Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van 28 januari 2004, nr. MJZ2003132543, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op de
artikelen 24 en
39, derde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen en op
richtlijn nr. 2003/2/EG van de Commissie van 6 januari 2003 (PbEG L 4) tot tiende aanpassing aan de technische vooruitgang van bijlage I bij
richtlijn nr. 76/769/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (arseen), en, voor zover het betreft artikel 6, onder 1 en 2,
verordening (EG) nr. 1804/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 (PbEU L 265) tot wijziging van
Verordening (EG) nr. 2037/2000 ten aanzien van de controle op de uitvoer van halonen voor kritische toepassingen, de uitvoer van producten en apparatuur die chloorfluorkoolstoffen bevatten en voorschriften voor broomchloormethaan;
De Raad van State gehoord (advies van 8 maart 2004, nr. W08.04.0052/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 7 mei 2004, nr. MJZ2004045092, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;