Artikel
1
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
zuivere biomassa: producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw – met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen –, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken die geheel biologisch afbreekbaar zijn, alsmede industrieel en huishoudelijk afval dat geheel biologisch afbreekbaar is;
-
b.
niet-zuivere biomassa: biomassa, niet zijnde zuivere biomassa;
-
c.
afvalverbrandingsinstallatie: de productie-installatie waarin al dan niet de opgewekte warmte wordt teruggewonnen en die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is voor:
-
1°.
de verbranding door oxidatie van afvalstoffen;
-
2°.
een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1º ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
-
3°.
de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;
-
1°.
-
d.
productie-installatie voor de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie op zee: een productie-installatie waarin elektriciteit wordt opgewekt met behulp van windenergie, die is opgericht in de territoriale zee of in de exclusieve economische zone;
-
e.
productie-installatie voor de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie op land: een productie-installatie waarin elektriciteit wordt opgewekt met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie als bedoeld in onderdeel d;
-
f.
NTA 8003: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-Instituut, zoals deze luidde op 1 december 2003;
-
f.
AVI-eenheid: een onderdeel binnen een afvalverbrandingsinstallatie dat tenminste bestaat uit een verbrandingsoven met bijbehorende ketel en een rookgasreinigingsinstallatie, en waarvoor op grond van de AVI-meetvoorwaarden een systeemgrens is bepaald.
2
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, worden producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw – met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen –, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede industrieel en huishoudelijk afval met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van langcyclisch organische oorsprong van ten hoogste drie massaprocent per partij geacht geheel biologisch afbreekbaar te zijn.
3
Het rendement van een afvalverbrandingsinstallatie of van een AVI-eenheid bedraagt:
-
a.
de som van:
-
1°.
de door de afvalverbrandingsinstallatie of door een AVI-eenheid per kalendermaand opgewekte en aan het net of aan een andere productie-installatie dan de productie-installatie of de AVI-eenheid die de elektriciteit opwekt geleverde elektriciteit, en
-
2°.
tweederde van de door de afvalverbrandingsinstallatie of door de AVI-eenheid per kalendermaand opgewekte en nuttig aangewende warmte,
-
1°.
-
b.
gedeeld door het product van:
-
1°.
de massa van het in de afvalverbrandingsinstallatie of de AVI-eenheid per maand verwerkte afval en overige brandstoffen, en
-
2°.
de calorische waarde van het verwerkte afval en overige brandstoffen.
-
1°.