Wet van 30 juni 2004, houdende wijziging van de Wet sociale werkvoorziening en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen met name in verband met de overgang van de indicatiestelling voor de sociale werkvoorziening van de gemeenten naar de Centrale organisatie werk en inkomen en verruiming van de mogelijkheden tot begeleid werken in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, alsmede een aanpassing van de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet terzake

Wijzigingswet Wet sociale werkvoorziening en Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de verantwoordelijkheid voor indicatiestelling, bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening, van de gemeenten over te laten gaan naar de Centrale organisatie werk en inkomen en de mogelijkheden tot begeleid werken in het kader van die wet te verruimen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet sociale werkvoorziening.

Artikel

II

Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel

III

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel

IV

Wijzigt de Beroepswet.

Artikel

V

Artikel

VII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de diverse artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid , H. A. L. van Hoof
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid , A. J. de Geus
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner