Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 23 augustus 2005, nr. TRCJZ/2005/2515, houdende voorschriften inzake dierlijke bijproducten

Regeling dierlijke bijproducten

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Besluit:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    aangifteplichtige: eigenaar of houder als bedoeld in artikel 12 van de wet, niet zijnde de natuurlijke of rechtspersoon die een bedrijf of installatie exploiteert waar categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal overeenkomstig verordening (EG) nr. 1774/2002 wordt gehanteerd, opgeslagen of verwerkt;

  • b.

    minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • c.

    verordening (EG) nr. 1774/2002: verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (PbEG L 273);

  • d.

    wet: Destructiewet;

  • e.

    verordening (EG) nr. 853/2004: verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 139);

  • f.

    verordening (EG) nr. 79/2005: verordening (EG) nr. 79/2005 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 januari 2005 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het gebruik van melk, melkproducten en melkderivaten die in die verordening zijn omschreven als categorie 3-materiaal (PbEU L 16);

  • g.

    verordening (EG) nr. 92/2005: verordening (EG) nr. 92/2005 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 januari 2005 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de methoden voor de verwijdering of het gebruik van dierlijke bijproducten en tot wijziging van bijlage VI daarbij voor wat betreft de omzetting in biogas en de verwerking van gesmolten vet (PbEU L 19);

  • h.

    verordening (EG) nr. 181/2006: verordening (EG) nr. 181/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 2006 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1774/2002 wat andere biologische meststoffen en bodemverbeteraars dan mest betreft en tot wijziging van die verordening (PbEU L 29);

  • i.

    verordening (EG) nr. 197/2006: verordening (EG) nr. 197/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 februari 2006 inzake overgangsmaatregelen krachtens Verordening (EG) nr. 1774/2002 wat betreft het verzamelen, het vervoer, de behandeling, het gebruik en de verwijdering van voormalige voedingsmiddelen (PbEU L 36).

Paragraaf

2

Aangeven, bewaren en ophalen van dierlijke bijproducten

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De overdracht van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal door de aangifteplichtige aan het verwerkingsbedrijf geschiedt door overlading van dat materiaal in het daarvoor bestemde vervoermiddel.

Artikel

6

Paragraaf

3

Europese voorschriften

Artikel

7

In afwijking van de artikelen 7 en 8, eerste lid, van het Destructiebesluit, is het toegestaan om melk, melkproducten en melkderivaten als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 79/2005, te verzamelen, vervoeren, verwerken, gebruiken en op te slaan, onder de voorwaarden, bedoeld in verordening (EG) nr. 79/2005.

Artikel

8

Een melkverwerkend bedrijf, dat overeenkomstig artikel 4 van verordening (EG) nr. 853/2004 is erkend, is tevens geregistreerd als bedoeld in artikel 4 van verordening (EG) nr. 79/2005.

Artikel

8a

De minister kan in het kader van de risicobeoordeling, bedoeld in bijlage II, onderdeel B, onder b, bij verordening (EG) nr. 79/2005, voorwaarden aan de vergunning verbinden.

Artikel

8b

Artikel

8c

Artikel

8d

Het is verboden zonder erkenning als bedoeld in artikel 3 van verordening (EG) 92/2005, een installatie bestemd voor gebruik overeenkomstig de methoden, bedoeld in de bijlagen I tot en met VI bij verordening (EG) nr. 92/2005, in werking te hebben.

Artikel

8e

Het is ten aanzien van de behandeling, verwerking of verwijdering van dierlijke bijproducten, overeenkomstig een van de methoden, bedoeld in de bijlagen I tot en met VII bij verordening (EG) nr. 92/2005, verboden in strijd te handelen met artikel 4 van verordening (EG) nr. 92/2005.

Artikel

8f

Artikel

8g

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3 tot en met 8 van verordening (EG) nr. 181/2006.

Artikel

8h

In afwijking van de artikelen 7 en 8 van het Destructiebesluit, is het onder de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 3 van verordening (EG) nr. 197/2006, toegestaan voormalige voedingsmiddelen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel f, van verordening (EG) nr. 1774/2002, te verzamelen, te vervoeren, te behandelen, te gebruiken en te verwijderen.

Artikel

8i

In afwijking van artikel 9, vijfde lid, van het Destructiebesluit, kan de minister op aanvraag toestemming verlenen voor het invoeren van dierlijke bijproducten voor het gebruik, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EG) nr. 1774/2002.

Paragraaf

4

Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel

9a

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in:

  • a.

    de artikelen 4, eerste lid en 5 van verordening (EG) nr. 79/2005;

  • b.

    de artikelen 1, 2, en 3 van verordening (EG) nr. 92/2005 en bijlage VI, onderdeel 2, bij verordening (EG) nr. 92/2005;

  • c.

    artikel 9, derde lid, van verordening (EG) nr. 181/2006 en de bijlage, deel III, eerste lid, en deel IV bij verordening (EG) nr. 181/2006.

Artikel

10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling dierlijke bijproducten.

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 7 september 2005.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman