Besluit mandaat en machtiging projectuitvoering en nadeelcompensatie Hanzelijn en Sloelijn

Besluit mandaat en machtiging projectuitvoering Hanzelijn en Sloelijn

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gezien de schriftelijke instemming van de manager Grondverwerving en Juridische Zaken, de projectmanager Hanzelijn, de projectmanager Sloelijn en de voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V.;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: Minister van Verkeer en Waterstaat;

  • b.

    ProRail: ProRail B.V., gevestigd te Utrecht;

  • c.

    project Hanzelijn: uitvoering van het Tracébesluit Hanzelijn van 25 november 2003 (Stcrt. 2003, 228), het Tracébesluit Hanzelijn Aanvulling Hattem-Zwolle van 17 maart 2004 (Stcrt. 2004, 53);

  • d.

    project Sloelijn: uitvoering van het Tracébesluit Sloelijn van 27 februari 2004 (Stcrt. 2004, 40).

§

1

Mandaat en machtiging ter uitvoering van artikel 20, tweede tot en met vijfde lid, en elfde lid, van de Tracéwet

Artikel

2

Aan de Manager Grondverwerving en Juridische Zaken van ProRail wordt mandaat en machtiging verleend om namens de minister de bevoegdheden uit te oefenen en de taken uit te voeren, zoals deze aan de minister op grond van artikel 20, tweede tot en met vijfde lid, en elfde lid, van de Tracéwet zijn toegekend, ter realisatie van de projecten Hanzelijn en Sloelijn.

Artikel

3

§

2

Mandaat en machtiging voor de behandeling van verzoeken om schadevergoeding in het kader van de projecten Hanzelijn en Sloelijn

Artikel

4

Artikel

5

Aan de voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail wordt mandaat en machtiging verleend om namens de minister te beslissen op bezwaar tegen de met toepassing van artikel 4 van dit besluit genomen besluiten.

Artikel

6

§

3

Slotbepalingen

Artikel

7

De gemandateerden oefenen het hen bij dit besluit verleende mandaat en de hen bij dit besluit verleende machtiging uit met inachtneming van de als bijlage bij dit besluit opgenomen algemene instructie en van de door de minister per geval gegeven instructies.

Artikel

8

Artikel

9

Wijzigt dit besluit.

Artikel

10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel

11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging projectuitvoering Hanzelijn en Sloelijn.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H.Peijs

Bijlage

Algemene Instructie

§ 1. Mandaat en machtiging ter uitvoering van artikel 20, tweede tot en met vijfde lid, en elfde lid, van de Tracéwet

1. Bij het Besluit mandaat en machtiging projectuitvoering Hanzelijn en Sloelijn worden aan de Manager Grondverwerving en Juridische Zaken van ProRail, hierna te noemen de Manager Grondverwerving en Juridische Zaken, de navolgende bevoegdheden en taken in mandaat en machtiging verleend:

  • 1.

    de bevordering van de gecoördineerde voorbereiding van besluiten. Daaronder wordt hier onder meer verstaan het inventariseren en analyseren van alle benodigde vergunningen, hun onderlinge samenhang en de benodigde afstemming daartussen, de clustering van vergunningen, het daartoe samenstellen, beleggen, voeren van (voor)overleg met de aanvrager en de betrokken bestuursorganen;

  • 2.

    het met het oog op de gecoördineerde voorbereiding van besluiten vorderen van de medewerking van de betrokken bestuursorganen. In geval die medewerking niet wordt verleend stelt de Manager Grondverwerving en Juridische Zaken de minister tijdig daarvan op de hoogte;

  • 3.

    de toepassing van artikel 20, vierde en vijfde lid, van de Tracéwet op de voorbereiding van de voor de uitvoering van de projecten Hanzelijn en Sloelijn benodigde besluiten. Onder deze activiteiten wordt onder meer begrepen: het in goed overleg met de betrokken bestuursorganen bepalen binnen welke termijn de ontwerpbesluiten door de betrokken bestuursorganen aan de minister moeten worden toegezonden, dan wel binnen welke termijn de besluiten door deze bestuursorganen moeten worden genomen, (het toezien op) de publicatie en verzending van de ontwerpbesluiten, de mededeling en de terinzagelegging daarvan, het houden van een gecombineerde hoorzitting, het maken van een verslag, en het houden van een bedenkingenoverleg;

  • 4.

    (het toezien op) de bekendmaking van de voor de uitvoering van de projecten Hanzelijn en Sloelijn benodigde besluiten.

2. In voorkomende gevallen informeert de Manager Grondverwerving en Juridische Zaken de minister tijdig over het nemen van mogelijk beleids- en bestuurlijk-juridisch gevoelige beslissingen, en stelt hij de minister in de gelegenheid hem aanwijzingen te geven. Zonodig treedt de Manager Grondverwerving en Juridische Zaken met de minister in overleg.

3. Het overleg, als bedoeld in onderdeel 2, vindt in ieder geval plaats in die gevallen, waarin de Manager Grondverwerving en Juridische Zaken geen overeenstemming heeft kunnen bereiken met het betrokken vergunningverlenend bestuursorgaan over de bepaling van de termijn, waarbinnen de ontwerpbesluiten door dat bestuursorgaan aan de minister moeten worden toegezonden, dan wel waarbinnen de besluiten door dat bestuursorgaan moeten worden genomen (artikel 20, vierde lid, onderdelen b en e, van de Tracéwet).

4. De Manager Grondverwerving en Juridische Zaken voert bij de uitoefening van zijn mandaat en machtiging een ordentelijke en voor de minister transparante administratie. Hij verschaft de minister desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van het bij het Besluit verleende mandaat en machtiging.

5. De Manager Grondverwerving en Juridische Zaken en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame functionarissen zijn niet rechtstreeks betrokken bij, noch verantwoordelijk voor het aanvragen van vergunningen door (functionarissen van andere dienstonderdelen van) ProRail, die nodig zijn voor de realisatie van de tracés Hanzelijn en Sloelijn.

6. De Manager Grondverwerving en Juridische Zaken en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame functionarissen laten zich bij de uitoefening van hun mandaat en machtiging niet alleen leiden door het belang van de aanvrager van de vergunningen, maar wegen zorgvuldig dit belang af tegen de belangen van de betrokken bestuursorganen.

§ 2. Mandaat en machtiging voor de behandeling van verzoeken om schadevergoeding in het kader van de projecten Hanzelijn en Sloelijn

1. Gemandateerde houdt een archief bij met ten minste afschriften van ieder besluit en verslagen van hoorzittingen.

2. Gemandateerde beslist niet op bezwaar dan nadat terzake advies is uitgebracht door een commissie, tenminste bestaande uit:

  • a.

    Een vertegenwoordiger van ProRail als voorzitter, niet zijnde de projectmanager Hanzelijn dan wel de projectmanager Sloelijn;

  • b.

    Een vertegenwoordiger van het ministerie van Verkeer en Waterstaat;

  • c.

    Een vertegenwoordiger van de betrokken regionale directie Rijkswaterstaat (Oost-Nederland of Ijsselmeergebied) waarbinnen het onderhavige project is gelegen.

3. Gemandateerde stelt de minister onder opgave van redenen in kennis van het voornemen af te wijken van het advies van de commissie.

4. Gemandateerde verstrekt de minister desgevraagd alle inlichtingen omtrent de behandeling van bezwaarschriften.

5. Gemandateerde neemt beslissingen van principiële aard dan wel met buitengewone consequenties of een grote precedentwerking niet dan nadat deze zijn voorgelegd aan de minister.