Besluit van 14 september 2005, houdende regels tot uitvoering van diverse bepalingen van de Wet marktmisbruik (Besluit marktmisbruik)

Besluit marktmisbruik

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 11 juli 2005, nr. FM 2005-1697 M;
Gelet op richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (PbEU L 96), richtlijn nr. 2003/124/EG van de Europese Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de definitie en openbaarmaking van voorwetenschap en de definitie van marktmanipulatie betreft (PbEU L 339), richtlijn nr. 2003/125/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 december 2003 tot uitvoering van richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de juiste voorstelling van beleggingsaanbevelingen en de bekendmaking van belangenconflicten betreft (PbEU L 339), richtlijn nr. 2004/72/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 april 2004 tot uitvoering van richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat gebruikelijke marktpraktijken, de definitie van voorwetenschap met betrekking tot van grondstoffen afgeleide instrumenten, het opstellen van lijsten van personen met voorwetenschap, de melding van transacties van leidinggevende personen en de melding van verdachte transacties betreft (PbEU L 162) en richtlijn nr. 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEU L 390), alsmede de artikelen 46, achtste lid, 46a, derde lid, 46b, derde lid, 47, vierde, achtste en tiende lid, 47a, eerste lid, aanhef en onder d, derde, vijfde en zesde lid, 47c, derde lid, 47e, eerste lid, 47f en 48d, derde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995;
De Raad van State gehoord (advies van 11 augustus 2005, nr. W06.05.0330/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën (13 september 2005, FM 2005-2228 M);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    beleggingsaanbeveling: voor het publiek bestemde informatie die wordt opgesteld of uitgebracht door:

    • 1°.

      een onafhankelijk analist, een effecteninstelling als bedoeld in artikel 47e, tweede lid, onder a, een andere persoon van wie de hoofdactiviteit bestaat in het doen van aanbevelingen of een in het kader van een arbeidscontract of anderszins voor hen werkzame natuurlijke persoon, waarin expliciet of impliciet een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld ten aanzien van:

      • effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt die gelegen is of werkzaam is in Nederland of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd;

      • effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt die gelegen is of werkzaam is in een andere lid-staat; of

      • een rechtspersoon, vennootschap of instelling die effecten als genoemd onder het eerste of tweede gedachtestreepje heeft uitgegeven;

    • 2°.

      andere dan de onder 1° bedoelde personen waarin expliciet een beleggingsbeslissing wordt aanbevolen ten aanzien van:

      • effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt die gelegen is of werkzaam is in Nederland of waarvoor toelating tot die handel is aangevraagd; of

      • effecten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt die gelegen is of werkzaam is in een andere lid-staat;

  • b.

    uitbrenger van een beleggingsaanbeveling: een natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van zijn beroeps- of bedrijfsuitoefening een beleggingsaanbeveling uitbrengt;

  • c.

    koersgevoelige informatie: informatie als bedoeld in artikel 46, vierde of vijfde lid, van de wet;

  • d.

    toezichthouder: de rechtspersoon waaraan ingevolge artikel 40 van de wet taken en bevoegdheden zijn overgedragen;

  • e.

    wet: Wet toezicht effectenverkeer 1995.

Hoofdstuk

2

Uitzonderingen op de verboden, bedoeld in de artikelen 46, eerste en derde lid, 46a, eerste lid, en 46b, eerste lid, van de wet

Artikel

2

De verboden, bedoeld in artikel 46, eerste en derde lid, van de wet, zijn niet van toepassing op de volgende categorieën transacties:

  • a.

    het in het kader van een personeelsregeling aan personen als bedoeld in artikel 47a, eerste lid, onder a en b, van de wet, of aan werknemers toekennen van effecten, indien daarbij een bestendige gedragslijn wordt gehanteerd met betrekking tot de voorwaarden en de periodiciteit van de regeling;

  • b.

    het in het kader van een personeelsregeling als bedoeld in onderdeel a uitoefenen van toegekende opties, omwisselen van converteerbare obligaties of uitoefenen van uitgegeven warrants dan wel soortgelijke rechten op aandelen of certificaten van aandelen, op de expiratiedatum van het desbetreffende recht, dan wel binnen een periode van vijf werkdagen voorafgaande aan die datum, alsmede het verkopen van de met de uitoefening van deze rechten verworven aandelen of certificaten van aandelen binnen deze periode, indien de rechthebbende in dit laatste geval ten minste vier maanden voor de expiratiedatum schriftelijk aan de rechtspersoon, vennootschap of instelling die de effecten heeft uitgegeven kenbaar heeft gemaakt tot verkoop te zullen overgaan of een onherroepelijke volmacht tot verkoop aan deze rechtspersoon, vennootschap of instelling heeft verleend;

  • c.

    een transactie waarvan het verrichten of bewerkstelligen noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan een verplichting tot levering van aandelen of certificaten van aandelen;

  • d.

    het aangaan van een overeenkomst waarbij een rechthebbende op effecten zich onherroepelijk jegens een bieder verplicht om in het kader van een voorgenomen of in voorbereiding zijnd openbaar bod, effecten waarop het openbaar bod betrekking heeft aan de bieder aan te bieden, indien die rechthebbende het aantal effecten waarop de overeenkomst betrekking heeft in een schriftelijke verklaring aan de bieder vastlegt;

  • e.

    het aangaan van een overeenkomst waarbij een rechthebbende op effecten of een potentiële rechthebbende op effecten zich voorafgaand aan een uitgifte of herplaatsing van die effecten onherroepelijk verplicht tot aankoop van een of meer van die effecten, indien de rechthebbende of de potentiële rechthebbende het aantal effecten of het bedrag waarop de overeenkomst betrekking heeft in een schriftelijke verklaring aan de rechtspersoon, vennootschap of instelling die de effecten uitgeeft of herplaatst vastlegt;

  • f.

    het bij wijze van dividenduitkering, anders dan in de vorm van keuzedividend, uitgeven of verkrijgen van aandelen of certificaten van aandelen;

  • g.

    het, slechts beschikkend over voorwetenschap met betrekking tot de handel, volgens de regels van de goede trouw handelen ter bediening van opdrachtgevers door een tussenpersoon;

  • h.

    het door werknemers van een rechtspersoon, vennootschap of instelling waarbinnen voorwetenschap aanwezig is verrichten of bewerkstelligen van een transactie indien deze werknemers zelf slechts beschikken over koersgevoelige informatie met betrekking tot de handel.

Artikel

3

Van meedelen in het kader van de normale uitoefening van werk, beroep of functie als bedoeld in artikel 46a, eerste lid, onder a, van de wet is in elk geval sprake voorzover degene die voornemens is een openbaar bod op effecten uit te brengen, aan rechthebbenden op effecten, wier bereidheid om hun effecten aan hem aan te bieden redelijkerwijs noodzakelijk is voor de beslissing tot het uitbrengen van het openbaar bod, informatie verschaft die zij nodig hebben om zich over hun bereidheid uit te kunnen spreken.

Artikel

4

Hoofdstuk

3

Regels met betrekking tot meldingsverplichtingen, lijsten van personen die toegang hebben tot koersgevoelige informatie en het reglement

§

3.1

Regels ten aanzien van de melding van transacties als bedoeld in de artikelen 47a, eerste lid, en 47c, eerste lid, van de wet

Artikel

5

De in artikel 47a, eerste lid, onder d, van de wet bedoelde categorieën van personen zijn:

Artikel

6

Artikel

8

De meldingsplicht, bedoeld in artikel 47a, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op transacties die op grond van een schriftelijke overeenkomst van lastgeving worden verricht of bewerkstelligd door een vermogensbeheerder die beschikt over een vergunning op grond van artikel 7, vierde lid, van de wet of waarop artikel 7, tweede lid, onder h, i, of j, van de wet van toepassing is, indien bij die overeenkomst is bepaald dat de volmachtgever geen invloed uitoefent op transacties die de vermogensbeheerder als gevolmachtigde verricht of bewerkstelligt.

Artikel

9

§

3.2

Regels met betrekking tot de lijst van personen die op regelmatige of incidentele basis kennis kunnen hebben van koersgevoelige informatie en het reglement

Artikel

10

Artikel

11

Een reglement als bedoeld in artikel 47f van de wet bevat regels ten aanzien van:

  • a.

    de taken en bevoegdheden van de persoon, bedoeld in artikel 47a, vierde lid, van de wet, indien de desbetreffende rechtspersoon, vennootschap of instelling als bedoeld in artikel 47f van de wet overgaat tot de aanwijzing van een dergelijke persoon;

  • b.

    de verplichtingen van werknemers en de personen, bedoeld in artikel 47a, eerste lid, onder a, b en c, van de wet, ten aanzien van het bezit van en transacties in op de rechtspersoon, vennootschap of instelling betrekking hebbende aandelen of effecten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van deze aandelen;

  • c.

    indien van toepassing, de periode waarin de personen, bedoeld onder b, geen transacties in op de rechtspersoon, vennootschap of instelling betrekking hebbende aandelen of effecten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van deze aandelen mogen verrichten of bewerkstelligen.

Hoofdstuk

4

Regels met betrekking tot de openbaarmaking van koersgevoelige informatie

§

4.1

De wijze van openbaarmaking

Artikel

12

Artikel

13

§

4.2

Uitzonderingen op de verplichting tot onverwijlde openbaarmaking

Artikel

14

Hoofdstuk

5

Regels ter voorkoming van publiekmisleiding door beleggingsaanbevelingen

Artikel

15

Een uitbrenger van een beleggingsaanbeveling of een ieder die niet in het kader van zijn beroeps- of bedrijfsuitoefening beleggingsaanbevelingen uitbrengt, vermeldt in de beleggingsaanbeveling duidelijk en opvallend:

  • a.

    de naam en functie van de natuurlijke persoon die de beleggingsaanbeveling heeft opgesteld; en

  • b.

    de naam van de persoon die verantwoordelijk is voor het uitbrengen van de beleggingsaanbeveling.

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

20

Wijzigt het Besluit ex artikel 46, vierde lid, Wet toezicht effectenverkeer 1995.

Artikel

21

Wijzigt de Wet toezicht effectenverkeer 1995.

Artikel

22

Wijzigt het Besluit toezicht effectenverkeer 1995.

Artikel

23

Wijzigt dit besluit.

Artikel

24

Wijzigt dit besluit.

Artikel

25

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet marktmisbruik in werking treedt.

Artikel

26

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit marktmisbruik.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Financiën , G. Zalm
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner