Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2 mei 2005, nr. AP/PSW/2005/18291 (B15), directie Arbeidsmarkt en Personeelsbeleid, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op
artikel 33, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs,
artikel 33, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra,
artikel 38a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en de
artikelen 4.1.2, tweede lid, en
4.3.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
De Raad van State gehoord (advies van 26 mei 2005, nr. W05.05.0166/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van 10 juni 2005, nr. AP/PSW/2005/25844 (B15), directie Arbeidsmarkt en Personeelsbeleid;