Regeling G.O.- en vakbondsfaciliteiten 2005

Regeling G.O.- en vakbondsfaciliteiten 2005

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap,

Besluit

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    de minister:

    de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap;

  • 2.

    Instellingen:

    • scholen voor basisonderwijs;

    • scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs;

    • scholen voor voortgezet onderwijs;

    • centrale diensten;

    • instellingen in de sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie;

    • instellingen voor hoger beroepsonderwijs;

    • instellingen voor wetenschappelijk onderwijs;

    • universitair medische centra;

    • onderzoekinstellingen.

  • 3.

    de werkgeversorganisaties:

    • het werkgeversverbond voortgezet onderwijs (WVO);

    • de BVE Raad;

    • de Vereniging voor hogescholen (HBO-raad);

    • de Vereniging van Universiteiten (VSNU);

    • de Werkgeversvereniging Onderzoekinstellingen (WVOI);

    • de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra.

  • 4.

    SFSVO:

    de Stichting Financiering Structureel Vakbondsverlof Onderwijs;

  • 5.

    SSCC:

    de Stichting Samenwerkende Centrales in het COPWO.

  • 6.

    de centrales:

    • de Algemene Centrale van Overheidspersoneel (ACOP);

    • de Christelijke Centrale van Overheids-en Onderwijspersoneel (CCOOP);

    • de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen (CMHF);

    • het Ambtenarencentrum (AC).

  • 7.

    personeelsorganisatie: een bij een centrale aangesloten vereniging van onderwijspersoneel;

  • 8.

    werknemersorganisatie: een organisatie van werknemers die overleg voert over de CAO in de desbetreffende sector.

Artikel

2

Doelomschrijving

De minister stelt jaarlijks een budget beschikbaar ten behoeve van de vergoeding van de kosten van de vervanging van degene die lang buitengewoon verlof geniet in verband met werkzaamheden voor het georganiseerd overleg en voor vakbondswerkzaamheden voor onderwijspersoneel van instellingen. Dit budget kan ook anderszins worden aangewend voor werkzaamheden ten behoeve van het georganiseerd overleg en voor vakbondswerkzaamheden voor het personeel van instellingen.

Artikel

3

Omvang budget

Het ten behoeve van het in artikel 2 omschreven doel beschikbare budget bedraagt voor het kalenderjaar 2005 €  11.971.000,-. Dit budget wordt jaarlijks geïndexeerd.

Artikel

5

Verdeling van het budget

Artikel

6

Toekenning van het budget.

Artikel

7

Informatieverplichting

Artikel

8

Financieel verslag

Artikel

9

Accountantsverklaring

Artikel

10

Betaling in gedeelten

Slotbepalingen

Artikel

12

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.

Artikel

13

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling G.O.- -en vakbondsfaciliteiten 2005.

Deze regeling zal met toelichting in het Gele Katern worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, M.J.A. van derHoeven.