Regeling van de Minister van Economische Zaken van 1 september 2004, nr. WJZ 4050821, houdende regels met betrekking tot procedures voor het veilen en loten van nummers (Regeling veilingprocedure en lotingprocedure nummers)
Regeling veilingprocedure en lotingprocedure nummers
aanvrager: degene die bij het college een aanvraag voor een nummer of nummers doet;
c.
deelnemer: de aanvrager die door het college is toegelaten tot deelname aan de veiling dan wel de loting;
d.
overlappende aanvragen: aanvragen van twee of meer aanvragers die elkaar geheel of gedeeltelijk en direct of indirect overlappen;
e.
verschuldigd bedrag: bedrag dat de winnaar van de veiling moet betalen en dat gelijk is aan het op één na hoogste uitgebrachte bod.
§
2
Veiling
Artikel
2
1
Het college wijst een veilingmeester aan.
2
De veilingmeester heeft tijdens de veiling een controlerende taak ten behoeve van een ordelijk verloop van de veiling.
3
De veiling vindt in ieder geval plaats in aanwezigheid van de veilingmeester en personeel van het college.
Artikel
3
1
Een deelnemer onthoudt zich voorafgaand en gedurende de veilingprocedure van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen aan de tot stand te brengen mededinging in de veilingprocedure.
2
Het college kan een deelnemer die handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet van deelname aan de veiling uitsluiten.
Artikel
4
1
De veiling is een veiling met gesloten bod.
2
Een veiling met gesloten bod omvat één biedronde, tenzij na toekenning er overlappende aanvragen resteren.
Artikel
5
Een deelnemer is vanaf het moment dat hij een bod heeft uitgebracht tot en met het tijdstip waarop de veiling is afgerond onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden, tenzij hij door het college is uitgesloten van verdere deelname aan de veiling.
Artikel
6
1
Het college stelt het model van de biedkaart vast en verstrekt deze aan de deelnemers.
2
Bij het verstrekken van de biedkaart wordt tevens vermeld op welke datum en welk tijdstip de biedkaart uiterlijk moet zijn ontvangen.
3
Een bod wordt uitsluitend uitgebracht door middel van de in het eerste lid bedoelde biedkaart die niet later dan op de in het tweede lid bedoelde datum en tijdstip wordt afgeleverd of moet zijn ontvangen op een door het college vast te stellen adres.
4
Het bedrag van het bod wordt in letters geschreven.
5
De biedkaart wordt ondertekend door een tekenbevoegd persoon of bij volmacht. Indien bij volmacht wordt getekend, wordt de machtiging bij de biedkaart gevoegd.
6
De biedkaart wordt volledig en in de Nederlandse taal ingevuld.
7
De veilingmeester stelt vast of de biedkaart niet later dan de in het tweede lid bedoelde datum en tijdstip is ontvangen.
Artikel
7
1
De veilingmeester beslist omtrent de geldigheid van een uitgebracht bod.
2
De veilingmeester verklaart een tijdens de veiling uitgebracht bod door een van deelname aan de veiling uitgesloten deelnemer ongeldig.
De deelnemer van wie de veilingmeester heeft vastgesteld dat deze een ongeldig bod heeft uitgebracht wordt hiervan door het college op de hoogte gesteld.
5
De deelnemer, bedoeld in het derde lid, is van verdere deelname aan de veiling uitgesloten.
Artikel
8
De veilingmeester stelt vast welk bod het hoogst is.
Artikel
9
Indien het hoogste bod door twee of meer deelnemers wordt uitgebracht, stelt de veilingmeester door middel van loting vast welk bod wordt aangemerkt als het hoogste bod.
Artikel
10
1
Indien na het vaststellen van het hoogste bod geen overlappende aanvragen, maar wel een of meerdere aanvragen resteren, kan het college toekennen aan deze aanvrager of aanvragers.
2
Indien na het vaststellen van het hoogste bod overlappende aanvragen resteren, verstrekt het college de betrokken aanvragers een nieuwe biedkaart. De artikelen 5, 6, tweede tot en met zevende lid, 7, 8, 9 en 10 zijn van toepassing op de volgende biedronde.
Artikel
11
1
Na de vaststelling van het hoogste bod bedoeld in artikel 8, deelt het college aan de deelnemers de uitslag van de veiling mee.
2
Het college maakt de uitslag van de veiling openbaar.
Artikel
12
1
De deelnemer waarvan de veilingmeester heeft vastgesteld dat hij het hoogste bod heeft uitgebracht, bedoeld in artikel 8, voldoet het door hem verschuldigde bedrag binnen een door het college vast te stellen termijn op een door het college vast te stellen wijze.
2
Het college kent toe, nadat het verschuldigde bedrag is ontvangen.
3
Indien de deelnemer het verschuldigde bedrag niet binnen de door het college vastgestelde termijn heeft voldaan kan het college besluiten niet aan de deelnemer toe te kennen.
4
Indien het college op grond van het bepaalde in het derde lid besluit niet aan de deelnemer toe te kennen, treft het college passende maatregelen in overeenstemming met artikel 8, tweede lid, onderdeel d, van richtlijn 2002/21/EG.
Artikel
13
1
De veilingmeester en het college kunnen in bijzondere omstandigheden de veiling voor een door hen te bepalen termijn schorsen. Het college brengt de deelnemers op de hoogte van een schorsing en van de duur daarvan.
2
De veilingmeester en het college kunnen in bijzondere omstandigheden een deelnemer van verdere deelname aan de veiling uitsluiten. Het college brengt de deelnemer op de hoogte van de uitsluiting en van de redenen daarvan.
§
3
Loting
Artikel
14
1
Het college wijst een veilingmeester aan.
2
De veilingmeester heeft tijdens de loting een controlerende taak ten behoeve van een ordelijk verloop van de loting.
3
De loting vindt uitsluitend in aanwezigheid van de veilingmeester en personeel van het college plaats.
Artikel
15
De loting vindt plaats op een door het college vastgestelde wijze.
Artikel
16
1
De veilingmeester verricht de loting.
2
Na vaststelling door de veilingmeester op welke deelnemer het winnende lot is gevallen deelt het college aan de deelnemers de uitslag van de loting mee.
3
Het college maakt de uitslag van de loting openbaar.
Artikel
17
Indien na het vaststellen van het winnende lot er geen overlappende aanvragen, maar wel aanvragen resteren, kan het college toekennen aan deze aanvrager of aanvragers.
Artikel
18
De veilingmeester en het college kunnen in bijzondere omstandigheden de loting voor een door hen te bepalen termijn schorsen. Het college stelt de deelnemers aan de loting op de hoogte van een schorsing en van de duur daarvan.
§
4
Slotbepalingen
Artikel
19
Deze regeling treedt in werking met ingang van 21 oktober 2004.
Artikel
20
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling veilingprocedure en lotingprocedure nummers.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.