Artikel
1
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
-
a.
de opdrachtgever: de Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Minister van Verkeer en Waterstaat, de Staatssecretaris van Defensie of de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
-
b.
het werk: het uit te voeren werk, eventueel met inbegrip van het ontwerp en de leveringen die ingevolge de overeenkomst van aanneming moeten worden verricht;
-
c.
de aanbesteding volgens de openbare procedure: de aanbesteding die algemeen bekend wordt gemaakt en waarbij eenieder kan inschrijven;
-
d.
de aanbesteding volgens de niet-openbare procedure: de aanbesteding die algemeen bekend wordt gemaakt, waarbij eenieder zich als gegadigde kan aanmelden en waarvoor een aantal gegadigden tot inschrijving kan worden uitgenodigd;
-
e.
de aanbesteding volgens de onderhandse procedure: de aanbesteding waarvoor een beperkt aantal van ten minste twee natuurlijke of rechtspersonen tot inschrijving wordt uitgenodigd, met dien verstande dat het uit te nodigen aantal niet meer bedraagt dan zes;
-
f.
de aanbesteding volgens de onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking: de aanbesteding die algemeen bekend wordt gemaakt en waarbij een ieder zich als gegadigde kan aanmelden, waarna de aanbesteder met een aantal door hem gekozen gegadigden onderhandelt en de contractuele voorwaarden vaststelt;
-
g.
de aanbesteding volgens de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking: de aanbesteding waarbij de aanbesteder met een of meer door hem gekozen gegadigden onderhandelt en de contractuele voorwaarden vaststelt;
-
h.
de gunning uit de hand: de opdracht tot het uitvoeren van het werk zonder dat daaraan een aanbesteding is voorafgegaan;
-
i.
de richtlijn: richtlijn nr. 93/37/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken (PbEG L 199), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 2001/78/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 september 2001 (PbEG L 285).