Subsidieregeling ’Afstemming in risicoregio’s in po en vo voor 2005 - 2007’

Subsidieregeling ’Afstemming in risicoregio’s in po en vo voor 2005 - 2007’

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1

Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister:

    de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap;

  • b.

    school:

    een uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs,

  • c.

    bevoegd gezag:

    schoolbestuur van een hierboven bedoelde school;

  • d.

    primair onderwijs:

    het onderwijs, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra;

  • e.

    voortgezet onderwijs:

    het onderwijs, bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, dat aan scholen wordt gegeven die worden bekostigd door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • f.

    risicoregio:

    regio met de grootste arbeidsmarktknelpunten die als zodanig worden genoemd in hoofdstuk 3 van de nota Werken in het Onderwijs 2005.

  • g.

    regionaal platform:

    het regionaal platform dat is samengesteld uit bevoegde gezagsorganen, instellingsbesturen van opleidingen voor onderwijspersoneel en besturen van ander relevante instellingen in een risicoregio die samen een regionaal convenant hebben ondertekend;

  • h.

    regionaal convenant:

    het document waarin afspraken zijn vastgelegd tussen de partijen in het regionaal platform;

  • i.

    subsidieaanvrager:

    het regionaal platform dat op grond van deze regeling subsidie aanvraagt voor de deelnemende scholen;

  • j.

    subsidieontvanger:

    het regionaal platform dat op grond van deze regeling subsidie ontvangt voor de deelnemende scholen.

Artikel

2

Doelomschrijving

De éénmalige subsidie heeft als doel het in evenwicht brengen van de regionale onderwijsarbeidsmarkt in de risicoregio’s.

Artikel

3

Aanvrager van de subsidie

Subsidie op grond van deze regeling wordt slechts verleend op aanvraag van subsidieaanvrager.

Artikel

4

Beschikbaar bedrag en subsidieplafond

Artikel

5

Hoogte van de subsidie

Hoofdstuk

2

Aanvraagprocedure en subsidievoorwaarden

Artikel

6

Aanvraag van subsidie

Artikel

7

Vereisten subsidieaanvraag

Artikel

8

Projectplannen

De projectplannen voldoen aan de volgende vereisten:

  • 1.

    Projectorganisatie:

    Uit het projectplan blijkt dat de projectorganisatie bestaat uit de volgende onderdelen:

    • a.

      Een overzicht van bevoegd gezagorganen, opleidingen voor onderwijspersoneel en andere instellingen die deelnemen aan het regionaal platform.

    • b.

      Een subsidieaanvrager.

    • c.

      Afspraken binnen het project met betrekking tot de samenwerking binnen het regionaal platform, de overlegstructuur, het projectmanagement en de administratie.

  • 2.

    Platform analyse:

    De basis voor de aanpak is een analyse van de regionale situatie op de onderwijsarbeidsmarkt op in ieder geval de onderstaande onderdelen. Deze analyse wordt mede gebaseerd op de kwantitatieve analyse van de onderwijsarbeidsmarkt in de risicoregio’s uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap:

    • a.

      Verschil in de openstaande vacature-intensiteit tussen de regio en het Nederlandse gemiddelde in de periode 2002-2004.

    • b.

      Verschil in het aandeel onbevoegden en onderbevoegden tussen de regio en het Nederlandse gemiddelde in de periode van 2002-2004.

    • c.

      De toekomstige vraag naar onderwijspersoneel.

    • d.

      Kwalitatieve en kwantitatieve knelpunten met betrekking tot het aanbod van onderwijspersoneel.

    • e.

      Knelpunten met betrekking tot opleidingsmogelijkheden, uitbreidingsmogelijkheden en wervingsmogelijkheden.

    • f.

      Knelpunten bij de opzet van een meerjarige personeelsplanning voor de regio (en voor een bevoegd gezag).

  • 3

    Projectfasering:

    Het project kent de volgende fasen:

    • ·

      Fase 1: april 2005 tot en met augustus 2005.

    • ·

      Fase 2: september 2005 tot en met augustus 2006.

    • ·

      Fase 3: september 2006 tot en met juli 2007.

  • 4

    Projectdoelen:

    • a.

      Het regionale doel sluit aan op het doel van deze subsidie, bedoeld in artikel 2.

    • b.

      Er zijn projectdoelen geformuleerd en deze worden bereikt op 1 augustus 2007.

    • c.

      De projectdoelen sluiten aan op de onder 7, 8 en 9 bedoelde knelpunten.

    • d.

      De doelen zijn concreet en toetsbaar geformuleerd en waar van toepassing voorzien van streefcijfers.

  • 5.

    Deelprojecten:

    • a.

      De geformuleerde deelprojecten sluiten aan op bovenstaande projectdoelen.

    • b.

      De beschrijving van de deelprojecten sluit aan op de projectfasering.

    • c.

      Per deelproject zijn de volgende onderdelen beschreven:

      • ·

        de betrokken bevoegd gezagsorganen, opleidingen voor onderwijspersoneel en andere instellingen;

      • ·

        de activiteiten;

      • ·

        de verantwoordelijke(n);

      • ·

        de financiële middelen op basis van deze regeling en, indien van toepassing, de middelen uit andere financieringsbronnen;

      • ·

        de tijdsplanning;

      • ·

        de tussenresultaten per projectfase;

      • ·

        het verwachte eindresultaat.

  • 6.

    De begroting:

    • a.

      De begroting is gerelateerd aan de activiteiten en de fasering van het project.

    • b.

      In de begroting kunnen loonkosten, overheadkosten en kosten voor inhuur van derden worden opgevoerd.

    • c.

      De loonkosten hebben betrekking op de inzet van onderwijspersoneel voor de uitvoering van activiteiten uit het projectplan. Deze kosten moeten worden uitgedrukt in een uurtarief.

    • d.

      De overheadkosten bedragen niet meer dan 10% van de projectkosten. Onder overheadkosten wordt verstaan: de kosten voor projectmanagement en de administratiekosten.

    • e.

      De kosten voor inhuur van derden op basis van een offerte bedragen niet meer dan 15% van de projectkosten.

Artikel

9

Termijn indiening aanvraag

Een aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling wordt ingediend voor 1 april 2005 bij SenterNovem. Aanvragen die na 1 april 2005 worden ontvangen door SenterNovem worden afgewezen.

Hoofdstuk

3

Subsidieverlening

Artikel

10

Criteria bij toekenning

Artikel

11

Toekenning van subsidie

Artikel

12

Monitoring en evaluatie van de resultaten

Artikel

13

Niet vervullen begrotingsvoorwaarde

In geval van het niet vervullen van de voorwaarden, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden op grond van artikel 4 verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel

14

Tijdvak subsidieverlening

Subsidie wordt toegekend voor het tijdvak van 1 april 2005 tot en met juli 2007.

Artikel

15

Informatieplicht

Hoofdstuk

4

Betaling

Artikel

16

Betaling van de subsidie

Hoofdstuk

5

Subsidievaststelling

Artikel

17

Verantwoording

Artikel

18

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het Gele katern waarin zij wordt geplaatst. Deze regeling vervalt met ingang van datum 1 juli 2008.

Artikel

19

Citeerartikel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ’Afstemming in risicoregio’s in po en vo voor 2005 - 2007’.

Deze regeling zal met toelichting in het Gele katern worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, M.J.A. van derHoeven

Bijlage

Verdeling van het budget over risicoregio’s in het primair en voortgezet onderwijs.

De aanleiding van de verdeling is de voorgenomen ”aanpak risicoregio’s”. Deze aanpak is in lijn met het beleidsplan Onderwijspersoneel van het ministerie van OCW van juni 2004 en beoogt een betere afstemming tussen vraag en aanbod op de onderwijsarbeidsmarkt in de regio: vijftig procent gelijke verdeling van het budget over de risicoregio’s en procent variatie op basis van de ernst van de problemen. Bij het bepalen van de omvang van de toe te kennen middelen per regio is de ernst van de problematiek in de regio bepalend geweest. De selectiecriteria die bepalend zijn geweest voor de keuze van de risicoregio’s (nl. de vacature-intensiteit, de vraag naar onderwijspersoneel in de periode 2004 - 2007 en het aandeel on(der)bevoegden) is daarbij als uitgangspunt genomen. Alle risicoregio’s is eenzelfde basisbedrag toegekend, verhoogd met een variabel bedrag waarvan de hoogte afhankelijk is van de ernst van de problematiek in de desbetreffende regio.

Verdeling van het budget over de risicoregio’s in het PO

Almere

€ 1.33 mln.

€ 1.45 mln.

Amsterdam

€ 0.99 mln.

€ 1.08 mln.

Den Haag

€ 0.66 mln.

€ 0.72 mln.

IJssel/ Veluwe

€ 0.61 mln.

€ 0.66 mln.

Midden - Nederland

€ 0.56 mln.

€ 0.61 mln.

Verdeling van het budget over de risicoregio’s in het VO

Utrecht

€ 0.90 mln.

€ 0.99 mln.

Rijnstreek

€ 0.48 mln.

€ 0.52 mln.

Amsterdam

€ 0.48 mln.

€ 0.52 mln.

Den Haag

€ 0.47 mln.

€ 0.52 mln.

Rotterdam

€ 0.46 mln.

€ 0.50 mln.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, M.J.A. van derHoeven