Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 31 januari 2005, nr. GMT/MT2551254, houdende voorschriften inzake de bloedvoorziening (Regeling voorschriften bloedvoorziening)

Regeling voorschriften bloedvoorziening

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op richtlijn 2002/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het inzamelen, testen, bewerken, opslaan en distribueren van bloed en bloedbestanddelen van menselijke oorsprong en tot wijziging van Richtlijn 2001/38/EG (PbEU L 33) alsmede op de artikelen 3, derde lid, 5, tweede lid, en 9, tweede lid, van de Wet inzake bloedvoorziening;

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Het personeel dat rechtstreeks is betrokken bij het inzamelen, testen, bewerken, opslaan en distribueren van bloed en bloedbestanddelen van menselijke oorsprong, beschikt over de nodige kwalificaties om die taken uit te voeren en krijgt tijdig een geschikte opleiding en regelmatige bijscholing.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Elke donatie van bloed of bloedbestanddelen wordt voorafgegaan door een onderzoek van de donor, dat onder meer een gesprek omvat. Een gediplomeerde gezondheidswerker is inzonderheid verantwoordelijk voor het verstrekken aan, en inwinnen bij, de donor van informatie die noodzakelijk is om te oordelen of de donor voor het doneren geschikt is en besluit op basis daarvan of de donor kan worden toegelaten.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

De Bloedvoorzieningsorganisatie zorgt ervoor dat de in het kader van deze regeling verzamelde gegevens die door derden kunnen worden geraadpleegd, met inbegrip van genetische informatie, geanonimiseerd zijn zodat de donor niet meer te identificeren is. Daartoe:

  • treft zij maatregelen met het oog op de gegevensbeveiliging en schept garanties tegen ongeoorloofde toevoeging, schrapping of wijziging in bestanden van donoren of uitsluitingen, alsmede tegen overdracht van informatie;

  • legt zij procedures vast om discrepanties tussen gegevens op te heffen;

  • voorkomt zij ongeoorloofde bekendmaking van dergelijke informatie, waarbij de donaties echter wel traceerbaar moeten blijven.

Artikel

14a

De Minister van Defensie neemt bij het uitvoeren van de taken bedoeld in artikel 11a van de Wet inzake bloedvoorziening de volgende voorschriften in acht, met dien verstande dat voor ‘Bloedvoorzieningsorganisatie’ wordt verstaan de organisatie belast met de militaire bloedvoorziening:

Artikel

14b

Een wijziging van de Richtlijn en EU-richtlijnen vastgesteld ter uitvoering van de Richtlijn gaan voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging of EU-richtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

Artikel

16

Deze regeling treedt in werking met ingang van 8 februari 2005.

Artikel

17

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorschriften bloedvoorziening.

Deze regeling zal met de bijlagen en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.F.Hoogervorst

Bijlage

I

Met het oog op aanwijzing overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van de Wet inzake bloedvoorziening door de bloedvoorzieningsorganisatie aan de minister te verstrekken gegevens

Deel A: Algemene informatie

  • Identiteit van de Bloedvoorzieningsorganisatie.

  • Naam, kwalificatie en contactgegevens van de verantwoordelijke personen.

  • Een lijst van ziekenhuisbloedbanken die door de Bloedvoorzieningsorganisatie bevoorraad worden.

Deel B: Beschrijving van het kwaliteitszorgsysteem, met inbegrip van

  • documentatie (b.v. een organisatieschema) met onder andere de taken van de verantwoordelijke personen en de hiërarchische structuur;

  • documentatie (b.v. documentatie zoals een Site Master File of een kwaliteitshandboek waarin het kwaliteitszorgsysteem van artikel 6 van de Wet inzake bloedvoorziening wordt beschreven);

  • aantal personeelsleden en hun kwalificaties;

  • hygiënevoorschriften;

  • lokaties en apparatuur;

  • lijst van standaardwerkwijzen (Standard Operating Procedures) voor het werven, behouden en beoordelen van donors en voor het bewerken, testen, distribueren en terugroepen van bloed en bloedbestanddelen, en voor het melden en registreren van ernstige ongewenste voorvallen en reacties.

Bijlage

II

Verslag over de activiteiten van de Bloedvoorzieningsorganisatie in het voorgaande jaar

Dit jaarverslag bevat:

  • het totale aantal donors dat bloed en bloedbestanddelen afstaat;

  • het totale aantal donaties;

  • een geactualiseerde lijst van ziekenhuisbloedbanken die door de Bloedvoorzieningsorganisatie bevoorraad worden;

  • het totale aantal ongebruikte volledige donaties;

  • het aantal eenheden van ieder geproduceerd en gedistribueerd bestanddeel;

  • de incidentie en prevalentie van door transfusie overdraagbare infectieuze markers bij donors van bloed en bloedbestanddelen;

  • het aantal terugroepacties;

  • het aantal gemelde ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen.

Bijlage

III

Etiketteringsvoorschriften

Het etiket op het bestanddeel moet de volgende informatie bevatten:

  • Officiële benaming van het bestanddeel.

  • Volume of gewicht of aantal cellen van het bestanddeel (naar gelang van het geval).

  • Unieke numerieke of alfanumerieke donatie-identificatie.

  • Naam van de producerende bloedinstelling.

  • ABO-groep (niet vereist voor plasma dat uitsluitend bestemd is voor fractionering).

  • Rh D-groep, aangegeven als ‘Rh D-positief’ of ‘Rh D-negatief’ (niet vereist voor plasma dat uitsluitend bestemd is voor fractionering).

  • Vervaldatum of -termijn (naar gelang van het geval).

  • Bewaartemperatuur.

  • Naam, samenstelling en volume van antistollingsmiddel en/of bewaarvloeistof (indien aanwezig).

Bijlage

IV

Minimale testcriteria voor volbloed en plasmadonaties

De volgende tests moeten verricht worden voor volbloed- en aferesedonaties, met inbegrip van autologe donaties die op voorhand zijn gedeponeerd:

  • ABO-groep (niet vereist voor plasma dat uitsluitend bestemd is voor fractionering).

  • Rh D-groep (niet vereist voor plasma dat uitsluitend bestemd is voor fractionering).

  • Testen op de aanwezigheid van de volgende infectieziekten bij de donors:

    • Hepatitis B (HBs-Ag);

    • Hepatitis C (Anti-HCV);

    • HIV 1/2 (Anti-HIV 1/2).

Er kunnen aanvullende tests vereist zijn voor specifieke bestanddelen of donors dan wel voor epidemiologische situaties.