Instellingsbesluit Rijksbrede Commissie Beoordeling Meerjarenontwikkelingsprogramma’s Grotestedenbeleid

Instellingsbesluit Rijksbrede Commissie Beoordeling Meerjarenontwikkelingsprogramma’s Grotestedenbeleid

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    GSB III periode: de derde convenantsperiode van het Grotestedenbeleid;

  • b.

    programma: Het meerjarenontwikkelingsprogramma van een gemeente waarin de voorgestelde resultaten op outputindicatoren in de GSB III periode zijn opgenomen;

  • c.

    commissie: de commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

Er is een Rijksbrede Commissie Beoordeling Meerjarenontwikkelings-programma’s Grotestedenbeleid.

Artikel

3

De commissie heeft tot taak:

  • a.

    de beoordeling van het conceptprogramma;

  • b.

    het opstellen van een schriftelijk oordeel over het conceptprogramma;

  • c.

    het opstellen van een advies over het conceptprogramma;

  • d.

    de beoordeling van het programma;

  • e.

    het opstellen van een schriftelijk oordeel over het programma;

  • f.

    het opstellen van een advies over het programma, en

  • g.

    de voorbereiding van de onderhandelingen met de gemeente over het conceptprogramma dan wel het programma.

Artikel

4

De commissie brengt de schriftelijke oordelen en de adviezen, bedoeld in artikel 3, uit aan de Interdepartementale Commissie Bestuur en aan de Raad voor Bestuur en Openbare Dienst.

Artikel

5

Artikel

6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, werkt terug tot en met 15 juni 2004, en vervalt met ingang van 1 januari 2006.

Artikel

7

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Rijksbrede Commissie Beoordeling Meerjarenontwikkelingsprogramma’s Grotestedenbeleid.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, Th.C. deGraaf