de minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b.
de Stichting VSO: de Stichting Verbond Sectorwerkgevers Overheid.
Artikel
2
1
De minister verstrekt de Stichting VSO, die tot doel heeft werkgevers in de overheidssectoren een platform te bieden ter onderlinge afstemming en expertise ten behoeve van het arbeidsvoorwaardenoverleg, een subsidie ten behoeve van activiteiten die strekken tot realisering van het door de Stichting VSO opgestelde activiteitenplan.
2
De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor uitgaven ten behoeve van het bureau dat de stichting ondersteunt.
Artikel
3
1
De in artikel 2 bedoelde subsidie bedraagt ten hoogste € 400.000,00 per boekjaar.
2
Op de subsidie is de indexering voor de ter zake geldende begrotingsartikelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van toepassing. De indexatie wordt toegekend voor zover deze ook aan de begrotingsartikelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt toegevoegd.
§
2
De subsidieverlening en -vaststelling
Artikel
4
1
De Stichting VSO dient de aanvraag tot subsidieverlening voor het volgende boekjaar uiterlijk 13 weken voor de aanvang daarvan in.
2
De aanvraag gaat vergezeld van:
a.
een aanduiding van het bedrag waarvoor subsidie wordt gevraagd;
Bij het opstellen van de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder c, wordt het in de bijlage opgestelde controleprotocol in acht genomen.
3
De Stichting VSO draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de departementale auditdienst in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte werkzaamheden.
Het bestuur van de Stichting VSO verstrekt desgevraagd alle informatie aan de minister die nodig is ter beoordeling van de subsidieaanvraag en voor de subsidievaststelling.
§
4
Slotbepalingen
Artikel
12
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel
13
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidiëring Stichting VSO.
Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.Remkes
Bijlage
Controleprotocol
Algemeen:
1. In dit protocol wordt verstaan onder de accountant: de accountant die door de het bestuur van de stichting VSO is aangewezen overeenkomstig het bepaalde in artikel onder 11 sub 5 van de statuten van de stichting.
2. De accountant verricht de controle in overeenstemming met algemeen aanvaarde controlegrondslagen met inachtneming van de bepalingen in dit controleprotocol.
3. De accountantsdienst van BZK heeft het recht van review. Dat betekent dat zij op grond van eigen initiatief informatie kan inwinnen bij de accountant om zich een nader beeld te kunnen vormen over de uitgevoerde controle.
Reikwijdte van de controle:
4. Getrouwheid
De rekening en verantwoording van de inkomsten en uitgaven is getrouw indien deze is opgesteld overeenkomstig hetgeen maatschappelijk en in het accountantsberoep gebruikelijk is.
5. Rechtmatigheid
De rekening en verantwoording van de inkomsten en uitgaven is rechtmatig indien kan worden vastgesteld dat het financiële beheer en de verantwoording daarover in de administratie tot stand zijn gekomen overeenkomstig de relevante regelgeving en voorts of het financieel beheer ordelijk en controleerbaar is. Dat houdt in dat de inkomsten en uitgaven in overeenstemming moeten zijn met de goedgekeurde begroting (begrotingsrechtmatigheid), met de vastgestelde bevoegdheden binnen de stichting (beheersrechtmatigheid) en de doelstelling van de subsidieregeling (bestuursrechtmatigheid).
6. Doelmatigheid
De accountant beoordeelt de opzet en de werking van het stelsel van maatregelen gericht op de doelmatigheid, waaronder het management control systeem en de maatregelen ten behoeve van een economisch verantwoorde middelenverwerving. De beoordeling moet voldoen aan de redelijkerwijs te stellen eisen van doelmatigheid.
7. Tolerantie van de controle
Bij zijn oordeelsvorming streeft de accountant naar een zo hoog mogelijke mate van zekerheid. De accountant hanteert een foutfractie, uitgedrukt in geld, van ten hoogste 1%. Deze foutfractie dient door de accountant gehanteerd te worden op het niveau van de te onderscheiden geldstromen. Opgemerkt wordt dat fouten in absolute zin worden opgevat, zodat saldering van fouten niet is toegestaan.