Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 juni 2004, Directie A&G, nr. A&G/W&P/2004/40714, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van subsidies in het kader van het SZW-subsidieprogramma Preventie van arbeidsuitval

SZW-Subsidieregeling preventie van arbeidsuitval

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • b.

    project: een samenhangend geheel van activiteiten, gericht op haalbaarheid, onderzoek of ontwikkeling, in combinatie met het voor de eerste maal demonstreren van producten of diensten die met gebruikmaking van technologie een voor Nederland vernieuwende bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van een maatschappelijk vraagstuk op het gebied van preventie van arbeidsuitval, bedoeld in bijlage 1 behorende bij deze regeling;

  • c.

    samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee natuurlijke personen of rechtspersonen;

  • d.

    groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1°.

      natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen, die direct of indirect:

      • meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • volledig aansprakelijk vennoot is van, of

      • overwegende zeggenschap heeft over,

      een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

    • 2°.

      rechtspersonen of vennootschappen.

Artikel

2

Personen of organisaties die in aanmerking komen voor subsidie

Artikel

3

Subsidiabele kosten

Artikel

5

Hoogte subsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt 50% van de projectkosten, doch ten hoogste € 95.000.

Artikel

6

Subsidieaanvraag

Artikel

7

Commissie subsidieaanvragen

Artikel

8

Beslistermijn

De minister geeft een beschikking binnen vier maanden na afloop van de termijn bedoeld in artikel 13. Indien de beschikking niet binnen vier maanden kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.

Artikel

9

Aanvullende verplichtingen

De subsidieontvanger is, in aanvulling op de verplichtingen, bedoeld in paragraaf 3 van de Algemene Regeling SZW-subsidies, verplicht:

  • a.

    het project uit te voeren voor het bij de subsidieverlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister voor het vertragen, het essentieel wijzigen, of het stopzetten van het project;

  • b.

    het project in Nederland uit te voeren, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister voor gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland;

  • c.

    steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit te brengen omtrent de uitvoering van het project, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan, de effecten van de uitvoering op het eindresultaat en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten.

Artikel

10

Voorschotten

Artikel

12

Subsidieplafond

Artikel

13

Behandelingstermijnen

Artikel

14

Slotbepaling

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: SZW-Subsidieregeling preventie van arbeidsuitval.

Artikel

16

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 2 en 3, die ter inzage worden gelegd bij het agentschap SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, 2509 AC Den Haag.

Den Haag
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en WerkgelegenheidH.A.L. vanHoof

Bijlage

1

Preventie van arbeidsuitval

Het doel van het programma is een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van nieuwe arbovriendelijke producten, die bijdragen aan het voorkomen of verminderen van blijvende schade aan mensen bij het uitvoeren van hun werk. Het gaat om arbeidsrisico’s waarmee een groot deel van de beroepsbevolking te maken heeft en die omvangrijke dan wel ernstige gevolgen hebben in termen van gezondheidsklachten, medische consumptie, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.

Om dit doel te bereiken is er in deze regeling voor gekozen de risico’s in het arbeidsproces te verkleinen aan de hand van technologische vernieuwingen. Dat kan zijn door de ontwikkeling van nieuwe of sterke verbetering van arbeidsmiddelen, waarbij gebruik gemaakt wordt van technologie. Het gaat veelal om technologie die elders reeds beschikbaar is en die met relatief beperkte middelen geschikt kan worden gemaakt voor nieuwe toepassingen. Projecten kunnen zich richten op arbeidsrisico’s die veroorzaakt worden door o.a.: overbelasting van het menselijke bewegingsapparaat, klachten veroorzaakt door beeldschermwerk, schadelijke stoffen en geluid.

Naast de bovengenoemde arborisico’s kan de minister ten behoeve van het uitvoeringsbeleid van SenterNovem jaarlijks aanvullende thema’s bepalen voor de projecten. Voor 2004 wordt geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. De projecten die betrekking hebben op de thema’s van een bepaalde periode krijgen voorrang op andere projecten. Van belang bij bepaling van de thema’s is het groot maatschappelijk voordeel van het uitvoeren van projecten binnen een thema.

De projecten worden beoordeeld op volgende drie criteria:

  • Innovatieve technologie

    Het resultaat van het project is een werkend prototype van een innovatief product. Dit betekent dat een soortgelijk product niet verkrijgbaar is in Nederland.

  • Maatschappelijk voordeel

    De effecten van het project moeten merkbaar zijn voor werknemers en werkgevers. Het product is bij voorkeur voor een grote groep werknemers bruikbaar. De voordelen ervan moeten evident zijn voor de gebruikers en levert de werkgever economische waarde op in de ruime zin van het woord.

  • Economisch voordeel

    Het project levert de ondernemer een goed rendement op: toekomstige opbrengsten van het projectresultaat worden afgezet tegen de verwachte kosten en eventuele investeringen. Het project moet passen binnen de strategie van de organisatie.

De voorgestelde oplossing richt zich op een arboprobleem dat in een branche (of meerdere branches) bekend is én onderkend wordt. Een goede analyse van de problematiek is daarbij van belang. De oplossing bestrijdt de schade zoveel mogelijk aan de bron (bijvoorbeeld het geluidsarm maken van een machine is beter dan het werken met oorbeschermers);

En de oplossing moet positief effect hebben op de ‘langetermijngezondheid’.

Het is van belang om ook al tijdens de productontwikkeling rekening te houden met aspecten die de marktkansen van het product vergroten. Enkele suggesties voor het opzetten van een goed projectvoorstel zijn:

  • Benodigde partijen

    Het is wenselijk de juiste marktpartijen of disciplines te betrekken, bijvoorbeeld een producent en een commerciële partij, om de kans op een succesvolle marktintroductie te vergroten.

  • Gebruikerstest en ergonomie

    Betrek van het begin af aan toekomstige gebruikers in de ontwikkeling: dit is een voorwaarde voor een daadwerkelijk arbovriendelijk product dat aansluit bij de gebruikssituatie. Toets of het beoogde resultaat bereikt is, bijvoorbeeld door ergonomisch onderzoek.

  • Marktintroductie

    Geef aan wat er ook al tijdens de ontwikkeling voor nodig is om het nieuwe product gebruikt en geaccepteerd te krijgen (door de gebruikers). En zorg voor draagvlak bij de gebruikers en diegenen die beslissen over de aanschaf van het product.

Bijlage

2

ligt ter inzage bij het agentschap SenterNovem te Den Haag.

Bijlage

3

ligt ter inzage bij het agentschap SenterNovem te Den Haag.