Regeling subsidiëring Stichting VSO

Regeling subsidiëring Stichting VSO

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • b.

    de Stichting VSO: de Stichting Verbond Sectorwerkgevers Overheid.

Artikel

2

Artikel

3

§

2

De subsidieverlening en -vaststelling

Artikel

4

Artikel

5

De minister beoordeelt de subsidieaanvraag binnen acht weken na ontvangst aan de hand van de in artikel 4, tweede lid, genoemde gegevens.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De minister stelt de subsidie vast binnen 13 weken na ontvangst van de in artikel 7 genoemde stukken.

§

3

Verplichtingen van de Stichting VSO

Artikel

9

Artikel

11

Het bestuur van de Stichting VSO verstrekt desgevraagd alle informatie aan de minister die nodig is ter beoordeling van de subsidieaanvraag en voor de subsidievaststelling.

§

4

Slotbepalingen

Artikel

12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidiëring Stichting VSO.

Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.Remkes

Bijlage

Controleprotocol

Algemeen:

1. In dit protocol wordt verstaan onder de accountant: de accountant die door de het bestuur van de stichting VSO is aangewezen overeenkomstig het bepaalde in artikel onder 11 sub 5 van de statuten van de stichting.

2. De accountant verricht de controle in overeenstemming met algemeen aanvaarde controlegrondslagen met inachtneming van de bepalingen in dit controleprotocol.

3. De accountantsdienst van BZK heeft het recht van review. Dat betekent dat zij op grond van eigen initiatief informatie kan inwinnen bij de accountant om zich een nader beeld te kunnen vormen over de uitgevoerde controle.

Reikwijdte van de controle:

4. Getrouwheid

De rekening en verantwoording van de inkomsten en uitgaven is getrouw indien deze is opgesteld overeenkomstig hetgeen maatschappelijk en in het accountantsberoep gebruikelijk is.

5. Rechtmatigheid

De rekening en verantwoording van de inkomsten en uitgaven is rechtmatig indien kan worden vastgesteld dat het financiële beheer en de verantwoording daarover in de administratie tot stand zijn gekomen overeenkomstig de relevante regelgeving en voorts of het financieel beheer ordelijk en controleerbaar is. Dat houdt in dat de inkomsten en uitgaven in overeenstemming moeten zijn met de goedgekeurde begroting (begrotingsrechtmatigheid), met de vastgestelde bevoegdheden binnen de stichting (beheersrechtmatigheid) en de doelstelling van de subsidieregeling (bestuursrechtmatigheid).

6. Doelmatigheid

De accountant beoordeelt de opzet en de werking van het stelsel van maatregelen gericht op de doelmatigheid, waaronder het management control systeem en de maatregelen ten behoeve van een economisch verantwoorde middelenverwerving. De beoordeling moet voldoen aan de redelijkerwijs te stellen eisen van doelmatigheid.

7. Tolerantie van de controle

Bij zijn oordeelsvorming streeft de accountant naar een zo hoog mogelijke mate van zekerheid. De accountant hanteert een foutfractie, uitgedrukt in geld, van ten hoogste 1%. Deze foutfractie dient door de accountant gehanteerd te worden op het niveau van de te onderscheiden geldstromen. Opgemerkt wordt dat fouten in absolute zin worden opgevat, zodat saldering van fouten niet is toegestaan.