Regeling ter uitvoering van de artikelen 1, onderdeel e, 2, 9, 20, 26 en 38 van het Besluit spoorverkeer (Regeling spoorverkeer)

Regeling spoorverkeer

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • besluit: Besluit spoorverkeer;

  • ETCS: European Train Control System;

  • hoofdsein: lichtsein dat rood licht kan uitstralen;

  • lichtsein: vast sein dat groen, geel, rood of wit licht kan uitstralen;

  • netverklaring: netverklaring als bedoeld in artikel 3, onderdeel 26, van de richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU 2012, L343);

  • P-sein: hoofdsein voorzien van een P-bord;

  • perronfase: opdeling van een spoor langs een perron door middel van letters;

  • vast sein: niet verplaatsbaar sein;

  • voorsein: lichtsein dat aan een hoofdsein of bord met betekenis *stop* voorafgaat en geen rood licht kan uitstralen.

Hoofdstuk

2

Remvoorschriften

§

1

Algemene bepaling

Artikel

2

Vervallen

Artikel

3

Vervallen

Artikel

4

Vervallen

Artikel

5

Vervallen

Artikel

6

Vervallen

§

2

Noodremmingsprestaties

Artikel

7

Vervallen

Artikel

8

Vervallen

Artikel

9

Vervallen

§

3

Remgewicht

Artikel

10

Vervallen

Artikel

11

Vervallen

Artikel

12

Vervallen

Artikel

13

Vervallen

Artikel

14

Vervallen

Artikel

15

Vervallen

§

4

Treingewicht

Artikel

16

Vervallen

Artikel

17

Vervallen

§

5

Bijzondere beremmingsvoorschriften

Artikel

18

Vervallen

Artikel

19

Vervallen

§

6

Kranen en krukken

Artikel

20

Vervallen

Artikel

21

Vervallen

Artikel

22

Vervallen

Hoofdstuk

3

Seinen

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

23

Artikel

24

De aard, uitvoering en betekenis van de seinen anders dan ETCS-cabineseinen zijn opgenomen in bijlage 4.

Artikel

24a

§

2

Plaatsing van seinen

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

27

Vervallen

§

3

Onderling verband

Artikel

28

Artikel

29

§

4

Het opvolgen van seinen

Artikel

30

Artikel

31

§

5

Gedoofde en onjuiste seinen

Artikel

32

§

6

Het passeren van rode seinen

Artikel

33

§

7

Overige bepalingen

Artikel

35

Vervallen

Hoofdstuk

4

Standaardaanwijzingen

Artikel

36

De TSI Exploitatie en verkeersleiding, aanhangsel C, zoals gewijzigd in 2023, is vanaf 1 september 2023 van toepassing op de communicatie tussen de treindienstleider en de bestuurder.

Artikel

37

Vervallen

Hoofdstuk

5

Spoorwegemplacementen

Artikel

39

Tot een spoorwegemplacement behoren:

  • a.

    alle sporen, aangeduid met een cijfer;

  • b.

    de spoorgedeeltes van het wisselcomplex; en

  • c.

    alle sporen die grenzen aan de sporen als bedoeld in onderdeel a en b, tot een maximale afstand van 200 meter voor het toeleidende sein van het bedoelde emplacement of tot de maximale afstand voor het toeleidende sein zoals aangegeven in de netverklaring.

Artikel

40

Indien het veilige gebruik van de spoorweg dit vereist geeft de infrastructuurbeheerder met het bord nummer 302, genoemd in bijlage 4, op het spoorwegemplacement aan dat op dit spoor niet gerangeerd kan worden of dat beperkingen gelden ten aanzien van het rangeren.

Hoofdstuk

6

Afmeting van de lading

Artikel

40a

Vervallen

Hoofdstuk

7

Slotbepalingen

Artikel

41

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit spoorverkeer in werking treedt.

Artikel

42

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling spoorverkeer.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H.Peijs

Bijlage

1

Vervallen

Bijlage

2

behorende bij artikel 8, eerste lid, van de Regeling spoorverkeer

Vervallen

Bijlage

3

behorende bij artikel 20, tweede lid, van de Regeling spoorverkeer

Vervallen

Bijlage

4

behorende bij artikel 24 van de Regeling Spoorverkeer

Inleiding

Bijlage 4, behorende bij artikel 24 van de Regeling Spoorverkeer.

De indeling is als volgt:

  • blad bijgewerkte wijzigingsbladen;

  • inhoudsopgave;

  • seinbeelden.

Blad versie- en inhoudshistorie Bijlage 4

Het doel van het blad versie- en inhoudshistorie is, dat u dit invult nadat u een wijzigings-blad heeft ontvangen en heeft bijgewerkt in deze bijlage 4.

Inhoudsopgave

In de inhoudsopgave zijn alle seinbeelden opgenomen per hoofdstuk.

Seinbeelden

De pagina’s met seinbeelden zijn verdeeld in 3 kolommen:

  • nummer en naam van het desbetreffende sein;

  • afbeelding;

  • betekenis.

Eerste kolom

In de eerste kolom is het nummer en de naam van het sein opgenomen.

Tweede kolom

In de tweede kolom ‘Afbeelding’ is de beeltenis van het sein geplaatst. Het dag- en nachtsein staan naast elkaar. In de praktijk komen verschillende uitvoeringsvormen van seinen voor.

Derde kolom

In de derde kolom ’Betekenis’ staat de betekenis van het sein.

Inhoud

1

Algemeen

10

1.1

Begripsomschrijvingen

10

1.2

Toestemmingen en opdrachten

10

2

Lichtseinen

10

2.1

Hoofdseinen

10

Nr. 201 Hoog geplaatst groen licht

10

Nr. 202 Hoog geplaatst knipperend groen licht met een door wit licht gevormd getal

11

Nr. 206a/b Hoog geplaatst knipperend of laag geplaatst groen licht

11

Nr. 209 Hoog geplaatst geel licht met een door knipperend wit licht gevormd getal

11

Nr. 210 Hoog geplaatst geel licht met een door wit licht gevormd getal

12

Nr. 212a/b Hoog of laag geplaatst geel licht

12

Nr. 214a/b Hoog of laag geplaatst geel knipperend licht

12

Nr. 215a/b Hoog of laag geplaatst rood licht

13

Nr. 216 Hoog of laag geplaatst wit licht

13

2.2

Voorseinen

13

Nr. 217a/b Hoog geplaatst groen licht

13

Nr 218a/b Hoog geplaatst geel licht met een door wit licht gevormd getal

13

Nr. 219a/b Hoog geplaatst geel licht

14

2.3

Lichtseinen met borden met een zwarte driehoek

14

Nr. 222 Hoog geplaatst geel licht

14

Nr. 215a Hoog of laag geplaatst rood licht

14

Nr. 221 Hoog of laag geplaatst wit licht

15

Nr. 220a/b Hoog of laag geplaatst wit licht

15

3

Snelheidsborden

15

Nr. 313 Snelheidsverminderingsbord

15

Nr. 314 Snelheidsbord

16

Nr 316 Snelheidsbord

16

Nr. 324 Snelheidsbord Overweg/Weegbrug

16

Nr. 325a ‘L’-bord

17

Nr. 325b Tijdelijk snelheidsbord

17

Nr. 326a ‘A’-bord

17

Nr. 327a ‘E’-bord

17

4

Aanvullende seinen

18

4.1

Richtingaanwijzer en herhalingssein

18

Nr. 252 Richtingaanwijzer

18

Nr. 272 Herhalingssein diagonaal

18

Nr. 273 Herhalingssein horizontaal

18

4.2

Borden aan lichtseinen

19

Nr. 291a Bord ‘Noodbediening overweg’

19

Nr 291b Voorseinbord

19

Nr. 291c P-bord

19

4.3

Baken

20

Nr. 249 Baken

20

Nr. 249a Keperbaken

20

Nr. 251 Reflectorplaatje

20

Nr. 251a/l Bord ‘Bijzonder gevaarpunt’

21

Nr. 251a/II Gele bakens

21

Nr. 251b Reflectorplaatje rechthoekig met schuine strepen

21

5

ATB-seinen

22

5.1

ATB-baanseinen

22

Nr. 328a ATB-naderingsbord

22

Nr. 328 ATB-inschakelbord

22

Nr. 328b ATB-code bord

22

Nr. 329 ATB-uitschakelbord

22

Nr. 330 ATB-codewisselsein (wit licht)

22

5.2

ATB-cabineseinen

23

Nr. 801 Groen licht/groen licht met snelheidsmeter

23

Nr. 802 Geel licht

23

Nr. 803 Geel met getal/ snelheidsmeter

23

Nr. 804 Wit licht

23

Nr. 805 Blauw licht

23

Nr. 806 Rood licht

24

Nr. 807 Eén gongslag

24

Nr. 808 Meer gongslagen

24

Nr. 809 Continu belsignaal

24

Nr. 810 5 seconden belsignaal

24

Nr. 811 Korte belsignalen

24

Nr. 812 Zoemer

24

Nr. 813 Elektrisch zicht

24

6

Seinen voor tunnels en steile hellingen

25

Nr. 276 ´L´-sein

25

Nr. 277 ´H´-sein

25

Nr. 278 Knipperend witte ´X´

25

Nr. 279 Witte ´X´

25

Nr. 280 Witte ´G´

26

Nr. 281 Entreesnelheidsbord

26

Nr. 282 Adviessnelheidsbord

26

Nr. 282a Adviessnelheidsbord

26

Nr. 286 Entreesnelheidsverminderingsbord

26

7

Seinen met stopopdrachten

27

Nr. 300 Stopbord

Nr. 300a Stopbord met brandende witte lamp

Nr. 300b Stopbord met gedoofde lamp

Nr. 301 ‘S’-bord

27

Nr. 301b Facultatief stopbord

27

Nr. 301c Stopbord met brandende witte lamp

27

Nr. 301d Stopbord met gedoofde lamp

27

Nr. 301e Facultatief stopbord met brandende witte lamp

27

Nr. 301f Facultatief stopbord met gedoofde lamp

28

Nr. 242 Stopseinlantaarn/-bord

28

Nr. 302 ‘R’-bord

28

Nr. 322 ‘VS’-bord

28

Nr. 513 Afsluitbord

28

Nr. 243 Afsluitlantaarn/-bord

29

Nr. 244 a/b Afsluitlantaarn veilig

29

Nr. 512b Rood licht of rode vlag of rode lichtgevende balk

29

Nr. 331 Blokbord

29

Nr. 375 Opdrachtbord

8

Seinen voor spoorvoertuigen met stroomafnemers

29

Nr. 306a Uitschakelbord

29

Nr. 307a Inschakelbord

30

Nr. 308a Bord ‘Aankondiging stroomafnemers neer’

30

Nr. 309a Bord ‘Stroomafnemers neer’

30

Nr. 309c Bord ‘Stroomafnemers neer’ bij rijtuigwasinrichting

30

Nr. 310a Bord ‘Stroomafnemers op’

31

Nr. 311(l/r) Bord ‘Einde bovenleiding’

31

Nr. 320 Aanduiding locatie omschakelen hoogspanning

31

9

Seinen op kracht- en overige spoorvoertuigen

32

Nr. 401 Frontseinen

32

Nr. 401b geduwde trein

32

Nr. 401c Trein en locomotief op spoorwegemplacement

32

Nr. 413 Twee rode lichten met één, twee of drie witte lichten

33

Nr. 401d Twee afwisselend of gelijktijdig knipperende, witte lichten aan frontzijde

33

Nr. 403 Sluitseinen

33

Nr. 403-6 Internationaal sluitschild

34

Nr. 410 Gele vlag(gen)

34

Nr. 412a Rood zwaai- / knipper- / flitslicht

34

10

Remproefseinen

34

Nr. 702a Remmen vast

34

Nr. 702b Remmen los

35

Nr. 702c Remmen in orde

35

11

Vertrekseinen

35

Nr. 706 Vertrekseinlicht

35

Nr. 700 Knipperend vertrekseinlicht

35

12

Overige vaste seinen

36

Nr. 305 Verkenbord

36

Nr. 312 Fluitbord

36

Nr. 312a Facultatief fluitbord

36

Nr. 253a/b Wisselsein

36

Nr. 274 Weegbrugsein rond

37

Nr. 275 Weegbrugsein driehoekig

37

Nr. 350 Attentiebord ‘Lichtsein(en) buiten dienst’

37

Nr. 351 Afgekruist lichtsein

37

Nr. 317 Bord ‘Rijden op zicht’

38

Nr. 333 Bord ‘Einde beveiligd gebied’

38

Nr. 318a Bord ‘Aankondiging overweg’

38

Nr. 318b Bord ‘Aankondiging overweg’

38

Nr. 338 GSM-R omschakelbord

38

Nr. 303 Blauw licht (stopplaatssein)

39

Nr. 304a Treinlengtebord

39

Nr. 304b Treinlengtebord

39

Nr. 304c Treinlengtebord

39

Nr. 512a Blauwe vlag/blauw licht

39

Nr. 226a Snelheidsverminderingsbord voor overweg

39

Nr. 226b Wit licht met geel vlak (overwegsein)

40

Nr. 226c Gedoofd wit licht met geel vlak (overwegsein)

40

Nr. 360a Signaleringslichten voor spoorbezetting. Twee vaste lichten

40

Nr. 360b Signaleringslichten voor spoorbezetting.

40

Nr. 360c Signaleringslichten voor spoorbezetting.

Twee knipperende witte lichten

41

Nr. 370 Matrixbord met signalering ‘anti-icing in dienst ‘ voor een anti-icinginstallatie

41

Nr. 371 Matrixbord met

41

Nr. 372 Matrixbord met aanduiding actuele snelheid van een trein voor een

41

Nr. 373 Treinlengtebord

42

Nr. 374 Matrixbord met opdracht voor de machinist voor een anti-icinginstallatie

42

13

Seinen voor ETCS

42

Nr. 336 ETCS cabineseingeving

42

Nr. 337 Einde ETCS cabineseingeving

42

Nr. 227b l/r/o Stopplaatsmarkering

43

Nr. 227a l/r wit licht: ETCS niveau 1 actief, stopplaatsmarkering

43

Nr. 227c l/r gedoofd licht: Stopplaatsmarkering

44

Nr. 228 Stopplaatsmarkering

14

Handseinen voor materieelverplaatsing

44

Nr. 518a Van de seingever af

44

Nr. 519a Naar de seingever toe

44

Nr. 520a Afstoten

45

Nr. 521 Snelheid verminderen

45

Nr. 522a Stoppen

45

Nr. 528a Bijdrukken/combineren

45

15

Gevaarseinen

46

Nr. 605 Attentiesein, een matige lange toon

46

Nr. 606 Gevaarsein, tenminste vijf korte tonen

46

Nr. 508 Gevaarsein met rode vlag/rood licht

46

Nr. 509 Gevaarsein met hand/wit licht

46

16

Seinen voor de persoonlijke veiligheid

47

16.1

Vaste waarschuwingsinstallatie bij uitzichtbelemmerende objecten (wubo)

47

Nr. 708 WUBO Twee witte lichten

47

Nr. 709 WUBO Twee wisselende witte lichten

47

16.2

Vaste waarschuwingsinstallatie op bruggen (wibr)

47

Nr. 710 WIBR Twee verticale, witte lichten per spoor

47

Nr. 711 WIBR Twee verticale, wisselende witte lichten per spoor

47

16.3

Vaste waarschuwingsinstallatie voor dienstoverpaden (wido)

47

Nr. 720 WIDO Twee witte lichten

47

Nr. 721 WIDO Twee knipperende witte lichten

48

16.4

Vaste waarschuwingsinstallatie in tunnels (wit)

48

Nr. 722 WIT Twee verticaal, witte lichten

48

Nr. 723 WIT Twee verticaal, wisselde witte lichten

48

16.5

Geluids- en lichtseinen bij werkzaamheden

48

Nr. 614 Geluidssein een matig lange toon

48

Nr. 616 Geluidssein tenminste vijf korte tonen

48

Nr. 617 Geluidssein lange, korte en lange toon

48

Nr. 618 Geluidssein een korte toon

49

Nr 724a Oranje zwaai- of flitslicht en sirene.

49

Nr. 724b Niet werkend oranje zwaai of flitslicht en sirene.

49

17

Kenborden

49

Hectometerbord

49

Hectometerbord overgang

Seinnummerbord

49

Seinnummerbord met V

49

Seinnummerbord met R

50

Seinnummerbord met C

50

Toegevoegd seinnummerbord

50

Pijlbord

50

Wisselnummerbord

50

Krukkastbord

51

Telefoonkastbord

51

Bord ‘Einde looppad’

51

18

Markeringen

51

Wit/zwart vlak op contragewicht, omzetstoel of wisselstandaanwijzer

51

Vrijbalk

51

19

Lokaal voorkomende seinen

51

19.1

Amsterdam

51

Nr. 215b Rood met gele driehoek

51

Nr. 223 Laag geplaatst wit licht met vierkant zwart bord met gele driehoek met de punt omlaag

52

19.2

Venlo

52

Nr. 301a Stopbord E-Tractie

52

Nr. 224 Wit licht bij gedoofd lichtsein met bord VS

52

19.3

Kijfhoek

53

Nr. 270a Heuvelaanrijsein keper omhoog

53

Nr. 270b Heuvelaanrijsein keper omlaag

53

Nr. 270c Heuvelaanrijsein rode balk

53

19.4

Nederlands – Belgisch baanvakken

53

Nr. 349 Bord ‘Seinen rechts naast spoor’

53

Nr. 349a Belgisch pijlbord

54

19.5

Diverse baanvakken

54

Nr. 306b Uitschakelbord

54

Nr. 307b Inschakelbord

54

Nr. 308b stroomafnemers neer

54

Nr. 309b stroomafnemers neer

55

Nr. 310b stroomafnemers op

55

19.6

Baanvakken Tilburg – ‘s Hertogenbosch en Boxtel – Eindhoven

55

Nr. 725a Gedoofd licht

55

Nr. 725b Knipperen rood licht

55

19.7

Amersfoort

56

Nr 268a/b Heuvelen verboden

56

Nr 269a/b Heuvelen toegestaan

56

20

Seinen op buitendienstgesteld spoor

57

Nr. 725b Knipperen rood licht (hoog en laag)

57

1

Algemeen

1.1

Begripsomschrijvingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • groenvariant: de seinen 201, 202, 206a en 206b;

  • plaatselijke snelheid: de door een snelheidsbord 314 of 316 aangegeven maximale snelheid;

  • rijden op zicht: rijden met een zodanige snelheid, niet hoger dan 40 kilometer per uur of zoveel minder bij een lagere plaatselijke snelheid, dat in geval van bezet spoor of ander kenbaar gevaar op elk punt tijdig kan worden gestopt;

  • snelheidsaanduiding: snelheden worden aangegeven door getallen in seinen, waarbij geldt: snelheid is getal x 10 kilometer per uur;

  • snelheid begrenzen: opdracht de snelheid te verlagen tot de aangegeven snelheid en de toestemming te rijden met ten hoogste de aangegeven snelheid;

  • tijdelijke snelheidsbeperking: tijdelijke beperking op de plaatselijke snelheid.

1.2

Toestemmingen en opdrachten

De in deze bijlage vermelde seinen geven toestemmingen en/of opdrachten.

Opdrachten om de snelheid te begrenzen worden op een zodanige afstand gegeven, dat deze opdracht tijdig kan zijn uitgevoerd. Tijdig betekent dat de beschikbare remweg voldoende is om de opgedragen lagere snelheid te bereiken.

Voor het verlagen of verhogen van de snelheid geldt, dat:

  • een snelheidsverlaging moet zijn ingezet als het eerste voertuig het sein passeert dat een snelheidsverlaging opdraagt;

  • een snelheidsverhoging pas mag worden uitgevoerd als het laatste voertuig het sein dat een snelheidsverhoging toestaat, helemaal is gepasseerd.

2

Lichtseinen

2.1

Hoofdseinen

Nr. 201

Hoog geplaatst groen licht

Rijden toegestaan met de plaatselijke snelheid. Als bij vertrek de plaatselijke snelheid niet bekend is, is rijden toegestaan met een snelheid van ten hoogste 40 kilometer per uur.

Nr. 202

Hoog geplaatst knipperend groen licht met een door wit licht gevormd getal

Rijden toegestaan met ten hoogste de aangegeven snelheid.

Nr. 206a/b

Hoog geplaatst knipperend groen licht of

laag geplaatst groen licht

206a (hoog geplaatst knipperend groen licht): rijden toegestaan met een snelheid van ten hoogste 40 kilometer per uur.

206b (laag geplaatst groen licht): rijden toegestaan met een snelheid van ten hoogste 40 kilometer per uur of de ter plaatse geldende lagere snelheid.

Nr. 209

Hoog geplaatst geel licht met een door knipperend wit licht gevormd getal

Snelheid begrenzen tot de aangegeven snelheid. Deze snelheid kan niet in alle situaties bij het volgende hoofdsein bereikt zijn. In die situaties mag de remming niet onderbroken worden indien het volgende hoofdsein een verdere begrenzing van de snelheid opdraagt.

Nr. 210

Hoog geplaatst geel licht met een door wit licht gevormd getal

Snelheid begrenzen tot de aangegeven snelheid. Deze snelheid moet vóór het volgende hoofdsein bereikt zijn.

Nr. 212a/b

Hoog of laag geplaatst geel licht

212a (hoog geplaatst geel licht): Snelheid begrenzen tot 40 kilometer per uur of lager, om voor het eerstvolgende sein met betekenis ‘stop’ te kunnen stoppen.

212b (laag geplaatst geel licht): Rijden toegestaan met ten hoogste 40 kilometer per uur, of de ter plaatse geldende lagere snelheid, om voor het eerstvolgende sein met betekenis ‘stop’ te kunnen stoppen.

Nr. 214a/b

Hoog of laag geplaatst geel knipperend licht

Rijden op zicht.

Nr. 215a/b

Hoog of laag geplaatst rood licht

Stoppen vóór het sein.

Nr. 216a/b

Hoog of laag geplaatst wit licht

Door een bedieningshandeling uitgeschakeld sein. Rijden toegestaan na verkregen toestemming tot rangeren.

2.2

Voorseinen

Nr. 217a/b

Hoog geplaatst groen licht:

a. met een

achtergrond-scherm met drie of vier rechte hoeken;

b. zonder achtergrond-scherm met daaronder een voorseinbord 291b

Rijden toegestaan met de plaatselijke snelheid. Een voorafgaande opdracht ‘Rijden op zicht’ blijft gelden.

Nr. 218a/b

Hoog geplaatst geel licht met een door wit licht gevormd getal

  • a.

    met een achtergrondscherm met drie of vier rechte hoeken;

  • b.

    zonder achtergrondscherm met daaronder een voorseinbord 291b.

Snelheid begrenzen tot de aangegeven snelheid. Deze snelheid moet vóór het volgende hoofdsein bereikt zijn. Een voorafgaande opdracht ‘Rijden op zicht’ blijft gelden.

Nr. 219a/b

Hoog geplaatst geel licht

  • a.

    met een achtergrondscherm met drie of vier rechte hoeken;

  • b.

    zonder achtergrondscherm met daaronder een voorseinbord 291b.

Snelheid begrenzen tot 40 kilometer per uur of lager, om voor het eerstvolgende sein met betekenis ‘stop’ te kunnen stoppen. Een voorafgaande opdracht ‘Rijden op zicht’ blijft gelden.

2.3

Lichtseinen met borden met een zwarte driehoek

Nr. 222

Hoog geplaatst geel licht met:

– een achtergrond-scherm met rechte of afgeronde hoek, en

– daaronder een wit vierkant bord met een zwarte driehoek met de punt omhoog

Snelheid begrenzen tot 40 kilometer per uur of lager, om voor het eerstvolgende sein met betekenis ‘stop’ te kunnen stoppen. Een voorafgaande opdracht ‘Rijden op zicht’ blijft

gelden.

Nr. 215a

Hoog of laag geplaatst rood licht

met een vierkant wit bord met een zwarte driehoek met de punt omhoog

Stoppen vóór het sein.

Nr. 221

Hoog geplaatst wit licht met:

– een achtergrond-scherm met rechte of afgeronde hoek en daaronder

– een wit vierkant bord met een zwarte driehoek met de punt omhoog

Rijden toegestaan. Aanduiding

van een volgend sein nr. 220a/b dat

wit licht uitstraalt. Een voorafgaande opdracht ‘Rijden op zicht’ blijft gelden.

Nr. 220a/b

Hoog of laag geplaatst wit licht

met een vierkant wit bord met een zwarte driehoek met de punt omhoog

Voorbijrijden toegestaan.

De inrichting achter het sein is veilig berijdbaar. Een voorafgaande opdracht ‘Rijden op zicht’ blijft gelden.

3

Snelheidsborden

Nr. 313

Snelheidsverminderingsbord

Snelheid begrenzen tot de aangegeven snelheid. Deze snelheid moet voor het eerstvolgende bord Nr. 314 bereikt zijn. Rijden met de aangegeven snelheid toegestaan indien voorgaand een groenvariant getoond werd.

Nr. 314

Snelheidsbord

Aanduiding van de plaatselijke snelheid die voorbij het bord geldt.

Snelheid verhogen naar een aangegeven snelheid hoger dan 40 kilometer per uur is alleen toegestaan indien voorafgaand een groenvariant getoond werd.

Nr. 316

Snelheidsbord

Aanduiding van de plaatselijke snelheid die voorbij het bord geldt. Snelheid verhogen naar een aangegeven snelheid hoger dan 40 kilometer per uur is alleen toegestaan indien voorafgaand een groenvariant getoond werd.

Nr. 324

Snelheidsbord

Overweg/Weegbrug

De door het getal aangegeven snelheid mag niet worden overschreden totdat:

a de voorkant van de trein de overweg is gepasseerd; of

b de gehele trein de weegbrug is gepasseerd.

Nr. 325a

‘L’-bord

Dag

Nacht twee synchroon knipperende gele lichten

Aanduiding van een tijdelijk verlaagde plaatselijke snelheid.

Nr. 325b

Tijdelijk snelheidsbord

Snelheid begrenzen tot de door het getal aangegeven snelheid, met dien verstande dat bij een bord met twee getallen:

• het onderste getal geldt voor treinen bestemd voor het vervoer van goederen en met een snelheid lager dan 120 kilometer per uur en voor losse locomotieven; en

• het bovenste getal voor de overige treinen.

Nr. 326a

‘A’-bord

Dag

Nacht (een knipperend geel licht)

Aanduiding van het begin van een spoorgedeelte waarvoor een tijdelijke snelheidsbeperking volgens het voorafgaande tijdelijke snelheidsbord geldt.

Nr. 327a

‘E’-bord

Aanduiding van het einde van een spoorgedeelte waarvoor de tijdelijke snelheidsbeperking geldt.

4

Aanvullende seinen

4.1

Richtingaanwijzer en herhalingssein

Nr. 252

Richtingaanwijzer

Aanduiding van de bestemming van de ingestelde rijweg.

Nr. 272

Herhalingssein diagonaal

Aanduiding dat het eerstvolgende lichtsein een ander seinbeeld uitstraalt dan rood of geel knipperend licht.

Nr. 273

Herhalingssein horizontaal

Aanduiding dat het eerstvolgende lichtsein rood licht of geel knipperend licht uitstraalt.

4.2

Borden aan lichtseinen

Nr. 291a

Bord ‘Noodbediening overweg’

Aanduiding van een lichtsein met een voorziening om in geval van storing de spoorwegovergang te kunnen sluiten.

Nr. 291b

Voorseinbord

Aanduiding van een voorsein zonder achtergrondscherm.

Nr. 291c

P-bord

Aanduiding van een P-sein.

4.3

Baken

Nr. 249

Baken

Aanduiding van de nadering van een voorsein.

Nr. 249a

Keperbaken

Snelheid begrenzen tot 40 kilometer per uur of zoveel minder als nodig om voor het eerstvolgende ‘stop’ tonende sein te kunnen stoppen.

Nr. 251

Reflectorplaatje

Aanduiding van de nadering van een lichtsein of een stopplaatsmarkering nr. 227a of nr. 227b’.

Nr. 251a/l

Bord ‘Bijzonder gevaarpunt’

Aanduiding van een achter het lichtsein gelegen bijzonder gevaarpunt.

Nr. 251a/II

Gele bakens

Aanduiding van de nadering van een lichtsein dat op ten minste remwegafstand voorafgaat aan een lichtsein voorzien van een bord bijzonder gevaarpunt nr. 251a/l.

Nr. 251b

Reflectorplaatje rechthoekig met schuine strepen

Aanduiding van de nadering van een P-sein dat voorafgaat aan een hoofdsein zonder P.

5

ATB-seinen

5.1

ATB-baanseinen

Nr. 328a

ATB-naderingsbord

Aanduiding van de nadering van het bord ‘Nr. 328 ATB-inschakelbord’.

Nr. 328

ATB-inschakelbord

Aanduiding van het begin van de inschakelsectie van het automatische treinbeïnvloeding systeem ATB.

Nr. 328b

ATB-code bord

Aanduiding van het begin van met ATB of ATBNG beveiligd gebied of de overgang tussen deze gebieden.

Nr. 329

ATB-uitschakelbord

Aanduiding van het einde van het gebied waar het automatische treinbeïnvloeding systeem ATB of ATBNG functioneert.

Nr. 330

ATB-codewisselsein (wit licht)

Aanduiding van het tonen van een cabinesein dat een snelheidsbegrenzing oplegt.

5.2

ATB-cabineseinen

nr. 801

Groen licht/groen licht met snelheidsmeter

Rijden toegestaan met de door de vaste seinen aangegeven snelheid.

Nr. 802

Geel licht

Snelheid begrenzen tot 40 kilometer per uur.

Nr. 803

Geel met getal/snelheidsmeter

Snelheid begrenzen tot de door borden en lichtseinen aangegeven snelheid.

Nr. 804

Wit licht

Aanduiding van het voldoen aan het ATB-remkriterium.

Nr. 805

Blauw licht

Aanduiding van het buiten dienst zijn van het automatisch treinbeveiligingssysteem.

Nr. 806

Rood licht

Aanduiding van een door het automatisch treinbeveiligingssysteem ingezette remming.

Nr. 807

Eén gongslag

Wijziging cabinesein.

Nr. 808

Meer gongslagen

ATB schakelt ‘Buiten dienst’.

Nr. 809

Continu belsignaal

De door de ATB opgedragen snelheid wordt overschreden.

Nr. 810

5 seconden belsignaal

De door de ATB Nieuwe Generatie opgedragen snelheid wordt overschreden.

Nr. 811

Korte belsignalen

De door de ATB opgedragen snelheid is bereikt.

Nr. 812

Zoemer

Kwiteren

Nr. 813

Elektrisch zicht

Vooraankondiging snelheidsbegrenzing.

De snelheid moet begrensd zijn tot de snelheid vermeld in het display ‘doelsnelheid’ op een afstand aangegeven op de ‘afstandmeter doelsnelheid’. 255639

6

Seinen voor tunnels en steile hellingen

Nr. 276

´L´-sein

Snelheid zodanig begrenzen dat voor het eerstvolgende H-sein ‘Nr. 277’ kan worden gestopt.

Geldt alleen voor bestuur-ders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen, welke treinen door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.

Nr. 277

´H´-sein

Stoppen voor het sein.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen, welke treinen door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.

Nr. 278

Knipperend witte ´X´

Snelheid zodanig begrenzen dat voor het eerstvolgende sein ‘Nr. 279 Witte ‘X’’ of een lichtsein, dat rood licht uitstraalt, kan worden gestopt.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen en van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.

Nr. 279

Witte ´X´

Stoppen vóór het sein.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen en van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.

Nr. 280

Witte ´G´

Voorbijrijden toegestaan met inachtneming van de bijbehorende lichtseinen en snelheid zodanig begrenzen dat bij het eerstvolgende sein ‘Nr. 281 Entreesnelheidsbord’ de door dat sein aangegeven snelheid niet wordt overschreden.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen en van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.

Nr. 281

Entreesnelheidsbord

Aan het begin van de tunnel of dalende helling rijden toegestaan met de door het getal aangegeven snelheid.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen en van treinen die door de betrokken spoor-wegonderneming zijn aangewezen.

Nr. 282

Adviessnelheidsbord

Aanduiding van de door het getal aangegeven adviessnelheid die de machinist moet trachten aan te houden.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen en van treinen die door de betrokken spoor-wegonderneming zijn aangewezen.

Nr. 282a

Adviessnelheidsbord

Aanduiding van de door het getal aangegeven adviessnelheid die de machinist moet trachten aan te houden.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen en van treinen die door de betrokken spoor-wegonderneming zijn aangewezen.

Nr. 286

Entreesnelheidsverminderingsbord

Snelheid begrenzen tot de door het getal aangegeven snelheid. Deze snelheid moet bereikt zijn bij het eerstvolgende sein ‘Nr. 281 Entreesnelheidsbord’.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van goederen en van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.

7

Seinen met stopopdrachten

Nr. 300

Stopbord

Stoppen vóór het bord. Na contact met en toestemming van de functionaris die op het onderbord staat vermeld, mag verder worden gereden.

Als het onderbord meerdere opdrachten vermeldt, dan moeten deze worden uitgevoerd voordat het bord voorbij gereden mag worden.

Nr. 300a

Stopbord met brandende witte lamp

Stoppen vóór het bord. Na contact met en toestemming van de functionaris die op het onderbord staat vermeld, mag verder worden gereden.

De wissels achter het sein liggen in de stand zoals aangegeven door het wisselsein, seinnummer 253a/b.

Nr. 300b

Stopbord met gedoofde lamp

Stoppen vóór het bord. Na contact met en toestemming van de functionaris die op het onderbord staat vermeld, mag verder worden gereden.

De wissels achter het sein moeten lokaal worden bediend.

Nr. 301

Stopbord

Stoppen vóór het bord en de opdracht die op het onderbord staat vermeld, uitvoeren. Als geen opdracht wordt vermeld, mag na het stoppen verder worden gereden.

Nr. 301b

Facultatief stopbord

Stoppen vóór het bord. Na contact met en toestemming van de functionaris die op het onderbord staat vermeld, mag verder worden gereden. Als de toestemming vooraf is verkregen, mag sein 301b zonder stoppen voorbij worden gereden.

Nr. 301c

Stopbord met brandende witte lamp

Stoppen voor het bord en de opdracht die op het onderbord vermeld staat, uitvoeren.

De brandende witte lamp betekent dat de wissels achter het sein in de juiste stand van de aangevraagde rijweg liggen en veilig berijdbaar zijn.

Nr. 301d

Stopbord met gedoofde lamp

Stoppen voor het bord en de opdracht, die op het onderbord vermeld staat, uitvoeren.

De gedoofde witte lamp betekent dat de wissels achter het sein lokaal moeten worden bediend.

Nr. 301e Facultatief stopbord met brandende witte lamp

Stoppen voor het bord, tenzij de opdracht, vermeld op het onderbord, is uitgevoerd.

De wissels achter het sein liggen in de stand zoals aangegeven door het wisselsein, seinnummer 253a/b.

Nr. 301f Facultatief stopbord met gedoofde lamp

Stoppen voor het bord, tenzij de opdracht, vermeld op het onderbord, is uitgevoerd.

De wissels achter het sein worden lokaal bediend.

Nr. 242

Stopseinlantaarn/-bord

Stoppen vóór het sein.

Geldt niet voor bestuurders van treinen waarmee wordt gerangeerd.

Nr. 302

‘R’-bord

Stoppen vóór het sein.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen waarmee wordt gerangeerd.

Nr. 322

‘VS’-bord

Stoppen vóór het sein, tenzij de bestuurder in het bezit is van een geldige aanwijzing Verkeerd Spoor voor het betrokken spoor.

Nr. 513

Afsluitbord

Dag

Nacht (rood licht of reflecterend)

Stoppen vóór het sein

Nr. 243

Afsluitlantaarn/-bord

of

Stoppen vóór het sein. Indien het sein op een beweegbare brug is geplaatst, stoppen voor de brug.

Eventueel is het bord bij een stootjuk dubbel uitgevoerd en/of voorzien van een rode lamp.

Nr. 244a/b

Afsluitlantaarn veilig

De inrichting(en) achter het sein is veilig berijdbaar.

Nr. 512b

Rood licht of rode vlag of rode lichtgevende balk

Stoppen vóór het sein

Nr. 331

Blokbord

Stoppen vóór het sein, tenzij de treindienstleider vooraf toestemming heeft gegeven om het sein voorbij te rijden.

Nr. 375

Opdrachtbord

De opdracht vermeld op het onderbord uitvoeren alvorens het bord voorbij te rijden.

Dit bord wordt onder meer toegepast op locaties waarover wegverkeer plaatsvindt en de machinist een overweg moet bedienen.

8

Seinen voor spoorvoertuigen met stroomafnemers

Nr. 306a

Uitschakelbord

Uitschakelen tractiestroom.

Nr. 307a

Inschakelbord

Inschakelen tractiestroom toegestaan.

Indien een onderbord is aangebracht geldt:

voor getrokken treinen:

inschakelen tractiestroom mag slechts geschieden indien het aantal elektrische locomotieven ten hoogste het op het onderbord vermelde aantal bedraagt.

en voor overige treinen:

inschakelen tractiestroom mag slechts geschieden indien de trein de op het onderbord aangegeven treinlengte niet overschrijdt.

Nr. 308a

Bord ‘Aankondiging stroomafnemers neer’

Aankondiging stroomafnemers neerlaten.

Nr. 309a

Bord ‘Stroomafnemers neer’

Stroomafnemers moeten zijn neergelaten.

Nr. 309c

Bord ‘Stroomafnemers neer’ bij rijtuigwasinrichting

De stroomafnemers moeten zijn neergelaten bij gebruik van de wasinrichting.

Nr. 310a

Bord ‘Stroomafnemers op’

Toestemming om de stroomafnemers op te zetten.

Indien een onderbord is aangebracht geldt:

voor getrokken treinen:

inschakelen tractiestroom mag slechts geschieden indien het aantal elektrische locomotieven ten hoogste het op het onderbord vermelde aantal bedraagt.

en voor overige treinen:

inschakelen tractiestroom mag slechts geschieden indien de trein de op het onderbord aangegeven treinlengte niet overschrijdt.

Nr. 311(l/r)

Bord ‘Einde bovenleiding’

Voorbijrijden met opgezette stroomafnemers niet toegestaan. Indien een bovenbord is aangebracht is voorbijrijden met opgezette stroomafnemers niet toegestaan in de richting waarnaar de pijl wijst.

Nr. 320

Aanduiding locatie omschakelen hoogspanning

Aanduiding van de bovenleidingspanning voorbij het volgende bord ‘Nr. 310a Stroomafnemers op’. Op het onderste bord is deze bovenleidingspanning vermeld.

9

Seinen op kracht- en overige spoorvoertuigen

Nr. 401 Frontseinen

Tijdens het gebruik van de hoofdspoorweg gezien de rijrichting is de trein voorzien van:

• drie brandende witte of gele lichten aan de voorzijde;

• bij gebruik van het hogesnelheidsspoorwegsysteem drie brandende witte lichten aan de voorzijde.

Indien treinstellen tijdens het gebruik van de hoofdspoorweg zijn gekoppeld, wordt de verlichting op de plaats van de koppeling gedoofd.

Nr. 401b

geduwde trein

Historische voertuigen die van oudsher de A-configuratie van de opstelling van de frontseinen niet kunnen tonen, mogen ook een L-configuratie tonen

Uitsluitend voor historische voertuigen die daarvoor niet ingericht zijn, bij geduwd rangeren, twee naar voren gerichte witte lampen op gelijke hoogte op het voorste voertuig van een geduwde trein

Nr. 401c

Trein en locomotief op spoorwegemplacement

Een krachtvoertuig is tijdens het gebruik van een hoofdspoorweg uitsluitend binnen een spoorwegemplacement aan de voor- en aan de achterzijde voorzien van een brandend wit licht.

Het aan de voor- en aan de achterzijde voorzien van tenminste een brandend wit licht is niet van toepassing gedurende de periode dat een locomotief of een trein op een hoofdspoorweg binnen een spoorwegemplacement is geparkeerd.

Nr. 413

Twee rode lichten met één, twee of drie witte lichten

Stoppen in verband met gevaar.

Nr. 401d

Twee afwisselend of gelijktijdig knipperende, witte lichten aan frontzijde

Stoppen in verband met gevaar.

Nr. 403

Sluitseinen

Bij treinen

Twee brandende, al dan niet knipperende, rode lichten aan de achterzijde of twee schilden (403-1, 403-2 of 403-5).

In het internationale verkeer moeten de schilden voldoen aan het model uit de TSI-OPE.

Bij treinen van het hogesnelheid spoorwegsysteem tijdens het gebruik van de hoofdspoorweg

Twee brandende rode lichten aan de achterzijde (403-1).

Bij treinen op een buiten dienst gesteld spoor

Een brandend, al dan niet knipperende, rood licht aan de achterzijde (403-3 of 403-4).

Bij treinen niet bestemd voor het vervoer van personen

Aan de achterzijde zijn voorzien van een brandend, al dan niet knipperend, rood licht of twee schilden (403-3, 403-4 of 403-5).

Nr. 403-6 Internationaal sluitschild

In het internationale verkeer moeten de schilden voldoen aan het model uit de TSI-OPE (paragraaf 4.2.2.1.3.2).

Twee reflecterende platen met aan de zijkanten witte driehoeken en boven- en onderaan rode driehoeken

Nr. 410

Gele vlag(gen)

Niet tegen het spoorvoertuig rangeren of afstoten.

Nr. 412a

Rood zwaai- / knipper- / flitslicht

Aanduiding aan het wegverkeer van een trein.

10

Remproefseinen

Nr. 702a

Remmen vast

Een blauw licht of een gebaar

Remmen vast.

Nr. 702b

Remmen los

Twee blauwe lichten of een gebaar

Remmen lossen.

Nr. 702c

Remmen in orde

Drie blauwe lichten of een gebaar.

Remproef geslaagd.

11

Vertrekseinen

Nr. 706 Vertrekseinlicht

Toestemming voor het starten van de vertrekprocedure.

Nr. 700

Knipperend vertrek-seinlicht

Wit knipperend licht met daaronder een V

Er is toestemming voor het starten van de vertrekprocedure.

12

Overige vaste seinen

Nr. 305

Verkenbord

Aanduiding van de nadering van een perron voor reizigers op remwegafstand.

Nr. 312

Fluitbord

Geef een geluidssignaal overeenkomstig sein ‘Nr. 605 Een matige lange toon’.

Nr. 312a

Facultatief fluitbord

Geef een geluidssignaal overeenkomstig sein ‘Nr. 605 Een matige lange toon’, indien personen het overpad naderen.

Nr. 253a/b

Wisselsein

Aanduiding van de stand van het wissel:

a. linksleidend, en

b. rechtsleidend.

Nr. 274

Weegbrugsein rond

Berijden van de weegbrug toegestaan met de voor die brug geldende snelheid overeenkomstig sein ‘Nr. 324 Snelheidsbord Overweg/Weegbrug’.

Nr. 275

Weegbrugsein driehoekig

Berijden van de weegbrug toegestaan met de plaatselijke snelheid.

Nr. 350

Attentiebord ‘Lichtsein(en) buiten dienst’

Aanduiding van een of meer volgende lichtseinen overeenkomstig ‘Nr. 351 Afgekruist lichtsein’ die zo mogelijk zijn gedoofd.

Nr. 351

Afgekruist lichtsein

Aanduiding dat het lichtsein geen betekenis heeft.

Nr. 317

Bord ‘Rijden op zicht’

Voorbijrijden toegestaan met een zodanige snelheid, die niet hoger is dan 40 kilometer per uur, om op elke plaats achter dit sein te kunnen stoppen in verband met een mogelijke belemmering dan wel het ontbreken van de zekerheid dat de inrichtingen, gelegen tussen dit sein en het eerstvolgende lichtsein, goed functioneren.

Nr. 333

Bord ‘Einde beveiligd gebied’

Aanduiding van het einde van een beveiligd gebied.

Nr. 318a

Bord ‘Aankondiging overweg’

Aanduiding van het beginpunt van de aankondiging van een overweg.

De cijfers op het bord geven de kilometer- en hectometeraanduiding van de spoorwegovergang aan.

Nr. 318b

Bord ‘Aankondiging overweg’

Aanduiding van het beginpunt van de aankondiging van twee achter elkaar gelegen overwegen.

De cijfers op de borden geven de kilometer- en hectometeraanduiding van de spoorwegovergangen aan, waarbij het bovenste cijfer betrekking heeft op de verst verwijderde spoorwegovergang.

Nr. 338

GSM-R omschakelbord

GSM-R handmatig omschakelen naar het aangegeven nationale netwerk.

Nr. 303

Blauw licht (stopplaatssein)

Aanduiding van de plaats waar de voorzijde van een trein tot stilstand moet komen voor een goede dienstuitvoering.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van personen.

Nr. 304a

Treinlengtebord

Aanduiding van de plaats waar de voorzijde van een trein tot stilstand moet komen voor een goede dienstuitvoering.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van personen.

Nr. 304b Treinlengtebord

Aanduiding van de plaats waar de voorzijde van een trein, bestaande uit ten hoogste het aantal door het getal aangegeven spoorvoertuigen, tot stilstand moet komen voor een goede dienstuit-voering.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van personen.

Nr. 304c

Treinlengtebord

Aanduiding van de plaats waar de voorzijde van een trein bij perrons met perronfases tot stilstand moet komen voor een goede dienstuitvoering.

Het bovenste getal geldt voor treinen die op beide perronfases kunnen halteren.

Het onderste getal geldt voor treinen die in hun geheel langs de tweede of volgende perronfase tot stilstand moeten komen omdat deze de wissels langs het perron in de afbuigende stand berijden of omdat de bestuurder hiervoor expliciet instructie heeft gekregen.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen bestemd voor het vervoer van personen.

Nr. 512a

Blauwe vlag/blauw licht

Aanduiding van de plaats waar de voorzijde van een trein tot stilstand moet komen voor een goede dienstuitvoering.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen voor het vervoer van personen.

Nr. 226a

Snelheidsverminderingsbord voor overweg

Snelheid zodanig begrenzen om vóór de aangegeven overweg(en) te kunnen stoppen.

Nr. 226b

Wit licht met geel vlak (overwegsein)

Berijden van de overweg(en) toegestaan.

Nr. 226c

Gedoofd wit licht met geel vlak (overwegsein)

Stoppen vóór de overweg(en).

Nr. 360a

Signaleringslichten voor spoorbezetting. Twee vaste lichten

Rangeren toegestaan.

Nr. 360b

Signaleringslichten voor spoorbezetting.

Boven: knipperend wit licht, onder: wit licht

Aanduiding van de afstand tussen het voorste spoorvoertuig en het einde van het spoor die minder dan 200 meter en meer dan 50 meter bedraagt.

Nr. 360c

Signaleringslichten voor spoorbezetting.

Twee knipperende witte lichten

Aanduiding van de afstand tussen het voorste spoorvoertuig en het einde van het spoor die minder dan 50 meter bedraagt.

Nr. 370

Matrixbord met signalering ‘anti-icing in dienst ‘ voor een anti-icinginstallatie

Wanneer ijskristal wit oplicht:

Anti-icinginstallatie is in dienst.

Indien bord gedoofd is dan is de anti-icinginstallatie niet in dienst.

Nr. 371

Matrixbord met snelheidsinstructie voor een anti-icinginstallatie

Wanneer snelheidsindicatie wit oplicht:

De anti-icinginstallatie behandelt de trein.

De adviessnelheid voor het rijden door de anti-icinginstallatie is 5 kilometer per uur.

Indien bord gedoofd is dan conform de instructie het proces vervolgen.

Nr. 372

Matrixbord met aanduiding actuele snelheid van een trein voor een anti-icinginstallatie

Matrix geeft de actuele snelheid aan in kilometer per uur.

Toelichting;

Bord is een hulpmiddel voor de machinist om de trein met 5 kilometer per uur door een anti-icinginstallatie te rijden.

Indien bord gedoofd is dan conform de instructie het proces vervolgen.

Nr. 373

Treinlengtebord voor anti-icing

Aanduiding van de plaats waar een met anti-icing behandelde trein de anti-icinginstallatie heeft verlaten.

Het onderbord geeft de lengte van de trein aan in rijtuigen. De trein heeft de anti icing installatie verlaten indien deze uit het aantal op het onderbord vermelde spoorvoertuigen bestaat.

Nr. 374

Matrixbord met opdracht voor de machinist voor een anti-icinginstallatie

Wanneer matrixbord oplicht moet de machinist de opdracht uitvoeren. Daarbij houdt de machinist rekening met de voor het materieeltype geldende remvoorschriften.

Indien bord gedoofd is dan conform de instructie het proces vervolgen.

13

Seinen voor ETCS

Nr. 336

ETCS cabineseingeving

ETCS-cabine-seingeving actief. Treinen zonder ETCS cabinesignalering zo spoedig mogelijk stoppen en opdracht van de treindienstleiding opvolgen.

Nr. 337

Einde ETCS cabineseingeving

Einde ETCS-cabine-seingeving of ETCS-rijtoestemming.

Nr. 227b l/r/o

Stopplaats-markering

Stopplaatsmarkering voor treinen die onder ETCS-cabineseingeving of een ETCS-rijtoestemming rijden of in SR mode rijden.

De punt wijst naar het spoor waarvoor het sein geldt.

Nr. 227a l/r

wit licht:

ETCS niveau 1 actief, stopplaatsmarkering

Hoog of laag geplaatst wit licht

ETCS level 1 achter het sein. Voorbijrijden toegestaan; daarna ETCS-cabineseingeving opvolgen.

De punt wijst naar het spoor waarvoor het sein geldt

Nr. 227c l/r

gedoofd licht: Stopplaats-markering

Stopplaatsmarkering voor treinen die onder ETCS-cabineseingeving of een ETCS-rijtoestemming of in SR mode rijden.

De punt wijst naar het spoor waarvoor het sein geldt.

Nr. 228 Stopplaatsmarkering

Stopplaatsmarkering voor treinen die onder ETCS-cabineseingeving of een ETCS-rijtoestemming rijden. Treinen zonder cabineseingeving: stop.

14

Handseinen voor materieelverplaatsing

Nr. 518a

Van de seingever af

Dag (gebaar) – Nacht (wit licht)

Rijden van de seingever af.

Nr. 519a

Naar de seingever toe

Dag (gebaar) – Nacht (wit licht)

Rijden naar de seingever toe.

Nr. 520a

Afstoten

Dag (gebaar) – Nacht (wit licht)

Afstoten.

Nr. 521

Snelheid verminderen

Dag (gebaar) – Nacht (wit licht)

Snelheid verminderen en rekenen op sein ‘Nr. 522a Stoppen’.

Nr. 522a

Stoppen

Dag (gebaar) – Nacht (wit licht)

Stoppen.

Nr. 528a

Bijdrukken/combineren

Dag (gebaar) – Nacht (wit licht)

Bijdrukken/combineren

15

Gevaarseinen

Nr. 605

Attentiesein, een matige lange toon

Opletten.

Nr. 606

Gevaarsein, tenminste vijf korte tonen

Er dreigt gevaar.

Nr. 508

Gevaarsein met rode vlag/rood licht

Dag (rode vlag) – Nacht (rood licht)

Stoppen in verband met gevaar.

Nr. 509

Gevaarsein met hand/wit licht

Dag (gebaar) – Nacht (wit licht)

Stoppen in verband met gevaar.

16

Seinen voor de persoonlijke veiligheid

16.1

Vaste waarschuwingsinstallatie bij uitzichtbelemmerende objecten (wubo)

Nr. 708

WUBO Twee witte lichten

Er nadert geen trein, vanuit de richting van het uitzichtbelemmerende object, over het spoor waarop het sein betrekking heeft.

Nr. 709

WUBO Twee wisselende witte lichten

Er nadert een trein, vanuit de richting van het uitzichtbelemmerende object, over het spoor waarop het sein betrekking heeft.

16.2

Vaste waarschuwingsinstallatie op bruggen (wibr)

Nr. 710

WIBR Twee verticale, witte lichten per spoor

Er nadert geen trein over het spoor van de brug waarop het sein betrekking heeft.

Nr. 711

WIBR Twee verticale, wisselende witte lichten per spoor

Er nadert een trein over het spoor van de brug waarop het sein betrekking heeft.

16.3

Vaste waarschuwingsinstallatie voor dienstoverpaden (wido)

Nr. 720

WIDO Twee witte lichten

Er nadert geen trein over het spoor waarop het sein betrekking heeft.

Nr. 721

WIDO Twee knipperende witte lichten

Er nadert een trein over het spoor waarop het sein betrekking heeft.

16.4

Vaste waarschuwingsinstallatie in tunnels (wit)

Nr. 722

WIT Twee verticaal, witte lichten

Er nadert geen trein over het spoor waarop het sein betrekking heeft.

Nr. 723

WIT Twee verticaal, wisselde witte lichten

Er nadert een trein over het spoor waarop het sein betrekking heeft.

16.5

Geluids- en lichtseinen bij werkzaamheden

Nr. 614

Geluidssein een matig lange toon

Opletten in verband met de nadering van een trein over het spoor waarnaast men zich bevindt.

Nr. 616

Geluidssein tenminste vijf korte tonen

Er dreigt gevaar!

Nr. 617

Geluidssein lange, korte en lange toon

Opletten in verband met de nadering van een trein over het spoor waarin men zich bevindt.

Nr. 618

Geluidssein een korte toon

De werkzaamheden kunnen beginnen of hervat worden.

Nr. 724a

Oranje zwaai- of flitslicht en sirene.

Er nadert een trein.

Nr. 724b

Niet werkend oranje zwaai of flitslicht en sirene.

Er nadert geen trein.

17

301

Hectometer-bord

Hectometer-aanduiding

Hectometer-bord overgang

Hectometer-aanduiding van een overgang

Seinnummerbord

Aanduiding van het nummer van het sein

Seinnummerbord

met V

Aanduiding van het nummer van een voorsein.

Seinnummerbord met R

Aanduiding van het nummer van een herhalingssein Nr. 272 of 273 dat is gekoppeld aan een lichtsein met hetzelfde nummer.

Seinnummerbord met C

Aanduiding van het nummer van een codewisselsein Nr. 330 dat is gekoppeld aan een lichtsein met hetzelfde nummer.

Toegevoegd seinnummerbord

Aanduiding van een lichtsein zonder origineel nummer.

Pijlbord

Aanduiding van het spoor waarvoor het sein bestemd is.

Aanduiding van de sporen waarvoor het sein bestemd is.

Wisselnummerbord

Aanduiding van het nummer van een wissel.

Krukkastbord

Aanduiding van een kast waarin zich een wisselkruk bevindt.

Telefoonkastbord

Aanduiding van een kast waarin zich een telefoon bevindt waarmee rechtstreeks contact kan worden opgenomen met de treindienstleider.

Bord ‘Einde looppad’

Aanduiding van het einde van een looppad.

18

Markeringen

Wit/zwart vlak op contragewicht, omzetstoel of wisselstandaanwijzer

Aanduiding van de normaalstand van een ter plaatse te bedienen wissel, indien het witte vlak boven is. Na het berijden wordt het wissel in de in normaalstand teruggelegd.

Vrijbalk

Aanduiding van de uiterste grens op een spoor waar spoorvoertuigen geplaatst kunnen worden zonder in aanraking te komen met spoorvoertuigen op het nevenspoor.

19

Lokaal voorkomende seinen

19.1

Amsterdam

Nr. 215b

Rood met gele driehoek

Stoppen vóór het sein.

Nr. 223

Laag geplaatst wit licht met vierkant zwart bord met gele driehoek met de punt omlaag

Bij nadering van het lichtsein: het lichtsein heeft geen betekenis.

Bij vertrek vanuit de stilstand: rijden toegestaan met een zodanige snelheid, die niet hoger is dan 40 kilometer per uur, om op elke plaats achter dit sein, waar een belemmering voor het verder rijden aanwezig is, te kunnen stoppen.

19.2

Venlo

Nr. 301a

Stopbord E-Tractie

Stoppen voor het bord.

Geldt alleen voor bestuurders van losse, elektrische locomotieven die niet geschikt zijn voor 15.000 V wisselspanning.

Geldt alleen voor bestuurders van losse, elektrische locomotieven die niet geschikt zijn voor 1.500 V gelijkspanning.

Nr. 224

Wit licht bij gedoofd lichtsein met bord VS

Rijden toegestaan met een snelheid van ten hoogste 40 kilometer per uur, als de bestuurder in het bezit is van een geldige aanwijzing Verkeerd Spoor voor het betrokken spoor.

19.3

Kijfhoek

Nr. 270a

Heuvelaanrijsein keper omhoog

Rijden over de rangeerheuvel naar de verdeelsporen toegestaan.

Nr. 270b

Heuvelaanrijsein keper omlaag

Opduwen van te heuvelen spoorvoertuigen toegestaan. Niet toegestaan met de locomotief het sein voorbij te rijden.

Nr. 270c

Heuvelaanrijsein rode balk

Voorbijrijden van het sein alleen toegestaan na toestemming van de treindienstleider.

19.4

Nederlands – Belgisch baanvakken

Nr. 349

Bord ‘Seinen rechts naast spoor’

Aanduiding van de plaatsing van de seinen aan de rechterzijde van het spoor waarvoor zij bestemd zijn.

Nr. 349a

Belgisch pijlbord

Aanduiding van het spoor waarvoor het sein bestemd is.

19.5

Diverse baanvakken

Nr. 306b

Uitschakelbord

Uitschakelen tractiestroom.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen, voorzien van stroomafnemers, die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.

Nr. 307b

Inschakelbord

Inschakelen tractiestroom toegestaan. Indien een onderbord is aangebracht, mag het inschakelen van de tractiestroom slechts geschieden indien de trein uit niet meer dan het aantal op het onderbord vermelde spoorvoertuigen bestaat.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen, voorzien van stroomafnemers, die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.

Nr. 308b

stroomafnemers neer

Binnen driehonderd meter de stroomafnemers neerlaten.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.

Nr. 309b

stroomafnemers neer

De stroomafnemers moeten zijn neergelaten.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.

Nr. 310b

stroomafnemers op

Toestemming om de stroomafnemers op te zetten.

Geldt alleen voor bestuurders van treinen die door de betrokken spoorwegonderneming zijn aangewezen.

19.6

Baanvakken Tilburg – ‘s Hertogenbosch en Boxtel – Eindhoven

Nr. 725a

Gedoofd licht

Sein geeft geen opdracht.

Nr. 725b

Knipperen rood licht

Aanduiding van de activering van de werkzoneschakelaar voor het spoor waarop de werkzonelamp betrekking heeft.

19.7

Amersfoort

Nr 268a/b

Heuvelen verboden

a

Niet toegestaan spoorvoertuigen naar of over de heuvel te duwen.

b

Nr 269a/b

Heuvelen toegestaan

a

Duwen van spoorvoertuigen naar of over de heuvel

Toegestaan.

b

20

Seinen op buitendienstgesteld spoor

Nr. 725b

Knipperen rood licht (hoog en laag)

Voor werktreinen:

Stop vóór het sein.

Voor de persoonlijke veiligheid:

De werkzoneschakelaar voor de werkzone die ligt voor het betreffende sein is geactiveerd.

Bijlage

5

Vervallen

Bijlage

6

behorende bij artikel 38 van de Regeling spoorverkeer

Lijst met Emplacementen

A

Ah

Arnhem

Ahg

Arnhem Goederenstation

Amf

Amersfoort

Amfs

Amersfoort Schothorst

Almo

Almere Oostvaarders

Aml

Almelo

Amr

Alkmaar

Apd

Apeldoorn

Apn

Alphen aan den Rijn

Asb

Amsterdam Bijlmer

Asd

Amsterdam Centraal

Asdma

Amsterdam Muiderpoort ASL

Asdta

Amsterdam Transformatorweg

Asdwpl

Amsterdam Werkplaats

Asn

Assen

Ass

Amsterdam Sloterdijk

At

Acht

Awhv

Amsterdam Westhaven

B

Bd

Breda

Bgn

Bergen op Zoom

Bkd

Amersfoort Bokkeduinen

Bkh

Binckhorst

Bkhn

Binckhorst Noord

Bkhz

Binckhorst Zuid

Bkl

Breukelen

Bkp

Blauwkapel

Bnva

Barneveld Aansluiting

Bon

Born

Bot

Botlek

Br

Blerick

Brn

Baarn

Btl

Boxtel

Bv

Beverwijk

C

Co

Coevorden

Cr

Crailoo

D

Ddn

Delden

Ddr

Dordrecht

Ddri

Dordrecht Aansluiting Industrieterrein De Staart

Dgr

Amsterdam Dijksgracht

Dld

Den Dolder

Dn

Deurne

Dt

Delft

Dtc

Doetinchem

Dv

Deventer

Dvaw

Duivendrecht Aansluiting West

Dvd

Duivendrecht

Dz

Delfzijl

E

Ed

Ede-Wageningen

Eem

Eemshaven

Ehv

Eindhoven

Ekz

Enkhuizen

Emn

Emmen

Erp

Europoort

Es

Enschede

Esta

Elst Aansluiting

F

Fo

Feijenoord

G

Gbr

Glanerbrug

Gd

Gouda

Gdg

Gouda Goverwelle

Gdm

Geldermalsen

Gn

Groningen

Gnl

Groningen Losplaats

Gs

Goes

Gv

Den Haag HS

Gvc

Den Haag Centraal

H

Han

Haanrade

Har

De Haar Aansluiting

Hde

‘t Harde

Hdr

Den Helder

Hfd

Hoofddorp

Hfdo

Hoofddorp Opstel

Hgl

Hengelo

Hgv

Hoogeveen

Hlg

Harlingen

Hlgh

Harlingen Haven

Hlm

Haarlem

Hlmw

Haarlem Hoofdwerkplaats (wgl-groep)

Hmla

Harmelen Aansluiting

Hn

Hoorn

Hnk

Hoorn Kersenboogerd

Hrl

Heerlen

Hsbda

Breda Aansluiting

Hsbdg

Breda Grens

Hszha

Zevenbergschehoek Aansluiting

Ht

’s Hertogenbosch

Hvs

Hilversum

Hwd

Heerhugowaard

I

IJsm

IJsselmonde Rangeerterrein

J

K

Kfh

Kijfhoek

Kpn

Kampen

Krd

Kerkrade

Ktr

Kesteren

L

Ldd

Leidschendam

Ledn

Leiden

Lls

Lelystad

Llso

Lelystad Opstelterrein

Lw

Leeuwarden

Lwd

Lewedorp

M

Mas

Maarssen

Mbga

Muiderberg ASL

Mdk

Moerdijk raccordementstamlijn

Mdsa

Muiderstraatweg Aansluiting

Mp

Meppel

Mrb

Mariënberg

Mrg

Maarn (GE)

Mss

Maassluis

Mt

Maastricht

Mtr

Maastricht Randwijck

Mvt

Maasvlakte

N

Ndb

Naarden-Bussum

Nm

Nijmegen

Nmge

Nijmegen Goederen

Nmrep

Nijmegen Opstel

Nsch

Nieuweschans

Nwh

Noordwijkerhout

O

O

Oss

Obpa

Overbrakepolder

Odz

Oldenzaal

On

Onnen

Onz

Onnen Zuid

Otw

Oosterhout raccordement Weststad

P

Pon

Amersfoort raccordement Pon

Ps

Pernis

Q

R

Rd

Roodeschool

Rhn

Rhenen

Rlb

Rotterdam Lombardijen

Rm

Roermond

Rsd

Roosendaal

Rtd

Rotterdam CS

Rtng

Rotterdam Noord Goederen

Rtst

Rotterdam Stadion

S

Sdm

Schiedam

Shl

Schiphol

Sloe

Sloehaven

Std

Sittard

Stv

Stavoren

Svg

Sas van Gent

Swd

Sauwerd

Swk

Steenwijk

T

Tb

Tilburg

Tbge

Tilburg Goederenemplacement

Tbu

Tilburg Universiteit

Tl

Tiel

Tnz

Terneuzen

U

Ut

Utrecht CS

Utcw

Utrecht Cartesiusweg

Utg

Uitgeest

Utge

Utrecht Goederen

Utls

Utrecht Landstraat

Utlw

Utrecht Lage Weide

Utm

Utrecht Maliebaan

Utoz

Utrecht Opstelterrein Zuid

V

Vam

VAM-terrein Wijster

Vdm

Veendam

Vk

Valkenburg

Vl

Venlo

Vry

Venray

Vs

Vlissingen

Vspa

Venserpolder ASL

W

Wd

Woerden

Wdn

Wierden

Wgm

Watergraafsmeer

Whz

Rotterdam Waalhaven Zuid

Wp

Weesp

Wspl

Westelijke Splitsing

Wt

Weert

Ww

Winterswijk

X

Y

Ypb

Den Haag Ypenburg

Z

Zb

Zuidbroek

Zd

Zaandam

Zl

Zwolle

Zlw

Lage Zwaluwe

Zp

Zutphen

Zst

Amsterdam Zaanstraat

Zv

Zevenaar

Zvt

Zandvoort

Zwdl

Zwijndrecht Groote Lindt

Afkortingen buitenland

Wr

Weener

Lar

Laarwald

Bh

Bad Bentheim

G

Gronau

Em

Emmerich

Kn

Kaldenkirchen

Dh

Dalheim

Hz

Herzogenrath

Fvs

Visé

Lnp

Neerpelt

Esn

Essen

Fsz

Zelzate

Bijlage

7

Vervallen

Bijlage

8

behorende bij artikel 40a van de Regeling spoorverkeer

Vervallen