Artikel
1
Als document, waarmee in bij de wet aangewezen gevallen de identiteit van personen kan worden vastgesteld, wordt tevens aangewezen een identiteitsbewijs dat door de zendstaat ingevolge artikel 3, tweede lid , van het NAVO-statusverdrag (Trb. 1953, 10) of artikel 4, onderdeel c, van het NAVO Hoofdkwartieren Protocol (Trb. 1953, 11) dan wel ingevolge het Statusverdrag inzake het Partnerschap voor de Vrede met Aanvullend Protocol (Trb. 1996, 74) is afgegeven aan een zich voor de dienstuitoefening in Nederland bevindende militair behorende tot een onder een der bovengenoemde verdragen vallende krijgsmacht.