Artikel
I
Wijziging WVO
Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.
Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.
Wijzigt de Wet op de expertisecentra.
Op geschillen die in bezwaar, beroep of hoger beroep aanhangig zijn of binnen de bezwaar- dan wel beroepstermijn dan wel verschoonbaar daarbuiten aanhangig worden gemaakt tegen besluiten inzake bouwkundige aanpassingen die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze wet van de gemeente op grond van bepalingen bij of krachtens titel III, afdeling IA, hoofdstuk I, van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals luidend op de dag voor inwerkingtreding van deze wet, blijven de op die datum geldende regelingen van toepassing. De eerste volzin is hangende het bezwaar, beroep of hoger beroep van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid tot het intrekken en vervangen van besluiten die tot de aldaar bedoelde geschillen hebben geleid.
Aanvragen van bevoegde gezagsorganen van scholen voor voortgezet onderwijs aan gemeenteraden voor toepassing van artikel 76e of artikel 76v van de Wet op het voortgezet onderwijs voorzover betrekking hebbend op aanpassingen van zowel de binnen- als de buitenzijde van gebouwen alsmede terreinen van scholen voor voortgezet onderwijs, blijven na de inwerkingtreding van deze wet buiten verdere behandeling.
Het programma huisvestingsvoorzieningen dat op grond van artikel 76f van de Wet op het voortgezet onderwijs is vastgesteld voor het jaar waarin deze wet in werking treedt dan wel het jaar erna, kan vervallen voor zover het betreft voorzieningen als bedoeld in het eerste lid waarvan de bekostiging nog geen aanvang heeft genomen.
In het kader van de overheveling van taak en budget voor aanpassingen in de onderwijshuisvesting zoals geregeld in artikel I, onderdelen A en C, stellen burgemeester en wethouders en het bevoegd gezag van de andere dan gemeentelijke scholen gezamenlijk vast of voorzieningen in een slechte bouwkundige staat verkeren als gevolg van het verwijtbaar nalaten van noodzakelijk onderhoud. Indien dat het geval is, betaalt het gemeentebestuur de daarmee gemoeide kosten.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In het koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet dan wel aan artikel 16 van de Wet raadgevend correctief referendum.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.