minister van onderwijs, cultuur en wetenschap en, voor zover het betreft landbouwonderwijs, de minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit;
d.
maatschappelijke stage:
vorm van leren buiten de school waarbij leerlingen in het voortgezet onderwijs vanuit de school door middel van vrijwilligersactiviteiten actief kennis maken met allerlei aspecten en onderdelen van de samenleving, en
De minister verstrekt in 2005 en 2006 op aanvraag van het bevoegd gezag aanvullende bekostiging als tegemoetkoming in de personeelskosten die gemoeid zijn met het coördineren en organiseren van de maatschappelijke stage, het opbouwen van een netwerk ten behoeve van de ontwikkeling en uitvoering van de maatschappelijke stage, de inbedding in de school en de eventuele inhuur van derden hiervoor.
Artikel
3
Omvang van de aanvullende bekostiging
De aanvullende bekostiging bedraagt per school:
a.
€ 15.000,– in 2005, en
b.
€ 18.000,– in 2006.
Artikel
4
Bekostigingsplafond
1
Voor 2005 is een totaalbedrag van maximaal € 1.975.000,- en voor 2006 een totaalbedrag van maximaal € 8.658.000,– beschikbaar.
2
Het bevoegd gezag dat vóór 15 september 2006 geen toewijzende beschikking op grond van deze regeling heeft ontvangen, kan tot 15 oktober 2006 een aanvraag indienen.
Artikel
5
Aanvraag van de aanvullende bekostiging
1
Het bevoegd gezag dat in aanmerking wil komen voor aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 2, dient daartoe een aanvraag in bij SenterNovem.
2
De aanvraag bestaat uit een door het bevoegd gezag ingevuld en ondertekend aanvraagformulier.
3
In het aanvraagformulier verschaft het bevoegd gezag informatie over de beoogde resultaten en de daarvoor uit te voeren activiteiten, over de beoogde samenwerkingspartners en over de beoogde deelnemende leerlingen.
Artikel
6
Termijnen
1
Het bevoegd gezag dient de aanvraag voor 2005 in vóór 8 juni 2005 en voor 2006 vóór 1 mei 2006.
2
Het bevoegd gezag dat vóór 15 september 2006 geen toewijzende beschikking op grond van deze regeling heeft ontvangen, kan tot 15 oktober 2006 een aanvraag indienen.
Artikel
7
Voorwaarden voor aanvullende bekosting
De minister kent de aanvullende bekostiging toe onder de voorwaarden dat:
a.
de activiteiten voor de in 2005 toegekende aanvullende bekostiging worden uitgevoerd in het schooljaar 2005-2006 en voor de in 2006 toegekende aanvullende bekostiging in het schooljaar 2006-2007;
b.
het bevoegd gezag een korte tussenrapportage opstelt. Voor deze rapportage wordt gebruik gemaakt van een standaardformulier dat wordt vastgesteld door de minister. De minister stelt dit formulier beschikbaar.
c.
het bevoegd gezag de minister en de door deze aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen geeft die deze in verband met de ontvangen aanvullende bekostiging verlangen, en desgewenst aan voornoemde ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage geeft.
Artikel
8
Loting
De minister past een loting toe, indien het bedrag van het aantal aanvragen het totaalbedrag, bedoeld in artikel 4, overschrijdt. De loting vindt plaats voorafgaand aan de inhoudelijke beoordeling van de aanvragen. Op basis van de loting krijgen de aanvragen een volgnummer toegewezen, waarna de beoordeling op volgorde van volgnummer plaatsvindt.
Artikel
9
Beschikking
1
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, ontvangt een beschikking vóór 15 september van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
2
De betaling van de aanvullende bekostiging vindt plaats in september van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
3
Een school die in 2005 een toewijzende beschikking heeft ontvangen, ontvangt deze ook in 2006, indien uit de tussentijdse bijeenkomst bedoeld in artikel 7, onderdeel b blijkt dat in 2006 opnieuw aan de voorwaarden voor aanvullende bekostiging wordt voldaan.
Artikel
9a
Beschikking in verband met tweede aanvraagronde in 2006
1
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 6, tweede lid, ontvangt een beschikking vóór 31 december 2006.
2
De betaling van de aanvullende bekostiging vindt plaats in december 2006.
Artikel
10
Begrotingsvoorbehoud
Aanvullende bekostiging ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verstrekt onder de voorwaarde dat door de wetgever voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
Artikel
11
Verantwoording van de aanvullende bekostiging
1
De aanvullende bekostiging wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan het doel van deze regeling, genoemd in artikel 2. Verrekening van eventueel niet bestede middelen of voorschotten vindt niet plaats.
2
De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de aanvullende bekostiging.
3
De inhoudelijke verantwoording van de aanvullende bekostiging vindt plaats middels een volledig ingevuld rapportageformulier.
4
Het formulier wordt ingezonden vóór 15 september van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvullende bekostiging is toegekend.
5
Overeenkomstig de OCenW-Richtlijnen Jaarverslaggeving wordt in de jaarrekening de aan het verslagjaar toe te rekenen subsidie herkenbaar als bate verantwoord, en worden de lasten verwerkt binnen de daartoe bestemde posten. Een afzonderlijke specificatie van de lasten naar kostensoorten is niet noodzakelijk. De subsidie wordt opgenomen in bijlage D2 bij de jaarrekening als niet geoormerkte subsidie.
Artikel
12
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het Gele katern waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 31 juli 2007.
Artikel
13
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs 2005 en 2006.
Deze regeling zal met de toelichting in het Gele katern worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, M.J.A. van derHoeven