Wet van 8 juni 2005 tot wijziging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (verjaring van en heffing bij planschadevergoedingsaanspraken, alsmede planschadevergoedingsovereenkomsten)

Wijzigingswet Wet op de Ruimtelijke Ordening (verjaring van en heffing bij planschadevergoedingsaanspraken, alsmede planschadevergoedingsovereenkomsten)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is met spoed in de Wet op de Ruimtelijke Ordening te voorzien in een bevoegdheid voor het betrokken bestuursorgaan overeenkomsten met betrekking tot de vergoeding van planschade te sluiten, verjaringstermijnen voor schadevergoedingsaanspraken op te nemen en te voorzien in de heffing van een recht voor de behandeling van een aanvraag om vergoeding van schade;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Artikel

II

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

III

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer , S. M. Dekker
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner