Artikel
1
1
Mandaat en machtiging worden verleend aan:
-
a.
de voorzitter van de militaire commissie gevaarlijke stoffen ten aanzien van het verlenen van ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
-
b.
de commandant der strijdkrachten ten aanzien van het indienen van verzoeken als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
-
c.
de commandant van de explosieven opruimingsdienst defensie ten aanzien van het indienen van verzoeken als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
-
d.
het hoofd van de sectie militaire commissie gevaarlijke stoffen ten aanzien van het indienen van verzoeken als bedoeld in artikel 23, derde lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.