Artikel
1
Voor de uitvoering van opdrachten of werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 36d, eerste lid, 373, 391, 541, tweede lid, en 6:1:5 van het Wetboek van Strafvordering worden aangewezen:
-
a.
ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012;
-
b.
ambtenaren, werkzaam bij de gerechten en genoemd in artikel 14, tweede lid, en artikel 145, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie;
-
c.
ambtenaren werkzaam bij het openbaar ministerie;
-
d.
ambtenaren, werkzaam bij de Belastingdienst/Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
-
e.
ambtenaren, werkzaam bij de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
-
f.
ambtenaren, werkzaam bij de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
-
g.
ambtenaren, werkzaam bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
-
h.
ambtenaren, werkzaam in een penitentiaire inrichting;
-
i.
ambtenaren, werkzaam in een rijksinrichting, als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
-
j.
functionarissen, werkzaam in een particuliere jeugdinrichting, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
-
k.
functionarissen, werkzaam in een niet-justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;
-
l.
functionarissen, werkzaam in een rijksinrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;
-
m.
functionarissen werkzaam in een particuliere justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;
-
n.
functionarissen, die door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden worden belast met de invordering van geldboeten en administratieve sancties;
-
o.
ambtenaren en functionarissen, werkzaam bij de interdepartementale post- en koeriersdienst;
-
p.
ambtenaren van de Koninklijke marechaussee welke opsporingsbevoegdheid bezitten.