Beleidsregels omtrent het verstrekken van dwanglicenties ter uitvoering van het WTO besluit (WT/L/540) aangaande de implementatie van § 6 van de Doha verklaring betreffende de TRIPS overeenkomst en volksgezondheid onder artikel 57, eerste lid, van de Rijksoctrooiwet 1995

Beleidsregels inzake verstrekking dwanglicenties

De Staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op het WTO besluit aangaande de implementatie van § 6 van de Doha verklaring betreffende de TRIPS overeenkomst en volksgezondheid (WT/L/540) en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel

1

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: de Minister van Economische Zaken;

  • b.

    wet: de Rijksoctrooiwet 1995;

  • c.

    farmaceutisch product: elk geoctrooieerd product, of product gefabriceerd door middel van een geoctrooieerd proces, afkomstig uit de farmaceutische sector, dat nodig is om volksgezondheidsproblemen aan te pakken, inclusief actieve ingrediënten voor de fabricage van deze producten en de diagnostische hulpmiddelen om de producten te kunnen gebruiken;

  • d.

    dwanglicentie: een licentie als bedoeld artikel 57, eerste lid, van de Rijksoctrooiwet 1995;

  • e.

    WTO besluit: het besluit van de Algemene Raad van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) met betrekking tot de implementatie van § 6 van de Doha verklaring aangaande de TRIPS overeenkomst en volksgezondheid (WT/L/540);

  • f.

    importerende staat: een land dat tot de minst ontwikkelde landen behoort of een land dat lid is van de WTO en notificatie heeft gedaan als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, sub ii, van het WTO besluit;

  • g.

    groep van staten: een groep van importerende staten alsmede organisaties, bedoeld in artikel 6 (i) van het WTO besluit;

  • h.

    opdracht: een schriftelijke opdracht aan een geneesmiddelenproducent voor het produceren van een specifieke hoeveelheid van een farmaceutisch product.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Indien de opdracht afkomstig is van een lidstaat van de WTO, dat niet tot de minst ontwikkelde landen behoort, wordt de aanvraag alleen in behandeling genomen indien deze lidstaat aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, sub ii, van het WTO besluit, heeft voldaan.

Artikel

5

De minister stelt met inachtneming van de economische waarde van de opdracht in de importerende staat, een redelijke vergoeding vast die de verkrijger van de licentie betaalt aan de octrooihouder als compensatie voor de dwanglicentie.

Artikel

6

In het besluit tot licentieverlening vermeldt de minister of het instellen van bezwaar en beroep tegen een besluit als bedoeld in artikel 2 schorsende werking heeft.

Artikel

7

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Staatssecretaris van Economische Zaken,C.E.G. vanGennip