Vaststellingsbesluit selectielijst beleidsterrein Drinkwatervoorziening over de periode 1913–1983: neerslag handelingen Minister van Verkeer en Waterstaat
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Verkeer en Waterstaat,
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
Den Haag
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de Algemene Rijksarchivaris, M.W. vanBoven
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
namens deze:
de Directeur Advies- en Coördinatiecentrum,H. terHorst
Basis selectie document rijksinstituut voor drinkwatervoorziening 1913–1983
VROM: Minister / Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
VWS: Minister / Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
WHO: World Health Organization
WVC: Minister / Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur
Verantwoording voor selectie in het algemeen
Wettelijk kader voor de selectie van overheidsarchieven
Ingevolge artikel 3 van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276) dient de overheid haar archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren. Onder ‘archiefbescheiden’ worden niet slechts papieren documenten te verstaan, maar alle bescheiden – ongeacht hun drager – die door een overheidsorgaan zijn ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd zijn daaronder te berusten. Ook digitaal vastgelegde informatie valt dus onder de werking van de archiefwetgeving.
Het in goede en geordende staat bewaren van archiefbescheiden houdt onder meer in dat een overheidsarchief op gezette tijden wordt geschoond. In dat verband schrijft de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276) zowel een vernietigingsplicht (art. 3) als de overbrengingsplicht (art. 12) voor. Beide plichten rusten op degene die de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor het beheer van het desbetreffende archief: de zorgdrager.
De verplichting tot overbrenging bepaalt dat de zorgdrager zijn archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar ter blijvende bewaring overbrengt naar een archiefbewaarplaats. Wat de archiefbescheiden van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat betreft, is de aangewezen archiefbewaarplaats het Nationaal Archief (NA) in Den Haag. NA is een onderdeel van de Rijksarchiefdienst (RAD). Deze dienst ressorteert onder de Minister van OCenW en staat onder leiding van de Algemeen Rijksarchivaris.
In verband met de selectie van hun archiefbescheiden zijn zorgdragers verplicht hiertoe selectielijsten op te stellen. In een selectielijst dient te worden aangegeven welke archiefbescheiden voor vernietiging, dan wel voor blijvende bewaring in aanmerking komen. Voorts dient een selectielijst de termijnen aan te geven, waarna de te vernietigen bestanddelen dienen te worden vernietigd.
Een selectielijst is naar haar aard een duurzaam instrument. Het ligt in de rede dat een organisatie een vastgestelde lijst niet eenmalig toepast maar (zonodig in geactualiseerde vorm) blijft hanteren om de periodieke aanwas van archiefmateriaal te selecteren. Een selectielijst vormt zo een belangrijk onderdeel van het instrumentarium voor het beheer van de documentaire informatievoorziening in een overheidsorganisatie.
de verhouding van dit overheidsorgaan tot andere overheidsorganen;
–
de waarde van de archiefbescheiden als bestanddeel van het cultureel erfgoed;
–
het belang van de in de bescheiden voorkomende gegevens voor overheidsorganen, recht- of bewijszoekenden en historisch onderzoek.
Voorts moeten ingevolge art. 3 van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 671) bij het ontwerpen van een selectielijst ten minste betrokken zijn een deskundige op het gebied van de organisatie en taken van het desbetreffende overheidsorgaan, een deskundige ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van dat orgaan en (een vertegenwoordiger van) de Algemeen Rijksarchivaris.
Wat betreft de geldigheidsduur van de selectielijst wordt uitgegaan van de wettelijke periode van twintig jaar vanaf de vaststelling. Dit laat uiteraard onverlet dat de selectielijst (of een bepaald onderdeel daarvan) binnen deze termijn kan komen te vervallen, indien dit mocht worden bepaald bij de vaststelling (via de aangewezen archiefwettelijke weg) van een nieuwe dan wel herziene selectielijst.
Het doel en de werking van het Basis Selectiedocument
Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.
Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.
Een BSD wordt normaliter opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het rapport institutioneel onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.
Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, etc.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.
Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.
Het opgestelde ontwerp-BSD wordt besproken in het zogenaamde driehoeksoverleg tussen het ministerie van VWS, het Nationaal Archief en het KNHG en vervolgens voorgelegd aan de Raad van Cultuur en op verschillende plaatsen ter inzage gelegd. Na eventuele wijziging van het ontwerp-BSD kan worden overgegaan tot de vaststelling. Het BSD wordt vastgesteld in een gezamenlijk besluit van de minister belast met het cultuurbeleid (tegenwoordig de minister van OC&W) en de betrokken zorgdrager(s).
BSD RID
In het geval van dit BSD is een en ander niet volgens de gebruikelijke gang van zaken verlopen. Een aantal handelingen van het RID is inmiddels ‘meegenomen’ in het rapport institutioneel onderzoek ‘Milieubeheer’, zoals opgesteld door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM).
Omdat niet alle handelingen in dit RIO zijn opgenomen, is, na overleg met het Algemeen Rijksarchief (later: Nationaal Archief), in de periode 2001–2002 gewerkt aan dit basis selectiedocument voor het RID voor de periode 1913–1983. De lijst is een omwerking van het ‘Bewerkingsplan archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening’ uit 1995. Bij deze omwerking zijn noch de in jaren ’90 vastgelegde selectiebeslissingen, noch de toentertijd vastgelegde vernietigingstermijnen gewijzigd.
Met materiaal uit het BSD en het bewerkingsplan is daarna pas het RIO samengesteld.
Juist omdat dit BSD deels organisatiegericht is, zijn ook bedrijfsvoeringshandelingen opgenomen. Daarvoor zijn o.a. de BSD’s op het gebied van Overheidspersoneel geraadpleegd.
Overigens zijn er geen vernietigingslijsten op dit beleidsterrein geweest of vernietigingsprocedures toegepast.
De definitie van het beleidsterrein
Het beleidsterrein omvat alle handelingen die zich richten op het tot stand brengen, het in stand houden en het coördineren van de drinkwatervoorziening in Nederland.
Het beleidsterrein heeft zich gedurende het bestaan van het bureau/instituut ontwikkeld. Tot in de eerste helft van de jaren zestig concentreerde het zich rond de totstandkoming van een landelijk net voor openbare drinkwatervoorziening, hoofdzakelijk in de vorm van provinciale en regionale drinkwatermaatschappijen, dat in de jaren zestig definitief wordt afgerond.
Vanaf de tweede helft van de jaren zestig draait het ook om de voorbereiding van basisplannen ten behoeve van structuurplannen voor de drink- en industriewatervoorziening. Richtte men zich in eerste instantie op het binnenland, na 1968 houdt men zich ook bezig met projecten in de Derde Wereld.
De afbakening van het beleidsterrein
Een raakvlak van de beleidsterreinen drinkwatervoorziening en waterstaat bleek nauwelijks te bestaan. Van de Minister van Verkeer en Waterstaat of van Rijkswaterstaat zijn dan ook geen handelingen opgenomen. Zij hebben voornamelijk een adviserende/voorwaardenscheppende rol gehad op het gebied van de drinkwatervoorziening, naar andere overheden en waterzuiveringsbedrijven toe. Het ministerie heeft nooit eigen beleid gehad specifiek gericht op drinkwatervoorziening of -kwaliteit.
Het Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwater (RIZA; tegenwoordig Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling) was op dit terrein wel actief. Het was het onderzoeks- en adviesinstituut van Rijkswaterstaat op het gebied van zoetwater in Nederland en een vooraanstaand internationaal kenniscentrum voor integraal waterbeheer. Het viel voor de oorlog onder de voorganger van VWS (tot 1947), na de oorlog onder het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Het verrichte onderzoek en gaf de minister advies met betrekking tot rioolzuivering, drinkwatervoorziening en het huishoudelijk gebruik van water.
In elk geval zijn in RIO ‘Waterstaat’ , dat voor het Ministerie van Verkeer en Waterstaat is opgesteld, geen handelingen opgenomen ten aanzien van de drinkwatervoorziening.
Het RID ging zich gedurende de tijd meer richten op breder milieu-onderzoek, waarbij bodem- en grondwateronderzoek de belangrijkste invalshoek bleef. De totstandkoming van EG-richtlijnen op het gebied van milieu en de ontdekking van verontreinigde grond onder woningen in Lekkerkerk vormden eind jaren zeventig en begin jaren tachtig aanleiding tot een intensievere samenwerking tussen het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIV; in 1934 tot stand gekomen door een fusie van het Centraal Laboratorium met het Rijks-Serologisch Instituut en de Rijks Controledienst Sera en Vaccins), het RID en het Instituut voor Afvalstoffenonderzoek (IVA, opgericht in 1952). Daarbij ressorteerden de instituten op dat moment onder het ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne.
In 1984 is het RID, samen met het RIV en het IVA opgegaan in het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM).
•
RIO nr. 41 ‘En morgen gezond weer op’ behandelt het takenpakket en de handelingen van het RIV(M) in de periode 1940–1995. Daarvan zijn twee handelingen opgenomen. Hierin zijn geen handelingen van het RID opgenomen, omdat er al een bewerkingsplan was voor het archief van het RID. Het RIVM is wel als adviserend lid vertegenwoordigd in de Raad voor de Drinkwatervoorziening.
Het BSD RIVM is niet vastgesteld namens VWS. De handelingen van het RID die uit het BSD RIVM zijn overgenomen, worden voorafgegaan door het nummer van het RIO RIVM, gevolgd door het nummer van de handeling daarin. Deze handelingen worden middels het voorliggende BSD vastgesteld.
–
Voor het IVA zijn handelingen geformuleerd in het RIO ‘Milieubeheer’, zoals opgesteld door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM).
–
Op één onderwerp komen het RIV, meer specifiek het laboratorium voor Bodem, Water en Lucht (BWD), Rijkswaterstaat en het RID bij elkaar uit: het oppervlaktewater. Tussen 1972 en 1984 hebben deze drie instanties samen onderzoek verricht naar de waterkwaliteit in oppervlaktewateren.
–
Er bestaat ook een raakvlak van de beleidsterreinen drinkwatervoorziening en milieubeheer. De handelingen van het RID die uit het BSD Milieubeheer zijn overgenomen, worden voorafgegaan door het nummer van het RIO Milieubeheer, gevolgd door het nummer van de handeling daarin. In het RIO wordt uitgelegd waarom het beleidsterrein drinkwatervoorziening niet volledig is opgenomen in het BSD Milieubeheer.
Het BSD Milieubeheer is gepubliceerd in Staatscouranten 2003, 155 t/m 158, maar niet vastgesteld namens VWS. De handelingen die uit het BSD Milieubeheer zijn overgenomen, worden middels het voorliggende BSD vastgesteld.
De afbakening van het onderzoeksgebied
Het BSD is in eerste instantie voor het RID bedoeld. Daarom richt het grootste deel van het BSD zich op de handelingen van het RID op het beleidsterrein drinkwatervoorziening. Het RID heeft bestaan van 1913 tot 1984. Dat is dan ook de periode waarvoor dit BSD is opgesteld.
Zeer bepalend voor het opnemen van handelingen van een bepaalde actor zijn de archiefinventaris en het bewerkingsplan van het RID geweest. Om die reden zijn de handelingen waarvoor ministers zelf verantwoordelijk waren, en niet het RID, niet opgenomen.
Het RID handelde onder de eindverantwoordelijkheid van de Minister van WVC en voorgangers. Het RID heeft zelf commissies ingesteld. De handelingen van die commissies zijn niet afzonderlijk genoemd, omdat ze vallen onder de handelingen van het RID.
Ook de Minister heeft commissies ingesteld op het beleidsterrein. De handelingen van deze commissies zijn wel in dit BSD opgenomen.
De doelstelling(en) van de overheid op het beleidsterrein
Het ministerie heeft het RID in 1913 opgericht uit het oogpunt van het realiseren van technisch-hygiënische voorzieningen ten behoeve van de bestrijding van besmettelijke ziekten. Het RID moest zorgen voor een goed functionerende openbare voorziening in gezond drinkwater.
Dat is lang zo gebleven. Pas in de jaren zestig verschoof het accent van de bescherming van de burgers tegen schadelijke producten en stoffen naar het terrein van het milieu. Men onderkende het belang van een schoon milieu voor de volksgezondheid.
De actoren op het beleidsterrein, voor zover hun selectielijsten in dit BSD zijn opgenomen
Het RID handelde onder de eindverantwoordelijkheid van de Minister van WVC en voorgangers. Het heeft zelf commissies ingesteld. De handelingen daarvan zijn in dit BSD opgenomen
Ook de Minister heeft commissies ingesteld. De handelingen daarvan zijn ook in dit BSD opgenomen.
Tevens is een handeling opgenomen van het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIV), dat samen met het RID en het IVA is opgegaan in het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM). Ten slotte is een handeling, RIZA, een adviesorgaan van Rijkswaterstaat, opgenomen.
Selectiedoelstelling
Het BSD is opgesteld in overeenstemming met de selectiedoelstelling van de RAD/PIVOT. Tijdens de behandeling van de ontwerp-Archiefwet 1995 in de Tweede Kamer verwoordde de Minister van WVC op 13 april 1994 deze doelstelling als volgt: het mogelijk maken van een reconstructie van de hoofdlijnen van het handelen van de overheid. Door het Convent van Rijksarchivarissen is de selectiedoelstelling vertaald als ‘het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring’.
Selectiecriteria
Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Deze criteria zijn door het Convenant van Rijksarchivarissen vastgesteld en geaccordeerd door de Permanente Commissie Documentaire Informatievoorziening (PCDIN) en het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap (KNHG).
Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.
De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd; het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met B (‘blijvend te bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd geheel dient te worden overgebracht naar het NA.
De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (vernietigen), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging dient plaats te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.
Overigens verlangt art. 5, onder e van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 276) dat selectielijsten de mogelijkheid bieden om neerslag die met een V is gewaardeerd in exceptionele gevallen te bewaren op grond van een uitzonderingscriterium. PIVOT heeft daarom het volgende uitzonderingscriterium geformuleerd:
Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag worden van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingenbetreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.
Algemeen selectiecriterium
1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.
2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet perse consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.
3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren
Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.
4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.
5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt
Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.
6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten
Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.
Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, beleidsterrein-specifieke criteria worden geformuleerd.
De selectiecriteria zijn van toepassing op de archiefbescheiden van het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening (1913–1983). Daarnaast moet nog worden opgemerkt dat ingevolge artikel 5, onder e van het Archiefbesluit 1995 (Stb.1995, 276) documentaire neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging kan worden uitgezonderd.
Verslag van de vaststellingsprocedure
Op 19 december 2003 is het ontwerp-BSD door de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Verkeer en Waterstaat aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 juli 2004 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van de Ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Verkeer en Waterstaat, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie / regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.
Op 30 november 2004 bracht de RvC advies uit (kenmerk arc-2004.01692/4), hetwelk [naast enkele tekstuele correcties] aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:
–
de waardering van handeling 28 is gewijzigd van ‘V, 5 jaar’ in ‘V, 7 jaar en B (5) voor archiefinventarissen, selectielijsten en ordeningsplannen;
–
de waardering van handeling 41 is gewijzigd van ‘B (1)’ in ‘V, maand- en kwartaalverslagen; jaarverslagen B (3). Wanneer geen jaarverslagen voorhanden zijn, zullen de maand- en kwartaalverslagen voor blijvende bewaring aangemerkt worden’;
–
de waardering van handeling 49 is gewijzigd van ‘B (3)’ in ‘V, 5 jaar’;
–
de waardering van handeling 94/1250 is gewijzigd van ‘B (5)’ in ‘V, 5 jaar, m.u.v. de eindproducten’;
–
handeling 176 is vervallen.
Daarop werd het BSD op 25 januari 2005 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (kenmerk C/S/05/145) en de Minister van Verkeer en Waterstaat (C/S/05/146) vastgesteld.
Leeswijzer handelingenblok
Onderstaand schema verduidelijkt welke informatie ieder handelingenblok in dit BSD bevat.
Nummer: Dit is het unieke volgnummer van de handeling.
Handeling: Dit is een complex van activiteiten die de betreffende actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid (in de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces).
Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld, wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.
Grondslag/Bron: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht.
Vermeld worden:
–
de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van Bestuur, het Koninklijk Besluit of de ministeriële regeling;
–
het betreffende artikel en lid daarvan;
–
de vindplaats, dat wil zeggen de vermelding van staatsblad of staatscourant, wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan.
Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.
Product: Hier staat het product vermeld waarin de handeling resulteert of zou moeten resulteren. Opsommingen geven een indicatie van de producten en zijn niet altijd uitputtend. Vaak wordt volstaan met een algemeen omschreven eindproduct.
Opmerking: Opmerking: deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer (een onderdeel van) het handelingenblok toelichting behoeft.
Waardering: Waardering van de handeling in termen van bewaren (B) of vernietigen (V):
indien B, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium;
indien V, dan vermelding van de vernietigingstermijn.
n.b.: eventueel nog een nadere toelichting op de waardering.
Actorenoverzicht
Hoofdactor: Rijksbureau / -instituut en onderliggende commissies en werkgroepen
Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening
Periode: 1913–1940
Instelling: Stcrt.1913, 216
Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: 1940–1984
Op voorstel van de directeur besluit de secretaris-generaal van het voormalige ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid uit naam van de minister op 5 juni 1940 de aanduiding ‘bureau’ in ‘instituut’ te veranderen. De zelfstandige positie van de instelling wordt daarmee juister aangegeven en meer in overeenstemming met vergelijkbare lichamen gebracht. In het takenpakket wordt geen wijziging aangebracht.
Taken van het Rijksbureau / het Rijksinstituut:
A.
Ten behoeve van Binnenlandse Zaken (dit is in 1913 het ministerie waaronder het RID ressorteert):
1.
de rechtstreekse behandeling met dit departement van de zaken die betrekking hebben op of in verband staan met de drinkwatervoorziening;
2.
de uitoefening van het te houden toezicht op het technisch en economisch beheer van de drinkwatervoorzieningen, die daarvoor krachtens de bestaande of nog te maken bepalingen in aanmerking komen;
3.
de leiding van de onderzoekingen die ter voorbereiding van de drinkwatervoorziening vanwege het Departement van Binnenlandse Zaken worden verricht;
4.
het opmaken van plannen voor drinkwatervoorziening, voor zover deze vanwege het Departement van Binnenlandse Zaken worden opgevat;
5.
het toezicht op de uitvoering van de plannen;
6.
het verzamelen en bewerken van alle gegevens die voor de drinkwatervoorziening van belang kunnen zijn.
B.
Ten behoeve van derden:
1.
het op desbetreffend verzoek geven van voorlichting;
2.
het op desbetreffend verzoek van provinciale en gemeentebesturen, verenigingen maken van plannen voor de drinkwatervoorziening;
3.
het op desbetreffend verzoek geven van leiding aan, toezien op, doen uitvoeren van en rapporteren over alle praktische en wetenschappelijke onderzoekingen die verband houden met de drinkwatervoorziening.
Niet in de wet vermeld zijn de volgende taken:
1.
administratieve ondersteuning van de Centrale Commissie voor Drinkwatervoorziening en de Commissie Grondwaterwet Waterleidingbedrijven;
2.
Tot 1973 geeft de directeur van het RID leiding aan de Directie Drinkwatervoorziening van het Ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne.
Commissies ingesteld door en/of waarvan het secretariaat werd gevoerd door het Rijksbureau
Het Rijksbureau is zorgdrager voor het archief van deze commissies en werkgroepen:
Aangezien dit RIO alleen handelingen van het RID bevat, uitgaande van de stukken die in het archief van het RID te vinden zijn, zijn de handelingen van onderstaande ministers niet in dit BSD opgenomen.
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
Voorgangers op dit beleidsterrein:
–
minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) (1982–1994)
–
minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne (VoMil) (1971–1982)
–
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid (SZV) (1951–1971)
–
minister van Sociale Zaken (1933–1951)
–
minister van Binnenlandse Zaken (1931–1933)
–
minister van Arbeid (1918–1931)
–
minister van Binnenlandse Zaken, afdeling Volksgezondheid en Armenzorg (1910–1918)
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM)
Voorgangers op dit beleidsterrein:
–
Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne (VoMil) (1971–1982)
–
Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid (SZV) (1951–1971)
–
Minister van Sociale Zaken (1940–1951)
Uit het BSD Milieubeheer (VROM) is een aantal handelingen van het RID overgenomen, naar een aantal andere handelingen is binnen de handelingen in dit RIO een verwijzing opgenomen.
Andere ministers
De belangrijkste zijn Minister van Sociale Zaken en die van Economische Zaken.
Deze ministers hebben de Commissie inzake de Vervaardiging van Buizen voor Gas- en Waterleiding in 1934 gezamenlijk ingesteld.
In de Interdepartementale Commissie Rijkssteun Drinkwatervoorziening, voorheen Interdepartementale Commissie Drinkwatervoorziening Getroffen Gebieden waren de Ministeries van Sociale Zaken, Financiën, Binnenlandse Zaken, Wederopbouw en Economische Zaken vertegenwoordigd.
Commissies, raden en overige actoren
(in chronologische volgorde)
Centrale Commissie voor de Drinkwatervoorziening
Adviesorgaan voor de minister
Periode: 1913–1986
Instelling: Stcrt.1913, 216
De taken van deze commissie waren:
–
het doen van voorstellen ter bevordering van de belangen van de drinkwatervoorziening;
–
het desgevraagd dienen van advies aan de minister inzake:
–
verzoeken om steun voor plannen voor centrale drinkwatervoorziening;
–
werking en organisatie van het Rijksbureau;
–
voorbereiding van wettelijke bepalingen ter regeling van de watervoorziening en wateronttrekking.
De commissie moest verantwoording afleggen aan de minister over de gang van zaken bij het RID.
De directeur van het RID is lid van de commissie.
De handelingen van deze commissie zijn meegenomen in BSD Milieubeheer, § 5.9.1.
Commissies en werkgroepen ingesteld door en/of waarvan het secretariaat werd gevoerd door de Centrale Comissie voor de Drinkwatervoorziening; de Commissie is zorgdrager voor het archief van deze commissies en werkgroepen:
Commissie ‘Eemmeer’
Periode: rond 1945
Taak: het onderzoeken van de bruikbaarheid van het Eemmeer voor de drinkwatervoorziening.
Commissie Goethart
Periode: 1917–1925
Ingesteld door de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel.
Taak: het onderzoeken aangaande de onttrekking van water aan de bodem door waterleidingen, in hoofdzaak wat betreft de invloed, die door de exploitatie der bestaande waterleidingen op de vegetatie wordt uitgeoefend.
Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwater (RIZA)( tegenwoordigRijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling)
Periode: 1920–
In 1920 nam de minister van Landbouw, Handel en Nijverheid, ir. H.A. van IJsselstein, het initiatief voor de oprichting van het instituut. Het was een onderzoeks- en adviesinstituut van Rijkswaterstaat. Het viel voor de oorlog onder Volksgezondheid (tot 1947), na de oorlog onder het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Het verrichtte onderzoek en gaf de minister advies met betrekking tot rioolzuivering, drinkwatervoorziening en het huishoudelijk gebruik van water.
Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIV)
Periode: 1934–1984
Dit instituut is ontstaan uit de fusie van het Centraal Laboratorium en het Rijks Serologisch Instituut.
Op één onderwerp komen het RIV, meer specifiek het laboratorium voor Bodem, Water en Lucht (BWL), Rijkswaterstaat en het RID bij elkaar uit: het oppervlaktewater. Tussen 1972 en 1984 hebben deze drie instanties samen onderzoek verricht naar de waterkwaliteit in oppervlaktewateren.
In 1984 is het RID, samen met het RIV en het IVA opgegaan in het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM).
Voor handelingen van het RIVM en het BWL zij verwezen naar het BSD van het RIVM. Dit BSD is echter niet gepubliceerd in de Staatscourant. Daarom zijn ze ook in het op basis van dit RIO opgestelde BSD opgenomen.
Commissie inzake de wateronttrekking aan de Veluwe
Periode: 1927–1933
Ingesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en Landbouw
Taak: het onderzoeken van de belangen die betrokken waren bij de wateronttrekking aan de Veluwe, in verband met plannen van de gemeente Amsterdam tot het stichten van een drinkwaterleiding aldaar.
(Permanente) Commissie inzake de Wateronttrekking aan de Bodem (Cowabo)
Periode: 1934–1983
Ingesteld bij KB d.d. 31 januari 1934, nr. 12.
Taak: het adviseren van de regering, provincies, gemeenten, waterschappen en incidenteel ook particulieren in verschillende gevallen waarin ten gevolge van de aanleg van waterleidingen, waterstaatswerken e.d., invloed kan worden uitgeoefend op de grondwaterstand.
Commissie inzake de Vervaardiging van Buizen voor Gas- en Waterleiding
Periode: 1934–1935
Door het provinciaal bestuur van Drente was in 1932 aan de Minister van Sociale Zaken verzocht, een Rijksbijdrage in de arbeidslonen voor de aanleg van de waterleiding in werkverschaffing te verlenen. Dit gaf de minister de aanleiding het RID op te dragen te onderzoeken in hoeverre het mogelijk zou zijn, in plaats van buizen van buitenlands fabrikaat, gebruik te maken van in Nederland vervaardigde buizen, bijvoorbeeld van beton. Bij gebleken mogelijkheid zou dan de eis van toepassing van een dergelijk materiaal kunnen worden verbonden als voorwaarde van een eventuele subsidie.
Taak: het adviseren van de minister omtrent de volgende vragen:
•
in hoeverre verdient het aanbeveling dat door de regering de oprichting wordt bevorderd van een fabriek voor de vervaardiging van buizen voor gas- en waterleiding;
•
welke materialen moeten het meest geschikt worden geacht voor de vervaardiging in Nederland;
•
op welke wijze zou eventueel de regering de oprichting van de fabriek kunnen bevorderen?
In deze commissie waren de Ministeries van Sociale Zaken, Financiën, Binnenlandse Zaken, Wederopbouw en Economische Zaken vertegenwoordigd.
Taken:
•
het adviseren met betrekking tot het verlenen van Rijkssteun in door de oorlog getroffen gebieden;
•
het voorbereiden en voorstellen van subsidieregelingen.
Door de commissie zijn regelingen voorgesteld voor de verlening van rijkssubsidie voor aansluiting van de waterleiding van zgn. onrendabele en superonrendabele gebieden.
Het Ministerieel besluit om de rijkssubsidie te laten aflopen betekende het einde van de taak van de commissie.
Keuringsinstituut voor Waterleidingartikelen (KIWA N.V.)
Periode: 1948–
Daar de activiteiten van Kiwa in de loop der jaren zeer uitgebreid zijn geworden, is de naam Kiwa blijven bestaan, maar is de betekenis anders geworden. Kiwa staat tegenwoordig voor dienstverlenend centrum voor kwaliteitsbeheersing en onderzoek in de sectoren drinkwater, bouw en milieu.
In het archief van het RID bevinden zich stukken die betrekking hebben op samenwerking tussen het RID en het KIWA. Deze samenwerking is in de jaren zeventig ontstaan.
Het KIWA wordt in dit BSD niet als actor behandeld, omdat het vanaf de oprichting een zelfstandige NV is geweest.
Commissie inzake een Wettelijke Regeling voor de Drinkwatervoorziening
Periode: 1949–1960
Instelling: Stcrt.1949, 177
Taken:
–
het adviseren omtrent de vraag of een wettelijke voorziening op dit gebied gewenst is;
–
het doen van een wetsvoorstel ter zake.
Dat advies mocht niet gaan over een regeling met betrekking tot de subsidiëring van de drinkwatervoorziening van onrendabele gebieden, de onttrekking van water aan de bodem en de bescherming van waterwinplaatsen. Hiervoor waren immers al andere commissie in het leven geroepen.
Commissie Bescherming Waterbedrijven met het oog op Oorlogsomstandigheden
Periode: 1954–1973
Buiten en behalve de taak van zelfbescherming, rustend op elk waterbedrijf, zijn in vitale bedrijven speciale maatregelen getroffen voor bedrijfsbescherming en overige maatregelen voor de instandhouding van de drinkwatervoorziening. Daartoe zijn richtlijnen opgesteld die bedoeld zijn als technische voorlichting. Zij gaven algemene aanwijzingen, aan de hand waarvan voor elk bedrijf een beschermingsplan kon worden opgesteld, waarbij rekening werd gehouden met de aard en de betekenis van het bedrijf en met de plaatselijke omstandigheden.
Taak: adviseren van deze bedrijven inzake
–
de bestudering van dit vraagstuk;
–
het treffen van maatregelen met betrekking tot de drinkwatervoorziening in oorlogstijd;
–
het opstellen en uitvoeren van beschermingsplannen op verzoek van waterbedrijven.
De taak van deze commissie is het adviseren van de Minister inzake de procedure voor de vergunningverlening voor de onttrekking van grondwater door waterleidingbedrijven en de vaststelling van de wijze van schadevergoeding van rechthebbenden. De vergunning verlenende minister was aanvankelijk de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en sinds de jaren ‘70 de minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne. De toetsing van de vergunningaanvragen was vooral bedoeld om redenen van watermanagement ten behoeve van de landbouw en de waterschappen en om de aanleg van drinkwaterleidingen te kunnen beheersen.
Het secretariaat bestond uit vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat, het RIVM en de Landinrichtingsdienst. De commissie, die zich meer en meer moest gaan bemoeien met de problematiek van de kwaliteit van het grondwater door milieuverontreiniging en het vraagstuk van de verdroging, werd opgeheven bij de inwerkingtreding van de Grondwaterwet van 1981 (Stb.1981, 392).
In artikel 58, tweede lid, van de Grondwaterwet is echter bepaald dat ten aanzien van aanvragen om een vergunning of aanspraken op vergoeding van schade ingediend vóór het inwerkingtreden van de Grondwaterwet de bepalingen van de Grondwaterwet Waterleidingbedrijven van toepassing bleven. Hiermee bleef de Commissie een taak behouden, voor wat betreft de afhandeling van deze aanvragen om vergunning of aanspraken op vergoeding van schade. Op 16 april 1996 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in het laatste beroep dat met toepassing van de Grondwaterwet Waterleidingbedrijven aanhangig was, waarbij de Afdeling de beschikking in stand heeft gelaten (G06.91.0592). Daarmee zijn alle aanvragen om vergunning of aanspraken op vergoeding van schade, die vóór het inwerkingtreden van de Grondwaterwet waren ingediend, tot een afronding gekomen.
De overige taken werden overgenomen door de Technische Commissie Grondwaterbeheer (TCGB).
De handelingen van deze commissie zijn meegenomen in BSD Milieubeheer, § 5.9.4.
Raad voor de Drinkwatervoorziening
Periode: 1957–1994
Instelling: Stb.1957, 150)
Hoofdtaak: het adviseren van de minister omtrent de toepassing van de Waterleidingwet.
De taken van de raad zijn:
De Raad heeft de bevoegdheid provinciale en gemeentebesturen te adviseren. De Raad is bevoegd aan rijksinstellingen, provinciale en gemeentebesturen en eigenaren van waterleidingbedrijven gegevens en inlichtingen te vragen die nodig zijn voor de uitoefening van haar taak. Ze kan, al of niet uit eigen midden, personen aanwijzen die, mits schriftelijk daartoe door hem gemachtigd, bevoegd zijn, desnoods met behulp van de sterke arm, de terreinen, werken en inrichtingen van waterleidingbedrijven te betreden, teneinde de voor de vervulling van zijn taak nodig geoordeelde gegevens door aanschouwing te verkrijgen.
In 1986 zijn de Raad voor de Drinkwatervoorziening en de Centrale Commissie voor de Drinkwatervoorziening samengevoegd: de adviserende taak van de Raad werd uitgebreid, zodat zij ook advies kon uitbrengen omtrent andere onderwerpen betreffende de drinkwatervoorziening. De Centrale Commissie, hierdoor overbodig geworden, werd opgeheven. De Raad kreeg tevens het karakter van niet-ambtelijk adviesorgaan van de regering.
In 1994 zijn de taken van de Raad overgenomen door de in dat jaar ingestelde Commissie drinkwatervoorziening (Stb. 1994, 766).
De handelingen van deze actor zijn meegenomen in BSD Milieubeheer, § 4.8.4.
het adviseren omtrent de vraag of het wenselijk is dat nadere wettelijke maatregelen worden genomen ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater tegen verontreiniging door aardolieproducten en chemische stoffen;
–
het opstellen van een wetsontwerp.
International Reference Centre for Community Water Supply and Sanitation (IRC)
Periode: 1968–
Tot het midden van de jaren tachtig stond IRC voor de naam die hierboven is vermeld. Daarna werd het IRC International Water and Sanitation Centre, en inmiddels staat het IRC bekend als International Resource Centre on water supply, sanitation and hygiene.
Hoofddoelstelling: bevordering en ondersteuning van de totstandkoming van drinkwater- en sanitaire voorzieningen in ontwikkelingslanden. Daartoe werd gewerkt – via nationale instellingen en overheidsorganen alsook regionale centra – ten behoeve van de plattelands- en semi-stedelijk gebieden in Afrika, Azië en Latijns Amerika.
Het IRC fungeert als WHO Collaborating Centre for Community Water Supply.
In de programma’s van het IRC werd vooral nadruk gelegd op die problemen die een adequate ontwikkeling, onderhoud en gebruik van watervoorziening en sanitaire faciliteiten met name in rurale en sub-rurale gebieden, in de weg staan.
Van 1969 tot 1981 heeft het RID het Centrum gefaciliteerd. In 1981 is het IRC omgezet in een stichting. De directeur van het RID werd voorzitter van de Raad van Bestuur.
Commissie Infiltratie Veluwe
Periode: 1972–1977
Ingesteld door de Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, bij Besluit nr. 49.074, op 17 juli 1972.
De Commissie kreeg tot taak:
–
de begeleiding van onderzoekingen ten dienste van technische plannen van infiltratie in de Veluwe ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening met het oog op harmonische inpassing van deze plannen in het geheel van de ruimtelijke ordening;
–
de bepaling van standpunten ten opzichte van de technische, planologische en biologische aspecten van deze plannen, mede in hun onderlinge verband;
–
het uitbrengen van advies met betrekking tot deelplannen.
De Commissie werd in 1972 tijdens de maandelijkse vergaderingen voorgelicht door de RID door middel van nota’s inzake het principe van kunstmatige infiltratie, geologisch en hydrologisch onderzoek op de Veluwe, speurwerk met behulp van de proefinstallatie te Leiduin en over het concept-Structuurschema Drink- en Industriewatervoorziening 1972.
Na de instelling van deze Commissie zijn de technische onderzoekingen vooral ook beschouwd in relatie tot andere belangen dan die van de openbare watervoorziening betrokken bij een eventuele Veluwe-infiltratie. Op verzoek van de Commissie is door de Technische Werkgroep een voorbeeld van mogelijke infiltratie voor een bestaand gebied op de Veluwe uitgewerkt. Aan de hand van dit voorbeeld kon de Commissie zich een voorstelling maken van de aard en omvang van een infiltratieproject op de Veluwe en werd inzicht verkregen in de consequenties die een dergelijk project onder meer voor natuur en landschap zou kunnen hebben.
Commissie Spaarbekken IJsselmeer
Periode: 1975–1983
Instelling: Stcrt. 1975, 52
Hoofdtaak: Het adviseren van de ministers van VROM en Verkeer en Waterstaat met betrekking tot de (verdere) ontwikkeling van plannen voor een spaarbekken in het IJsselmeer ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening, alsmede met betrekking tot deelplannen.
Van deze commissie is een handeling meegenomen in BSD Milieubeheer, § 5.9.5.
Commissie Grondwaterbeheer
Periode: 1981–1983
Taken:
–
Het adviseren van de Minister van Verkeer en Waterstaat en van Volksgezondheid en Milieuhygiëne over aangelegenheden op het gebied van grondwaterbeheer.
–
Het adviseren van colleges van advies en bijstand aan de regering, indien bij de aangelegenheden waarover die colleges adviseren, het grondwaterbeheer is betrokken.
Selectielijst
Actor: Rijksbureau / Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Bedrijfsvoeringshandelingen
Personeel & Organisatie
1.
Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van personeelszaken.
– Het uitvoeren van de centrale formatieadministratie;
– Het uitvoeren van het arbeidsvoorwaardenbeleid;
– Het benoemen of aanstellen van personeel;
– Het vaststellen van de formatie van de personeelsadministratie;
– Het uitvoeren van beleid ten aanzien van de arbeidsmobiliteit;
– Het verzorgen van opleidingen voor het personeel;
– Het opstellen van functiewaarderingskaders/-tabellen/ functieniveaumatrix (FNM);
– Het inhuren van tijdelijk personeel;
– Het registreren bij verzuim van ziekte;
– Het opstellen van jaarlijkse opgaven ziekteverzuim.
Waardering: V, 6 jaar
Persoonsdossiers: V, 75 jaar na geboorte
3.
Handeling: Het opstellen van een ARBO-beleidsvisie en -jaarplan.
Periode: 1980–1983
Grondslag: Arbowet, 8 november 1980, Stb. 1980/664, art. 4.3; gewijzigd bij wet van 22 december 1993, Stb. 1993/757, art. 4.6
Product: ARBO-beleidsvisie en -jaarplan
Waardering: B1
4.
Handeling: Het instellen van een beroep bij de minister van Sociale Zaken tegen een beschikking van de Arbeidsinspectie.
Periode: 1934–1983
Grondslag: Veiligheidswet 1934, 2 juli 1934, Stb. 1934/352, art. 27.1; Arbowet, 8 november 1980, Stb. 1980/664, art. 42.1-4; gewijzigd bij wet van 23 november 1995, Stb. 1995/598, art. 42.1
Product: beroepschrift
Opmerking: Onder beschikkingen wordt verstaan:
– een aanwijzing tot naleving van het bij of krachtens de wet bepaalde;
– een eis inzake de wijze waarop het krachtens de wet bepaalde dient te worden nageleefd;
– een ongeldig verklaren van bewijsstukken;
– een beslissing inzake de individuele ontheffing van een bedrijf of inrichting van de bij de Veiligheidswet / de Arbowet gestelde voorschriften.
Waardering: V, 5 jaar
5.
Handeling: Het aan de Rijks Geneeskundige Dienst verzoeken een bedrijfsgeneeskundig onderzoek in te stellen en van advies te dienen inzake de benodigde maatregelen en voorzieningen tot herstel van de gezondheid van een zieke werknemer
Periode: 1976 –1983
Grondslag: Beschikking bedrijfsgeneeskundige begeleiding burgerlijk Rijkspersoneel, 2 januari 1976, nr. AB76/U1 DGOP/OPZ/AJZ, Stcrt. 1976/9, art. 6
Product: Verzoekschrift
Waardering: V, 5 jaar
6.
Handeling: Het registreren van de arbeids- en rusttijden van de afzonderlijke werknemers
Periode: 1919–1983
Grondslag: Arbeidswet 1919, 1 november 1919, Stb. 1919/624, art. 68.1; Werktijdenbesluit voor fabrieken of werkplaatsen 1936, 8 september 1936, Stb. 1936/862, art. 65; Werktijdenbesluit voor restgroepen, 28 augustus 1958, Stb. 1958/492, art. 13.1 en 15.1; Arbeidstijdenwet, 23 november 1995, Stb. 1995/598, art. 4: 3.1 (i.w. 1996; Stb. 1995/600)
Product: Arbeidslijsten en -registers, roosters
Opmerking: De bij de Arbeidstijdenwet verplicht gestelde registratie dient ten minste 52 weken bewaard te worden, te rekenen vanaf de datum waarop de gegevens betrekking hebben (Arbeidstijdenbesluit Stb. 1995/599, art. 3: 2.1).
Waardering: V, 2 jaar na werkingsduur
7.
Handeling: Het bij de minister van Sociale Zaken / het districtshoofd van de Arbeidsinspectie aanvragen van een vergunning om af te wijken van de vastgestelde werk- en rusttijden
Periode: 1919–1983
Grondslag: Arbeidswet 1919, 1 november 1919, Stb. 1919/624, art. 19.1, 20.1, 21.2, 22.5 (vernummerd 22.3, 12 april 1984, Stb. 1989/95), 28.1, 29.1, 52.3, 52.6, 58.2 en 63.2; Werktijdenbesluit voor winkels, 11 maart 1932, Stb. 1932/84, art. 10.1; Besluit tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 57, 68, elfde lid, en 91 der Arbeidswet 1919, 17 november 1932, Stb. 1932/537, art. 13.1 (b.w. 1965; Stb. 1964/442); Werktijdenbesluit voor kantoren 1937, 8 augustus 1937, Stb. 1937/844, art. 12.1 en 12.4; Werktijdenbesluit voor apotheken, 9 juli 1964, Stb. 1964/335, art. 13.1 (i.w. 1965, Stb. 1964/442); Werktijdenbesluit voor koffiehuis- en hotelpersoneel, 3 augustus 1949, 1949, Stb. 1949/J 352, art. 12.1
Product: vergunningaanvraag
Waardering: V, 5 jaar na vervallen ontheffing
8.
Handeling: Het instellen van dienstcommissies / ondernemingsraden voor bepaalde dienstvakken of dienstonderdelen
Periode: 1931–1983
Grondslag: ARAR, 12 juni 1931, Stb. 1931/248, art. 113.1, gewijzigd bij besluit van 4 juni 1956, Stb. 1956/331, art. 124 en bij besluit van 26 september 1968, Stb. 1968/475, art. 123
Product: instellingsbesluiten
Waardering: V, 5 jaar na vervallen van het besluit
9.
Handeling: Het machtigen van organisaties, welke bevoegd zijn om leden of plaatsvervangende leden voor te dragen voor de dienstcommissie
Periode: 1931–1956
Grondslag: ARAR, 12 juni 1931, Stb. 1931/248, art. 122
Product: machtigingsverklaringen
Opmerking: De organisaties hier bedoeld, zijn de vakcentrales voor overheidspersoneel.
De voor te dragen leden moeten behoren tot de ambtenaren waarvoor de commissie is ingesteld.
Waardering: B4
10.
Handeling: Het controleren van voorwaarden waaraan de organisaties die bevoegd zijn om leden voor de dienstcommissies aan te wijzen moeten voldoen
Periode: 1931–1982
Grondslag: ARAR, 12 juni 1931, Stb. 1931/248, art. 125, en zoals gewijzigd bij besluit van 4 juni 1956, Stb. 1956/331, art. 129
Opmerking: Tot de te controleren voorwaarden behoort o.a. een jaarlijkse opgave van het aantal leden behorende tot de bij de dienstcommissie betrokken ambtenaren.
Waardering: V, 5 jaar
11.
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die gerechtigd zijn aan de vergaderingen van de dienstcommissie deel te nemen
Periode: 1931–1982
Grondslag: ARAR, 12 juni 1931, Stb. 1931/248, art. 123.3, gewijzigd bij besluit van 4 juni 1956, Stb. 1956/331, art. 125 en bij besluit van 26 september 1968, Stb. 1968/475, art. 126.1
Opmerking: Deze ambtenaren maken deel uit van de regeringsdelegatie.
Waardering: V, 5 jaar na afloop aanwijzing
12.
Handeling: Het (in overleg) vastellen van de procedure voor overleg met de dienstcommissie / ondernemingsraad
Periode: 1931–1983
Grondslag: ARAR, 12 juni 1931, Stb. 1931/248, art. 126 en 127, gewijzigd bij besluit van 13 september 1982, Stb. 1982/ 526, art. 127a
Product: procedure
Opmerking: Het betreft hier het overleg tussen de bestuurder of de door deze bevoegd verklaarde functionaris met de dienstcommissie / ondernemingsraad.
In 1982 zijn deze bepalingen verder uitgebouwd. De bepalingen gelden onder meer voor:
– Het voorzitterschap van overlegvergaderingen;
– Het uitnodigen van deskundigen voor de overlegvergaderingen door het diensthoofd;
– Het maken van afspraken over de vergaderfrequentie, de agenda, de verslaglegging, de wijze van schorsing van de vergadering ten behoeve van afzonderlijk beraad
Waardering: V, 5 jaar na vervanging
13.
Handeling: Het voeren van overleg met de dienstcommissie / ondernemingsraad
Periode: 1931–1983
Grondslag: ARAR, 12 juni 1931, Stb. 1931/248, art. 123, gewijzigd bij besluit van 4 juni 1956, Stb. 1956/331, art. 126, gewijzigd bij besluit van 26 september 1968, Stb. 1968/475 art. 123, 126 en 128 en bij besluit van 13 september 1982, Stb 1982/526, art. 127 en 127c
Product: notulen, verslagen, notities
Waardering: V, 5 jaar
14.
Handeling: Het vaststellen van de onderwerpen die door de dienstcommissie / ondernemingsraad mogen worden behandeld
Periode: 1931–1983
Grondslag: ARAR, 12 juni 1931, Stb. 1931/248 art. 126, gewijzigd bij besluit van 4 juni 1956, Stb. 1956/331, art. 129a, bij besluit van 26 september 1968, Stb 1968/475, art. 123, en bij besluit van 13 september 1982, Stb. 1982/526, art. 129a
Product: besluit
Opmerking : In eerste instantie werden de onderwerpen door de voorzitter aangedragen.
In 1956 is er sprake van onderwerpen die in algemene zin van belang zijn voor de uitvoering van de rechtspositieregelingen ten aanzien van de ambtenaren voor wie de dienstcommissie is ingesteld, alsmede onderwerpen betreffende de technische en economische dienstuitvoering.
Voor zover de behandeling van onderwerpen niet aan de centrale commissie of – indien aanwezig – aan de bijzondere commissie van overleg voor het betreffende onderdeel is voorbehouden mag de dienstcommissie ook onderwerpen die nauw verband houden met de algemene sociale omstandigheden van het personeel in behandeling nemen. Daartoe behoren:
– de invoering en het gebruik in de burgerlijke Rijksdienst van systemen van functiebeschrijving, werkclassificatie en personeelsbeoordeling;
– de grondslagen van de rangsbevordering binnen de vastgestelde formaties;
– de vakopleiding en de ambtelijke vorming van het burgerlijk Rijkspersoneel;
– de medische en sociale zorg voor het burgerlijk Rijkspersoneel.
Voorts is elk lid bevoegd om bepaalde tot de taak van de commissie behorende onderwerpen ter plaatsing op de agenda op te geven.
Waardering: B1
15.
Handeling: Het opstellen van formatiebeleidsplannen.
Periode: 1913–1983
Product: formatiebeleidsplannen
Waardering: B1
16.
Handeling: Het opstellen van personele meerjarenramingen.
Periode: 1913–1983
Product: personele meerjarenramingen
Waardering: V, 5 jaar
17.
Handeling: Het toekennen van een waardering aan functies.
Periode: 1948–1983
Grondslag: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948, 20 juni 1949, Stb. 1949/J 261; Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, 1 november 1983, Stb. 1983/571, art. 5.3; Besluit houdende wijziging van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, 13 juni 1994, Stb. 1994/452, art. 1
Product: Functiewaarderingstabellen
Opmerking: Tot de decentralisatie van formatiebevoegheden in de jaren tachtig waren de vakministers verplicht over de waardering van (individuele) functies het advies van de minister van Binnenlandse Zaken in te winnen. Sinds 1984 worden functies gewaardeerd aan de hand van de algemene karakteristieken en functietyperingen.
Waardering: V, 10 jaar na wijziging
18.
Handeling: Het doen aanpassen van de werkzaamheden en de werkplek aan de gehandicapte werknemer
Periode: 1947–1983
Grondslag: Wet plaatsing van minder-valide arbeidskrachten, art. 7; Wet arbeid gehandicapte werknemers, 16 mei 1986, Stb. 1986/300, art. 6.1
Product: nota’s, notities, notulen
Waardering: V, 2 jaar na uitdiensttreding
19.
Handeling: Het vaststellen van de pensioengrondslag van de ambtenaar
Periode: 1922–1965
Grondslag: Pensioenwet 1922, art. 34.1
Product: besluit
Waardering: V, 75 jaar na geboorte
20.
Handeling: Het inhouden op het ambtelijk inkomen van een bedrag voor de betaling van de pensioenbijdrage aan het ABP
Bron: Archiefinventaris RID (1908–) 1913–1973 (–1975), p. 23, Comptabiliteit. Financiële administratie en controle. Gewone en buitengewone inkomsten en uitgaven.
Product: : Begrotingen, correspondentie
Waardering: V 7 jaar
22.
Handeling: Het opstellen van een financiële verantwoording.
Periode: 1913–1983
Bron: Archiefinventaris RID (1908–) 1913–1973 (–1975), p. 23, Comptabiliteit. Financiële administratie en controle. Gewone en buitengewone inkomsten en uitgaven.
Product: Jaarrekeningen, correspondentie
Waardering: B 1 (jaarrekening)
V, 7 jaar (overige stukken)
23.
Handeling: Het aangaan van overeenkomsten.
Periode: 1913–1983
Bron: Archiefinventaris RID (1908–) 1913–1973 (–1975), p. 23, Comptabiliteit. Financiële administratie en controle. Gewone en buitengewone inkomsten en uitgaven.
Product: Overeenkomsten
Waardering: V, 7 jaar na beëindiging overeenkomst
24.
Handeling: Het voeren van het financieel beheer.
Periode: 1913–1983
Bron: Archiefinventaris RID (1908–) 1913–1973 (–1975), p. 23, Comptabiliteit. Financiële administratie en controle. Gewone en buitengewone inkomsten en uitgaven.
Product: Financiële bescheiden
Waardering: V, 7 jaar
Automatisering
25.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van het beleid betreffende automatisering.
Periode: 1970–1983
Bron: Archiefinventaris RID (1908–) 1913–1973 (–1975), p. 23, Benodigdheden en hulpmiddelen in het bijzonder voor de leiding Archiefinventaris RID (1960–) 1974–1983 ( 1984), p. 120, Automatisering.
Product: Beleidsnota’s, rapporten
Waardering: B1
26.
Handeling: Het uitvoeren van het beleid betreffende automatisering.
Periode: 1970–1983
Bron: Archiefinventaris RID (1908–) 1913–1973 (–1975), p. 21
Archiefinventaris RID (1960–) 1974–1983 (1984), p. 120, Automatisering.
Product: Nota’s, correspondentie
Waardering: V, 5 jaar
Archief en bibliotheek
27.
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van het beleid betreffende het archief en de bibliotheek.
– het voeren van overleg met andere betrokken actoren op het beleidsterrein van de (drink)watervoorziening;
– het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in de ministerraadsvergaderingen voor beraad en besluitvorming betreffende het beleidsterrein van de (drink)watervoorziening;
– het voeren van overleg met / het leveren van bijdragen aan het overleg met het staatshoofd betreffende het beleidsterrein van de (drink)watervoorziening;
– het toetsen van de uitvoering van het beleid betreffende de (drink)watervoorziening (evaluatie);
– het leveren van commentaar op de recht- en doelmatigheidscontroles van de Algemene Rekenkamer betreffende het beleidsterrein van de (drink)watervoorziening;
– het aan een externe adviescommissie verzoeken om advies betreffende het beleidsterrein van de (drink)watervoorziening;
– het informeren van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het beleidsterrein van de (drink)watervoorziening;
– het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid betreffende de (drink)watervoorziening.
Waardering: B1
Wet- en regelgeving
33.
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgevingbetreffende het beleidsterrein (drink)watervoorziening.
Waardering: B 3: jaarverslagen. Wanneer geen jaarverslagen voorhanden zijn, zullen andere periodieke verslagen (zoals maand- en kwartaalverslagen) voor blijvende bewaring aangemerkt worden.
V, 5 jaar: overige neerslag. Uitzondering: zie de extra info bij te bewaren gedeelte.
Onderzoek
Omdat onderzoek tot de primaire taken van het RID behoort, is dit item verplaatst naar het desbetreffende hoofdstuk.
Overleg
42.
Handeling: Het deelnemen aan adviescommissies en overleg waarvan het voorzitterschap en/of secretariaat bij het RID (voorheen Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening) berust.
Periode: 1913–1983
Bron: Archiefinventaris RID
Product: Verslagen
Waardering: B 1
43.
Handeling: Het deelnemen aan adviescommissies en overleg waarvan het voorzitterschap en/of secretariaat niet bij het RID berust.
Handeling: Het instellen, wijzigen en opheffen van commissies, werkgroepen, etc. op het terrein van de drinkwatervoorziening.
Periode: 1913–1983
Grondslag: Algemene handelingen Nationaal Archief
Product: instellingsbesluiten
Waardering: B 4
46.
Handeling: Het benoemen van vertegenwoordigers van de minister waaronder de drinkwatervoorziening ressorteert in commissies, werkgroepen, etc., waarbij een (politieke) belangenafweging plaatsvindt of gebaseerd op wet- en regelgeving.
Periode: 1913–1983
Grondslag: Algemene handelingen Nationaal Archief
Product: benoemingsbesluiten
Waardering: B 1
47.
Handeling: Het benoemen van vertegenwoordigers van de minister waaronder de drinkwatervoorziening ressorteert in commissies, werkgroepen, etc., waarbij geen (politieke) belangenafweging plaatsvindt of gebaseerd op wet- en regelgeving.
Periode: 1913–1983
Grondslag: Algemene handelingen Nationaal Archief
Product: benoemingsbesluiten
Waardering: V, 10 jaar
Voorlichting
48.
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende het beleidsterrein (drink)watervoorziening.
Periode: 1913–1983
Grondslag: Algemene handelingen Nationaal Archief
Product: Brieven, notities
Waardering: V, 10 jaar
49.
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende het beleidsterrein (drink)watervoorziening.
Periode: 1913–1983
Grondslag: Algemene handelingen Nationaal Archief
Product: Brieven, notities
Waardering: V, 5 jaar
BSD Milieubeheer,
handeling 94/1250:
Het geven van voorlichting inzake de drinkwatervoorziening.
Periode: 1913–1983
Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV, april 1995
Waardering: B 5: eindproducten
V, 5 jaar: overige neerslag
Bezwaar en beroep
50.
Handeling: Het adviseren inzake het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het beleidsterrein (drink)watervoorziening en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen.
Periode: 1913–1983
Grondslag: Algemene handelingen Nationaal Archief
Product: Beschikkingen, verweerschriften
Waardering: B 3
Internationale handelingen
51.
Handeling: Het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen betreffende het beleidsterrein (drink)watervoorziening en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties.
Product: Internationale regelingen, nota’s, rapporten
Waardering: B 1
52.
Handeling: Het onderhouden van internationale contacten en samenwerking op het gebied van de (drink)watervoorziening.
Periode: 1913–1983
Grondslag: Archiefinventaris RID
Product: rapporten,verslagen, correspondentie
Waardering: B 3
53.
Handeling: Het adviseren van buitenlandse regeringen en instanties inzake het verlenen van medewerking aan de totstandkoming of de uitvoering van (drink)watervoorzieningen buiten de landsgrenzen.
Opmerking: Dit gebeurde in het kader van onwikkelingssamenwerking en viel dus onder de verantwoordelijkhheid van de Dienst Technische Hulp van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Waardering: B5: verslagen; de rest: V 10 jaar
BSD Milieubeheer
handeling 94/1570:
Het op ad hoc basis adviseren van regeringen of (handhavings)instanties in het buitenland of de houders van inrichtingen gelegen in het buitenland inzake aangelegenheden welke betrekking hebben op het milieu.
Bron: Tien jaar handhaving milieubeheer, Handhaving 1994.
Periode: 1913–1983
Opmerking: Deze handeling wordt niet verricht ter uitvoering van een Memorandum of Understanding (MoU) of actieprogramma. Ambtenaren/ inspecteurs van het ministerie van Milieubeheer of IMH kunnen bijvoorbeeld op eigen gelegenheid naar het land gaan waar een milieu-ongeval of ramp heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden, om advies te geven. De mogelijkheid bestaat dat dit gebeurt onder de vleugels van de Verenigde Naties (bijvoorbeeld omdat het verblijf als ambtenaar van de VN in verband met de veiligheid – diplomatenstatus – een aantal voordelen heeft).
Waardering: V, 10 jaar
Handelingen primaire taken RID
Advies
Opmerking vooraf: daar waar niet vermeld wordt aan wie geadviseerd wordt, kon dat niet uit de bronnen opgemaakt worden. Gelieve dan ter aanvulling in de Actorenlijst de taakomschrijving van het RID te raadplegen.
54.
Handeling: Het adviseren inzake de totstandkoming van her- en ruilverkavelingsplannen, streekplannen, nota’s ruimtelijke ordening en bestemmingsplannen, en het meewerken aan de totstandkoming ervan.
Periode: 1957–1983
Bron: Archiefinventaris RID
Product: rapporten
Waardering: B1
55.
Handeling: Het adviseren inzake de totstandkoming van structuurplannen op het gebied van drink- en industriewatervoorziening, en het meewerken aan de totstandkoming ervan.
Periode: 1940–1983
Bron: Ontwerp-structuurschema Drink- en industriewatervoorziening 1972, kamerstukken Tweede Kamer, 1974–1975, 13 337, nrs. 4–5
Product: o.a.: Ontwerp-structuurschema Drink- en industriewatervoorziening 1972
Waardering: B 1
56.
Handeling: Het verlenen van medewerking bij de totstandkoming van gemeentelijke en provinciale verordeningen en regelingen op het gebied van de (drink)watervoorziening.
Periode: 1913–1979
Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS; Vijftig jaar drinkwater, p. 149
Handeling: Het adviseren van de minister inzake het verlenen van concessies aan waterleidingbedrijven in verband met de Belemmeringenwet.
Periode: 1913–1983
Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS
Product: rapport
Waardering: V, 10 jaar
58.
Handeling: Het adviseren van de minister inzake het opleggen van gedoogplichten voor de aanleg en het onderhoud van (drink)watervoorzieningen.
Periode: 1955–1984
Grondslag: Grondwaterwet Waterleidingbedrijven (houdende regelen inzake het onttrekken van water aan de bodem door waterleidingbedrijven), art. 5, lid 1 (Stb. 1954, 383)
Product: rapport
Waardering: B 1
60.
Handeling: Het adviseren van de minister inzake de toepassing van de Onteigeningswet i.v.m. het realiseren van werken voor de drinkwatervoorziening.
Periode: 1922–1983
Bron : Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV, april 1995.
Product: rapport
Waardering: B 1
61.
Handeling: Het adviseren inzake het verlenen van vergunningen op het gebied van de (drink)watervoorziening.
Periode: 1913–1983
Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV, april 1995
Product: rapport
Opmerking: Zie ook BSD Milieubeheer, handeling 712.
Waardering: V 10 jaar
62.
Handeling: Het adviseren van de minister inzake het goedkeuren van statuten, instructies voor het personeel, verordeningen op het beheer en leveringsvoorwaarden van waterleidingbedrijven.
Periode: 1913–1983
Bron: Archiefinventaris RID
Product: rapport
Waardering: B 1
BSD Milieubeheer,
handeling 94/755:
Het ondersteunen van regionale initiatieven om tot een openbare drinkwatervoorziening te komen.
Periode: 1945–1983
Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV, april 1995
Waardering: B 5
63.
Handeling: Het adviseren inzake en het verlenen van medewerking aan het nemen van maatregelen om in geval van algehele storing toch te kunnen voorzien in de behoefte aan (drink)water.
Periode: 1940–1983
Bron: Archiefinventaris RID
Product: rapport
Waardering: B 6
64.
Handeling: Het adviseren inzake en het verlenen van medewerking aan het distribueren van water in verband met schaarste door weersomstandigheden.
Periode: 1940–1983
Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV, april 1995
Product: rapport
Waardering: B 6
65.
Handeling: Het adviseren inzake de bescherming van (drink)watervoorzieningen in het kader van de civiele verdediging.
Periode: 1945–1983
Bron: archiefinventaris RID
Product: Richtlijnen bescherming waterleidingsbedrijven met het oog op oorlogsomstandigheden [...], ’s-Gravenhage 1974
Opmerking: Deze handeling sluit aan op handelingen 701 t/m 704 van BSD Milieubeheer.
Waardering: B 1
66.
Handeling: Het adviseren inzake de milieuhinder van bedrijven.
Opmerking: Het betreft adviezen aan het bevoegd gezag in het belang van het grond- en drinkwater met betrekking tot aanvragen van hinderwet-, emissie- en milieuvergunningen en -ontheffingen.
Handelingen in het kader van wijzigingen van de Hinderwet vallen onder de algemene handeling m.b.t. wet- en regelgeving.
Waardering: B 1
67.
Handeling: Het adviseren inzake de aanleg van bouw-, wegenbouw- en waterbouwkundige werken.
Periode: 1913–1983
Bron: archiefinventaris RID
Product: rapport
Waardering: B 1
68.
Handeling: Het adviseren inzake de landbouw en de zand- en grondwinning.
Periode: 1939–1983
Bron: archiefinventaris RID
Product: rapport
Waardering: B 1
69.
Handeling: Het adviseren inzake rioleringsplannen.
Opmerking: Deze handeling valt binnen het kader van handeling 946 van BSD Milieubeheer: ‘Het goedkeuren van te subsidiëren projectplannen’.
Waardering: B 1
70.
Handeling: Het adviseren inzake drinkwaterkwaliteit.
Periode: 1967–1983
Bron: archiefinventaris RID
Product: rapport
Opmerking: Tot 1979 werden gemeenten en provincies geadviseerd. Deze handeling past binnen het kader van handeling 333 van BSD Milieubeheer.
In 1979 heeft de Waterleidingwet het rijk de bevoegdheid gegeven om nadere regels te stellen, die de provinciale bevoegdheid tot het maken van verordeningen overbodig maakte. De adviezen van het RID gingen toen dan ook richting het rijk.
Waardering: B 1
BSD Milieubeheer,
handeling 94/736:
Het adviseren van derden inzake de zuivering van zwemwater;
Periode: 1913–1984
Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV, april 1995
Waardering: V, 5 jaar
BSD Milieubeheer,
handeling 94/1351:
Het adviseren van derden inzake gevallen van waterzuivering.
Periode: 1913–1984
Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV, april 1995
Waardering: V, 5 jaar
71.
Handeling: Het adviseren inzake de geohydrologische aspecten van boven- en ondergrondse opslag van oppervlaktewater ten behoeve van de (drink)watervoorziening.
Periode: 1972–1983
Bron: Archiefinventaris RID, BSD van het RIVM
Product: rapport
Opmerking: Het onderzoek ten behoeve van het advies werd verricht in samenwerking met Rijkswaterstaat en het Laboratorium voor Bodem, Water en Lucht (BWL) van het RIV. BWL was onderdeel van RIV en heeft deze naam gedragen van 1955 tot 1974 waarna het is opgesplitst in LMC en LMO tot 1983.
Zie ook BSD van het RIVM, handeling 30: ‘ Het, samen met Rijkswaterstaat en het RID, verrichten van onderzoek naar de waterkwaliteit in oppervlaktewateren.’
Waardering: B 1
72.
Handeling: Het adviseren inzake de bescherming van grondwater.
Periode: 1964–
Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV, april 1995
Product: rapport
Opmerking: Dit zijn: adviezen aan de planologische werkcommissie (PWC) inzake de aanleg van gas- en olieleidingen (EZ) en de Commissie Opslag Gevaarlijke Stoffen.
In dit verband is een aantal verwijzingen op zijn plaats:
Wat betreft een omschrijving van de activiteiten van de planologische werkcommissie zij verwezen naar pagina 21 en 237 van het RIO nr. 83, Energiedelfstoffen. In dit verband zijn handelingen 365 t/m 368 relevant.
Wat betreft de opslag van (milieu-)gevaarlijke stoffen zij verwezen naar handeling 285, 566 t/m 571 en 594 t/m 595 in BSD Milieubeheer.
De Commissie Opslag Gevaarlijke Stoffen is ingesteld door het ministerie van Verkeer en Waterstaat, en valt hierdoor onder de handhaving van het vervoerswezen. Feitelijk betreft het het vervoer van gevaarlijke stoffen. De COGS is buiten RIO Milieubeheer gehouden, omdat het vervoerswezen viel onder het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Tot op heden zijn de handelingen van de COGS echter niet beschreven.
Waardering: B 1
73.
Handeling: Het adviseren inzake de winning van grondwater.
Periode: 1954–1983
Bron: Grondwaterwet waterleidingbedrijven, art. 7, lid 4 (Stb. 1954, 383)
Product: rapport
Opmerking: Hieronder worden begrepen adviezen aan de Commissie Grondwaterwet Waterleidingbedrijven over vergunningen in het kader van de Grondwaterwet Waterleidingbedrijven.
Deze handeling maakt onderdeel uit van handeling 716 van BSD Milieubeheer: ‘Het beslissen op een verzoek tot het verrichten van onderzoekingen op gronden of wateren, ingediend door de aanvrager van een vergunning voor het tot stand brengen, wijzigen of inwerking hebben van een inrichting, bedoeld om water aan de bodem te onttrekken.’.
Waardering: B 5
74.
Handeling: Het adviseren inzake bodemsanering en bodemsaneringstechnieken bij het maken en uitvoeren van bodemsaneringsplannen.
Periode: 1981–1983
Bron: archiefinventaris RID
Product: rapport
Waardering: B 1
75.
Handeling: Het adviseren van gemeenten over de toelaatbaarheid van bodemverontreiniging wanneer deze zich voordoet.
Periode: 1980–1983
Bron: archiefinventaris RID
Product: rapport
Waardering: V, 10 jaar
76.
Handeling: Het adviseren van de minister inzake autorisaties op het gebied van de volksgezondheid in het algemeen en de watervoorziening in het bijzonder.
Periode: 1913–1983
Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV, april 1995
Product: rapport, nota
Waardering: B 1
Onderzoek
166.
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het beleidsterrein drinkwatervoorziening.
Periode: 1913–1983
Grondslag: Algemene handelingen
Product: brieven, rapport
Opmerking 1: Het onderzoek wordt verricht in opdracht van de rijksoverheid, de provincies, de gemeenten en de waterschappen. Het onderzoek betreft onder andere:
drinkwatervoorziening. Hierbij kan de nadruk op verschillende aspecten liggen, bijvoorbeeld de mogelijkheid tot het aanleggen, uitbreiden, verbeteren, verplaatsen en opheffen van de (drink)watervoorziening in kwestie, gedrag en de gevolgen van milieugevaarlijke stoffen, toe te passen materialen voor de (drink)watervoorziening en de uitwerking daarvan op de waterkwaliteit, samenstelling van het drinkwater, gezondheidsaspecten, geohydrologische aspecten van boven- en ondergrondse opslag van oppervlaktewater ten behoeve van (drink)watervoorziening, calamiteiten, de huidige (financiële) staat of werking van de (drink)watervoorziening, of toekomstig waterverbruik;
het (grond)water. Hierbij kan de nadruk op verschillende aspecten liggen zoals de (grond)waterwinning, (bescherming van) de kwaliteit of de samenstelling van het (grond)water met het oog op de volksgezondheid;
het (industrieel) waterverbruik;
de bodem. Hierbij kan de nadruk op verschillende aspecten liggen zoals de kwaliteit of de samenstelling van de bodem met het oog op de volksgezondheid.
Opmerking 2: De handelingen die in het BSD Milieubeheer staan met betrekking tot onderzoek van het RID passen in dit kader. Het betreft handelingen 28 t/m 30.
Waardering: B 3: ondezoeksrapportenrapporten, klachten m.b.t. het verrichte/ te verrichten onderzoek
V 10 jaar: de overige stukken
167.
Handeling: Het begeleiden van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het beleidsterrein (drink)watervoorzieningen
Periode: 1913–1983
Grondslag: Algemene handelingen
Product: Notities, notulen, brieven
Waardering: B 3: ondezoeksrapporten, klachten m.b.t. het verrichte/ te verrichten onderzoek
V 10 jaar: de overige stukken
168.
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het beleidsterrein (drink)watervoorzieningen
Periode: 1913–1983
Grondslag: Algemene handelingen
Product: boorstaten van onder meer brandputten, waterleidingen, rijkswaterstaat en Zuiderzee-werken.
Opmerking 1: Bijvoorbeeld van door verschillende autoriteiten en particulieren aangeleverde grond- en watermonsters ten behoeve van het geologisch- en geohydrologisch archief.
Opmerking 2: Handeling 1538 uit BSD Milieubeheer komt met het bovenstaande voorbeeld overeen: ‘Het verzamelen, bewerken en beheren van door verschillende autoriteiten en particulieren aangeleverde grond- en watermonsters ten behoeve van het geologisch- en geo-hydrologisch archief.’
Het geologisch en geo-hydrologisch archief was ondergebracht bij de Rijks Geologische Dienst. Het RID had een kopie.
Waardering: V, 10 jaar: kopieën van onderzoeksgegevens die aan de Rijks Geologische Dienst verstrekt zijn
B 1: overige onderzoeksgegevens die niet aan de Rijks Geologische Dienst verstrekt zijn
169.
Handeling: Het financieren van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het beleidsterrein (drink)watervoorzieningen
Het opstellen en uitvoeren van subsidieregelingen op het terrein van de drinkwatervoorziening.
Periode: 1946–1972
Bron: Meerjarenplannen 1946, 1950, 1960.
Waardering: B 4
handeling 94/939:
Het toekennen van subsidies aan waterleidingmaatschappijen voor het herstel van waterleidingen in door de oorlog getroffen gebieden.
Periode: 1946–1972
Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV, april 1995
Waardering: V, 7 jaar
handeling 94/940:
Het toekennen van subsidies aan waterleidingmaatschappijen voor aanleg van waterleidingen in onrendabele gebieden.
Periode: 1954–1983
Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV, april 1995
Waardering: V. 7 jaar
Toezicht
175.
Handeling: Het periodiek houden van (hygiënisch, chemisch en technisch) toezicht op de werking, de bediening en het onderhoud van installaties voor de (drink)watervoorziening.
Periode: 1913–1983
Bron: ‘Vijftig jaar drinkwater’, Den Haag, 1963, p. 133
Product: rapportages
Waardering: V, 10 jaar
176.
Handeling: Het houden van toezicht op de uitvoering van aanleg, verbetering en uitbreiding van (drink)watervoorzieningen.
Periode: 1913–1983
Bron: archiefinventaris RID
Product: rapportages
Waardering: V, 10 jaar
177.
Handeling: Het houden van toezicht en het voeren van de directie bij de aanleg van grondwaterwinningsmiddelen.
Periode: 1913–1983
Bron: archiefinventaris RID
Product: rapportages
Waardering: V, 10 jaar
178.
Handeling: Het controleren van de technische en financiële voortgang van de uitvoering van de rioleringsplannen.
Periode: 1974–1983
Bron: archiefinventaris RID
Product: rapportages, rapporten
Waardering: V, 10 jaar
179.
Handeling: Het verrichten van keuringen van in (drink)watervoorzieningen toe te passen materialen.
Periode: 1913–1983
Bron: archiefinventaris RID; Drinkwatervoorziening in Nederland 1913–1938, p. 282.
Product: rapporten
Waardering: V, 10 jaar
BSD Milieubeheer,
handeling 94/1334:
Het repressief en preventief controleren van vergunningplichtige en niet-vergunningplichtige inrichtingen op de naleving van de milieuregels.
Opmerking: Vanaf 1945 tot en met 1983 was het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening (RID) belast met het toezicht op de (drink)watervoorziening. Het toezicht op de uitvoering van de Hinderwet geschiedt op provinciaal niveau.
Deel van deze handeling maakt ook uit:
– het houden van toezicht op de uitvoering van bodemsaneringsprojecten;
– het uitoefenen van toezicht op waterleidingbedrijven (art. 2, Waterleidingbesluit)
Toezichthoudende bevoegdheden zijn:
– de bevoegdheid inzage te krijgen en afschrift te nemen van boeken en andere zakelijke bescheiden;
– de bevoegdheid vervoermiddelen en hun lading te onderzoeken;
– de bevoegdheid met apparatuur alle plaatsen te betreden;
– de bevoegdheid zich te laten vergezellen door bepaalde aangewezen personen;
– de bevoegdheid goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen en daarvan monsters te nemen;
– de bevoegdheid om in afwachting van een nadere maatregel bepaalde handelingen te verbieden als er gevaar dreigt voor het milieu. Een en ander is expliciet geformuleerd met betrekking tot handelingen met radioactieve stoffen. In veel gevallen volgt na zo’n verbod spoedig een nieuwe controle. De inspecteur kan het verbod herhalen mocht tijdens de hernieuwde controle geconstateerd worden dat de houder van de inrichting zich niet aan het verbod houdt. Dit kan eventueel gebeuren met dreiging van bestuursdwang;
– de bevoegdheid om door het opmaken van een proces-verbaal strafbare feiten te constateren en aangifte te doen bij justitie.
Waardering: B 5
Handeling 94/1559:
Het toetsen van verslagen van lagere overheden inzake de uitvoering van de milieuregels en het milieubeleid door andere overheden.
Opmerkingen: In deze handeling worden mogelijke activiteiten beschreven, die niet zijn opgenomen in het Bijdragenbesluit uitvoering gemeentelijk milieubeleid (BUGM) en de Vervolg-bijdrageregeling ontwikkeling gemeentelijk milieubeleid (VOGM) of de regelgeving met betrekking tot milieubeleidsplanning in de Wet Milieubeheer.
Waardering: V, 10 jaar
Ontwerp
180.
Handeling: Het ontwerpen of herzien van (basis)plannen voor de toekomstige watervoorziening van bevolking en industrie.
Periode: 1963–1983
Bron: Archiefinventaris RID
Product: basisplannen voor watervoorziening
Waardering: B 1
181.
Handeling: Het meewerken aan de totstandkoming van structuurplannen op het gebied van drink- en industriewatervoorziening.
Periode: 1913–1983
Bron: Instellingsbesluit RID (Stcrt. 1913, 216)
Product: o.a. Ontwerp-structuurschema Drink- en Industriewatervoorziening 1972 (Handelingen van de Tweede Kamer, zitting 1974–1975, 13 337, nr. 2)
Waardering: B 1
Overige taken
182.
Handeling: Het geven van advies bij het voeren van de bouwdirectie over de aanleg, verbetering en uitbreiding van (drink)watervoorzieningen
Handeling: Het verlenen van tussenkomst bij geschillen en het bevorderen van de samenwerking tussen bedrijven op het gebied van de drinkwatervoorziening.
Periode: 1913–1983
Bron: Archiefinventaris RID
Product: notulen, verslagen
Waardering: B 5
184.
Handeling: Het verlenen van medewerking aan de bevordering van de uniformiteit en de productie van industriële voortbrengselen (waterleidingartikelen).
Periode: 1961–1983
Bron: Archiefinventaris RID; Jaarverslag RID 1948–1949, p. 6, 1971, p. 5, 1972, p 6, ‘Toekomstige drinkwatervoorziening’
Opmerking: In dit kader vindt samenwerking plaats met het Keuringsinstituut voor Waterleidingartikelen (KIWA N.V.)
Waardering: V, 10 jaar
185.
Handeling: Het verlenen van medewerking aan de totstandkoming van de waterleidingkaart en de geologische kaart van Nederland.
Periode: 1913–1983
Bron: Archiefinventaris RID
Product: nota’s, rapporten
Waardering: V, 10 jaar
186.
Handeling: Het geven van leiding aan en het uitvoeren van bodemsaneringsprojecten.
Periode: 1980–1983
Bron: Archiefinventaris RID
Product: Stukken en notulen van de projectgroep Bodemsanering en Kernteam Advisering Bodemsanering
Waardering: B6
187.
Handeling: Het opleiden, het examineren en het erkennen van deskundigen op het gebied van de volksgezondheid in het algemeen en de watervoorziening in het bijzonder.
Periode: 1933–1983
Bron: Archiefinventaris RID
Product: handboeken, leermiddelen, erkenningsbeschikkingen van vakbekwaamheid of deskundigheid ofwel de bewijsstukken daartoe
Opmerking: Het gaat hier niet om medewerkers van het RID, maar om derden.
Waardering: B 5 handboeken en leermiddelen
V, 75 jaar erkenningsbeschikkingen van vakbekwaamheid of deskundigheid
V, 10 jaar overige stukken met betrekking tot opleiding, examen of erkenning van vakbekwaamheid of deskundigheid
188.
Handeling: Het verlenen van medewerking aan het weer bedrijfsvaardig maken van (drink)watervoorzieningen in het kader van het Noodplan 1945 en het Herstelplan 1946–1948.
Periode: 1945–1950
Bron: Jaarverslag RID 1944–1945, p. 8 en 9 en 1946 –1947, p. 2 en 3
Product: Rapporten, rapportages
Opmerking: Het Noodplan behelsde het nog in 1945 tot normale functionering brengen van waterleidingbedrijven die door het oorlogsgeweld getroffen waren.
Het Herstelplan had als doel het tot stand brengen van definitieve herstellingen van waterleidingbedrijven, gepaard met de meest urgente uitbreidingen.
Waardering: B 3
Actor: Chemisch-Hydrologische Strumacommissie
80.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening
Periode: 1923–1932
Bron: archiefinventaris RID
Product: adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Koperen Buizen Commissie
81.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening
Periode: 1927–1940
Bron: archiefinventaris RID
Product: adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Commissie Smaak en Reuk Rivierwater
82.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening
Periode: 1929–1938
Bron: archiefinventaris RID
Product: adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Commissie Leermiddelen Vakopleiding
83.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening, na 1940 het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: 1933–1970
Bron: archiefinventaris RID
Product: adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Internationale Geodetische en Geophysische Unie
84.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening, na 1940 het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: 1933–1976
Bron: archiefinventaris RID
Product: adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Koperen Grondleiding Commissie
85.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening, na 1940 het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: 1935–1942
Bron: archiefinventaris RID
Product: adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Centrale Corrosie Commissie
86.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening, na 1940 het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: jaren ‘30/ ‘40
Bron: archiefinventaris RID
Product: adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Corrosie Commissie II
87.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening, na 1940 het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: jaren ’30/’40
Bron: archiefinventaris RID
Product: adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Commissie Algemene Voorschriften voor het Leggen van Buisleidingen en de Aankoop van Materialen
88.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: 1940–1947
Bron: Archiefinventaris RID
Product: Adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Strumacommissie
89.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: rond 1945
Bron: Archiefinventaris RID
Product: Adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Biologische Studiecommissie
90.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: rond 1970
Bron: Archiefinventaris RID
Product: Adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Werkgroep Basisplannen Noord-Holland
159.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: rond 1970
Bron: Archiefinventaris RID
Product: Adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Werkgroep Basisplannen Utrecht
160.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: rond 1970
Bron: Archiefinventaris RID
Product: Adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Werkgroep Basisplannen Limburg
161.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: rond 1970
Bron: Archiefinventaris RID
Product: Adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Werkgroep Basisplannen Oost-Brabant
162.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: rond 1970
Bron: Archiefinventaris RID
Product: Adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Werkgroep Basisplannen Zuidwest-Nederland
163.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: rond 1970
Bron: Archiefinventaris RID
Product: Adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Werkgroep Basisplannen Overijssel
164.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: rond 1970
Bron: Archiefinventaris RID
Product: Adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Werkgroep Basisplannen Gelderland
165.
Handeling: Het adviseren en rapporteren over de drinkwatervoorziening aan de directeur van het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening
Periode: rond 1970
Bron: Archiefinventaris RID
Product: Adviesrapport
Waardering: B 1
Actor: Centrale Commissie voor de Drinkwatervoorziening
BSD Milieubeheer,
handeling 94/203: Het adviseren van de minister inzake beleidszaken met betrekking tot de drink- en industriewatervoorziening.
Periode: 1945–1986
Grondslag: KB van 17 mei 1913, no. 46
Opmerking: De commissie bracht adviezen uit en neemt initiatieven op het gebied van:
– De voorziening van onrendabele gebieden
– De wateronttrekking aan de bodem
– De bescherming van waterwinplaatsen
– Het toezicht op de bedrijven vanuit hygiënisch oogpunt
– De organisatie van de openbare drinkwatervoorziening
– De zuivering van het oppervlaktewater
Waardering: B3
Handeling 94/204:
Het op verzoek van de minister opstellen van rapporten over de mogelijkheden tot uitbreiding van het drinkwaternet.
Periode: 1945–1986
Grondslag: KB van 17 mei 1913, no. 46
Producten: Meerjarenplan 1946
Tienjarenplan 1950
Tienjarenplan 1960
Waardering: B1
Actor: Raad voor de Drinkwatervoorziening
BSD Milieubeheer,
Handeling 94/205:
Het instellen van vaste respectievelijk bijzondere commissies voor bepaalde onderwerpen respectievelijk ter voorbereiding van bepaalde adviezen.
Periode: 1957–1994
Grondslag: Waterleidingwet, art. 2, lid 11
Waardering: B5
Handeling 94/207:
Het adviseren van de minister, uit eigen beweging of op diens verzoek, omtrent onderwerpen betrekking hebbende op of in verband staande met de drinkwater- en industriewatervoorziening.
Periode: 1957–1994
Grondslag: Waterleidingwet, art. 2, lid 1–2
Opmerking: : De Raad en de door de Raad ingestelde commissies kunnen zich doen bijstaan door deskundigen;
Waardering: B3
Handeling 94/208:
Het stellen van nadere regels betreffende de werkwijze van de Raad en zijn commissies
Periode: 1957–1994
Grondslag: Waterleidingwet, art. 2, lid 18
Waardering: B5
Handeling 94/219:
Het adviseren van de minister bij de opstelling van wetten op het gebied van drinkwater- en industriewatervoorziening;
Periode: 1957–1994
Grondslag: Waterleidingwet, art. 2, lid 2
Waardering: B5
Handeling 94/296:
Het adviseren van de minister bij de opstelling van algemene maatregelen van bestuur op grond van de Waterleidingwet.
Periode: 1957–1994
Grondslag: Waterleidingwet, art. 2, lid 2
Waardering: B1
De volgende vijf commissies hebben zich achtereenvolgens met wateronttrekking beziggehouden
Actor: Commissie Goethart
170.
Handeling: Het verrichten van onderzoek naar de onttrekking van water aan de bodem door waterleidingen, in hoofdzaak wat betreft de invloed, die door de exploitatie der bestaande waterleidingen op de vegetatie wordt uitgeoefend.
Periode: 1917–1925
Bron: ‘Drinkwatervoorziening in Nederland 1913–1938’, p. 15
Product: rapport
Waardering: B 1
Actor: Commissie inzake de wateronttrekking aan de Veluwe
171.
Handeling: Het onderzoeken van de belangen die betrokken zijn bij de wateronttrekking aan de Veluwe, in verband met plannen van de gemeente Amsterdam tot het stichten van een drinkwaterleiding aldaar.
Periode: 1927–1933
Bron: ‘Drinkwatervoorziening in Nederland 1913–1938’, p. 214
Product: rapport
Waardering: B 1
Actor: (Permanente) Commissie inzake de Wateronttrekking aan de Bodem (Cowabo)
77.
Handeling: Het adviseren van de hoofden der betrokken departementen van Algemeen Bestuur in verschillende gevallen waarin ten gevolge van de aanleg van waterleidingen, waterstaatswerken e.d. invloed kan worden uitgeoefend op de grondwaterstand.
Periode: 1934–1984
Bron: Jaarverslag RID 1934
‘Drinkwatervoorziening in Nederland 1913–1938’, p. 215;
Jaarverslag 1962 van de Commissie inzake Wateronttrekking aan de Bodem
Het adviseren van de minister over regelingsvraagstukken naar aanleiding van de Grondwaterwet Waterleidingbedrijven
Periode: 1955–1996
Grondslag: Besluit, art. 2 (Stb.1955, 61)
Waardering: V, 5 jaar
handeling 94/715:
Het adviseren van de minister met betrekking tot aanvragen voor vergunningen tot het onttrekken van grondwater voor drinkwater voor menselijk gebruik.
Periode: 1955–1996
Grondslag: Besluit, art. 2 (Stb.1955, 61)
Waardering: V, 5 jaar
59.
Handeling: Het adviseren van de minister inzake het opleggen van gedoogplichten voor de aanleg en het onderhoud van (drink)watervoorzieningen en het adviseren inzake schadeafwikkeling door toedoen van grondwateronttrekking.
Periode: 1955–1996
Grondslag: Grondwaterwet Waterleidingbedrijven (houdende regelen inzake het onttrekken van water aan de bodem door waterleidingbedrijven), art. 5, lid 1 (Stb. 1954, 383)
Handeling: Het adviseren van de Minister van Verkeer en Waterstaat, van Volksgezondheid en Milieuhygiëne en colleges van advies en bijstand aan de regering over aangelegenheden op het gebied van grondwaterbeheer.
Periode: 1981–1983
Grondslag: Wet, houdende regelen inzake het onttrekken van grondwater en het kunstmatig infiltreren van water in de bodem (Grondwaterwet), art. 2 (Stb. 1981, 392)
Product: rapport
Waardering: B1
Actor: Commissie inzake de Vervaardiging van Buizen voor Gas- en Waterleiding
79.
Handeling: Het adviseren van de minister omtrent de volgende vragen:
− in hoeverre verdient het aanbeveling dat door de regering de oprichting wordt bevorderd van een fabriek voor de vervaardiging van buizen voor gas- en waterleiding;
− welke materialen moeten het meest geschikt worden geacht voor de vervaardiging in Nederland;
− op welke wijze zou eventueel de regering de oprichting van de fabriek kunnen bevorderen?
Periode: 1934–1935
Bron: ‘Rapport der Commissie inzake de Vervaardiging van Buizen voor Gas- en Waterleiding in Nederland’
Product: ‘Rapport der Commissie inzake de Vervaardiging van Buizen voor Gas- en Waterleiding in Nederland’
Handeling: Het adviseren omtrent de vraag of het wenselijk is dat nadere wettelijke maatregelen worden genomen ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater tegen verontreiniging door aardolieproducten en chemische stoffen
Periode: 1962–1983
Grondslag: Besluit d.d. 9 oktober 1962/ Nr. 14267/ Directie Volksgezondheid, Afdeling gezondheidsbescherming (Stcrt. 1962, 200)
Product: Rapport
Waardering: B 1
40.
Handeling: Het opstellen van een wetsontwerp inzake de bescherming van de kwaliteit van het grondwater tegen verontreiniging door aardolieproducten en chemische stoffen.
Periode: 1962–1983
Bron: Archiefinventaris RID
Product: Rapport
Waardering: B 1
Actor: Commissie Infiltratie Veluwe
172.
Handeling: Het begeleiden van onderzoekingen ten dienste van technische plannen van infiltratie op de Veluwe ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening met het oog op harmonische inpassing van deze plannen in het geheel van de ruimtelijke ordening.
Periode: 1972–1977
Bron: ‘Rapport van de commissie infiltratie Veluwe’, nr. 1976/57 in de reeks Verslagen, adviezen, rapporten (VAR), van het Ministerie van VoMil, Den Haag, 1977
Product: ‘Rapport van de commissie infiltratie Veluwe’, nr. 1976/57 in de reeks Verslagen, adviezen, rapporten (VAR), van het Ministerie van VoMil, Den Haag, 1977; andere rapporten, notities
Waardering: B1
31.
Handeling: Het bepalen van standpunten ten opzichte van de technische, planologische en biologische aspecten van plannen van infiltratie op de Veluwe ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening met het oog op harmonische inpassing van deze plannen in het geheel van de ruimtelijke ordening, mede in hun onderlinge verband, en het uitbrengen van advies met betrekking tot deelplannen.
Periode: 1972–1977
Bron: Jaarverslag RID 1972, p. 6 en 14
‘Rapport van de commissie infiltratie Veluwe’, nr. 1976/57 in de reeks Verslagen, adviezen, rapporten (VAR), van het Ministerie van VoMil, Den Haag, 1977
Product: ‘Rapport van de commissie infiltratie Veluwe’, nr. 1976/57 in de reeks Verslagen, adviezen, rapporten (VAR), van het Ministerie van VoMil, Den Haag, 1977
Waardering: B1
Actor: Commissie Spaarbekken IJsselmeer
BSD Milieubeheer,
handeling 94/213:
Het adviseren van de ministers van VROM en Verkeer en Waterstaat met betrekking tot de (verdere) ontwikkeling van plannen voor een spaarbekken in het IJsselmeer ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening, alsmede met betrekking tot deelplannen.
Periode: 1975–
Grondslag: Instellingsbeschikking Commissie Spaarbekken IJsselmeer, p. 3 (Stcrt. 1975, 52)
Waardering: B 1
Actor: International Reference Centre for Community Water Supply and Sanitation (IRC)
32.
Handeling: Het bevorderen en ondersteunen van de totstandkoming van drinkwater- en sanitaire voorzieningen in ontwikkelingslanden.
Bron: Jaarverslag RID 1972, p. 75 e.v.
Periode: 1968 –
Product: rapporten, correspondentie
Waardering: B 1
Actor: Rijks-Instituut voor de Volksgezondheid (RIV)
BSD RIVM,
handeling 41/30: Het, samen met Rijkswaterstaat (RIZA) en het RID, verrichten van onderzoek naar de waterkwaliteit van oppervlaktewateren.
Periode: ca. 1972 –
Bron: Praktijkboek Milieu, p. B1.A-93
Waardering: V, 10 jaar na afronding onderzoek
handeling 41/74: Het verrichten van onderzoek naar de kwaliteit van (drink)water voordat het aan de verbruikers wordt afgeleverd.
Periode: 1940 –
Grondslag: Waterleidingbesluit, art. 10
Waardering: V, 10 jaar na afronding onderzoek
Actor: Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwateren (RIZA)
173.
Handeling: Het, samen met het RIV en het RID, verrichten van onderzoek naar de waterkwaliteit van oppervlaktewateren.
Periode: 1972–1983
Bron: Archiefinventaris RID, BSD van het RIVM
Product: rapport
Opmerking: Het onderzoek ten behoeve van het advies werd verricht in samenwerking met het RID en het Laboratorium voor Bodem, Water en Lucht (BWL) van het RIV.
Zie ook BSD van het RIVM, handeling 30: ‘Het, samen met Rijkswaterstaat en het RID, verrichten van onderzoek naar de waterkwaliteit in oppervlaktewateren.’
Waardering: Deze handeling is voor het RIZA te algemeen om te kunnen waarderen. Voor de waardering van deze handeling voor het RIZA wordt verwezen naar RIO 28, ‘Waterstaat’, handelingen: o.a. 91, 131, 134.
174.
Handeling: Het verrichten van onderzoek en het adviseren van de Minister met betrekking tot rioolzuivering, drinkwatervoorziening en het huishoudelijk gebruik van water.
Periode: 1920–1983
Bron: Interview met bedrijfshistoricus van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, dhr. Toussaint.