Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 5 juli 2005, nr. DDI/BO/021-05 tot vaststelling van beheersregels ten aanzien van archiefbescheiden van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Beheersregels documentaire informatievoorziening BZ 2005)

Beheersregels documentaire informatievoorziening BZ 2005

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    Archief: het geheel van archiefbescheiden, ontvangen of opgemaakt door het ministerie,

  • b.

    Archiefbescheiden:

    • 1°.

      bescheiden, ongeacht hun vorm, door het ministerie ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd daaronder te berusten;

    • 2°.

      bescheiden, ongeacht hun vorm, met overeenkomstige bestemming, ontvangen of opgemaakt door instellingen of personen, wier rechten of functies op het ministerie zijn overgegaan;

    • 3°.

      bescheiden, ongeacht hun vorm, welke ingevolge overeenkomsten met of beschikkingen van het ministerie in een archiefbewaarplaats zijn opgenomen om daar te berusten; en

    • 4°.

      reproducties, ongeacht vorm, welke bij of krachtens de wet in de plaats zijn gesteld van de onder het eerste, tweede of derde lid bedoelde archiefbescheiden of welke op grond van artikel 7 van de wet zijn vervaardigd.

  • c.

    Archiefbeheer: het verrichten of doen verrichten van alle werkzaamheden om archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren,

  • d.

    Archiefbeheerssysteem: het geheel van mensen, methoden, procedures, gegevensverzamelingen, opslag-, verwerkings- en communicatieapparatuur en andere middelen, bestemd tot het beheer van archiefbescheiden,

  • e.

    Archiefbeheerder: de medewerker belast met archiefbeheer of fysiek beheer,

  • f.

    Archiefbestanddeel: het geheel van archiefbescheiden bijeengebracht met een bepaald doel en in onderlinge samenhang te raadplegen,

  • g.

    Archiefbewaarplaats: een bij of krachtens de wet voor blijvende bewaring van archiefbescheiden aangewezen bewaarplaats,

  • h.

    Archiefplan: document waarin de werkwijze en procedures van het archiefbeheer van een organisatieonderdeel zijn beschreven,

  • i.

    Archiefruimte: een ruimte bestemd of aangewezen voor de bewaring van archiefbescheiden in afwachting van hun overbrenging ingevolge artikel 12 eerste lid of artikel 13 eerste lid van de wet,

  • j.

    Besluit: het Archiefbesluit 1995,

  • k.

    Bestand: een geheel van gegevens in een zelfde opslagformaat,

  • l.

    Besturingsprogrammatuur: programmatuur die bestemd is ter besturing van een informatiesysteem,

  • m.

    Bijzondere documenten/archiefbescheiden: documenten en archiefbescheiden waarin staatsgeheimen en overige bijzondere informatie is opgenomen waarvan kennisname door niet gerechtigden nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen van de Staat, van zijn bondgenoten of van één of meer ministeries,

  • n.

    Conversie: het omzetten in of het overzetten van gegevens in een ander opslagformaat,

  • o.

    DDI: Directie Documentaire Informatievoorziening,

  • p.

    Deelarchief: het geheel van archiefbestanddelen van een organisatieonderdeel,

  • q.

    Digitale archiefbescheiden: archiefbescheiden die uitsluitend met behulp van besturings- en toepassingsprogrammatuur geraadpleegd kunnen worden,

  • r.

    Document: geheel van samenhangende gegevens, vastgelegd op één of meer gegevensdragers,

  • s.

    Documentair structuurplan: een plan waarin is vastgesteld de wijze waarop de toegankelijkheid van archiefbescheiden is georganiseerd en de wijze waarop archiefbescheiden zijn ingedeeld en gerangschikt,

  • t.

    Documentaire informatievoorziening (DIV): het proces van communicatie door middel van documenten,

  • u.

    Documentatie: verzameling documenten betreffende een feit of reeks feiten, bijeengebracht met een bepaald doel,

  • v.

    Dossier: het geheel van archiefbescheiden ontvangen of opgemaakt door het ministerie bij de behandeling van één zaak,

  • w.

    Dossiermap: een fysieke of logische houder om archiefbescheiden in hun onderlinge samenhang bijeen te houden,

  • x.

    Fysiek beheer: de werkzaamheden die betrekking hebben op het plaatsen en bewaren van semi-statische archiefbestanddelen in de centrale archiefruimte van het ministerie of andere speciaal daartoe ingerichte ruimten of omgevingen en het beschikbaar stellen van deze archiefbestanddelen,

  • y.

    Functioneel beheer: direct ten behoeve van en in contact met gebruikers in stand houden en optimaliseren van de vastgestelde gebruiksfunctionaliteit, alsmede het ondersteunen van het gebruik van het informatiesysteem,

  • z.

    Gegeven: weergave van een feit, begrip of aanwijzing, geschikt voor overdracht, interpretatie of verwerking door een persoon of apparaat,

  • aa.

    Gegevensdrager: materiaal waarop of waarin gegevens worden vastgelegd,

  • bb.

    Handeling: een eindigend complex van activiteiten ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid,

  • cc.

    Hoofd: directeur of chef de poste als eerst verantwoordelijke van een organisatieonderdeel,

  • dd.

    Informatie: gegevens verzameld en uitgewerkt om te dienen als communicatie tussen personen,

  • ee.

    Informatiesysteem: het geheel van bestanden, procedures, apparaten en daarbij benodigde hulpmiddelen, ingericht door een persoon, groep personen of organisatie ten behoeve van de uitvoering van zijn of haar taken,

  • ff.

    Medewerker: personen, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken,

  • gg.

    Metadata: gegevens over gegevens, met betrekking tot de inhoud, de vorm en de context van informatie,

  • hh.

    Migratie: het overzetten van gegevens en applicatiesoftware naar een ander platform,

  • ii.

    Ministerie: ministerie van Buitenlandse Zaken,

  • jj.

    Opslagformaat: de code volgens welke gegevens op een gegevensdrager zijn opgeslagen,

  • kk.

    Organisatieonderdeel: een organisatorische eenheid of onderdeel van het ministerie dat met toegewezen middelen één of meerdere taken uitvoert onder ministeriële verantwoordelijkheid en waar afzonderlijk wordt gearchiveerd,

  • ll.

    Overheidsorgaan: orgaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet,

  • mm.

    Platform: geheel van apparatuur en besturingsprogrammatuur waarop de toepassingsprogrammatuur werkt,

  • nn.

    Rubricering: een aanduiding die een bepaalde wijze van behandelen van bijzondere informatie geeft,

  • oo.

    Selectielijst: een lijst als bedoeld in artikel 5 van de Wet,

  • pp.

    Semi-statisch: de status van een dossier wanneer de zaak niet meer in uitvoering is en conform een geldende selectielijst voorzien is van de termijn waarop zij kan worden vernietigd of voor bewaring en overdracht naar het Nationaal Archief in aanmerking komt,

  • qq.

    Structuur: het logisch verband tussen de elementen van een document of een archief,

  • rr.

    Taak: een opdracht die gericht is op het realiseren van een doel voor het oplossen of verkleinen van een probleem van de omgeving (primaire taak) of op het mogelijk maken van het verrichten van deze eerstgenoemde taak (secundaire taak),

  • ss.

    Toepassingsprogrammatuur: de programmatuur die bestemd is voor de ondersteuning van de uitvoering van een werkproces,

  • tt.

    Vervanging: het reproduceren van archiefbescheiden met het doel tot vernietiging van de oorspronkelijke archiefbescheiden over te kunnen gaan,

  • uu.

    Vervreemding: overdracht van het eigendom door de zorgdrager aan een andere zorgdrager of een natuurlijke of rechtspersoon van archiefbescheiden,

  • vv.

    Werkproces: de uitvoering van een taak of handeling uit hoofde waarvan archiefbescheiden door een organisatieonderdeel worden ontvangen of opgemaakt als naar hun aard bestemd om daaronder te berusten,

  • ww.

    Wet: de Archiefwet 1995,

  • xx.

    Zaak: een in tijd begrensd complex van handelingen betreffende een bepaald geval,

  • yy.

    Zorg: de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het archiefbeheer.

Artikel

2

Hoofdstuk

2

Verantwoordelijkheden en bevoegdheden

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Aan de directeur DDI wordt de bevoegdheid verleend tot:

  • a.

    het voorbereiden en opstellen van (strategische) beleids-, kwaliteits- en toetsingskaders op het gebied van de DIV en het bijdragen aan kennismanagement;

  • b.

    het opstellen en onderhouden van beheersregels documentaire informatievoorziening;

  • c.

    het voorbereiden, opstellen en intern publiceren van regelgeving op het gebied van de DIV;

  • d.

    het houden van toezicht op de kwaliteit van de DIV van de organisatieonderdelen zodat wordt voldaan aan wet- en regelgeving en het hierover jaarlijks rapporteren aan de Secretaris-Generaal;

  • e.

    het realiseren van ondersteuning, advisering, coördinatie en begeleiding van hoofden bij de inrichting en uitvoering van de DIV;

  • f.

    het beheren van de centrale archiefruimte en de centrale bibliotheek van het ministerie; en

  • g.

    het verzorgen van opleidingen voor medewerkers met taken op het gebied van de DIV.

Artikel

7

De behandelend medewerker is verantwoordelijk voor het zo spoedig mogelijk na behandeling aanbieden aan het archief, van alle inkomende documenten en kopieën van uitgaande documenten, die gebruikt worden bij de uitoefening van zijn functie en onderdeel uitmaken van de neerslag van de uitvoering van taken en bevoegdheden van het organisatieonderdeel.

Artikel

8

De archiefbeheerder verricht of laat verrichten, in opdracht van het betreffende hoofd en volgens geldende wet- en regelgeving, de feitelijke werkzaamheden op het terrein van archiefbeheer.

Hoofdstuk

3

Kwaliteitszorg

Artikel

9

Artikel

10

Hoofdstuk

4

Verzorging

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Hoofdstuk

5

Ontsluiting

Artikel

16

Artikel

17

De hoofden zijn verantwoordelijk voor de afdoening van documenten binnen een redelijke termijn.

Artikel

18

Artikel

19

Hoofdstuk

6

Beschikbaarstelling

Artikel

20

Artikel

21

Hoofdstuk

7

Selectie voor bewaren of vernietigen

Artikel

22

Artikel

23

Hoofdstuk

8

Overbrenging naar het Nationaal Archief

Artikel

24

Hoofdstuk

9

Noodvernietiging

Artikel

25

Organisatieonderdelen beschikken over een noodvernietigingsplan, waarin de noodvernietiging van of overbrenging van (delen van) het deelarchief is geregeld.

Artikel

26

Hoofdstuk

10

Reorganisatie en privatisering

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Hoofdstuk

11

Vervanging

Artikel

30

Van een, door het hoofd van het betrokken organisatieonderdeel ondertekende, verklaring van vervanging als bedoeld in artikel 7 van de Wet, wordt kopie verleend aan DDI. Een exemplaar van deze verklaring wordt bewaard door het organisatieonderdeel waaronder de archiefbestanddelen zouden berusten, indien zij niet vervangen waren.

Hoofdstuk

12

Vervreemding

Artikel

31

Hoofdstuk

13

Digitale archiefbescheiden

Artikel

32

De zorgdrager treft de noodzakelijke voorzieningen om digitale archiefbescheiden overeenkomstig de bepalingen van deze regeling te kunnen beheren.

Artikel

33

DDI stelt in overleg met het organisatieonderdeel verantwoordelijk voor informatie en communicatietechnologie een uitvoeringsregeling op ten aanzien van het maken van ‘back-ups’, onderhoud en de beschikbaarheid, exclusiviteit en integriteit van de besturingsprogrammatuur, toepassingsprogrammatuur en de daarin opgenomen of door beheerde digitale archiefbescheiden.

Artikel

35

Artikel

36

DDI voert overleg met betrekking tot hetgeen in dit hoofdstuk is bepaald met de organisatieonderdelen verantwoordelijk voor informatiseringsontwikkeling en -strategie, informatie- en communicatietechnologie en de hoofden, archiefbeheerders en medewerkers van alle andere organisatieonderdelen.

Artikel

37

Hoofdstuk

14

Slotbepalingen

Artikel

38

De Raamregeling documentair informatiebeheer BZ van maart 1999, de Beheersregels documentaire informatievoorziening Ministerie van Buitenlandse Zaken van maart 1999 en de Beheersregels documentaire informatievoorziening Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland van mei 1999 worden ingetrokken.

Artikel

39

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

40

Deze regeling wordt aangehaald als: Beheersregels documentaire informatievoorziening BZ 2005.

Deze regeling zal met de toelichting bekend worden gemaakt binnen het ministerie en in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
namens deze:
de Secretaris-Generaal, Ph. de Heer