Wet van 7 april 2005 tot wijziging van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, de Penitentiaire beginselenwet en enige andere wetten onder meer naar aanleiding van evaluatieonderzoeken

Wijzigingswet Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, enz. (evaluatieonderzoeken)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het naar aanleiding van evaluatieonderzoeken van de Penitentiaire beginselenwet, de regelgeving omtrent de terbeschikkingstelling en het jeugdstrafrecht en reacties uit de praktijk wenselijk is gebleken de Penitentiaire beginselenwet, de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en enige andere wetten op een aantal punten te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.

Artikel

II

Wijzigt de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.

Artikel

III

Wijzigt de Penitentiaire beginselenwet.

Artikel

IV

Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.

Artikel

V

Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.

Artikel

VI

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Artikel

VII

Wijzigt de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Artikel

VIII

Wijzigt de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.

Artikel

IX

Wijzigt de Gratiewet.

Artikel

X

Wijzigt de Overleveringswet.

Artikel

XI

Wijzigt de wet van 7 juli 1988, houdende wijziging van de Wet van 19 november 1986, Stb. 587 tot herziening van de bepalingen van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering, de Beginselenwet gevangeniswezen en enkele andere wetten omtrent de maatregel van terbeschikkingstelling en enige andere onderwerpen die met de berechting van geestelijk gestoorde delinquenten samenhangen.

Artikel

XII

Herbenoeming van leden en plaatsvervangende leden van de commissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven, die zijn benoemd voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, geschiedt, na afloop van de termijn waarvoor zij zijn benoemd, overeenkomstig de daarvoor geldende bepalingen, doch zodanig dat de totale zittingsduur een termijn van twaalf jaren niet zal kunnen overschrijden.

Artikel

XIII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner