Besluit van 16 juni 2004, houdende een regeling op grond waarvan onder voorwaarden vrijstelling van energiebelasting wordt verleend (Besluit vrijstelling energiebelasting op elektriciteit bij convenanten)

Besluit vrijstelling energiebelasting op elektriciteit bij convenanten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 3 maart 2004, nr. WV2004-00076 M, directoraat-generaal voor Fiscale Zaken, directie Wetgeving Verbruiksbelastingen, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
De Raad van State gehoord (advies van 5 april 2004, nr. W06.04.0106/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 10 juni 2004, nr. WV2004-00147 U, directoraat-generaal voor Fiscale Zaken, directie Wetgeving Verbruiksbelastingen, uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken, de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet belastingen op milieugrondslag;

  • b.

    deelnemer: verbruiker die in het kader van gemaakte afspraken als bedoeld in artikel 65 van de wet verplichtingen op zich heeft genomen ter verbetering van de energie-efficiëntie;

  • c.

    onafhankelijke instantie: door Onze Minister van Economische Zaken, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen instantie die de resultaten van de in artikel 65 van de wet bedoelde afspraken verifieert;

  • d.

    voortgangsverklaring: jaarlijks door de onafhankelijke instantie aan de verbruiker verstrekte verklaring waaruit blijkt dat de verbruiker in het voorafgaande kalenderjaar de afspraken, bedoeld in artikel 65 van de wet, in voldoende mate heeft nageleefd.

Artikel

2

Artikel

3

Indien de verbruiker niet binnen zes maanden na afloop van een kalenderjaar de voortgangsverklaring met betrekking tot dat kalenderjaar heeft overgelegd aan degene die de elektriciteit aan hem levert, wordt hij geacht in dat kalenderjaar geen deelnemer te zijn geweest, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt.

Artikel

4

Artikel

5

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Financiën , J. G. Wijn
De Minister van Economische Zaken , L. J. Brinkhorst
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer , P. L. B. A. van Geel
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit , C. P. Veerman
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner