Artikel
1
Aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. wordt mandaat verleend om namens de Minister van Verkeer en Waterstaat besluiten te nemen:
-
a.
-
1°.
tot verlening van vergunningen krachtens artikel 19, eerste lid, van de Spoorwegwet;
-
2°.
tot vaststelling van afwijkende begrenzingen van hoofdspoorwegen krachtens artikel 20, derde lid, van de Spoorwegwet;
-
3°.
tot verlening en intrekking van ontheffingen krachtens artikel 21, tweede lid, van de Spoorwegwet;
-
1°.
-
b.
tot wijziging en intrekking van vergunningen als bedoeld in artikel 23 van het Besluit Spoorweginfrastructuur;
-
c.
tot verlening en intrekking van ontheffingen krachtens artikel 40, eerste lid, met betrekking tot artikel 12, eerste lid, van het Besluit spoorverkeer;
-
d.
tot verlening en intrekking van ontheffingen krachtens artikel 39 van de Spoorwegwet 1875, met uitzondering van ontheffingen die betrekking hebben op de locaalspoorweg Den Haag Centraal–Den Haag Laan van NOI–Zoetermeer, met de zijtak Leidschendam–Rotterdam;
-
e.
tot verlening, wijziging en intrekking van vergunningen krachtens artikel 15 van het Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen, met uitzondering van vergunningen die betrekking hebben op de locaalspoorweg Den Haag Centraal–Den Haag Laan van NOI–Zoetermeer, met de zijtak Leidschendam–Rotterdam.