-
1°.
het aanstellen van medewerkers;
-
2°.
het verlenen van ontslag, bedoeld in artikel 94 van het ARAR;
-
3°.
het goedkeuren van aanvragen tot wijzigingen in de arbeidsduur van medewerkers met uitzondering van aanvragen bedoeld in artikel 21, tweede lid, van het ARAR;
-
4°.
het verlenen van toestemming voor interim functievervulling en het aangaan van desbetreffende overeenkomsten;
-
5°.
het beslissen op een aanvraag in het kader van de geldende regels inzake scholingsfaciliteiten, inclusief het verlenen van studieverlof;
-
6°.
het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van medewerkers;
-
7°.
verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van medewerkers;
-
8°.
het aangaan van verplichtingen inzake het aantrekken van servicekrachten;
-
9°.
verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor het aantrekken van servicekrachten;
-
10°.
het aangaan van stageovereenkomsten;
-
11°.
het doen van uitgaven voor aardigheidjes;
-
12°.
het doen van uitgaven ten behoeve van representatie;
-
13°.
het toekennen van eenmalige toeslagen van maximaal € 500 netto aan medewerkers in het kader van ‘bewust belonen’;
-
14°.
het nemen van beslissingen inzake het woon-werkverkeer;
-
15°.
het verlenen van vakantie, kort buitengewoon verlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof;
-
16°.
het accorderen van dienstreizen en van reiskostendeclaraties.