schaduwdraaien: het digitaal verzamelen van de gegevens het vergelijken daarvan met de gegevens uit de traditionele tellingen, zoals gespecificeerd in de bijlagen.
Artikel
2
Schaduwdraaien 2005
1
Het bevoegd gezag verstrekt de voor 2 oktober aangebrachte gegevens vóór 15 november 2005 aan de IB-Groep.
2
Het bevoegd gezag verstrekt de na 1 oktober 2005 aangebrachte nieuwe en gemuteerde gegevens, vóór 3 april 2006 aan de IB-Groep.
3
Het bevoegd gezag verstrekt de na vanaf 3 april 2006 aangebrachte nieuwe en gemuteerde gegevens, vóór 1 juli 2006 aan de IB-Groep.
4
Bij het schaduwdraaien zijn vanaf 3 april 2006 alleen nog accountantsmutaties toegestaan op de bekostigingsrelevante items.
5
Het bevoegd gezag laat in het kader van het schaduwdraaien een extra controle uitvoeren door zijn accountant welke gebaseerd is op het Programma van Eisen en het controleprotocol. De accountantsverklaringen dienen uiterlijk 1 juli 2006 te zijn ontvangen.
6
CFI vergelijkt de in het eerste, tweede en derde lid genoemde gegevens op geaggregeerd niveau met de Referentieramingtelling van oktober 2005 en de bekostigingstellingen van februari en juli 2006.
op 15 november 2005 dient BRON voor tenminste 25% te zijn gevuld met de vereiste gegevens ten opzichte van de Referentieramingtelling,
b.
op 3 april 2006 dient BRON voor tenminste 75% te zijn gevuld met de vereiste gegevens ten opzichte van de voorlopige bekostigingstelling voor het beroepsonderwijs en ten opzichte van de Referentieramingtelling voor de educatie,
c.
op 1 juli 2006 dient aan de eisen vermeld in bijlage 1 te zijn voldaan.
8
De eisen vermeld in het zevende lid onder c gelden afzonderlijk per:
a.
leerweg, als gedefinieerd in bijlage 1, voor het aantal in BRON geregistreerde deelnemers beroepsonderwijs,
b.
leerweg voor het aantal diploma’s beroepsonderwijs,
c.
opleiding voor het aantal in BRON geregistreerde deelnemers volwasseneneducatie, en
d.
opleiding voor het aantal in BRON geregistreerde diploma’s volwasseneneducatie.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vergelijkt de in het eerste lid genoemde gegevens met de interfacegegevens van 2005.
3
Bij de beoordeling van de vergelijking bedoeld in het tweede lid hanteert de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de criteria zoals vermeld in bijlage 2 van deze regeling.
Artikel
4
Wijzigt de Regeling gegevensverstrekking in verband met de invoering van het onderwijsnummer in het Beroepsonderwijs en de Volwassenen Educatie (BVE).
Artikel
5
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel
6
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling schaduwdraaien onderwijsnummer beroepsonderwijs en educatie.
Deze regeling zal met de bijlagen en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.J.A. van derHoeven
Bijlage
1
Criteria bij Regeling schaduwdraaien onderwijsnummer BVE
In onderstaand overzicht worden de criteria gespecificeerd die gebruikt worden voor het schaduwdraaien onderwijsnummer BVE. Er wordt een overzicht gegeven van de te gebruiken informatie die nu binnenkomt met de huidige (geaggregeerde, papieren) tellingen. De betekenis van de kolommen is als volgt:
Telling: geeft aan om welke telling het gaat;
B.O./Edu: of het beroepsonderwijs of educatie betreft; bij het beroepsonderwijs moet vergeleken worden met het aantal inschrijvingen of diploma’s met een positieve bekostigingsverwachting respectievelijk -indicatie.
Tabel: om welke tabel (onderdeel van de telling) het gaat.
De daarop volgende twee kolommen geven aan welke gegevens gekruist worden. Een getal geeft het aantal categorieën aan dat het gegeven bijdraagt.
Leerweg: de leerweg; voor dit document wordt hierin ook onderscheid gemaakt tussen vol- en deeltijd. We onderscheiden hier dus: voltijds BOL, deeltijds BOL en BBL.
Niveau: het niveau van de opleiding. Bij educatie worden opleidingen met en zonder NT2 onderscheiden. Bij de opleidingen zonder NT2 worden niet de formele niveaus 1–4 gebruikt, maar VMBO, HAVO, VWO en overige educatie.
Marge: (voorwaarde) geeft aan bij welke afwijkingen de resultaten worden afgekeurd. Als het aantal in de oude (geaggregeerde) telling boven de 100 ligt, is de marge een percentage. Bij lagere aantallen geldt dit getal als absolute waarde. De relatieve afwijking wordt als volgt berekend:
Zo is de betekenis van de laatste rij uit de tabel dat het aantal diploma’s van alle 3 combinaties van leerweg en deeltijd uit de bekostigingstelling niet meer dan 1% (of 1 als dat minder is dan 100) mag afwijken van het met het onderwijsnummer opgegeven aantal.
Marges schaduwdraaien onderwijsnummer BVE
Referentieraming
ED
Deelnemers
3+1+1
10
3 niveaus VAVO (VMBO, HAVO, VWO), overige opleidingen met respectievelijk zonder NT2.
Diploma’s
3
10
Over vorig studiejaar. Alleen voor VAVO.
Bekostigingstelling
B.O.
Deelnemers
3
1
Diploma’s
3
1
Over kalenderjaar.
Bijlage
2
Criteria schaduwdraaien instellingen in de Landbouw en Natuurlijke Omgeving
Uitgangspunten
Bij het bepalen van de criteria wordt uitgegaan van BVE (24.000) en VMBO (34.000) deelnemers. De BVE-deelnemers hebben 13 kenmerken die betrekking hebben op de bekostiging en 8 kenmerken die geen betrekking hebben op de bekostiging. De VMBO-deelnemers hebben 6 kenmerken die betrekking hebben op de bekostiging en 12 kenmerken die geen betrekking hebben op de bekostiging Verder is het verwachte aantal deelkwalificaties 113.000. Bij de berekening van de werkelijke foutpercentages zal worden uitgegaan van het aantal deelnemers zoals dit bij LNV is geregistreerd.
Bij het berekenen van de marges is gelet op het aantal fouten dat een AOC redelijkerwijs nog kan herstellen vóórdat de volgende aanlevering plaats moet vinden. Hierbij is rekening gehouden met vakantieperioden en nieuwe inschrijvingen.
Criteria
Eerste criterium: hebben alle AOC’s hun gegevens aan IB-groep geleverd en zijn de gegevens correct doorgeleverd aan CFI/LNV? Indien een AOC ontbreekt, wordt besloten de LNV interface nog een jaar te continueren.
Het tweede criterium: zijn de deelnemers in beide gegevensverzamelingen aanwezig?
Het aantal deelnemers dat in één van beide verzamelingen niet voorkomt wordt gesommeerd. Bij een aantal groter dan 0,2% van het totale aantal deelnemers wordt de aanlevering afgekeurd en wordt besloten de LNV interface nog een jaar te continueren.
Derde criterium: komen de bekostigingsgegevens in beide bestanden met elkaar overeen? Per deelnemer worden alle foutieve bekostigingsgegevens geregistreerd.
Bij een afwijking van meer dan 0,1% van het totale aantal bekostigingskenmerken wordt besloten de LNV interface nog een jaar te continueren.
Vierde criterium: komen de niet-bekostigingskenmerken in beide bestanden met elkaar overeen? Per deelnemer worden alle foutieve gegevens geregistreerd.
Indien het aantal foutieve niet-bekostigingskenmerken groter is dan 0,5% van het totale aantal niet-bekostigingskenmerken, dan wordt de aanlevering afgekeurd en wordt besloten de LNV interface nog een jaar te continueren.
Totaaloordeel
Het is mogelijk dat het aantal fouten bij het tweede, derde en vierde criterium afzonderlijk nog binnen de gedefinieerde foutenrange valt, maar dat het totale aantal fouten over alle drie criteria zo hoog is dat toch besloten moet worden de LNV interface nog voort te zetten. Voor deze beslissing wordt gebruik gemaakt van de onderstaande tabel.
Criterium 2
0,1–0,2%
116 leerlingen (± 2300 kenmerken)
Criterium 3
0,05–0,1%
492 kenmerken
Criterium 4
0,25–0,5%
3000 kenmerken
Bij de beoordeling mogen maximaal 2 van de 3 criteria in de range te vallen. Indien er meer criteria in de range vallen, wordt in beginsel besloten de LNV interface voort te zetten.
Er mogen in totaal maximaal ca. 5300 kenmerken afwijken. LNV gaat ervan uit dat dit het maximale aantal afwijkingen is dat op tijd kan worden gecorrigeerd.
Indien bij het schaduwdraaien blijkt dat de instellingen voldoen aan de door LNV gestelde criteria dan zal LNV de ‘eigen’ gegevensuitwisseling met de instellingen beëindigen en overgaan op de informatievoorziening m.b.v. het onderwijsnummer.
Beoordelingskenmerken
In de onderstaande tabellen wordt per categorie het aangeleverde gegeven vermeld dat met het equivalente LNV gegeven wordt vergeleken. Verder is een kolom ‘bekostiging’ opgenomen: hierin wordt met ja/nee aangegeven of het om een bekostigingsgegeven gaat.
Indien bepaalde gegevens nog niet door CFI worden geleverd zal LNV dit in zijn controle criteria aanpassen.
Controle persoonsgegevens BVE
Aangeleverd
Bekostigingsgegeven
Brincode en inschrijvingsvolgnummer
Ja
Postcode cijfers
Nee
Geslacht
Nee
Nationaliteit
Nee
Hoogste vooropleiding
Nee
Leeftijden op peildata
Ja
Geboorteland plus geboortelanden ouders
Nee
VMBO
Aangeleverd
Bekostigingsgegeven
Brincode, volgnummer vestiging en identificatienummer
Ja
Postcode
Nee
Geslacht
Nee
Leeftijden op peildata
Nee
Nationaliteit
Nee
Controle leerlingen/opleidingen BVE
Aangeleverd
Bekostigingsgegeven
Brin code en inschrijvingsvolgnummer
Ja
Datum inschrijving
Ja
Datum uitschrijving
Ja
Indicatie bekostiging
Ja
Indicatie gehandicapt
Nee
Gevolgde kwalificatie
Ja
Leerweg
Ja
Intensiteit
Ja
Indicatie BPV
Ja
Controle diploma’s BVE
Aangeleverd
Bekostigingsgegeven
Indicatie bekostiging diploma
Ja
Behaalde kwalificatie
Ja
Datum behaald
Ja
Controle deelkwalificaties BVE
Aangeleverd
Bekostigingsgegeven
Behaalde kwalificatie
Nee
Datum behaald
Nee
Controle leerlingen/opleidingen VMBO
Aangeleverd
Bekostigingsgegeven
Brincode, volgnummer vestiging en identificatienummer