Artikel
1
De aanvraag tot aanwijzing
1
Het bestuur van een instelling die op grond van artikel 6.9, van de WHW, wenst te worden aangewezen als hogeschool of universiteit dient daartoe schriftelijk een aanvraag in bij de minister.
2
Bij de in het eerste lid bedoelde aanvraag voegt het bestuur van de instelling de volgende stukken:
-
a.
de statuten van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
-
b.
de statuten of het reglement van de instelling;
-
c.
een document waaruit blijkt dat het bestuur van de instelling de continuïteit van het onderwijs in voldoende mate kan garanderen;
-
d.
de onderwijs- en examenregeling als bedoeld in artikel 7.13, van de WHW;
-
e.
de studiegids van het lopende en het vorige jaar;
-
f.
een overzicht van de gegevens die in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs worden opgenomen;
-
g.
een document waarmee het bewijs wordt geleverd dat wordt voldaan aan de in artikel 1.12, tweede onderscheidenlijk derde lid, van de WHW, bedoelde voorwaarde;
-
h.
een rapport van een Visiterende en Beoordelende Instantie als bedoeld in artikel 5a.8a, van de WHW, dat betrekking heeft op het initiële onderwijs dat door de instelling verzorgd wordt, alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken en, indien het een verzoek tot aanwijzing als universiteit betreft, een document waarmee bewijs wordt geleverd van voldoende kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek, voor zover van belang voor het onderwijs.
-
i.
een oordeel van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO i.o.) over de kwaliteit van het initiële onderwijs en, indien het een verzoek tot aanwijzing als universiteit betreft, een oordeel over de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek, voor zover van belang voor het onderwijs.