verband met scholing of opleiding.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.20
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van nadere regels met betrekking tot het dagloon in verband met een werkloosheidsuitkering voor onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.27
Product: Dagloonregelen (OCenW: AB-9400.0864)
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
200.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de indexering van het dagloon in verband met een werkloosheidsuitkering voor onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.28
Product: Regeling met betrekking tot indexering van het dagloon (OCenW: AB/IE-9404.2867)
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
201.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling met betrekking tot het geheel of gedeeltelijk eindigen van het recht op een werkloosheidsuitkering voor onderwijs- en onderzoekpersoneel bij samenloop van uitkeringen.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.34d
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling met betrekking tot het recht op een werkloosheidsuitkering voor onderwijs- en onderzoekpersoneel in geval van omscholing.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.35
Product: Regeling met betrekking tot scholing (OCenW: AB-9400.0866)
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
203.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling met betrekking tot het afkopen van het recht op een werkloosheidsuitkering voor onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.49
Handeling: Het vaststellen van richtlijnen voor de toekenning van een uitkering ter aanvulling van een invaliditeitspensioen aan ontslagen belanghebbenden.
Periode: 1979–1985
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1979, art.I-H22, lid 5
Product: Richtlijnen, circulaires
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
205.
Handeling: Het toekennen, geheel of gedeeltelijk intrekken van wachtgeld of een uitkering bij ontslag aan onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Wachtgeld- en uitkeringsregeling kleuteronderwijs, 1957, art.2, art.13, art.15 en art.17
Wachtgeld- en uitkeringsregeling kleuteronderwijs, 1965, art.2, art.11, art.15 en art.23
Uitkeringsregeling lager onderwijs, 1955, art.3, art.5 en art.20
Regeling ontslaguitkeringen KO/LO, 1971, art.2, art.5, art.8, art.18 en art.19
Ontslaguitkeringsregeling vakonderwijzers lager onderwijs, 1972, art.2, art.5, art.13 en art.14
Rechtspositiebesluit WVO, 1979, art.I-H2; art.I-H5; I-H8 en art.I-H19
Rechtspositiebesluit WLW, 1968, art.H2; art.H5; art.H8; en art.H19
Rechtspositieregeling KO/LO, 1979, art.1-H2, art.1-H5, art.1-H8, art.1-H19 en art.1-H20
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1983, art.I-H8
Rechtspositiebesluit WLK, 1983, art.I-H8
Uitkeringsregeling nijverheidsonderwijs, 1957, art.2 en art.24
Uitkeringsregeling nijverheidsonderwijs, 1961, art.2, art.10 en art.11
Wachtgeldbesluit nijverheidsonderwijs, 1960, art.2, art.10 en art.12
Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.2
Product: Beschikking
Waardering: V 75 jaar na geboorte
206.
Handeling: Het opschorten van de uitkering bij ontslag of het wachtgeld van onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Periode: 1945–1979
Grondslag: Wachtgeld- en uitkeringsregeling kleuteronderwijs, 1957, art.22
Wachtgeld- en uitkeringsregeling kleuteronderwijs, 1965, art.25, lid 2
Uitkeringsregeling lager onderwijs, 1955, art.16, lid 2
Regeling ontslaguitkeringen KO/LO, 1971, art.20, lid 2
Ontslaguitkeringsregeling lager onderwijs, 1972, art.15, lid 2
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1979, art.1-H21, lid 4
Uitkeringsregeling nijverheidsonderwijs, 1957, art.14, lid 2
Uitkeringsregeling nijverheidsonderwijs, 1961, art.12, lid 2
Wachtgeldbesluit nijverheidsonderwijs, 1960, art.14, lid 2
Product: Beschikking
Opmerking: De minister kan op verzoek van degenen die zich als militair of noodwachter in dienst moet begeven, zijn wachtgeld of uitkering bij ontslag voor de duur van de dienst opschorten.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
207.
Handeling: Het niet goedkeuren van een aanpassing in de uitkering bij ontslag bij vestiging in een andere gemeente van onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Periode: 1955–1971
Grondslag: Uitkeringsregeling lager onderwijs, 1955, art.18, lid 2
Product: Beschikking
Waardering: V 75 jaar na geboorte
208.
Handeling: Het geheel of gedeeltelijk vervangen van een wachtgeld of uitkering bij ontslag van onderwijs- en onderzoekpersoneel door een afkoopsom.
Periode: 1945–
Grondslag: Wachtgeld- en uitkeringsregeling kleuteronderwijs, 1957, art.8
Wachtgeld- en uitkeringsregeling kleuteronderwijs, 1965, art.12
Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.49
Product: Beschikking
Waardering: V 75 jaar na geboorte
209.
Handeling: Het toekennen van een verhuisvergoeding aan onderwijs- en onderzoekpersoneel dat een uitkering bij ontslag of wachtgeld geniet, en dat elders arbeid gaat verrichten.
Periode: 1945–
Grondslag: Wachtgeld- en uitkeringsregeling kleuteronderwijs, 1957, art.9
Wachtgeld- en uitkeringsregeling kleuteronderwijs, 1965, art.9
Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.48
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
210.
Handeling: Het toekennen van een overlijdensuitkering aan de nabestaanden van onderwijs- en onderzoekpersoneel dat een uitkering bij ontslag ontving.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.41
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
211.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de budgettering van de wachtgelden en instelling van een Participatiefonds.
Periode: 1995–
Grondslag:
Product: Wet van 9 maart 1995, houdende wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de budgettering van ten last van het Rijk komende werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden in het onderwijs, alsmede de instelling van een Participatiefonds ten behoeve van de beheersing van de werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden.
Waardering: B (1)
212.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de vaststelling van het percentage van de vergoeding van de salarissen dat scholen in verband met de kosten van vervanging van personeel en de kosten van werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden ontvangen.
Periode: 1995–
Grondslag: Wet op het basisonderwijs, 1995, art.96d, lid 2
Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, 1995, art.93e, lid 2
Wet op het voortgezet onderwijs, 1995, art.84b, lid 2
Product: Regeling
Waardering: B (5)
213.
Handeling: Het toekennen van een vergoeding aan scholen in verband met de kosten van vervanging van personeel en de kosten van werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden.
Periode: 1995–
Grondslag
Product : Wet op het basisonderwijs, 1995, art.96d, lid 1
Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, 1995, art.93e, lid 1
Wet op het voortgezet onderwijs, 1995, art.84b, lid 1
Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, 1995, art.3.40, lid 2
Ministerieel besluit
Waardering: V 7 jaar
214.
Handeling: Het op verzoek verlenen van ontheffing op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard van de verplichting tot aansluiting bij het Participatiefonds.
Periode: 1995–
Grondslag: Wet op het basisonderwijs, 1995, art.114b, lid 3
Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, 1995, art.110b, lid 3
Wet op het voortgezet onderwijs, 1995, art.98b, lid 3
Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, 1995, art.3.53a, lid 3 en art.3.72a, lid 3
Wet op de onderwijsverzorging, 1995, art.64a, lid 3
Product: Ministerieel besluit
Opmerking: De minister verleent de ontheffing slechts indien het bevoegd gezag aantoont dat een afdoende andere voorziening is getroffen met betrekking tot de kosten van werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
215.
Handeling: Het opstellen van een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de werkzaamheden van het Participatiefonds.
Periode: 1995–
Grondslag: Wet op het basisonderwijs, 1995, art.116c, lid 2
Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, 1995, art.111b, lid 2
Wet op het voortgezet onderwijs, 1995, art.123b, lid 2
Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, 1995, art.3.53b, lid 6 en art.3.72b, lid 2
Wet op de onderwijsverzorging, 1995, art.64b, lid 6
Product: Verslag
Opmerking: De minister dient dit evaluatieverslag vijf jaar na instelling van het Participatiefonds, en vervolgens telkens na vijf jaar naar de Tweede Kamer te zenden.
Waardering: B (3)
216.
Handeling: Het goedkeuren van de statuten of een wijziging van de statuten van het Participatiefonds.
Periode: 1995–
Grondslag: Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, 1995, art.3.53b, lid 1a
Wet op de onderwijsverzorging, 1995, art.64b, lid 1a
Besluit Participatiefonds, 1996, art.4, lid 1 en lid 3
Product: Ministerieel besluit
Waardering: B (4)
217.
Handeling: Het goedkeuren van de bijdrage die jaarlijks door bevoegde gezagsorganen aan het Participatiefonds moet worden voldaan.
Periode: 1995–
Grondslag: Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, 1995, art.3.53b, lid 1b
Wet op de onderwijsverzorging, 1995, art.64b, lid 1b
Besluit Participatiefonds, 1996, art.5, lid 1
Product: Ministerieel besluit
Waardering: V 7 jaar
218.
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan het Participatiefonds in verband met het algemene beleid inzake preventie van ontstaan van aanspraken op werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden, of in verband met de verplichtingen die bij de wet aan het Participatiefonds zijn opgedragen.
Periode: 1995–
Grondslag: Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, 1995, art.3.53b, lid 1c t/m 1h
Wet op de onderwijsverzorging, 1995, art.64b, lid 1c t/m 1i
Product: Adviezen, ministerieel besluit
Waardering: B (3)
219.
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur geven van nadere voorschriften omtrent de uitoefening van de bevoegdheden van de minister van Onderwijs ten aanzien van het Participatiefonds.
Periode: 1995–
Grondslag: Wet op het basisonderwijs, 1995. Art.116c, lid 1
Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, 1995, art.111b, lid 1
Wet op het voortgezet onderwijs, 1995, art.123b, lid 1
Wet educatie en beroepsonderwijs, art.4.4.3, lid 4
Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, 1995, art.3.53b, lid 4
Wet op de onderwijsverzorging, 1995, art.64b, lid 4
Product: Besluit Participatiefonds (Stb.1996/384)
Waardering: B (5)
220.
Handeling: Het vaststellen van het bedrag dat een gemeente per jaar aan de minister van Onderwijs dient te voldoen in verband met de kosten van werkloosheidsuitkeringen voor de volwasseneneducatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Kaderwet volwasseneneducatie, 1995, art.18a, lid 4
Product: Ministerieel besluit
Waardering: V 7 jaar
221.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling inzake de bijdrage van gemeenten in de kosten van werkloosheidsuitkeringen voor de volwasseneneducatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Kaderwet volwasseneneducatie, 1995, art.18a, lid 6
Product: Ministeriële regeling
Waardering: B (5)
222.
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur bepalen dat het bestuur van een instelling voor basiseducatie is aangesloten bij het Participatiefonds.
Periode: 1995–
Grondslag: Kaderwet volwasseneneducatie, 1995, art.61, lid 2
Product: AmvB
Waardering: 5 jaar na opheffen instelling
223.
Handeling: Het stellen van nadere regels voor de inhoud, vorm en frequentie van verstrekking van gegevens, zoals jaarverslag, begroting en jaarregeling, reglementen en dergelijke door het Participatiefonds.
Periode: 1996–
Grondslag: Besluit Participatiefonds, 1996, art.8, lid 3
Product: Ministeriële regeling
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
224.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een tijdelijke regeling voor vermindering van de rijksbijdrage van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel in de sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie.
Periode: 1998–
Grondslag: Regeling decentralisatie wachtgelduitgaven bve, 1998, art.IA. lid 1
Product: Ministeriële regeling
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
225.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de verrekening van het saldo van ontvangsten en uitgaven van het Participatiefonds.
Periode: 1998–
Grondslag: Regeling decentralisatie wachtgelduitgaven bve, 1998, art.VI, lid 1
Product: Ministeriële regeling
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
226.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de vervroegde uittreding van onderwijspersoneel.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de uitkering bij vervroegde uittreding van het aan een onderwijsinstelling verbonden exploitatiepersoneel.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een algemene maatregel van bestuur omtrent het recht op uitkering bij vervroegde uittreding van het aan een onderwijsinstelling verbonden exploitatiepersoneel.
Opmerking: Het besluit is uitsluitend van toepassing op exploitatiepersoneel van scholen voor bijzonder kleuter-, lager of voortgezet onderwijs dan wel aan organen voor het leerlingwezen.
Waardering: B (1)
229.
Handeling: Het toekennen van buitengewoon verlof met behoud van 80% van zijn bezoldiging tot de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt aan een betrokkene in de sector onderwijs.
Handeling: Het toekennen van een uitkering wegens vervroegd uittreden aan een belanghebbende in de sector onderwijs aan wie op eigen verzoek ontslag in verleend.
Handeling: Het toekennen van een uitkering aan een onderwijzer in het lager onderwijs of kleuteronderwijs voor een op eigen verzoek verleend ontslag per 1 augustus 1979.
Opmerking: Het betreft een éénmalige regeling voor werknemers die op 1 augustus 1979 de leeftijd van 60 jaar hadden bereikt, en die met ingang van die datum vrijwillig ontslag namen.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
232.
Handeling: Het vaststellen van nadere regels voor de uitvoering van het Besluit experiment vervroegde uittreding onderwijzend personeel.
Opmerking: In artikel 6 is bepaald dat de minister, in bijzondere gevallen waarin het besluit niet voorziet of waarin de toepassing daarvan tot een onredelijke uitkomst leidt, bevoegd is een beslissing te nemen die met de strekking van het besluit overeen komt.
Waardering: V 75 jaar
235.
Handeling: Het stellen van nadere regels voor de uitvoering van het Besluit vervroegd uittreden exploitatiepersoneel bijzonder onderwijs.
Stimuleringsregeling reïntegratie wachtgelders primair onderwijs, Min OcenW, 1999, PO/PJ-99/10408
Opmerking: Bij de Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs is tevens de Commissie arbeidsbemiddeling onderwijs ingesteld.
In de akkoorden ‘De jaren tellen’ is afgesproken dat de wachtgelduitgaven in 2001 opnieuw op de agenda zullen worden geplaatst. Daarnaast zal op grond van artikel 4:24 AWB ten minste eenmaal in de vijf jaar een verslag worden gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de Stimuleringsregeling reïntegratie wachtgelders in de praktijk.
Waardering: B (1)
238.
Handeling: Het buiten toepassing verklaren van de Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs voor een instelling of groep van instellingen.
Periode: 1993–[1995 of 1997]
Grondslag: Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs, 1992, art.5, lid 1 en lid 2
Product: Ministerieel besluit
Opmerking: In de wet staat dat hij na twee jaar vervalt, maar dat een verlenging van maximaal twee jaar door middel van KB tot de mogelijkheden behoort.
Waardering: V 5 jaar na vervallen
239.
Handeling: Het jaarlijks rapporteren aan de Tweede Kamer over de ontwikkelingen met betrekking tot de samenwerkingsverbanden tussen bevoegde gezagsorganen die een beperking van de uitgaven voor wachtgelden en ontslaguitkeringen in het onderwijs ten doel hebben.
Periode: 1992–[1997]
Grondslag: Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs, 1992, art.5, lid 3
Product: Rapportage
Opmerking: De minister stelt zijn rapportage in overeenstemming met de minister van Landbouw op.
Waardering: B (3)
241.
Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Commissie arbeidsbemiddeling onderwijs.
Periode: 1992–[1997]
Grondslag: Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs, 1992, art.10, lid 4
Product: Voordracht ter benoeming
Opmerking: Hiernaast worden vier leden benoemd op bindende voordracht van door de minister als representatief aangemerkte organisaties van bevoegde gezagsorganen; en één lid op voordracht van het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening.
Waardering: V 10 jaar, de benoeming zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
242.
Handeling: Het voorbereiden van een KB voor de benoeming van de voorzitter, secretaris en leden van de Commissie arbeidsbemiddeling onderwijs.
Periode: 1992–[1997]
Grondslag: Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs, 1992, art.10, lid 3
Product: KB
Opmerking: De Commissie arbeidsbemiddeling onderwijs is ingesteld bij artikel 10 van deze wet.
Waardering: V 10 jaar, de beschikking zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard.
243.
Handeling: Het toekennen van vacatiegeld aan de voorzitter en leden van de Commissie arbeidsbemiddeling onderwijs.
Periode: 1992– [1997]
Grondslag: Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs, 1992, art.10, lid 6
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
246.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de bepaling welke gegevens de instanties die wachtgelden uitkeren dienen te verstrekken aan de bemiddelende instanties ten behoeve van de uitvoering van de Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de bepaling met welke bescheiden kan worden aangetoond dat een vacature is vervuld met inachtneming van de Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs.
Periode: 1992–[1997]
Grondslag: Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs, 1992, art.14, lid 2
Product: Ministeriële regeling
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
248.
Handeling: Het toekennen van subsidie aan een bevoegd gezag in het primair onderwijs dat op of na 1 augustus 1998 een wachtgelder in dienst neemt.
Periode: 1998–
Grondslag: Stimuleringsregeling reïntegratie wachtgelders primair onderwijs, 1999, art.2, lid 1 en art.8, lid 2
Product: Ministerieel besluit
Opmerking: De subsidievaststelling vindt ambtshalve plaats tegelijkertijd met de beslissing op de afrekening van de Rijksvergoeding.
Waardering: V 7 jaar
14. Verplaatsingskosten
249.
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen en coördineren van het beleid betreffende de verplaatsingskosten van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten en adviezen
Waardering: B (1)
250.
Handeling: Het evalueren van het beleid betreffende de verplaatsingskosten van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Evaluatierapporten
Waardering: B (2)
251.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking wet- en regelgeving betreffende de verplaatsingskosten van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Regeling vergoeding van reis- en verblijfkosten bij dienstreizen voor onderwijspersoneel (AB/IE-9308.5748)
Opmerking: Deze regeling trad in werking met ingang van 1 januari 1994
Waardering: B (1)
252.
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over de verplaatsingskosten van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Waardering: V 5 jaar m.u.v. de jaarverslagen B (3)
253.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende de verplaatsingskosten van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: GW 1938/1946/1948, art.97
GW 1953/1956/1972, art.104
GW 1983/1987/1995, art.68
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
254.
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de verplaatsingskosten van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
255.
Handeling: Het beslissen op een bezwaarschrift naar aanleiding van een beschikking betreffende de verplaatsingskosten van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beschikking
Waardering: V 15 jaar
256.
Handeling: Het opstellen van een verweerschrift naar aanleiding van een beroepschriftprocedure betreffende de verplaatsingskosten van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Verweerschrift
Waardering: V 15 jaar
257.
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de verplaatsingskosten van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: V 3 jaar
258.
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de verplaatsingskosten van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 5 jaar
N.B.: van het eindproduct wordt één exemplaar bewaard
259.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de verplaatsingskosten van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Offerte, brieven, onderzoeksrapport
Opmerking: Onder vaststellen van het eindproduct wordt ook het in ontvangst nemen van het eindproduct verstaan.
Waardering: B (2)
260.
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de verplaatsingskosten van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Notities, notulen, brieven
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
261.
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de verplaatsingskosten van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Documentatiemateriaal, conceptrapporten
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
262.
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de verplaatsingskosten van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Rekeningen, declaraties
Waardering: V 7 jaar na afronden onderzoek
263.
Handeling: Het opleggen van een verhuisverplichting aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J2, lid 1; en art.1-J17
Product: Beschikking
Waardering: V 10 jaar
264.
Handeling: Het goedkeuren dat een bevoegd gezag een verhuisverplichting oplegt aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J2, lid 1; en art.1-J17
Product: Goedkeuringsbesluit
Waardering: V 10 jaar
265.
Handeling: Het verlenen of intrekken van een ontheffing van een verhuisplicht aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J2, lid 2 en lid 3
Product: Beschikking
Opmerking: De ontheffing kan al dan niet op verzoek van de belanghebbende verleend worden.
Waardering: V 10 jaar
266.
Handeling: Het goedkeuren van het intrekken van een ontheffing van een verhuisplicht aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J2, lid 3
Product: Goedkeuringsbesluit
Opmerking: De minister dient vooraf zijn goedkeuring aan de intrekking van een ontheffing van de verhuisplicht te geven, indien deze intrekking financiële gevolgen voor het Rijk heeft.
Waardering: V 10 jaar
267.
Handeling: Het opleggen van een verhuisverplichting aan een personeelslid van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.9.2
Product: Beschikking
Waardering: V 10 jaar
268.
Handeling: Het vaststellen van regels voor de bepaling van het bedrag voor opknapkosten die onderdeel uitmaken van een verhuiskostenvergoeding.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J7
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 5 jaar na vervallen
269.
Handeling: Het toekennen van een verhuiskostenvergoeding voor een verhuisplichtige in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J3
Product: Beschikking
Opmerking: De toekenning van de tegemoetkoming geschiedt door de minister aan het bevoegd gezag van een instelling.
Waardering: V 7 jaar
270.
Handeling: Het goedkeuren van een verhuizing op medisch advies.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J3; en art.1-J5
Product: Goedkeuringsbesluit
Opmerking: Deze goedkeuring is nodig in verband met de aanspraak op een verhuiskostenvergoeding.
Waardering: V 7 jaar
271.
Handeling: Het toekennen van een functieverplaatsingstoelage in verband met verplaatsing van de instelling waaraan een belanghebbende is benoemd.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J22
Product: Beschikking
Opmerking: Het toekennen van de toelage geschiedt door de minister aan het bevoegd gezag van een instelling.
Waardering: V 7 jaar
272.
Handeling: Het toekennen of intrekken van een tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten aan verhuisplichtigen in afwachting van een verhuizing.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J9; en art.1-J20
Product: Beschikking
Opmerking: Het verlenen van de toekenning geschiedt door de minister aan het bevoegd gezag van een instelling.
Waardering: V 7 jaar
273.
Handeling: Het toekennen of intrekken van een tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten voor niet-verhuisplichtigen.
Opmerking: Het verlenen van de toekenning geschiedt door de minister aan het bevoegd gezag van een instelling.
Waardering: V 7 jaar
274.
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot de vergoeding van reis- en verblijfkosten van personeel van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.9.3
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: B (5)
15. Gratificaties en toelagen
275.
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen en coördineren van het beleid betreffende de gratificaties voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten en adviezen
Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.
Waardering: B (1)
276.
Handeling: Het evalueren van het beleid betreffende de gratificaties voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Evaluatierapporten
Waardering: B (2)
277.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de gratificaties voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Besluit tot toekenning van een huldeblijk bij ambtsjubilea aan hoofden en onderwijzers bij het lager onderwijs (Stb.1952/074)
Besluit tot toekenning van een gratificatie aan hoofden en onderwijzers bij het lager onderwijs (Stb.1954/271)
Besluit houdende een regeling voor het toekennen van een beloning aan onderwijzers, die een bevoegdheid behalen, die in het belang is van het uitgebreid lager onderwijs (Stb.1955/453)
Besluit tot regeling van het verstrekken van toelagen enz. aan het personeel der gemeentelijke scholen voor voorbereidend hoger en middelbaar onderwijs (Stb.1964/081)
Jubileumgratificatiebesluit opleidingsscholen voor kleuterleidsters (Stb.1968/407)
Besluit tot intrekking van het Koninklijk besluit van 3 oktober 1955, Stb.453 (Stb.1979/013)
Besluit houdende schadeloosstelling voor te Lelystad wonend onderwijzend personeel (Stb.1970/134)
Waardering: B (1)
278.
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over de gratificaties voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, maanverslagen, kwartaalverslagen
Waardering: V 5 jaar m.u.v. de jaarverslagen B (3)
279.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende de gratificaties voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: GW 1938/1946/1948, art.97
GW 1953/1956/1972, art.104
GW 1983/1987/1995, art.68
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
280.
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de gratificaties voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
281.
Handeling: Het beslissen op een bezwaarschrift naar aanleiding van een beschikking betreffende de gratificatie van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beschikking
Waardering: V 15 jaar
282.
Handeling: Het opstellen van een verweerschrift naar aanleiding van een beroepschriftprocedure betreffende de gratificatie van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Verweerschrift
Waardering: V 15 jaar
283.
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de gratificaties voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: V 3 jaar
284.
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de gratificaties voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 5 jaar
N.B.: van het eindproduct wordt één exemplaar bewaard.
285.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de gratificaties voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Offerte, brieven, onderzoeksrapport
Opmerking: Onder vaststellen van het eindproduct wordt ook het in ontvangst nemen van het eindproduct verstaan.
Waardering: B (2)
286.
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de gratificaties voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Notities, notulen, brieven
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
287.
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de gratificaties voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Documentatiemateriaal, conceptrapporten
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
288.
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de gratificaties voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Rekeningen, declaraties
Waardering: V 7 jaar na afronden onderzoek
289.
Handeling: Het stellen van nadere regels voor de toekenning van gratificaties aan het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-P56; en art.1-P82
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
290.
Handeling: Het toekennen van een gratificatie aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit tot toekenning van een gratificatie aan hoofden en onderwijzers bij het lager onderwijs, 1954, art.1
RPBO 1985, art.1-P56; en art.1-P82
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
291.
Handeling: Het vaststellen van nadere regels met betrekking tot de toekenning van gratificaties aan personeel van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.16.3, lid 3
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: B (5)
292.
Handeling: Het toekennen of intrekken van een gratificatie of functioneringstoelage aan een lid van het personeel van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.4.10 tot en met art.4.18
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
293.
Handeling: Het toekennen van een jubileumgratificatie aan een belanghebbende die een diensttijd van 25, 40 of 50 jaren in het onderwijs of de wetenschap heeft volbracht.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit tot toekenning van een huldeblijk bij ambtsjubilea aan hoofden en onderwijzers bij het lager onderwijs, 1952, art.1
Handeling: Het stellen van nadere regels voor de toekenning van buitengewone toelages aan personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-P55; en art.1-P81
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
295.
Handeling: Het toekennen van een buitengewone toelage aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen, wegens een zeer goede vervulling van de functie.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-P55; en art.1-P81
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
296.
Handeling: Het toekennen van een beloning aan het hoofd en de onderwijzer bij het behalen van een akte of bij het verkrijgen van een hogere bevoegdheid in een vak.
Periode: 1955–1979
Grondslag: Besluit houdende een regeling voor het toekennen van een beloning aan onderwijzers die een bevoegdheid behalen, die in het belang is van het uitgebreid lager onderwijs.
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
297.
Handeling: Het toekennen van een schadeloosstelling voor te Lelystad wonend onderwijzend personeel.
Periode: 1967–1975
Grondslag: Besluit houdende schadeloosstelling voor te Lelystad wonend onderwijzend personeel.
Product: Beschikking
Opmerking: Het betreft hier een over de periode 1967 tot 1975 aflopende schadeloosstelling als tegemoetkoming in de extra kosten van levensonderhoud voor te Lelystad wonend personeel.
Waardering: V 7 jaar
298.
Handeling: Het jaarlijks vaststellen welke categorieën instellingen in de sector onderwijs en wetenschappen bindingspremies om redenen van werving of behoud van personeel kunnen toekennen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-P89
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 7 jaar
299.
Handeling: Het toekennen van een toelage of uitkering om reden van werving of behoud van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-P57; art.1-P58
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
300.
Handeling: Het toekennen van een EHBO-toelage aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-P60; en art.1-P83
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
301.
Handeling: Het verlenen of intrekken van studieverlof of een tegemoetkoming in de studiekosten aan personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-M2; art.1-M3; en art.1-M4
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
302.
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot het verlenen van studiefaciliteiten en de terugbetaling van de kosten van een opleiding voor het personeel van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.9.6
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: B (5)
16. Formatie en bezoldiging
303.
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, en coördineren van het beleid betreffende de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: o.a.
Voorlopig rapport van de Stuurgroep Structuur Wetenschappelijk Corps (1972)
Rapport van de Stuurgroep Structuur Wetenschappelijk Corps (begin ’80)
Nota herziening onderwijssalarisstructuur (1983)
Waardering: B (1)
304.
Handeling: Het evalueren van het beleid ten aanzien van de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: (evaluatie)rapporten
Waardering: B (2)
305.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Voorlopige voorziening met betrekking tot de salarisanciënniteit van wetenschappelijk hoofdmedewerkers (Stb.1982/365)
Verlenging van de voorlopige voorziening met betrekking tot de salarisanciënniteit van wetenschappelijk hoofdmedewerkers (Stb.1983/686)
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de tegemoetkoming aan de voorzitter en andere leden van een raad van toezicht bij openbare universiteiten en de Open Universiteit.
Periode: 1997–
Grondslag: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), 1997, art.9.7, lid 8; en art.11.5, lid 8
Product: Besluit houdende vaststelling van het bedrag van de tegemoetkoming aan de voorzitter en andere leden van de raad van toezicht van de openbare universiteiten en van de Open Universiteit (Stb.1997/420).
Waardering: B (1)
308.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een regeling voor de bezoldiging van curatoren die deel uitmaken van het college van overleg over de dagelijkse zaken van een rijksuniversiteit of een technische hogeschool.
Periode: 1963–
Product: Besluit houdende regelen nopens de financiële positie van curatoren (Stb.1963/237)
Waardering: B (1)
309.
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een regeling voor het personeel in het wetenschappelijk onderwijs, indien die regeling afwijkt van het bepaalde in het BBRA 1984 met betrekking tot bezoldiging, overwerk, of vergoeding voor extra diensten.
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Waardering: V 5 jaar m.u.v. de jaarverslagen B (3)
311.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: GW 1938/1946/1948, art.97
GW 1953/1956/1972, art.104
GW 1983/1987/1995, art.68
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
312.
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
313.
Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beschikking
Waardering: V 15 jaar
314.
Handeling: Het opstellen van een verweerschrift naar aanleiding van een beroepschriftprocedure betreffende de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Verweerschrift
Waardering: V 15 jaar
315.
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de formatie en het salaris van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: V 3 jaar
316.
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de formatie en het salaris van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 5 jaar
N.B.: Van het eindproduct wordt één exemplaar bewaard.
317.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de formatie en het salaris van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Offerte, brieven, onderzoeksrapporten
Opmerking: Onder vaststellen van het eindproduct wordt ook het in ontvangst nemen van het eindproduct verstaan.
Waardering: B (2)
318.
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de formatie en het salaris van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Notities, notulen, brieven
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
319.
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de formatie en het salaris van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Documentatiemateriaal, conceptrapporten
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
320.
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de formatie en het salaris van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Rekeningen, declaraties
Waardering: V 7 jaar na afronden onderzoek
321.
Handeling: Het wijzigen van de salarisbedragen voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Kaderbesluit rechtspositie personeel universiteiten en onderzoekinstellingen, 1997, art.3.7
Product: Ministerieel besluit AmvB
Opmerking: De minister dient de bezoldiging van het personeel in deze sector te wijzigen indien bij KB de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel wordt gewijzigd, en deze wijziging een algemeen karakter draagt.
De salarisbedragen kunnen pas worden gewijzigd wanneer de minister in het Sectoroverleg Onderwijs en Wetenschappen daarover met de centrales van onderwijspersoneel overeenstemming heeft bereikt.
Waardering: B (5)
322.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van nadere regels voor het vaststellen van de bezoldiging van personeel in het wetenschappelijk onderwijs.
Handeling: Het vaststellen van het recht op een eindejaarsuitkering en de wijze van berekening van deze uitkering.
Periode: 1945–
Grondslag: Kaderbesluit rechtspositie personeel universiteiten en onderzoekinstellingen, 1997, art.3.9
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
324.
Handeling: Het geven van nadere voorschriften voor de vaststelling van een salaris voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Bezoldigingsbesluit wetenschappelijk onderwijs, 1984, art.6, lid 2; art.7; en art.12
RPBO 1985, art.1-P10
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
325.
Handeling: Het vaststellen van criteria waaraan een belanghebbende moet voldoen alvorens te kunnen worden bezoldigd in de bij zijn functie horende maximumschaal.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-Q503; en art.1-Q552
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
326.
Handeling: Het geven van nadere richtlijnen met betrekking tot het bezit van vakdiploma's en ervaring in verband met de bezoldiging van niet-onderwijzend personeel in het voortgezet onderwijs.
Handeling: Het toekennen, geheel of gedeeltelijk inhouden van de bezoldiging aan een personeelslid in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit houdende regelen nopens de financiële positie van curatoren, 1963, art.2; en art.10
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1980, art.1-P8; art.1-Q15, lid 3; en art.I-P2
Product: Beschikking
Waardering: V 75 jaar na geboorte
328.
Handeling: Het goedkeuren dat een belanghebbende die niet in het bezit is van het vereiste vakdiploma, wordt bezoldigd volgens de bij zijn functie behorende salarisschaal.
Opmerking: De leden en voorzitter van de Raad van Toezicht worden benoemd door de minister. Maar omdat zij geen dienstverband hebben bij het academisch ziekenhuis, zijn er verder geen regels vastgesteld met betrekking tot hun rechtspositie.
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
331.
Handeling: Het vaststellen van het bedrag van de toelage voor hoogleraren die een senaatsfunctie bekleden.
Periode: 1963–
Grondslag: Regeling toelagen senaatsfuncties, 1963, art.2, lid 2; art.3, lid 2; art.4, lid 2; en art.5, lid 2
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Opmerking: De minister hoort hierover de curatoren.
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
332.
Handeling: Het toekennen van een toelage wegens verrichte werkzaamheden of geleverde diensten.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit houdende toekenning van een toelage over de maanden mei, juni en juli 1975 aan het onderwijzend personeel bij het kleuter- en lager onderwijs, 1976, art.2
Rechtspositiebesluit WVO, 1983, art.I-P2
RPBO 1985, art.1-Q210; en art.1-Q308
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
333.
Handeling: Het vaststellen van een regeling voor de toekenning van toelagen aan personeel in het wetenschappelijk onderwijs in verband met bezwarende werkomstandigheden, extra werk, en overwerk.
Handeling: Het, in overeenstemming met de minister van Binnenlandse Zaken, verlenen van een machtiging voor het toekennen of intrekken van een toelage aan personeel in het wetenschappelijk onderwijs.
Handeling: Het, in overeenstemming met de minister van Binnenlandse Zaken, vaststellen van een regeling voor de inhouding op het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen in verband met verstrekkingen.
Periode: 1980–
Grondslag: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1980, art.I-P19; art.I-Q28; en art.I-R15
RPBO 1985, art.1-P17, lid 6
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
338.
Handeling: Het vaststellen van een kortingsbedrag of kortingspercentage wegens genoten voordelen anders dan van een vanwege het bevoegd gezag verstrekte woning aan een belanghebbende werkzaam in het basisonderwijs.
Periode: 1980–1985
Grondslag: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1980, art.I-P19; art.I-Q28; en art.I-R15
Wet interim inhouding salarissen onderwijs, 1983, art.3, lid 2
Opmerking: Het betreft hier een jaarlijks gemeenschappelijk besluit van beide ministers.
Waardering: V 7 jaar
339.
Handeling: Het vaststellen van de formatie van het niet-onderwijzend personeel aan opleidingsscholen voor onderwijzers en kleuterleidsters, avondscholen en dag-avondscholen, en centrale administraties.
Periode: 1981–1985
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1981, art.I-T11; art.I-T12; en art.I-T13
Product: Beschikking
Opmerking: Deze vaststelling gebeurt op aanvraag van het bevoegd gezag van een instelling.
Waardering: V 5 jaar na de laatste vaststelling
340.
Handeling: Het, in overeenstemming met de minister van Binnenlandse Zaken, vaststellen van taakkarakteristieken, functietyperingen en maximumschalen voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Bezoldigingsbesluit wetenschappelijk onderwijs, 1984, art.4, lid 2
Handeling: Het vaststellen van functietyperingen voor de universitair docent en de universitair hoofddocent.
Periode: 1984–
Grondslag: Bezoldigingsbesluit wetenschappelijk onderwijs, 1984, art.10, lid 3
Product: Ministeriële regeling
Waardering: B (5)
343.
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot de werktijd, autorisatie en registratie van afwezigheid van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-Q504; art.1-R504; art.1-S1204; en art.1-S504
Product: ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
17. Schorsing en disciplinaire straffen
344.
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen en coördineren van het beleid betreffende de schorsing en het disciplinair straffen van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten en adviezen
Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.
Waardering: B (1)
345.
Handeling: Het evalueren van het beleid betreffende de schorsing en het disciplinair straffen van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Evaluatierapport
Waardering: B (2)
346.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de schorsing en het disciplinair straffen van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Waardering: B (1)
347.
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over de schorsing en het disciplinair straffen van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Waardering: V 5 jaar m.u.v. de jaarverslagen B (3)
348.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende de schorsing en het disciplinair straffen van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: GW 1938/1946/1948, art.97
GW 1953/1956/1972, art.104
GW 1983/1987/1995, art.68
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
349.
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de schorsing en het disciplinair straffen van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
350.
Handeling: Het beslissen op een bezwaarschrift naar aanleiding van een beschikking betreffende de schorsing of het disciplinair straffen van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beschikking
Waardering: V 15 jaar
351.
Handeling: Het opstellen van een verweerschrift naar aanleiding van een beroepschriftprocedure betreffende de schorsing of het disciplinair straffen van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Verweerschrift
Waardering: V 15 jaar
352.
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende het schorsen of disciplinair straffen van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: V 3 jaar
353.
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van het schorsen of disciplinair straffen van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 5 jaar
N.B.: van het eindproduct wordt één exemplaar bewaard.
354.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het schorsen of disciplinair straffen van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Offerte, brieven, onderzoeksrapport
Waardering: B (2)
355.
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het schorsen of disciplinair straffen van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Notities, notulen, brieven
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
356.
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het schorsen of disciplinair straffen van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Documentatiemateriaal, conceptrapporten
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
357.
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het schorsen of disciplinair straffen van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Rekeningen, declaraties.
Waardering: V 7 jaar na afronden onderzoek
358.
Handeling: Het bij wijze van disciplinaire straf schriftelijk berispen van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen die zijn verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt.
Opmerking: Tegen een dergelijke disciplinaire straf is beroep mogelijk bij de commissie bedoeld in artikel 22 van de Nijverheidsonderwijswet.
Waardering: V 10 jaar
359.
Handeling: Het geven van nadere voorschriften voor het gedeeltelijk inhouden van de bezoldiging als disciplinaire straf.
Periode: 1945–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-P20
Product: Regelgeving, circulaires
Waardering: B (5)
360.
Handeling: Het bij wijze van disciplinaire straf geheel of gedeeltelijk inhouden van de bezoldiging van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen die zijn verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt.
Opmerking: Tegen een dergelijke disciplinaire straf is beroep mogelijk bij de commissie bedoeld in artikel 22 van de Nijverheidsonderwijswet.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
361.
Handeling: Het bij wijze van disciplinaire straf terugzetten in bezoldiging of stilzetten van periodieke verhoging van bezoldiging van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen die zijn verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt.
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.II-B1; art.II-B3; art.II-B5; en art.II-C1
Rechtspositiebesluit WVO, 1984, art.II-B1; art.II-B3; en art.II-B5
RPBO 1985, art.2-B1; art.2-B3; en art.2-B5
Product: Beschikking, schorsing
Opmerking: Tegen een dergelijke disciplinaire straf is beroep mogelijk bij de commissie bedoeld in artikel 22 van de Nijverheidsonderwijswet.
Waardering: V 10 jaar
363.
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot het opleggen van een disciplinaire maatregel aan een personeelslid van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.10.1, lid 3
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: B (5)
364.
Handeling: Het disciplinair straffen van een personeelslid van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.10.1, lid 1
Product: Beschikking
Waardering: V 10 jaar
365.
Handeling: Het op non-actief stellen van een personeelslid van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.11.2
Product: Beschikking
Opmerking: Iemand op non-actief stellen kan indien een strafrechterlijke vervolging tegen hem is ingesteld; indien hem door de minister het voornemen tot onvoorwaardelijk ontslag als disciplinaire maatregel is te kennen gegeven; of indien het belang van de instelling dit vordert.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
18. Georganiseerd overleg
366.
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen en coördineren van het beleid betreffende het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten en adviezen
Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.
Waardering: B (1)
367.
Handeling: Het evalueren van het beleid betreffende het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Evaluatierapporten
Waardering: B (2)
368.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Waardering: B (1)
369.
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Waardering: V 5 jaar m.u.v. de jaarverslagen B (3)
370.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: GW 1938/1946/1948, art.97
GW 1953/1956/1972, art.104
GW 1983/1987/1995, art.68
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
371.
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
372.
Handeling: Het beslissen op een bezwaarschrift naar aanleiding van een beschikking betreffende het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beschikking
Waardering: V 15 jaar
373.
Handeling: Het opstellen van een verweerschrift naar aanleiding van een beroepschriftprocedure betreffende het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Verweerschrift
Waardering: V 15 jaar
374.
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: V 3 jaar
375.
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 5 jaar
N.B.: van het eindproduct wordt één exemplaar bewaard.
376.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Offerte, brieven, onderzoeksrapport
Opmerking: Onder vaststellen van het eindproduct wordt ook het in ontvangst nemen van het eindproduct verstaan.
Waardering: B (2)
377.
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Notities, notulen, brieven
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
378.
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Documentatiemateriaal, conceptrapporten
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
379.
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het georganiseerd overleg over de arbeidsvoorwaarden voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Rekeningen, declaraties
Waardering: V 7 jaar na afronden onderzoek
380.
Handeling: Het instellen van een commissie georganiseerd overleg kleuterleidsters.
Opmerking: De leden en plaatsvervangend leden van de commissie werden aangewezen door het Katholiek Verbond van leerkrachten bij het kleuteronderwijs in Nederland; de Vereniging van onderwijzeressen bij het Christelijk kleuteronderwijs in Nederland; de Nederlandse Onderwijzersvereniging; en de Bond van Onderwijzeressen bij het voorbereidend onderwijs.
Waardering: B (4)
381.
Handeling: Het goedkeuren van een reglement van orde van de commissie georganiseerd overleg kleuterleidsters.
Opmerking: De commissie was volgens artikel niet verplicht een reglement van orde op te stellen.
Waardering: B (4)
382.
Handeling: Het opschorten of intrekking van een toelating van een (plaatsvervangend) lid tot de commissie georganiseerd overleg kleuterleidsters.
Periode: 1956–1959
Grondslag: Besluit georganiseerd overleg kleuterleidsters, 1956, art.4. lid 3
Product: Opschortingsbesluit of intrekkingsbesluit.
Opmerking: De leden en plaatsvervangend leden van de commissie werden aangewezen door het Katholiek Verbond van leerkrachten bij het kleuteronderwijs in Nederland; de Vereniging van onderwijzeressen bij het Christelijk kleuteronderwijs in Nederland; de Nederlandse Onderwijzersvereniging; en de Bond van Onderwijzeressen bij het voorbereidend onderwijs.
De minister kon hun toelating opschorten of intrekken indien naar zijn oordeel het algemeen belang zich tegen toelating verzette.
Waardering: V 5 jaar na opheffen overleg
384.
Handeling: Het instellen van een Algemene Commissie voor overleg in zaken betreffende de rechtspositie van onderwijzend personeel.
Periode: 1959–1970
Grondslag: Ambtenarenwet, art.125, lid 1
Kleuteronderwijswet, art. 5
Lager-Onderwijswet, art.9bis
Nijverheidsonderwijswet, art.16, lid 1
Opmerking: De Algemene Commissie is ingesteld bij het Besluit georganiseerd overleg onderwijzend personeel van 1958. Dit besluit is tot stand gekomen in overeenstemming met de ministers van Binnenlandse Zaken en van Landbouw.
Waardering: B (4)
386.
Handeling: Het aanwijzen van een rijksvertegenwoordiging voor overleg in de Algemene Commissie.
Waardering: V 10 jaar, het besluit zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
391.
Handeling: Het instellen van een Bijzondere Commissie voor het overleg betreffende de rechtspositie van onderwijzend personeel in een bepaalde onderwijssector.
De Bijzondere Commissie onderwijs voor de opleiding van kleuterleidsters
De Bijzondere Commissie voor het kweekschoolonderwijs
De Bijzondere Commissie voor het voorbereidend hoger en middelbaar onderwijs
Waardering: B (4)
393.
Handeling: Het instellen van een Bijzondere Commissie en haar afdelingen voor overleg in zaken betreffende de rechtspositie van het onderwijspersoneel.
Periode: 1970–
Grondslag: Ambtenarenwet, art.125, lid 1
Kleuteronderwijswet, art.5
Lager-onderwijswet, art.9bis
Wet op het voortgezet onderwijs, art.40
Wet op het leerlingwezen, art.26
Besluit vormingswerk voor jeugdigen, art.22
Product: De Bijzondere Commissie
Opmerking: De Bijzondere Commissie is ingesteld bij het Besluit georganiseerd overleg onderwijs 1970. Bij het besluit zijn zes afdelingen ingesteld; het besluit geeft de minister de bevoegdheid nog andere afdelingen in te stellen. De afdelingen ressorteren onder de minister van Onderwijs, en voor zover ze het landbouwonderwijs betreffen mede onder de minister van Landbouw.
Waardering: B (4)
395.
Handeling: Het aanwijzen van een rijksvertegenwoordiging voor een Bijzondere Commissie voor overleg betreffende de rechtspositie van onderwijzend personeel.
Periode: [1959–1970 ]
Grondslag: Besluit georganiseerd overleg onderwijzend personeel, 1958, art.16, lid 1
Product: Aanwijzing
Opmerking: Daarnaast maakt ook uit een vertegenwoordiging van personeelsorganisaties deel uit van een Bijzondere Commissie.
Waardering: V 10 jaar, de aanwijzing zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
396.
Handeling: Het aanwijzen van verenigingen van organen van het leerlingwezen die deel uitmaken van de afdeling voor het onderwijspersoneel werkzaam bij de organen van het leerlingwezen van de Bijzondere commissie.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.4-A5, lid 2
Product: Aanwijzing, ministerieel besluit
Opmerking: De minister besluit zonodig in overeenstemming met de minister van Landbouw.
Waardering: V 10 jaar, de aanwijzing zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
398.
Handeling: Het schorsen of uitsluiten van deelneming aan het overleg van een lid van een Bijzondere Commissie.
Besluit georganiseerd overleg onderwijs, 1970, art.4, lid 5, en art.5, lid 7 en lid 8
Besluit georganiseerd overleg onderwijs, 1975, art.4, lid 5, en art.5, lid 7 en lid 8
RPBO 1985, art.4-A5, lid 7
Product: Schorsing of uitsluiting van deelname, ministerieel besluit
Opmerking: De minister kan besluiten tot schorsing of uitsluiting van deelname indien hij van oordeel is dat de desbetreffende organisatie niet langer representatief is, of het algemeen belang zich tegen verdere deelname verzet.
De minister neemt het besluit zo nodig in overeenstemming met de minister van Landbouw.
In 1970 is de bepaling opgenomen dat de minister hierover eerst de centrale van onderwijspersoneel hoort die dat betreffende lid had aangewezen, en dat de minister het advies van de overige leden van de Bijzondere Commissie vraagt alvorens een besluit te nemen.
Waardering: V 5 jaar na opheffen overleg
401.
Handeling: Het aanwijzen van een adviseur bij het overleg met de Bijzondere commissie.
Periode: 1959–
Grondslag: Besluit georganiseerd overleg onderwijzend personeel, 1958, art.16, lid 2
Besluit georganiseerd overleg onderwijs, 1970, art.6, lid 2
Besluit georganiseerd overleg onderwijs, 1975, art.6, lid 2
RPBO 1985, art.4-A6
Product: Aanwijzing, ministerieel besluit
Opmerking: De minister besluit zo nodig in overeenstemming met de minister van Landbouw, en vanaf 1970 tevens in overeenstemming met de ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën.
Waardering: V 10 jaar de aanwijzing zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
404.
Handeling: Het aanwijzen of benoemen van een (plaatsvervangend) voorzitter van het overleg met een Bijzondere Commissie.
Opmerking: De minister besluit zo nodig in overeenstemming met de minister van Landbouw.
Waardering: V 10 jaar, het besluit zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
411.
Handeling: Het voorbereiden van een KB waarin de samenstelling van de Commissie besturenorganisaties uit organisaties van gemeente- of instellingsbesturen wordt geregeld.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.4-B4
Product: KB
Opmerking: Bij KB kunnen zowel toelating als intrekking van de toelating tot het overleg geregeld worden. De toegelaten organisaties wijzen elk twee leden en twee plaatsvervangend leden aan.
Waardering: B (4)
412.
Handeling: Het aanwijzen van een (plaatsvervangend) voorzitter van de Commissie besturenorganisaties.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.4-B5, lid 1
Product: Aanwijzing, ministerieel besluit
Waardering: V 10 jaar, het besluit zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
413.
Handeling: Het aanwijzen van een adviseur die een voorzitter van het overleg van de Commissie besturenorganisaties met de afdelingen kan bijstaan.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.4-B5, lid 2
Product: Aanwijzing, ministerieel besluit
Waardering: V 10 jaar, het besluit zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
414.
Handeling: Het benoemen van een (adjunct)secretaris van de Commissie besturenorganisaties.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.4-B9
Product: Benoemingsbesluit
Opmerking: De minister besluit zo nodig in overeenstemming met de minister van Landbouw.
Waardering: V 10 jaar, het besluit zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
417.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van de instelling van een centraal orgaan voor georganiseerd overleg in zaken betreffende het personeel wetenschappelijk onderwijs.
Periode: 1974 –1994
Grondslag: Ambtenarenwet 1929, art.125, lid 1
Wet op het wetenschappelijk onderwijs, art.64, art.36, lid 2, en art.62 octies
Opmerking: Het Centraal Overlegorgaan Personeelszaken Wetenschappelijk Onderwijs is ingesteld krachtens artikel 2 van het besluit.
Waardering: B (4)
418.
Handeling: Het besluiten dat er een orgaan voor georganiseerd overleg wordt ingesteld bij een interuniversitair instituut.
Periode: 1974–1994
Grondslag: Besluit georganiseerd overleg wetenschappelijk onderwijs, 1974, art.14, lid 2
Product: Ministerieel besluit
Opmerking: Dit kan de minister besluiten op verzoek van het interuniversitaire instituut, of van het COPWO.
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
419.
Handeling: Het uitsluiten van deelname aan het overleg van een (plaatsvervangend) lid van het Centraal Overlegorgaan Personeelszaken Wetenschappelijk Onderwijs.
Periode: 1974–1994
Grondslag: Besluit georganiseerd overleg wetenschappelijk onderwijs, 1974, art.4, lid 3
Product: Ministerieel besluit
Opmerking: De leden worden benoemd door de centrales van verenigingen van ambtenaren. De uitsluiting van deelname geschiedt niet voordat het bestuur van de betrokken centrale is gehoord, en het advies van de overige leden van het COPWO is ingewonnen.
Waardering: V 10 jaar
420.
Handeling: Het aanwijzen of benoemen van een (plaatsvervangend) voorzitter of secretaris van het Centraal Overlegorgaan Personeelszaken Wetenschappelijk Onderwijs.
Periode: 1974–1994
Grondslag: Besluit georganiseerd overleg wetenschappelijk onderwijs, 1974, art.5, lid 1 en lid 3
Product: Aanwijzings- of benoemingsbesluit
Opmerking: De minister kan zelf ook voorzitter zijn van het overleg met het COPWO.
Waardering: V 10 jaar het besluit zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
421.
Handeling: Het aanwijzen van een adviseur voor de voorzitter van het Centraal Overlegorgaan Personeelszaken Wetenschappelijk Onderwijs.
Periode: 1974–1994
Grondslag: Besluit georganiseerd overleg wetenschappelijk onderwijs, 1974, art.5, lid 2
Product: Aanwijzingsbesluit
Waardering: V 10 jaar, het besluit zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
423.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor het overleg met organisaties van overheids- en onderwijspersoneel over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Periode: 1994–
Grondslag: Ambtenarenwet 1929, art.125, lid 1
Experimentenwet onderwijs, art.4a, lid 1
Wet op de onderwijsverzorging, art.61, lid 1
Wet op het basisonderwijs, art.43
Interim-wet op het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, art.52
Wet op het voortgezet onderwijs, art.40, lid 1
Kaderwet volwasseneneducatie1991, art.9, lid 2
Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, art.2.51, lid 1, en art.2.59
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, art.4.3, lid 1
Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, art.14
Product: Overlegbesluit onderwijs- en onderzoekpersoneel (Stb.1994/103)
Opmerking: Dit overlegbesluit trad in de plaats van het in hoofdstuk IV-A van het RPBO geregelde. De minister heeft deze regeling in overeenstemming met de minister van Landbouw tot stand gebracht.
De bij dit besluit ingestelde Sectorcommissie Onderwijs en Wetenschappen ressorteert onder de minister van Onderwijs.
Waardering: B (1)
426.
Handeling: Het aanwijzen van een (plaatsvervangend) voorzitter van de Sectorcommissie Onderwijs en Wetenschappen.
Periode: 1994–
Grondslag: Overlegbesluit onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.4, lid 1
Product: Aanwijzing
Waardering: V 10 jaar, de aanwijzing zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
427.
Handeling: Het aanwijzen van een adviseur die de voorzitter van de Sectorcommissie Onderwijs en Wetenschappen bij kan staan.
Periode: 1994–
Grondslag: Overlegbesluit onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.4, lid 2
Product: Aanwijzing
Waardering: V 10 jaar, de aanwijzing zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
429.
Handeling: Het aanwijzen of benoemen van een secretaris van de Sectorcommissie Onderwijs en Wetenschappen.
Periode: 1994–
Grondslag: Overlegbesluit onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.6, lid 1
Product: Aanwijzing of benoeming
Opmerking: De minister overlegt hierover met de Sectorcommissie.
Waardering: V 10 jaar, het besluit zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
431.
Handeling: Het ter beschikking stellen van budget ten behoeve van de vergoeding van de kosten voor de vervanging van het onderwijsgevend personeel dat in verband met werkzaamheden voor het georganiseerd overleg of voor vakbondsactiviteiten lang buitengewoon verlof is verleend.
Periode: [1998]–
Grondslag: Regeling georganiseerd overleg en vakbondsfaciliteiten 1998, art.2, lid 1
Product: Ministerieel besluit
Opmerking: Het budget wordt op grond van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ter beschikking gesteld aan de Stichting Financiering Structureel Vakbondsverlof Onderwijs
Waardering: V 7 jaar
434.
Handeling: Het terugvorderen van de Stichting Financiering Structureel Vakbondsverlof Onderwijs, van dat deel van het budget voor de vergoeding van werkzaamheden voor het georganiseerd overleg en vakbondsactiviteiten, dat niet is besteed in overeenstemming met de bepalingen van de Regeling georganiseerd overleg en vakbondsfaciliteiten.
Periode: [1998]–
Grondslag: Regeling georganiseerd overleg en vakbondsfaciliteiten 1998, art.2, lid 7
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
435.
Handeling: Het vaststellen van een vergoedingsbedrag voor de vervanging van personeel dat in verband met werkzaamheden voor het georganiseerd overleg en vakbondsactiviteiten lang buitengewoon verlof heeft gekregen.
Periode: [1998]–
Grondslag: Regeling georganiseerd overleg en vakbondsfaciliteiten 1998, art.7
Product: Ministerieel besluit / beschikking
Waardering: V 7 jaar
436.
Handeling: Het vaststellen dat de werkkring van een geschillencommissie voor instellingen zich over minder dan de voorgeschreven vijf instellingen uitstrekt.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.4-C6, art.4-E6
Product: Ministerieel besluit
Waardering: V 5 jaar na opheffen commissie
437.
Handeling: Het toestaan, of het intrekken van de toestemming dat een overlegorgaan van een instelling een afwijkende samenstelling heeft op godsdienstige of levensbeschouwelijke gronden.
Handeling: Het aanwijzen of uitsluiten van deelname van (plaatsvervangend) leden voor het orgaan van georganiseerd overleg voor het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.1.5, lid 1
Product: Beschikking
Opmerking: De minister kan een (plaatsvervangend) lid van het orgaan voor georganiseerd overleg van deelneming aan het overleg uitsluiten, indien het belang van de instelling dit in verband met de werkzaamheden van betrokkene vordert. De uistluiting gebeurt niet dan nadat daarover het advies is ingewonnen van de betrokken centrale en de overige leden van het overlegorgaan.
Waardering: V 10 jaar na ontslag
439.
Handeling: Het aanwijzen of benoemen van een (plaatsvervangend) voorzitter en secretaris voor het georganiseerde overleg voor het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie.
Periode: 1995–
Grondslag: Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.1.6, lid 1
Product: Beschikking
Opmerking: De benoeming of aanwijzing van de secretaris geschiedt na overleg met het orgaan voor georganiseerd overleg.
Waardering: V 10 jaar, de beschikking zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
Minister van Landbouw
7. Algemene handeling
1.
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen en coördineren van het beleid betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van onderwijzend en wetenschappelijk personeel.
Opmerking: De minister kan het RPBO van toepassing verklaren op een rechtspersoon waarvan het personeel volgens de pensioenwet geheel of gedeeltelijk ambtenaar is.
Ook kan de minister het RPBO van toepassing verklaren op een publiekrechtelijke of uit de openbare kas bekostigde privaatrechtelijke instelling ter ondersteuning van de volwasseneneducatie.
Daarnaast dient de minister voorschriften te geven omtrent de toepassing van het RPBO in geval van samenvoegingen of splitsing van instellingen.
Waardering: B (5)
8.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in het hoger beroepsonderwijs.
Periode: 1945–1999
Product: Besluit voorlopige voorziening in de uitoefening van bevoegdheden inzake individuele personeelsaangelegenheden bij de landbouwhogeschool (Stb.1969/159)
Kaderbesluit rechtspositie HBO (Stb.1993/424)
Opmerking: Het Kaderbesluit rechtspositie HBO kwam voor het personeel in het hoger beroepsonderwijs ter vervanging van het RPBO uit 1985.
Waardering: B (1)
9.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel van de universiteiten en onderzoeksinstellingen.
Product: Besluit tot vaststelling van een voorlopig rechtspositiereglement hoogleraren, lectoren en wetenschappelijke staf van de technische hogescholen (Stb.1956/502).
Besluit betreffende de bevoegdheden van de curatoren der technische hogescholen ten aanzien van de rechtspositie van het technisch en administratief personeel (Stb.1957/005).
Besluit tot voorlopige voorziening in de uitoefening van bevoegdheden inzake individuele personeelsaangelegenheden openbare universiteiten en hogescholen (Stb.1963/115).
Besluit houdende regelen met betrekking tot de aanstelling in tijdelijke dienst op proef van een bepaalde categorie der wetenschappelijke medewerkers als bedoeld in artikel 63, tweede lid, onder f, van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs (Stb.1975/081).
Rechtspositieregeling assistenten in opleiding (Stb.1986/430).
Besluit Sociaal Beleidskader II (Stb.1987/424).
Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek RWOO) (Stb.1995/394).
Kaderbesluit rechtspositie personeel universiteiten en onderzoekinstellingen (Stb.1997/369).
Besluit rechtspositie leden van colleges van bestuur van openbare universiteiten (Stb.1998/518).
Opmerking: De minister van Onderwijs doet dit voorzover het de Landbouwuniversiteit Wageningen aangaat.
Waardering: B (1)
13.
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over het beleid betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Opmerking: Het betreft hier de verslaggeving waarvoor geen grondslag kan worden aangewezen in de voor het beleidsterrein specifieke wet- en regelgeving.
Waardering: V 5 jaar m.u.v. de jaarverslagen B (3)
14.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: GW, 1938/1946/1948, art.97
GW, 1953/1956/1972, art.104
GW, 1983/1987/1995, art.68
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
15.
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de arbeidsvoorwaarden of beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
16.
Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende de arbeidsvoorwaarden of beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beschikkingen
Waardering: V 15 jaar
17.
Handeling: Het opstellen van verweerschriften in beroepschriftprocedures betreffende de arbeidsvoorwaarden of beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Verweerschriften
Waardering: V 15 jaar
18.
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945 -
Product: Brieven, notities
Waardering: V 3 jaar
19.
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 5 jaar
N.B.: Van het eindproduct wordt één exemplaar bewaard.
20.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek op het terrein van de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Offerte, brieven, onderzoeksrapport
Opmerking: Onder vaststellen van het eindrapport wordt ook het in ontvangst nemen van een rapport verstaan.
Waardering: B (2)
21.
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek op het terrein van de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Notities, brieven, notulen
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
22.
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek op het terrein van de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Documentatiemateriaal
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
23.
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek op het terrein van de arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Rekeningen, declaraties
Waardering: V 7 jaar na afronden onderzoek
8. Geneeskundige keuring voor benoeming, akte van benoeming, verklaring omtrent gedrag en sollicitatiecode
38.
Handeling: Het aanwijzen van een geneeskundige voor een (her)keuring voor de benoeming van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–1999
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935/1960, art.9, lid 4
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-B1, lid 1
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-B1, lid 1; art.I-B4, lid 2
RPBO 1985, art.1-B1; art.1-B4
Product: Aanwijzing, beschikking
Opmerking: In 1999 is het bezit van een geneeskundige verklaring als benoemingsvereiste geschrapt (Stb.1999/111).
Waardering: V 10 jaar, de beschikking zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
41.
Handeling: Het vaststellen van een model voor de geneeskundige verklaring voor benoeming.
Periode: 1945–1999
Bron /Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-B1, lid 4
Rechtspositiebesluit WLW, 1968, art.B1, lid 3
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-B1, lid 4
RPBO 1985, art.1-B1
Product: Model voor geneeskundige verklaring voor benoeming
Opmerking: In 1999 is het bezit van een geneeskundige verklaring als benoemingsvereiste geschrapt (Stb.1999/111).
Waardering: V 5 jaar na vervallen
43.
Handeling: Het vergoeden van de reis- en verblijfkosten die een persoon heeft gemaakt in verband met een geneeskundige keuring voor benoeming.
Periode: 1945–1999
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-B1, lid 6
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-B1, lid 6
RPBO 1985, art.1-B1
Product: Reis- en verblijfkostenvergoeding
Opmerking: Reis- en verblijfkosten die gemaakt zijn in verband met een geneeskundige keuring voor benoeming worden vergoed volgens de bepalingen van het Reisbesluit 1971.
In 1999 is het bezit van een geneeskundige verklaring als benoemingsvereiste geschrapt (Stb.1999/111).
Waardering: V 7 jaar
46.
Handeling: Het benoemen van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Opmerking: Op basis van dit artikel kan de minister toestemming verlenen voor het in dienst nemen van een persoon die na keuring medisch ongeschikt is verklaard voor de betrekking.
Een dergelijke ontheffing kan telkens voor ten hoogste één jaar worden verleend.
In 1999 is het bezit van een geneeskundige verklaring als benoemingsvereiste geschrapt (Stb.1999/111).
Waardering: V 75 jaar na geboorte
51.
Handeling: Het goedkeuren tot afwijking voor onbepaalde tijd van de eisen van benoembaarheid.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-N1
Product: Beschikking
Opmerking: Deze goedkeuring kan slechts verleend worden op schriftelijk verzoek van het bevoegd gezag. De minister dient voor het geven van een goedkeuring de Inspectie te horen.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
52.
Handeling: Het voeren van overleg met personeelsorganisaties inzake een vast te stellen sollicitatiecode.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-B9
Product: Vergaderstukken, notulen
Opmerking: Het bevoegd gezag mag een sollicitatiecode niet vaststellen zonder dat met de betrokken personeelsorganisaties overleg is gevoerd.
Waardering: V 10 jaar
53.
Handeling: Het vaststellen van een sollicitatiecode voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-B9
Product: Sollicitatiecode
Opmerking: Het bevoegd gezag mag een sollicitatiecode niet vaststellen zonder dat met de betrokken personeelsorganisaties overleg is gevoerd.
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
9. Vakantie en (buitengewoon) verlof
69.
Handeling: Het toekennen van een vakantie-uitkering aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-L1; art.1-L2; art.1-L3; en art.1-L4
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
77.
Handeling: Het toekennen van een schadevergoeding in verband met de intrekking van het vakantieverlof van een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.19, lid 2
Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1960, art.24, lid 2
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-C5, lid 2
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-C5, lid 2
RPBO 1985, art.1-C5; art.1-C8; art.1-C13; art.1-C18; en art.1-C26
Product: Vergoeding
Opmerking: Indien de minister niet zelf het bevoegd gezag is van een instelling, dient hij zijn goedkeuring aan het toekennen van de vergoeding te geven.
Waardering: V 7 jaar
80.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van voorschriften voor het verlenen van buitengewoon verlof in verband met overleg- en advieswerkzaamheden.
Periode: 1978–
Bron: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-C13
RPBO 1985, art.1-C38, lid 3
Product: Ministeriële regeling
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
81.
Handeling: Het geven van nadere voorschriften voor het verlenen van verlof in verband met niet genoten arbeidsduurverkorting aan personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-C41
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
10. Verlof en aanspraken wegens ziekte
91.
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen en coördineren van het beleid betreffende het verlof en de aanspraken wegens ziekte van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Handeling: Het evalueren van het beleid betreffende het verlof en de aanspraken wegens ziekte van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Evaluatierapporten
Waardering: B (2)
93.
Handeling: Het (mede)voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende het verlof en de aanspraken wegens ziekte van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Waardering: B (1)
95.
Handeling: Het van toepassing verklaren van de Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel op categorieën van personen wier bezoldiging, uitkering of pensioen direct of indirect ten laste van het Rijk komen.
Periode: 1997–
Grondslag: Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel, 1997, art.4, lid 2
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 5 jaar na vervallen
96.
Handeling: Het vaststellen van nadere voorschriften met betrekking tot de ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel.
Periode: 1997–
Grondslag: Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel, 1997, art.12
Produkt: Besluit uitvoering Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel (Ministerie van Onderwijs: AB/A&A/1999-9472
Waardering: B (5)
108.
Handeling: Het vaststellen van nadere voorschriften volgens welke het bevoegd gezag kan worden verplicht aan de minister mededeling te doen van afwezigheid tijdens ziekte van een personeelslid in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1978–
Grondslag: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E2, lid 1
RPBO 1985, art.1-E2, lid 1
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Opmerking: Indien de afwezigheid langer dan drie maanden duurt, doet het bevoegd gezag hiervan mededeling aan de Inspectie.
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
110.
Handeling: Het geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren van de aanspraak op bezoldiging tijdens ziekte, indien de belanghebbende zich niet houdt aan de voorschriften ten aanzien van ziekteverlof.
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.15, lid 1
Product: Beschikking
Opmerking: De bezoldiging kan bijvoorbeeld komen te vervallen indien een belanghebbende weigert zich te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek, of indien hij tijdens de zijn ziekteverlof voor zichzelf of derden arbeid verricht.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
113.
Handeling: Het instellen van een geneeskundig onderzoek van een belanghebbende die ziekteverlof geniet.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.22, lid 1; art.27
Verlofbesluit lager onderwijs, 1954, art.6, lid 2
Verlofbesluit kleuteronderwijs, 1956, art.6, lid 2
Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1960, art.29, lid 1; art.36
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-E14; art.I-E16; art.I-E17, lid 1
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E14; art.I-E16; art.I-E17, lid 1
RPBO 1985, art.1-E14; en art.1-E15
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.2, lid 4; art.17, lid 1; art.20, lid 1
Product: Beschikking, geneeskundige verklaring
Opmerking: De belanghebbende die bezwaar heeft tegen de conclusie van het geneeskundig onderzoek, kan daartegen bezwaar maken.
Waardering: V 10 jaar
114.
Handeling: Het instellen van een geneeskundig onderzoek van een belanghebbende die niet reeds ziekteverlof geniet.
Periode: 1968–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-E15; en art.I-E16
Rechtspositiebesluit WLW, 1968, art.E15; en art.E16
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E15; en art.I-E16
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.18, lid 1
Product: Beschikking, geneeskundige verklaring
Opmerking: De minister kan een dergelijk onderzoek instellen indien naar zijn oordeel daarvoor gegronde redenen bestaan.
Indien een belanghebbende in verband met werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat, dan wel aan bijzondere gezondheidseisen moet voldoen, kan de minister hem aan periodiek geneeskundig onderzoek onderwerpen.
De belanghebbende die bezwaar heeft tegen de conclusie van het geneeskundig onderzoek, kan daartegen bezwaar maken.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
115.
Handeling: Het beslissen op een bezwaarschrift ingesteld tegen de conclusie van een geneeskundig onderzoek van een belanghebbende die ziekteverlof geniet.
Periode: 1945–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-E16
Product: Beschikking
Opmerking: Na ontvangst van het bezwaarschrift wordt hernieuw geneeskundig onderzoek ingesteld. Hieraan kan een door de belanghebbende aangewezen geneeskundige deelnemen. De conclusie van deze geneeskundige commissie is bindend.
Waardering: V 15 jaar
117.
Handeling: Het vaststellen of de ziekte, uit hoofde waarvan de belanghebbende verlof geniet, in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de hem opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.21B, lid 4
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-E5, lid 1
Rechtspositiebesluit WLW, 1968, art.E5, lid 1
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E5, lid 1
RPBO 1985, art.1-E5, lid 1
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.6, lid 1
Product: Beschikking
Opmerking: Het bevoegd gezag doet van een zodanig ziektegeval zo spoedig mogelijk mededeling aan de minister. Deze vaststelling vindt plaats omdat in een dergelijk geval de belanghebbende langere tijd zijn volle bezoldiging ontvangt.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
121.
Handeling: Het bepalen dat een belanghebbende die ziekteverlof geniet zijn dienst slechts zal mogen hervatten na verkrijging van een geneeskundige verklaring.
Periode: 1968–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-E7, lid 1
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E7, lid 1
RPBO 1985, art.1-E7
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.8, lid 1
Product: Beschikking
Waardering: V 10 jaar
122.
Handeling: Het vaststellen van een reïntegratieplan voor een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen die ziekteverlof geniet.
Periode: 1995–
Grondslag: Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.11, lid 4
Product: Reïntegratieplan
Waardering: V 10 jaar
124.
Handeling: Het vaststellen van nadere regels voor het toekennen van reis- en verblijfkostenvergoeding aan onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Periode: 1995–
Grondslag: Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.19, lid 5
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
125.
Handeling: Het toekennen, geheel of gedeeltelijk terugvorderen een vergoeding van reis- en verblijfkosten die een belanghebbende in verband met geneeskundig onderzoek heeft gemaakt.
Periode: 1968–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-E16, lid 5
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-E16, lid 5
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.19, lid 5
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
126.
Handeling: Het vaststellen van een regeling waarbij het bedrag van de toeslag en de aanvullende toeslag op een tegemoetkoming in de ziektekostenpremie worden vastgesteld.
Periode: 1995–
Grondslag: Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.6, lid 3
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 5 jaar na vervallen
127.
Handeling: Het vaststellen van een model aanvraagformulier voor de tegemoetkoming in de ziektekostenpremie voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1995–
Grondslag: Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.7, lid 3
Product: Model aanvraagformulier tegemoetkoming in de ziektekostenpremie.
Waardering: V 5 jaar na vervallen
128.
Handeling: Het vaststellen van een regeling met nadere voorschriften voor de tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1995–
Grondslag: Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.13
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: B (5)
130.
Handeling: Het vast stellen van een vergoedingenlijst van voor tegemoetkoming in de kosten in aanmerking komende geneeskundige verzorging.
Periode: 1997–
Grondslag: Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel, 1997, art.7, lid1b
Product: Besluit uitvoering Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel (Ministerie van Onderwijs: AB/A&A/1999-9472).
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
131.
Handeling: Het toekennen, geheel of gedeeltelijk terugvorderen van een tegemoetkoming in noodzakelijk gemaakte kosten die verband houden met de ziekte van een belanghebbende.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.32, lid 1 en lid 2
Verlofbesluit lager onderwijs, 1954, art.20
Verlofbesluit kleuteronderwijs, 1956, art.20
Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1960, art.43, lid 1 en lid 2
Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.42; art.43; en art.44, lid 1
Product: Beschikking, tegemoetkoming in ziektekosten
Opmerking: De tegemoetkoming wordt toegekend indien hierin niet door een andere regeling wordt voorzien; en indien de kosten redelijkerwijs niet ten laste van de belanghebbende kunnen blijven. De minister dient hieraan zijn goedkeuring te geven als hij niet zelf het bevoegd gezag van een instelling is.
De tegemoetkoming dient in overeenstemming te zijn met de door de minister van Binnenlandse Zaken gegeven voorschriften zoals bedoeld in de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel (Stb.1980/544).
In het Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs is tevens sprake van tuberculose.
Waardering: V 7 jaar
132.
Handeling: Het goedkeuren van de toekenning van een tegemoetkoming in de noodzakelijk gemaakte kosten die verband houden met de ziekte van een belanghebbende.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.32, lid 1 en lid 2
RPBO 1985, art.1-E21
Product: Goedkeuringsbesluit
Opmerking: De tegemoetkoming wordt toegekend indien hierin niet door een andere regeling wordt voorzien; en indien de kosten redelijkerwijs niet ten laste van de belanghebbende kunnen blijven. De minister dient hieraan zijn goedkeuring te geven als hij niet zelf het bevoegd gezag van een instelling is.
De tegemoetkoming dient in overeenstemming te zijn met de door de minister van Binnenlandse Zaken gegeven voorschriften zoals bedoeld in de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel (Stb.1980/544).
Waardering: V 7 jaar
137.
Handeling: Het vaststellen van nadere regels voor de toekenning van suppletie aan belanghebbenden in de sector onderwijs en wetenschappen die wegens blijvende ongeschiktheid uit hoofde van ziekte of gebrek zijn ontslagen.
Periode: 1995–
Grondslag: Tijdelijk besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1995, art.33, lid 1 en lid 2; art.35
Handeling: Het toekennen van een uitkering bij overlijden aan de weduwe of weduwnaar, de minderjarige kinderen, ouder, broers of zusters van de overledene betrokkene die werkzaam was in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1968–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-F1; art.I-F2; en art.I-F3
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-F1; art.I-F2; en art.I-F3
RPBO 1985, art.1-F2; en art.1-F3
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
154.
Handeling: Het toekennen van een schadevergoeding aan de achterblijvende gezinsleden indien zij de dienstwoning waar zij leefden binnen drie maanden na overlijden van hun familielid moeten verlaten.
Periode: 1968–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-F4, lid 1
Rechtspositiebesluit WLW, 1968, art.F4, lid 1
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-F4, lid 1
RPBO 1985, art.1-F4, lid 1
Product: Schadevergoeding
Waardering: V 7 jaar
155.
Handeling: Het goedkeuren dat het bevoegd gezag een schadevergoeding toekent aan de achterblijvende gezinsleden indien zij de dienstwoning waar zij leefden binnen drie maanden na overlijden van hun familielid moeten verlaten.
Periode: 1968–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-F4, lid 2
Rechtspositiebesluit WLW, 1968, art.F4, lid 2
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-F4, lid 2
RPBO 1985, art.1-F4, lid 1
Product: Goedkeuringsbesluit
Waardering: V 7 jaar
156.
Handeling: Het toekennen van een vergoeding aan de achterblijvende gezinsleden indien zij vrijwillig de dienstwoning waar zij leefden binnen drie maanden na overlijden van hun familielid verlaten.
Periode: 1978–
Grondslag: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-F4, lid 2
RPBO 1985, art.1-F4, lid 2
Product: Vergoeding
Waardering: V 7 jaar
157.
Handeling: Het goedkeuren dat het bevoegd gezag een vergoeding toekent aan de achterblijvende gezinsleden indien zij vrijwillig de dienstwoning waar zij leefden binnen drie maanden na overlijden van hun familielid verlaten.
Periode: 1978–
Grondslag: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1978, art.I-F4, lid 2
RPBO 1985, art.1-F4, lid 2
Product: Goedkeuringsbesluit
Waardering: V 7 jaar
12. Afvloeiingsregeling
172.
Handeling: Het vaststellen van een afvloeiingsregeling voor het personeel van een instelling voor onderwijs of onderzoek.
Periode: 1968–
Grondslag: Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.I-G2, lid 1
RPBO 1985, art.1-G2
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Opmerking: Ontslag op grond van opheffing van de instelling of betrekking, dan wel wegens zodanige verandering in de inrichting of de dienst van de instelling dat de werkzaamheden van één of meer belanghebbenden overbodig worden, dient te gebeuren aan de hand van deze afvloeiingsregeling.
De afvloeiingsregeling wordt pas vastgesteld als met de verenigingen van werkgevers en werknemers overleg is gepleegd.
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
13. Uitkering bij ontslag en vervroegde uittreding
187.
Handeling: Het ontslaan van een personeelslid in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.58 en art.59
Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1960, art.70 en art.71
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.II-D1, art.II-D2, en art.II-D4
RPBO 1985, art.2-D2 en art.2-D3
Rechtspositiereglement wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, 1995, art.12.1, lid 1 en art.12.2, lid 1
Product: beschikking
Opmerking: Het ontslag kan op verzoek, imperatief, facultatief, of van rechtswege plaatsvinden, en kan al dan niet eervol verleend worden.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
226.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de vervroegde uittreding van onderwijspersoneel.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een regeling voor de uitkering bij vervroegde uittreding van het aan een onderwijsinstelling verbonden exploitatiepersoneel.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een algemene maatregel van bestuur omtrent het recht op uitkering bij vervroegde uittreding van het aan een onderwijsinstelling verbonden exploitatiepersoneel.
Opmerking: Het besluit is uitsluitend van toepassing op exploitatiepersoneel van scholen voor bijzonder kleuter-, lager of voortgezet onderwijs dan wel aan organen voor het leerlingwezen.
Waardering: B (1)
229.
Handeling: Het toekennen van buitengewoon verlof met behoud van 80% van zijn bezoldiging tot de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt aan een betrokkene in de sector onderwijs.
Handeling: Het toekennen van een uitkering wegens vervroegd uittreden aan een belanghebbende in de sector onderwijs aan wie op eigen verzoek ontslag in verleend.
Opmerking: In artikel 6 is bepaald dat de minister, in bijzondere gevallen waarin het besluit niet voorziet of waarin de toepassing daarvan tot een onredelijke uitkomst leidt, bevoegd is een beslissing te nemen die met de strekking van het besluit overeen komt.
Waardering: V 75 jaar na geboorte
235.
Handeling: Het stellen van nadere regels voor de uitvoering van het Besluit vervroegd uittreden exploitatiepersoneel bijzonder onderwijs.
Handeling: Het buiten toepassing verklaren van de Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs voor een instelling of groep van instellingen.
Periode: 1993–[1995 of 1997]
Grondslag: Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs, 1992, art.5, lid 1 en lid 2
Product: Ministerieel besluit
Opmerking: In de wet staat dat hij na twee jaar vervalt, maar dat een verlenging van maximaal twee jaar door middel van KB tot de mogelijkheden behoort.
Waardering: V 5 jaar na vervallen
240.
Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Onderwijs inzake het jaarlijks rapporteren aan de Tweede Kamer over de ontwikkelingen met betrekking tot de samenwerkingsverbanden tussen bevoegde gezagsorganen die een beperking van de uitgaven voor wachtgelden en ontslaguitkeringen in het onderwijs ten doel hebben.
Periode: 1992–[1997]
Grondslag: Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs, 1992, art.5, lid 3
Product: Overlegverslagen, notulen
Waardering: B (3)
241.
Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Commissie arbeidsbemiddeling onderwijs.
Periode: 1992–[1997]
Grondslag: Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs, 1992, art.10, lid 4
Product: Voordracht ter benoeming
Opmerking: Hiernaast worden vier leden benoemd op bindende voordracht van door de minister als representatief aangemerkte organisaties van bevoegde gezagsorganen; en één lid op voordracht van het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening.
Waardering: V 10 jaar, de benoeming zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
242.
Handeling: Het voorbereiden van een KB voor de benoeming van de voorzitter, secretaris en leden van de Commissie arbeidsbemiddeling onderwijs.
Periode: 1992–1997]
Grondslag: Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs, 1992, art.10, lid 3
Product: KB
Opmerking: De Commissie arbeidsbemiddeling onderwijs is ingesteld bij artikel 10 van deze wet.
Waardering: V 10 jaar, de beschikking zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
14. Verplaatsingskosten
251.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking wet- en regelgeving betreffende de verplaatsingskosten van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Regeling vergoeding van reis- en verblijfkosten bij dienstreizen voor onderwijspersoneel (AB/IE-9308.5748)
Opmerking: Deze regeling trad in werking met ingang van 1 januari 1994
Waardering: B (1)
263.
Handeling: Het opleggen van een verhuisverplichting aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J2, lid 1; en art.1-J17
Product: Beschikking
Waardering: V 10 jaar
264.
Handeling: Het goedkeuren dat een bevoegd gezag een verhuisverplichting oplegt aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J2, lid 1; en art.1-J17
Product: Goedkeuringsbesluit
Waardering: V 10 jaar
265.
Handeling: Het verlenen of intrekken van een ontheffing van een verhuisplicht aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J2, lid 2 en lid 3
Product: Beschikking
Opmerking: De ontheffing kan al dan niet op verzoek van de belanghebbende verleend worden.
Waardering: V 10 jaar
266.
Handeling: Het goedkeuren van het intrekken van een ontheffing van een verhuisplicht aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J2, lid 3
Product: Goedkeuringsbesluit
Opmerking: De minister dient vooraf zijn goedkeuring aan de intrekking van een ontheffing van de verhuisplicht te geven, indien deze intrekking financiële gevolgen voor het Rijk heeft.
Waardering: V 10 jaar
269.
Handeling: Het toekennen van een verhuiskostenvergoeding voor een verhuisplichtige in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J3
Product: Beschikking
Opmerking: De toekenning van de tegemoetkoming geschiedt door de minister aan het bevoegd gezag van een instelling.
Waardering: V 7 jaar
270.
Handeling: Het goedkeuren van een verhuizing op medisch advies.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J3; en art.1-J5
Product: Goedkeuringsbesluit
Opmerking: Deze goedkeuring is nodig in verband met de aanspraak op een verhuiskostenvergoeding.
Waardering: V 10 jaar
271.
Handeling: Het toekennen van een functieverplaatsingstoelage in verband met verplaatsing van de instelling waaraan een belanghebbende is benoemd.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J22
Product: Beschikking
Opmerking: Het toekennen van de toelage geschiedt door de minister aan het bevoegd gezag van een instelling.
Waardering: V 7 jaar
272.
Handeling: Het toekennen of intrekken van een tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten aan verhuisplichtigen in afwachting van een verhuizing.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-J9; en art.1-J20
Product: Beschikking
Opmerking: Het verlenen van de toekenning geschiedt door de minister aan het bevoegd gezag van een instelling.
Waardering: V 7 jaar
273.
Handeling: Het toekennen of intrekken van een tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten voor niet-verhuisplichtigen.
Opmerking: Het verlenen van de toekenning geschiedt door de minister aan het bevoegd gezag van een instelling.
Waardering: V 7 jaar
15. Gratificaties en toelagen
289.
Handeling Het stellen van nadere regels voor de toekenning van gratificaties aan het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-P56; en art.1-P82
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
290.
Handeling: Het toekennen van een gratificatie aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit tot toekenning van een gratificatie aan hoofden en onderwijzers bij het lager onderwijs, 1954, art.1
RPBO 1985, art.1-P56; en art.1-P82
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
293.
Handeling: Het toekennen van een jubileumgratificatie aan een belanghebbende die een diensttijd van 25, 40 of 50 jaren in het onderwijs of de wetenschap heeft volbracht.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit tot toekenning van een huldeblijk bij ambtsjubilea aan hoofden en onderwijzers bij het lager onderwijs, 1952, art.1
Handeling: Het stellen van nadere regels voor de toekenning van buitengewone toelages aan personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-P55; en art.1-P81
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
295.
Handeling: Het toekennen van een buitengewone toelage aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen, wegens een zeer goede vervulling van de functie.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-P55; en art.1-P81
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
298.
Handeling: Het jaarlijks vaststellen welke categorieën instellingen in de sector onderwijs en wetenschappen bindingspremies om redenen van werving of behoud van personeel kunnen toekennen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-P89
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 7 jaar
299.
Handeling: Het toekennen van een toelage of uitkering om reden van werving of behoud van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-P57; art.1-P58
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
300.
Handeling: Het toekennen van een EHBO-toelage aan een belanghebbende in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-P60; en art.1-P83
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
301.
Handeling: Het verlenen of intrekken van studieverlof of een tegemoetkoming in de studiekosten aan personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-M2; art.1-M3; en art.1-M4
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
16. Formatie en bezoldiging
303.
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, en coördineren van het beleid betreffende de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Waardering: B (1)
304.
Handeling: Het evalueren van het beleid ten aanzien van de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: (evaluatie)rapporten
Waardering: B (2)
305.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Waardering: B (1)
307.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de tegemoetkoming aan de voorzitter en andere leden van een raad van toezicht bij openbare universiteiten en de Open Universiteit.
Periode: 1997–
Grondslag: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), 1997, art.9.7, lid 8; en art.11.5, lid 8
Waardering: B (1)
309.
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een regeling voor het personeel in het wetenschappelijk onderwijs, indien die regeling afwijkt van het bepaalde in het BBRA 1984 met betrekking tot bezoldiging, overwerk, of vergoeding voor extra diensten.
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Waardering: V 5 jaar m.u.v. de jaarverslagen B (3)
311.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: GW 1938/1946/1948, art.97
GW 1953/1956/1972, art.104
GW 1983/1987/1995, art.68
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
312.
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B (3)
313.
Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Beschikking
Waardering: V 15 jaar
314.
Handeling: Het opstellen van een verweerschrift naar aanleiding van een beroepschriftprocedure betreffende de formatie en het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Product: Verweerschrift
Waardering: V 15 jaar
321.
Handeling: Het wijzigen van de salarisbedragen voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Kaderbesluit rechtspositie personeel universiteiten en onderzoekinstellingen, 1997, art.3.7
Product: Ministerieel besluit AMvB
Opmerking: De minister dient de bezoldiging van het personeel in deze sector te wijzigen indien bij KB de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel wordt gewijzigd, en deze wijziging een algemeen karakter draagt.
De salarisbedragen kunnen pas worden gewijzigd wanneer de minister in het Sectoroverleg Onderwijs en Wetenschappen daarover met de centrales van onderwijspersoneel overeenstemming heeft bereikt.
Waardering: V 5 jaar na de laatste wijziging
322.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van nadere regels voor het vaststellen van de bezoldiging van personeel in het wetenschappelijk onderwijs.
Handeling: Het vaststellen van het recht op een eindejaarsuitkering en de wijze van berekening van deze uitkering.
Periode: 1945–
Grondslag: Kaderbesluit rechtspositie personeel universiteiten en onderzoekinstellingen, 1997, art.3.9
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
324.
Handeling: Het geven van nadere voorschriften voor de vaststelling van een salaris voor personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Bezoldigingsbesluit wetenschappelijk onderwijs, 1984, art.6, lid 2; art.7; en art.12
RPBO 1985, art.1-P10
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
325.
Handeling: Het vaststellen van criteria waaraan een belanghebbende moet voldoen alvorens te kunnen worden bezoldigd in de bij zijn functie horende maximumschaal.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-Q503; en art.1-Q552
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
327.
Handeling: Het toekennen, geheel of gedeeltelijk inhouden van de bezoldiging aan een personeelslid in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit houdende regelen nopens de financiële positie van curatoren, 1963, art.2; en art.10
Rechtspositiebesluit KO/LO, 1980, art.1-P8; art.1-Q15, lid 3; en art.I-P2
Product: Beschikking
Waardering: V 75 jaar na geboorte
329.
Handeling: Het geven van nadere voorschriften voor de toekenning van een toelage voor onregelmatige dienst.
Periode: 1945–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-S108
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
332.
Handeling: Het toekennen van een toelage wegens verrichte werkzaamheden of geleverde diensten.
Periode: 1945–
Grondslag: Besluit houdende toekenning van een toelage over de maanden mei, juni en juli 1975 aan het onderwijzend personeel bij het kleuter- en lager onderwijs, 1976, art.2
Rechtspositiebesluit WVO, 1983, art.I-P2
RPBO 1985, art.1-Q210; en art.1-Q308
Product: Beschikking
Waardering: V 7 jaar
333.
Handeling: Het vaststellen van een regeling voor de toekenning van toelagen aan personeel in het wetenschappelijk onderwijs in verband met bezwarende werkomstandigheden, extra werk, en overwerk.
Handeling: Het, in overeenstemming met de minister van Binnenlandse Zaken, verlenen van een machtiging voor het toekennen of intrekken van een toelage aan personeel in het wetenschappelijk onderwijs.
Handeling: Het, in overeenstemming met de minister van Binnenlandse Zaken, vaststellen van een regeling voor de inhouding op het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen in verband met verstrekkingen.
Periode: 1980–
Grondslag: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1980, art.I-P19; art.I-Q28; en art.I-R15
RPBO 1985, art.1-P17, lid 6
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
338.
Handeling: Het vaststellen van een kortingsbedrag of kortingspercentage wegens genoten voordelen anders dan van een vanwege het bevoegd gezag verstrekte woning aan een belanghebbende werkzaam in het basisonderwijs.
Periode: 1980–1985
Grondslag: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1980, art.I-P19; art.I-Q28; en art.I-R15
Wet interim inhouding salarissen onderwijs, 1983, art.3, lid 2
Opmerking: Het betreft hier een jaarlijks gemeenschappelijk besluit van beide ministers.
Waardering: V 7 jaar
340.
Handeling: Het, in overeenstemming met de minister van Binnenlandse Zaken, vaststellen van taakkarakteristieken, functietyperingen en maximumschalen voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Bezoldigingsbesluit wetenschappelijk onderwijs, 1984, art.4, lid 2
Handeling: Het vaststellen van functietyperingen voor de universitair docent en de universitair hoofddocent.
Periode: 1984–
Grondslag: Bezoldigingsbesluit wetenschappelijk onderwijs, 1984, art.10, lid 3
Product: Ministeriële regeling
Waardering: B (5)
343.
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot de werktijd, autorisatie en registratie van afwezigheid van personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.1-Q504; art.1-R504; art.1-S1204; en art.1-S504
Product: Ministeriële regeling, circulaire
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
17. Schorsing en disciplinaire straffen
362.
Handeling: Het schorsen of intrekken van een schorsing van een belanghebbende werkzaam in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Rechtspositiebesluit Nijverheidsonderwijs, 1935, art.50 en art.54
Rechtspositiebesluit WVO, 1968, art.II-B1; art.II-B3; art.II-B5; en art.II-C1
Rechtspositiebesluit WVO, 1984, art.II-B1; art.II-B3; en art.II-B5
RPBO 1985, art.2-B1; art.2-B3; en art.2-B5
Product: Beschikking, schorsing
Opmerking: Tegen een dergelijke disciplinaire straf is beroep mogelijk bij de commissie bedoeld in artikel 22 van de Nijverheidsonderwijswet.
Waardering: V 15 jaar
18. Georganiseerd overleg
385.
Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Onderwijs inzake de instelling van een Algemene Commissie voor overleg in zaken betreffende de rechtspositie van onderwijzend personeel.
Periode: 1959–1970
Product: Vergaderstukken, notities
Waardering: B (4)
387.
Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Onderwijs inzake de aanwijzing van een rijksvertegenwoordiging voor overleg in de Algemene Commissie.
Handeling: Het instellen van een Bijzondere Commissie voor het overleg betreffende de rechtspositie van onderwijzend personeel in het lager en middelbaar landbouwonderwijs.
Periode: [1959–1970]
Product: De Bijzondere Commissie lager en middelbaar landbouwonderwijs
Waardering: B (4)
395.
Handeling: Het aanwijzen van een rijksvertegenwoordiging voor een Bijzondere Commissie voor overleg betreffende de rechtspositie van onderwijzend personeel.
Periode: [1959–1970 ]
Grondslag: Besluit georganiseerd overleg onderwijzend personeel, 1958, art.16, lid 1
Product: Aanwijzing
Opmerking: Daarnaast maakt ook uit een vertegenwoordiging van personeelsorganisaties deel uit van een Bijzondere Commissie.
Waardering: V 10 jaar, de aanwijzing zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
397.
Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Onderwijs inzake de aanwijzing van verenigingen van organen van het leerlingwezen die deel uitmaken van de afdeling voor het onderwijspersoneel werkzaam bij de organen van het leerlingwezen van de Bijzondere commissie.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.4-A5, lid 2
Product: Vergaderstukken, notities
Waardering: V 10 jaar
399.
Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Onderwijs inzake de schorsing of uitsluiting van deelname aan het overleg van lid van een Bijzondere Commissie.
Besluit georganiseerd overleg onderwijs, 1970, art.5, lid 7 en lid 8
Besluit georganiseerd overleg onderwijs, 1975, art.5, lid 7 en lid 8
RPBO 1985, art.4-A5, lid 7
Product: Vergaderstukken, notities
Waardering: V 10 jaar na opheffen overleg
402.
Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Onderwijs inzake de aanwijzing van een adviseur bij het overleg met de Bijzondere commissie.
Periode: 1959–
Grondslag: Besluit georganiseerd overleg onderwijzend personeel, 1958, art.16, lid 2
Besluit georganiseerd overleg onderwijzend personeel, 1970, art.6, lid 2
Besluit georganiseerd overleg onderwijzend personeel, 1975, art.6, lid 2
RPBO 1985, art.4-A6
Product: Vergaderstukken, notities
Opmerking: Tot 1970 kon de minister van Landbouw zelf een adviseur aanwijzen.
Waardering: V 10 jaar
405.
Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Onderwijs inzake de aanwijzing van een (plaatsvervangend) voorzitter van het overleg met een Bijzondere Commissie.
Besluit georganiseerd overleg onderwijs, 1970, art.6, lid 1 en art.9
Besluit georganiseerd overleg onderwijs, 1975, art.6, lid 1
RPBO 1985, art.4-A6
Product: Vergaderstukken, notities
Opmerking: Tot 1970 kon de minister van Landbouw zelf een voorzitter voor het overleg aanwijzen.
Waardering: V 10 jaar
407.
Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Onderwijs inzake een benoeming van een (adjunct)secretaris voor de Bijzondere commissie of één van haar afdelingen.
Opmerking: Tot 1970 kon de minister van Landbouw zelf een secretaris benoemen.
Waardering: V 10 jaar
413.
Handeling: Het aanwijzen van een adviseur die een voorzitter van het overleg van de Commissie besturenorganisaties met de afdelingen kan bijstaan.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.4-B5, lid 2
Product: Aanwijzing, ministerieel besluit
Waardering: V 10 jaar, het besluit zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
415.
Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Onderwijs inzake de benoeming van een (adjunct)secretaris van de Commissie besturenorganisaties.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.4-B9
Product: Vergaderstukken, notities
Waardering: V 10 jaar
421.
Handeling: Het aanwijzen van een adviseur voor de voorzitter van het Centraal Overlegorgaan Personeelszaken Wetenschappelijk Onderwijs.
Periode: 1974–1994
Grondslag: Besluit georganiseerd overleg wetenschappelijk onderwijs, 1974, art.5, lid 2
Product: Aanwijzingsbesluit
Waardering: V 10 jaar, het besluit zelf komt in het persoonsdossier en blijft 75 jaar bewaard
424.
Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Onderwijs inzake de voorbereiding en vaststelling van een regeling voor het overleg met organisaties van overheids- en onderwijspersoneel over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het onderwijs- en onderzoekpersoneel.
Periode: 1994–
Product: Vergaderstukken, notities
Waardering: B (1)
436.
Handeling: Het vaststellen dat de werkkring van een geschillencommissie voor instellingen zich over minder dan de voorgeschreven vijf instellingen uitstrekt.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.4-C6, art.4-E6
Product: Ministerieel besluit
Waardering: V 5 jaar na opheffen commissie
437.
Handeling: Het toestaan, of het intrekken van de toestemming dat een overlegorgaan van een instelling een afwijkende samenstelling heeft op godsdienstige of levensbeschouwelijke gronden.
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van een regeling voor het personeel in het wetenschappelijk onderwijs, indien die regeling afwijkt van het bepaalde in het BBRA 1984 met betrekking tot bezoldiging, overwerk, of vergoeding voor extra diensten.
Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Onderwijs of de minister van Landbouw inzake het verlenen van een machtiging voor het toekennen of intrekken van een toelage aan personeel in het wetenschappelijk onderwijs.
Opmerking: Betreft overeenstemming bij verlening machtiging in individuele gevallen.
Waardering: V 7 jaar
337.
Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Onderwijs inzake de vaststelling van een regeling voor de inhouding op het salaris van het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen in verband met verstrekkingen.
Periode: 1980–
Grondslag: Rechtspositiebesluit KO/LO, 1980, art.I-P19; art.I-Q28; en art.I-R15
RPBO 1985, art.1-P17, lid 6
Product: Overlegverslagen, notulen, notities
Waardering: B (5)
341.
Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Onderwijs en de minister van Landbouw inzake de vaststelling van taakkarakteristieken, functietyperingen en maximumschalen voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen.
Periode: 1945–
Grondslag: Bezoldigingsbesluit wetenschappelijk onderwijs, 1984, art.4, lid 2
Product: Reglement van orde voor de Algemene Commissie
Opmerking: De commissie kreeg de bevoegdheid hiertoe, maar het was geen verplichting.
Waardering: B (4)
390.
Handeling: Het adviseren van de Centrale Commissie over aangelegenheden welke in algemene zin van belang zijn voor de bijzondere rechtstoestand van onderwijzend personeel.
Opmerking: De ministers van Onderwijs, van Binnenlandse Zaken, en van Landbouw kunnen aan de commissie zaken ter advisering voorleggen.
De Algemene Commissie legt vervolgens aangelegenheden voor aan een Bijzondere Commissie, en stelt haar eigen advies pas vast na ontvangst van het oordeel van de Bijzondere Commissie. De Centrale Commissie brengt op haar beurt, na ontvangst van het advies van de Algemene Commissie, advies uit aan de betrokken ministers.
Waardering: B (1)
Bestuur van het Algemeen Burgerlijk Pensionfonds
236.
Handeling: Het jaarlijks verslag doen aan de minister van Onderwijs van de uitkeringskosten die gemoeid zijn met de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel II.
Periode: 1989–1990
Grondslag: Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel II, 1989, art.15, lid 5
Product: Verslagen
Waardering: B (3)
Bijzondere Commissie
394.
Handeling: Het vaststellen van een reglement van orde voor haar werkzaamheden.
Periode: 1970–
Grondslag: Besluit georganiseerd overleg onderwijs, 1970, art.15, lid 1
Product: Reglement van orde voor de Bijzondere Commissie
Opmerking: Artikel 15 geeft de mogelijkheid, maar niet de verplichting tot het opstellen van een reglement van orde.
Waardering: B (4)
400.
Handeling: Het adviseren van de minister van Onderwijs over de uitsluiting van deelname aan het overleg van een lid van de Bijzondere Commissie.
Periode: 1970–1985
Grondslag: Besluit georganiseerd overleg onderwijs, 1970, art.4, lid 5
Besluit georganiseerd overleg onderwijs, 1975, art.4, lid 5, en art.5, lid 8
Product: Adviezen
Waardering: V 10 jaar
408.
Handeling: Het adviseren van de minister van Onderwijs of de minister van Landbouw over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het onderwijspersoneel.
Besluit georganiseerd overleg onderwijs, 1975, art.10, lid 1
RPBO 1985, art.4-A10
Product: Adviezen
Opmerking: De minister van Onderwijs is verplicht de Bijzondere commissie te horen alvorens een besluit te nemen over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het onderwijspersoneel.
Ook dient door of namens de minister van Binnenlandse Zaken met de Centrale commissie overleg gepleegd te worden alvorens een maatregel genomen mag worden.
Waardering: B (1)
409.
Handeling: Het op verzoek adviseren van de Algemene Commissie over de algemene rechtspositie van onderwijzend personeel.
Handeling: Het adviseren van de minister van Onderwijs over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel wetenschappelijk onderwijs, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd.
Periode: 1974–1994
Grondslag: Besluit georganiseerd overleg wetenschappelijk onderwijs, 1974, art.3, lid 1
Product: Adviezen
Opmerking: Ingevolge artikel 3 is de minister van Onderwijs verplicht het advies van het COPWO te vragen alvorens een beslissing te nemen. het advies wordt ter kennis gebracht aan de ministers van Onderwijs, van Landbouw, van Binnenlandse Zaken en van Financiën.
Waardering: B (1)
Centrale Commissie
410.
Handeling: Het overleggen met en adviseren van de minister van Binnenlandse Zaken over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van onderwijzend personeel.
Besluit georganiseerd overleg onderwijs, 1975, art.10, lid 3
Besluit georganiseerd overleg wetenschappelijk onderwijs, 1974, art.3, lid 3
Product: Adviezen en overlegverslagen, notulen
Opmerking: De minister van Binnenlandse Zaken legde aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van onderwijzend personeel, alsmede andere aangelegenheden die de algemene sociale omstandigheden van onderwijzend personeel betreffen, ter advisering voor aan de Centrale Commissie. Dit overleg diende plaats te vinden voordat de minister van Onderwijs over de betreffende aangelegenheid een besluit mocht nemen.
Waardering: B (1)
Commissie arbeidsbemiddeling onderwijs
244.
Handeling: Het vaststellen of aan de voorwaarden voor ontheffing van het vereiste een wachtgelder in een vacature bij een onderwijsinstelling te benoemen is voldaan.
Periode: 1992–[1997]
Grondslag: Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs, 1992, art.9, lid 3 en lid 5
Product: Besluit
Opmerking: De Commissie neemt een dergelijk besluit indien over het voldoen aan de vereisten meningsverschil bestaat tussen het bevoegd gezag en het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening.
Tegen dit besluit van kan het bevoegd gezag beroep instellen bij de Commissie.
Waardering: V 10 jaar
245.
Handeling: Het beslissen op beroep aangetekend door het bevoegd gezag tegen een beslissing van het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening of tegen een beslissing van de Commissie arbeidsbemiddeling onderwijs inzake het voldoen aan de voorwaarden voor ontheffing van het vereiste een wachtgelder in een vacature bij een onderwijsinstelling te benoemen.
Periode: 1992–[1997]
Grondslag: Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs, 1992, art.11, lid 1
Product: Besluit
Opmerking: Alvorens de Commissie op het beroep beslist, stelt zij het bevoegd gezag en de bemiddelende instantie in de gelegenheid te worden gehoord.
Waardering: V 15 jaar
Commissie besturenorganisaties
416.
Handeling: Het adviseren van de ministers van Onderwijs, Landbouw, Binnenlandse Zaken, en Financiën over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het onderwijspersoneel.
Periode: 1985–
Grondslag: RPBO 1985, art.4-B10 en art.4-B13
Product: Adviezen
Opmerking: De minister van Onderwijs is verplicht het advies van de Commissie besturenorganisaties te vragen alvorens hij beslist inzake aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het onderwijspersoneel die de organisaties van gemeente- of instellingsbesturen aangaan.
Waardering: B (1)
Commissie georganiseerd overleg kleuterleidsters
383
Handeling: Het adviseren van de minister van Onderwijs over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van kleuterleidsters.
Opmerking: Er is hier geen sprake van een echte adviestaak, maar van een commissie die is ingesteld voor het voeren van overleg, en die de resultaten van de besprekingen ter kennis brengt aan de minister van Onderwijs.
Waardering: B (1)
Onderwijsraad
241.
Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Commissie arbeidsbemiddeling onderwijs.
Periode: 1992–[1997]
Grondslag: Tijdelijke wet arbeidsbemiddeling onderwijs, 1992, art.10, lid 4
Product: Voordracht ter benoeming
Opmerking: Hiernaast worden vier leden benoemd op bindende voordracht van door de minister als representatief aangemerkte organisaties van bevoegde gezagsorganen; en één lid op voordracht van het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening.
Waardering: V 10 jaar
Sectorcommissie Onderwijs en Wetenschappen
425.
Handeling: Het vaststellen van een reglement van orde.
Periode: 1994–
Grondslag: Overlegbesluit onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.22, lid 1
Product: Reglement van orde voor de SCOW
Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling
428.
Handeling: Het adviseren van de minister van Onderwijs over de aanwijzing of benoeming van een secretaris van de Sectorcommissie.
Periode: 1994–
Grondslag: Overlegbesluit onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.6, lid 1
Product: Adviezen
Waardering: V 10 jaar
430.
Handeling: Het overleggen met en adviseren van de minister van Onderwijs over aangelegenheden betreffende de rechtspositie van het personeel werkzaam bij instellingen voor onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Periode: 1994–
Grondslag: Overlegbesluit onderwijs- en onderzoekpersoneel, 1994, art.2, lid 3
Handeling: Het verdelen van het budget ten behoeve van de vergoeding van de kosten voor de vervanging van het onderwijsgevend personeel dat in verband met werkzaamheden voor het georganiseerd overleg of voor vakbondsactiviteiten lang buitengewoon verlof is verleend.
Periode: 199?–
Grondslag: Regeling georganiseerd overleg en vakbondsfaciliteiten 1998, art.2, lid 3
Waardering: V 7 jaar
433.
Handeling: Het opstellen van een jaarverslag, jaarrekening en financiële gegevens met betrekking tot het budget ten behoeve van de vergoeding van de kosten voor de vervanging van het onderwijsgevend personeel dat in verband met werkzaamheden voor het georganiseerd overleg of voor vakbondsactiviteiten lang buitengewoon verlof is verleend.
Periode: [1998]–
Grondslag: Regeling georganiseerd overleg en vakbondsfaciliteiten 1998, art.2, lid 6