Verordening van het Productschap Vee en Vlees van 10 november 2004, houdende vaststelling van de aan de onder het productschap ressorterende ondernemers op te leggen huishoudelijke heffing voor het jaar 2005 (Verordening huishoudelijke heffingen (PVV) 2005)

Verordening huishoudelijke heffingen (PVV) 2005

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

Deze verordening neemt over de begripsbepalingen van de Verordening algemene bepalingen heffingen (PVV) 2005 en verstaat voorts onder:

a.

lidstaat

:

lidstaat van de Europese Gemeenschap, niet zijnde Nederland;

b.

handelsverkeer

:

handelsverkeer tussen lidstaten in de zin van artikel 27, sub a, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;

c.

derde land

:

staat, niet zijnde een lidstaat;

d.

omzet

:

omzet behaald met de onderneming over het kalenderjaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarover wordt geheven;

e.

onderneming in de vleesindustrie

:

1° slachterij, uitsnijderij of voorverpakker met een erkende inrichting als bedoeld in artikel 10 van Richtlijn 64/433/EEG van de Raad d.d. 26 juni 1 964 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees (Pb EG L121);

2° inleenbedrijf, als bedoeld in artikel 1b, tweede lid, van de CAO Vleessector, dat diensten levert ten behoeve van de onder 1° bedoelde ondernemingen op het terrein van be- of verwerking van vlees;

f.

werknemer

:

1° een ieder die werkzaam is in een onderneming als bedoeld in sub e, onder 1°, waaronder begrepen

- een ieder die een arbeidsovereenkomst in de zin van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan met de ondernemer die de onderneming in stand houdt;

- alsmede diegene die als zelfstandige zonder personeel of als uitzendkracht werkzaam is in de onderneming;

2° een ieder die als inleenkracht werkzaamheden verricht in een onderneming als bedoeld in sub e, onder 1° en een arbeidsovereenkomst in de zin van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan met een ondernemer die een inleenbedrijf als bedoeld in sub e, onder 2’, in stand houdt;

g.

f.t.e.

:

fulltime-equivalent van de werknemer waarbij de fulltime-equivalent gemiddeld 36 uur per week bedraagt.

2

Slacht en export van vee

Artikel

2

3

Handel in vee

Artikel

3

Artikel

4

De ondernemer die een onderneming drijft waarin de handel in embryo’s en sperma van eenhoevige dieren, runderen en varkens wordt uitgeoefend, is voor het jaar 2005 een heffing van € 237,-- verschuldigd ter dekking van de huishoudelijke uitgaven van het productschap.

Artikel

5

Artikel

6

4

Vleeswarenindustrie

Artikel

7

Artikel

8

5

Vleesindustrie

Artikel

9

De ondernemer die een onderneming in de vleesindustrie drijft, is voor het kalenderjaar 2005 op basis van het aantal werknemers dat op 1 april 2005 werkzaam is in de onderneming een heffing verschuldigd van € 30,-- per f.t.e..

Artikel

10

6

Overige bepalingen

7

Slotbepalingen

Artikel

12

Zoetermeer
J.J. Ramekers voorzitter
S.B.M. Jongerius secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 16 december 2004.