Artikel
1
Deze beleidsregel is van toepassing op vissersvaartuigen die zijn geregistreerd in het register, bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen.
Besluit:
Deze beleidsregel is van toepassing op vissersvaartuigen die zijn geregistreerd in het register, bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen.
Aan het gestelde in artikel 4.15, lid 1, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 wordt voldaan, indien:
de installatie is ontworpen en geconstrueerd in overeenstemming met de regels van een erkend klassenbureau;
in aanvulling op het gestelde onder a een risico analyse is uitgevoerd;
voor de geklasseerde vissersvaartuigen is voorzien in een klasse notatie.
De schipper draagt zorg voor het periodiek doen uitvoeren van de noodzakelijke controles en onderhoudswerkzaamheden.
Voor controle van de goede werking van de installatie gelden de volgende maatregelen:
Controle en lekdetectie
controle op correct functioneren en lekkage ten minste 1 keer per 12 maanden bij installaties met een inhoud van 3 kilogram koudemiddelinhoud of meer;
controle op correct functioneren en lekkage ten minste 1 keer per 3 maanden bij installaties met een inhoud van 30 kilogram koudemiddelinhoud of meer;
controle op correct functioneren en lekkage ten minste 1 keer per maand bij installaties met een inhoud van 300 kilogram koudemiddelinhoud of meer;
elke ruimte waarin een installatie met een koudemiddelinhoud van 1000 kilogram of meer is ondergebracht, is voorzien van permanent werkende detectieapparatuur;
in elke visverwerkingruimte waar als gevolg van lekkage van het toegepaste koudemiddel de MAC-waarde kan worden overschreden is permanent werkende detectieapparatuur aanwezig.
Onder een ter zake kundig persoon, als genoemd in artikel4, lid 3, wordt verstaan:
een gediplomeerde monteur;
een bemanningslid met een werktuigkundige bevoegdheid krachtens de Zeevaartbemanningswet.