Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
minister:
de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, de minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit;
-
b.
wet:
-
c.
bevoegd gezag:
het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, een instelling als bedoeld in artikel 1.3.3, een instelling als bedoeld in artikel 1.3.4, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 en een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet, tenzij anders blijkt;
-
d.
een onderwijsfunctie voor het BVE-veld:
-
een functie waarvoor een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b, ten eerste, van de wet vereist is;
-
een functie als onderwijsassistent-BVE;
-
een functie als instructeur-BVE;
-
-
e.
eigen onderwijspersoneel:
door het bevoegd gezag als docent, onderwijsassistent-BVE of instructeur-BVE benoemd personeel;
-
f.
Bve Raad:
de Bve Raad genoemd in de Kaderregeling subsidiëring Bve Raad;
-
g.
de student-werknemer:
het eigen onderwijspersoneelslid dat een duale opleiding volgt;
-
h.
tekortvakken:
economische vakken, beroepsgerichte vakken in de techniek alsmede vakken waarvan het bevoegd gezag aannemelijk maakt dat zij haar vacatures in deze vakken moeilijk kan vervullen;
-
i.
didactische cursus BVE:
een cursus gericht op het behalen van een bewijs van voldoende didactische bekwaamheid als bedoeld in de Regeling aanwijzing bewijzen van voldoende didactische bekwaamheid in de bve-sector;
-
j.
loonverletkosten:
de feitelijke loonkosten van het bevoegd gezag voor de student-werknemer voor het deel van de werktijd dat hij in het kader van een duale opleiding, als bedoeld in artikel 3, is vrijgesteld om een opleiding te volgen tot een maximum van 8 uur per week, bij een normjaar-taak van 1659 uur.