Artikel
1
1
De aan de secretaris van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid krachtens artikel 7 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2004 verleende bevoegdheden worden verleend aan de plaatsvervangend secretaris van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.
2
De plaatsvervangend secretaris van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid maakt van de in het eerste lid aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:
-
a.
bij afwezigheid van de secretaris van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid;
-
b.
in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die door de secretaris van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid aan hem zijn toevertrouwd.