Artikel
1
1
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen worden overgenomen de begripsbepalingen van de artikelen 1 en 2 van het Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw.
2
In deze verordening worden overgenomen de begripsbepalingen van artikel 1:1 en artikel 3:1, en de werkwijze zoals beschreven in hoofdstuk 3 van de Verordening PT algemene bepalingen 2003.
3
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
a. de handel |
: |
het aankopen en verkopen van producten aan anderen dan consumenten voor hun persoonlijke behoeften; |
|
b. het bewerken |
: |
alle handelingen waarbij van groenten en fruit gebruiksklare artikelen worden gemaakt, zoals schonen, schillen, schrappen, snijden, mengen, wassen en centrifugeren; |
|
c. de ondernemer |
: |
de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarin de handel wordt uitgeoefend in de verse of bewerkte producten:
|
|
d. de aankoopwaarde handel |
: |
het bedrag van de door de ondernemer gedurende een kalenderjaar aangekochte producten; |
|
e. een afzetorganisatie |
: |
de natuurlijke of rechtspersoon die in opdracht van of ten behoeve van telers de door hen geteelde producten verkoopt; |
|
f. uien |
: |
alle uien met uitzondering van zilveruien. |
4
Met de ondernemer als bedoeld in het derde lid, onder c, wordt gelijk gesteld de natuurlijke of rechtspersoon die groenten en fruit van telers of van buitenlandse handelaren aankoopt en deze zonder tussenkomst van andere handelaren verkoopt aan consumenten. Voor de aankoopwaarde handel wordt in dat geval uitsluitend in aanmerking genomen hetgeen van telers of buitenlandse handelaren op deze wijze is aangekocht.