Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 december 2004, nr. DJB/JZ-2540276, houdende regels met betrekking tot het verlenen van subsidies op het terrein van de jeugdzorg met betrekking tot de steunfunctie, experimenten en het stimuleren van nieuw beleid (Rijkssubsidieregeling jeugdzorg)

Rijkssubsidieregeling jeugdzorg

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Justitie,

Besluiten:

Hoofdstuk

1

Algemene bepaling

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Wet op de jeugdzorg;

  • b.

    instelling: een privaatrechtelijke rechtspersoon, die subsidie aanvraagt of waaraan subsidie wordt verstrekt op grond van artikel 38, eerste lid, van de wet;

  • c.

    uitkering: een subsidie als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de wet aan een provincie;

  • d.

    project: een activiteit op het terrein van de jeugdzorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de wet met een incidenteel karakter;

  • e.

    instellingssubsidie: een subsidie aan een instelling in de kosten van haar structurele activiteiten of een gedeelte daarvan;

  • f.

    projectsubsidie: een subsidie aan een instelling in de kosten van een project.

Hoofdstuk

2

Subsidiëring door het Rijk van instellingen

Paragraaf

1

Algemeen

Artikel

2

Een subsidie wordt slechts verleend ten behoeve van de uitvoering van de steunfunctie en experimenten die van landelijke betekenis zijn. Een subsidie ten behoeve van het stimuleren van nieuw beleid wordt slechts verleend voor het stimuleren van landelijk beleid.

Artikel

3

Paragraaf

2

Instellingssubsidies

Artikel

4

Een instellingssubsidie bestaat uit een bedrag voor overeenkomstig een door de Ministers goedgekeurd activiteitenplan uitgevoerde activiteiten.

Artikel

5

Artikel

6

Paragraaf

3

Projectsubsidies

Artikel

7

Artikel

8

Een projectsubsidie bestaat uit het verschil tussen de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke lasten, voor zover opgenomen in een door de Ministers goedgekeurde begroting, en de met die activiteiten samenhangende baten. De subsidie bedraagt niet meer dan een door de Ministers vast te stellen maximum.

Artikel

9

Artikel

10

Paragraaf

4

Subsidieverlening en bevoorschotting

Artikel

11

De Ministers geven een beschikking op een aanvraag binnen dertien weken na de ontvangst van de aanvraag, tenzij met het oog op de onderlinge afweging van de aanvragen wordt beslist op een bepaalde datum.

Artikel

12

Artikel

13

In een beschikking waarbij een meerjarig subsidie wordt verleend, wordt vermeld welk bedrag elk jaar van de betrokken periode als voorschot zal worden verstrekt.

Artikel

14

Paragraaf

5

Verplichtingen van de instelling

Artikel

15

De instelling zorgt ervoor dat:

  • a.

    de doeleinden, gesteld in het activiteitenplan of het projectplan, op doelmatige wijze worden nagestreefd;

  • b.

    de werkzaamheden op een zodanige wijze worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd;

  • c.

    de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verleend.

Artikel

16

De instelling zorgt er voorts voor dat:

  • a.

    de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd;

  • b.

    de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van de instelling;

  • c.

    van alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken aanwezig zijn, waaruit de aard en de omvang van de geleverde goederen of van de verrichte diensten duidelijk blijken.

Artikel

17

Artikel

18

De instelling doet zo spoedig mogelijk schriftelijke mededeling aan de Ministers van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overlegd.

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

De instelling die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die tenminste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn; de Ministers kunnen ook andere gevallen aanwijzen waarin de bepaling niet geldt.

Artikel

25

Paragraaf

6

De aanvraag tot subsidievaststelling

Artikel

26

Artikel

27

De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de instelling en geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht. In de subsidiedeclaratie van instellingssubsidies wordt de aansluiting tussen de subsidiedeclaratie en de jaarrekening(en) toegelicht.

Artikel

28

Artikel

29

Paragraaf

7

De vaststelling en betaling van de subsidie

Artikel

30

Binnen zes maanden na de ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 26, geven de Ministers een beschikking tot vaststelling van de subsidie.

Hoofdstuk

3

De uitkering

Paragraaf

1

Algemeen

Artikel

31

Artikel

32

Artikel

33

Een projectuitkering bestaat uit het verschil tussen de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende werkelijke lasten, voor zover opgenomen in een door de Ministers goedgekeurde begroting, en de met die activiteiten samenhangende baten. De uitkering bedraagt niet meer dan een door de Ministers vast te stellen maximum.

Artikel

34

Paragraaf

2

Verlening van de uitkering en bevoorschotting

Artikel

35

De Ministers geven een beschikking op een aanvraag binnen dertien weken na de ontvangst van de aanvraag, tenzij met het oog op de onderlinge afweging van de aanvragen wordt beslist op een bepaalde datum.

Artikel

36

Artikel

37

In een beschikking waarbij een meerjarige uitkering wordt verleend, wordt vermeld welk bedrag elk jaar van de betrokken periode als voorschot zal worden verstrekt.

Artikel

38

Paragraaf

3

Verplichtingen van de provincie

Artikel

39

Gedeputeerde staten zorgen ervoor dat:

  • a.

    de doeleinden, gesteld in het projectplan, op doelmatige wijze worden nagestreefd;

  • b.

    de werkzaamheden op een zodanige wijze worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd;

  • c.

    de uitkering op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verleend.

Artikel

40

Gedeputeerde staten doen zo spoedig mogelijk schriftelijke mededeling aan de Ministers van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overlegd.

Artikel

41

Vervallen

Artikel

42

Vervallen

Paragraaf

4

De aanvraag tot vaststelling van de uitkering

Artikel

44

Vervallen

Paragraaf

5

De vaststelling van de uitkering

Artikel

45

Binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 43, geven de Ministers een beschikking tot vaststelling van de uitkering.

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

46

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 december 2004, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van die Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2005.

Artikel

47

Deze regeling wordt aangehaald als: Rijkssubsidieregeling jeugdzorg

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, C.I.J.M.Ross-Van Dorp
De Minister van Justitie, J.P.H.Donner

Bijlage

1

Controleprotocol voor de accountantscontrole

1

Algemeen

Waar in dit protocol wordt gesproken van instelling wordt verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder b van de Rijkssubsidie regeling jeugdzorg

De jaarrekening van de instelling vormt het object van controle. In de jaarrekening zijn alle subsidies, die uit hoofde van de Wet op de jeugdzorg (hierna ook: de wet) zijn verstrekt, en alle kosten, die met de gesubsidieerde activiteiten zijn gemoeid, verantwoord.

De accountant besteedt bij zijn controle specifieke aandacht aan de rechtmatigheid van de verantwoorde subsidiebaten en dat de activiteiten die in de jaarrekening zijn verantwoord daadwerkelijk zijn uitgevoerd.

2

Rechtmatigheid

De rechtmatigheid wordt benaderd vanuit de uitgangspunten, dat de accountant:

  • a.

    vaststelt dat de instelling heeft gehandeld overeenkomstig de wet en de daarop berustende bepalingen en de bij de subsidieverlening gestelde voorwaarden;

  • b.

    zich niet richt op de inhoudelijk-beleidsmatige voortgang of resultaten van een gesubsidieerde activiteit of een gesubsidieerd project, doch zich uitsluitend richt op de beheersmaatregelen die de instelling rond de inhoudelijke en procesmatige voortgang van de activiteit of het project in opzet en werking heeft getroffen. Onder beheersmaatregelen worden in dit verband mede het opstellen en handhaven van kwaliteitseisen verstaan;

  • c.

    vaststelt dat de instelling, in het licht van de beschikking waarbij de subsidie werd verleend voldoende beheersmaatregelen in opzet en werking heeft getroffen.

3

Toleranties

Inzake de controle op de rechtmatigheid van de besteding van subsidiemiddelen dient, gerelateerd aan het bedrag op jaarbasis van de provinciale subsidie met betrekking tot een zorgaanbieder voor de uitvoering van jeugdzorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de Wet op de jeugdzorg en voor een stichting voor de uitvoering van de wettelijke taken, een tolerantie te worden gehanteerd van:

1% bij subsidies van > € 250.000 op jaarbasis;

3% bij subsidies van > € 50.000 doch < € 250.000 op jaarbasis;

5% bij subsidies van < € 50.000 op jaarbasis.

4

Oordeelsvorming

Uit de controlebevindingen kan blijken dat bij een bepaalde subsidie materiële tekortkomingen zijn geconstateerd maar dat die tekortkomingen voor het algehele beeld van de jaarrekening niet materieel zijn. De strekking van de accountantsverklaring bij de jaarrekening is dan een goedkeurende, doch de constatering dient in het rapport van bevindingen te worden gerapporteerd.

5

Speciale aandachtspunten

De jaarrekening wordt gecontroleerd met de (normale) aandacht, die van de accountant wordt verlangd bij het verrichten van werkzaamheden uit hoofde van een controle van de jaarrekening, gericht op het afgeven van een goedkeurende verklaring bij die jaarrekening.

Bijzondere aandacht wordt verlangd in die zin dat de accountant werkzaamheden uitvoert die het mogelijk maken in zijn verklaring te bevestigen dat voor alle relevante, verantwoorde subsidiestromen de bepalingen bij of krachtens de wet en de bepalingen van de provinciale subsidieverordening zijn nageleefd.

6

Rapportage

De accountant geeft bij de jaarrekening van een instelling de als annex van deze bijlage opgenomen verklaring af, tenzij hij de inhoud daarvan op basis van zijn bevindingen niet voor zijn rekening kan nemen.

7

Rapport van bevindingen

Indien de accountant heeft moeten vaststellen dat de vereiste accountantsverklaring niet kan worden gehanteerd licht hij in een rapport van bevindingen toe op grond van welke controle-uitkomsten hij dit heeft vastgesteld. In ieder geval worden alle bevindingen gemeld, die de in dit protocol gestelde tolerantie overschrijden. Daarnaast worden beleidsaangelegenheden gemeld die de rechtmatigheid van de subsidie-aanwending aantasten. De bevindingen en opmerkingen met betrekking tot de rechtmatigheid van subsidies worden zo goed als mogelijk gespecificeerd.

In het rapport van bevindingen wordt de volgende indeling gehanteerd:

  • a.

    knelpunten in de opzet of in de werking van administratieve organisatie, waardoor de facto onzekerheden bestaan rond de juistheid van de verantwoorde subsidie;

  • b.

    knelpunten in de overige administratieve organisatie en interne controle, geclusterd naar knelpunten die leiden tot onzekerheden:

    • 1°.

      over de juistheid of rechtmatigheid van verantwoorde kosten;

    • 2°.

      over de volledigheid van verantwoorde opbrengsten;

    • 3°.

      op andere punten van materiële omvang;

  • c.

    overige knelpunten, waarop de accountant de aandacht wil vestigen.

Het rapport van bevindingen wordt door de accountant uitgebracht aan directie en bestuur van de instelling.

8

Review

De accountant richt het controledossier zodanig in dat het de mogelijkheid biedt voor uitvoeren van een review op zijn werkzaamheden. In alle gevallen zal uit het dossier van de accountant expliciet het naleven van dit protocol moeten blijken.

Bijlage

2

Annex bij het controleprotocol voor de accountantscontrole

Model accountantsverklaring

Opdracht

Wij hebben de jaarrekening JAARTAL van NAAM ORGANISATIE te PLAATSNAAM gecontroleerd.

Werkzaamheden

Bij onze controle hebben wij nagegaan of de jaarrekening voldoet aan de volgende eisen:

  • a.

    de jaarrekening geeft getrouw zowel de baten als lasten over JAARTAL als de activa en passiva per DATUM, weer en

  • b. 

    de in de jaarrekening opgenomen baten en lasten, alsmede de balansmutaties zijn tot stand gekomen in overeenstemming met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen.

Tevens hebben wij nagegaan of de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met artikel 27 van de Rijkssubsidieregeling jeugdzorg.

Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten en in overeenstemming met bijlage 1, behorend bij de Rijkssubsidieregeling jeugdzorg. Onze controle is ingevolge de in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen zodanig gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de jaarrekening geen onjuistheden van materieel belang bevat. De controle omvatte onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen en toelichtingen in de jaarrekening. Tevens omvatte de controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken van de jaarrekening zijn toegepast en van belangrijke schattingen die het bevoegd gezag van de instelling heeft gemaakt, alsmede een algehele evaluatie van het beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Oordeel

Wij zijn van oordeel dat de jaarrekening van NAAM ORGANISATIE voldoet aan de hierboven omschreven eisen.

Tevens delen wij mede dat het bij de Rijkssubsidieregeling jeugdzorg bepaalde omtrent de subsidieverstrekking is nageleefd.