Besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw, d.d. 4 mei 2004, houdende de vaststelling van aan telers van en handelaren in bloembollen op te leggen heffing voor het oogstjaar 2004/2005 (Verordening PT vakheffing bloembollen plantgoed oogstjaar 2004/2005)

Verordening PT vakheffing bloembollen plantgoed oogstjaar 2004/2005

Het Bestuur van het Productschap Tuinbouw,
gehoord de Sectorcommissie voor bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen, d.d. 30 maart 2004

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

§

2

Heffingsplicht

Artikel

2

Artikel

3

§

3

Grondslag en hoogte

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De handelskaarthouder is aan het productschap een heffing verschuldigd ter hoogte van: 4,2% over het factuurbedrag van de door hem verkochte uit eigen teelt verkregen bloembollen- plantgoed.

Artikel

11

Degene die, anders dan in de hoedanigheid van detaillist, zonder tussenkomst van een veiling bloembollen-plantgoed verkoopt aan niet-handelskaarthouders, is verplicht 2,1% van het factuur-bedrag van de door hem aldus verkochte bollen aan de desbetreffende kopers door te berekenen.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

De handelskaarthouder, die bloembollen-plantgoed leverbaar verkoopt door tussenkomst van een veiling dan wel rechtstreeks aan andere handelskaarthouders, ontvangt een restitutie van 4,2% over het factuurbedrag van het betreffende bloembollen-plantgoed.

§

4

Oplegging en inning

Artikel

16

Artikel

17

Indien een heffingsplichtige gegevens die hem krachtens de Verordening PT Algemene bepalingen ten behoeve van de onderhavige verordening of krachtens deze verordening zijn gevraagd niet, niet tijdig of niet volledig verstrekt, wordt de heffing berekend over de dan ie ramen omvang van de grondslag die op de heffingsplichtige ingevolge deze verordening van toepassing is, in welk geval de heffing wordt verhoogd met € 40,= in verband met administratiekosten.

Artikel

18

Indien uit de ter beschikking gekomen gegevens blijkt dat de verstrekking van de gegevens of een raming, niet in overeenstemming is met de werkelijkheid, kan een opgelegde heffing aan de hand van deze gegevens worden herzien en opnieuw worden opgelegd.

Artikel

19

Artikel

20

Aan de heffingsplichtige, die niet of niet geheel binnen de in artikel 19 bedoelde termijn heeft betaald, kunnen:

  • a.

    de daaruit voortvloeiende extra kosten van € 22,50 in rekening worden gebracht, alsmede

  • b.

    de wettelijke interest over het niet betaalde bedrag, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling diende te zijn verricht ingevolge de aanmaning als bedoeld in artikel 127, tweede lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Artikel

21

De invorderingskosten voortvloeiend uit het niet betalen binnen de gestelde termijn als bedoeld in artikel 19 en 20, zijn voor rekening en risico van de ondernemer.

Artikel

22

Een koper en verkoper van bloembollen wordt geacht, indien hij bloembollen door tussenkomst van een veiling verhandelt, aan zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 ten aanzien van de op vorenbedoelde wijze verhandelde producten te hebben voldaan, indien hij de desbetreffende veiling heeft gemachtigd namens hem aan het productschap de door hem verschuldigde heffing te voldoen en deze heffing door het productschap is ontvangen.

Artikel

23

De voorzitter is belast met de oplegging en inning van de heffing en de daarmee samenhangende kosten als bedoeld in de artikelen 5 tot en met 22.

Artikel

24

§

5

Slotbepalingen

Artikel

25

Artikel

26

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PT vakheffing bloembollen plantgoed oogstjaar 2004/2005.

Deze verordening en de daarbij behorende toelichting worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Zoetermeer
J. van der Veen voorzitter
C. Kuijvenhoven secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 6 januari 2005, met uitzondering van artikel 25, tweede lid en door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij beschikking van 23 juli 2004, nr. TRCJZ/2004/4161.