Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 maart 2005, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AVPB/05/16911, tot vaststelling van rekenregels inzake waardeoverdracht van een overdragend naar een overnemend uitvoeringsorgaan (Regeling rekenregels waardeoverdracht)

Regeling rekenregels waardeoverdracht

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    het besluit: het Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht;

  • b.

    het u-rendement: het op 1 januari van het jaar waarin de overdrachtsdatum valt geldende u-rendement, zoals gepubliceerd door het Centrum voor Verzekeringsstatistiek van het Verbond van Verzekeraars.

Artikel

2

De rente, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van het besluit wordt berekend aan de hand van het u-rendement, waarbij de periode wordt vastgesteld in volle maanden. Het aantal volle maanden wordt bepaald op het verschil in maanden en dagen tussen de overdrachtsdatum en de datum van betaling van de overdrachtswaarde, waarbij alle kalendermaanden op 30 dagen worden gesteld.

Artikel

3

Wanneer waardeoverdracht van een niet-reguliere naar een reguliere regeling plaatsvindt, rekent het overnemende uitvoeringsorgaan, met toepassing van artikel 2, terug welk deel van de afkoopsom als verschuldigde rente moet worden aangemerkt over de periode tussen de betaaldatum en de overdrachtsdatum.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

5a

Artikel

7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rekenregels waardeoverdracht.

Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,A.J. deGeus

Bijlage

bij de Regeling rekenregels waardeoverdracht, bedoeld in de artikelen 4, eerste, tweede en vierde lid, en 5, eerste lid

Artikel 1

Vervallen.

Artikel 2

1. De formules voor de berekening van de pensioenaanspraken, bedoeld in artikel 5, eerste lid, luiden als volgt:

2. De in het eerste lid gebruikte symbolen en afkortingen hebben de volgende betekenis:

a: de verhouding nabestaandenpensioen/ouderdomspensioen in de regeling ondergebracht bij het overnemende uitvoeringsorgaan, zoals deze voor de rechthebbende geldt op de overdrachtsdatum;

β: de verhouding tussen een eventuele andere pensioenvorm en het ouderdomspensioen, zonodig berekend uit de totale aanspraken (zonder overdracht) volgens de regeling ondergebracht bij het overnemende uitvoeringsorgaan, zoals deze voor de rechthebbende geldt op de overdrachtsdatum;

OP: ouderdomspensioen;

NP: nabestaandenpensioen;

OV: overige pensioenvormen;

OW: overdrachtswaarde;

kps-OP: de contantewaardefactor voor ouderdomspensioen volgens het standaardtarief;

kps-NP: de contantewaardefactor voor nabestaandenpensioen volgens het standaardtarief;

kps-OV: de contantewaardefactor voor overige pensioenvormen volgens het standaardtarief.

3. Wanneer in het eerste lid aan OP, NP en OV de letters nw zijn toegevoegd, betekent dit dat het pensioenaanspraken in de regeling bij het overnemende uitvoeringsorgaan ondergebracht uit hoofde van de waardeoverdracht betreft.

Artikel 3

Vervallen.

Artikel 4

1. De gehuwdheidsfrequenties, bedoeld in artikel 4, zesde lid, luiden als volgt:

x < 18

0

0

18 ≤ x < 25

0,01 + 0,07 (x–18)

0,05 + 0,10 (x–18)

25 ≤ x < 30

0,50 + 0,04 (x–25)

0,75 + 0,02 (x–25)

30 ≤ x < 35

0,50 + 0,04 (x–25)

0,85

35 ≤ x < 50

0,90

0,85

50 ≤ x < 65

0,90

0,85 – 0,01 (x–50)

2. In het eerste lid betekent de aanduiding ‘x’: de leeftijd van de deelnemer.