Artikel
1
Er is een Commissie Monitoring en Evaluatie Bedrijvenregeling (de Commissie).
Besluit:
Er is een Commissie Monitoring en Evaluatie Bedrijvenregeling (de Commissie).
De Commissie heeft tot taak:
het monitoren en evalueren van de werking, de effectiviteit en het bereik van de Bedrijvenregeling, bedoeld in artikel 1 van het Convenant bodemsanering in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen;
het monitoren van de voortgang van uit te voeren nader onderzoek als onderdeel van de BSB-aktie, bedoeld in het Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen.
Bij het monitoren, bedoeld in artikel 2, onder a, worden in ieder geval betrokken:
het aantal aanmeldingen voor deelname aan de Bedrijvenregeling, genoemd in artikel 2, onderdeel a;
het aantal bedrijven waaraan een subsidie wordt verstrekt;
de financiën gemoeid met de verstrekte subsidie;
het aantal bedrijven wier aanvraag wordt geweigerd;
de reden voor verstrekking dan wel weigering van de subsidie.
De Commissie presenteert jaarlijks de rapportage over haar bevindingen terzake van de in artikel 2, onderdelen a en b, genoemde monitoring aan de convenantspartijen in de maand april van het jaar volgend op het jaar waarop haar rapportage betrekking heeft.
De Commissie presenteert driejaarlijks de rapportage over haar bevindingen terzake van de in artikel 2, onderdeel a, genoemde evaluatie aan de convenantsspartijen in de maand april van het jaar volgend op de driejaarlijkse periode waarop haar rapportage betrekking heeft.
In afwijking van het eerste lid, presenteert de Commissie de in artikel 2 genoemde rapportage voor het eerst in de maand april van het jaar 2005.
In de Commissie worden voor de eerste maal benoemd:
tot lid en voorzitter: dhr. H.E. Portheine;
tot lid:
dhr. A. Gijsberts, namens de Koninklijke vereniging MKB-Nederland;
dhr. H.H. de Groot, namens de Koninklijke vereniging MKB-Nederland;
dhr. F.K. Later, namens de vereniging VNO-NCW;
mw. S. Verweij, namens de vereniging VNO-NCW;
dhr. S.J. Geerlings, namens het Interprovinciaal Overleg;
dhr. Ch. van Veggel, namens het Interprovinciaal Overleg;
mw. C. Schraa-Mentink, namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
mw. A.W.G. Oonincx, namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
dhr. F.H. von Meijenfeldt, namens het Ministerie van Economische Zaken;
dhr. H.C. van Rijswijk, namens het Ministerie van Economische Zaken;
dhr. C.M. Plug, namens het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
dhr. R. Cino, namens het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Leden van de Commissie worden op eigen aanvraag door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer eervol ontslagen. Zij kunnen voorts, na overleg met de convenantspartijen, door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.
Het secretariaat van de Commissie berust bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
De Commissie komt ten minste twee maal per jaar bijeen:
in februari of maart ten behoeve van de jaarlijkse monitoringsrapportage, bedoeld in artikel 3, en indien van toepassing, het evaluatierapport, bedoeld in artikel 4;
in oktober of november ter voorbereiding van de jaarlijkse monitoringsrapportage en algemene kwesties betreffende de monitoring of evaluatie van de Bedrijvenregeling.
Dit besluit zal worden bekendgemaakt in de Staatscourant en in afschrift worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer, aan de convenantspartijen en aan de leden die in artikel 5 voor de eerste maal in de Commissie zijn benoemd.