Wet van 6 oktober 2005 tot aanpassing van bijzondere wetten aan de Wet dualisering provinciebestuur (Wet dualisering provinciale medebewindsbevoegdheden)

Wet dualisering provinciale medebewindsbevoegdheden

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is de bevoegdheidsverdeling in bijzondere wetten in overeenstemming te brengen met de Wet dualisering provinciebestuur;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

1

Ministerie van Justitie

Artikel

I

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk

2

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Artikel

II

Wijzigt de Wet algemene regels herindeling.

Artikel

IIa

Wijzigt de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen.

Artikel

III

Wijzigt de Provinciewet.

Hoofdstuk

3

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Artikel

IV

Wijzigt de Archiefwet 1995.

Artikel

V

Wijzigt de Mediawet.

Artikel

VI

Wijzigt de Monumentenwet 1988.

Artikel

VII

Wijzigt de Wet op het onderwijstoezicht.

Artikel

VIII

Wijzigt de Wet op het specifiek cultuurbeleid.

Artikel

IX

Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.

Hoofdstuk

4

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Artikel

IXa

Wijzigt de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water.

Artikel

X

Wijzigt de Waterleidingwet.

Artikel

XI

Wijzigt de Wet bodembescherming.

Artikel

XIa

Wijzigt de Wet geluidhinder.

Artikel

XIb

Wijzigt de Wet inzake de luchtverontreiniging.

Artikel

XII

Wijzigt de Wet milieubeheer.

Artikel

XIII

Wijzigt de Woningwet.

Hoofdstuk

5

Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Artikel

XIIIa

Wijzigt de Belemmeringenwet Privaatrecht.

Artikel

XIV

Wijzigt de Belemmeringenwet Verordeningen.

Artikel

XIVa

Vervallen

Artikel

XV

Wijzigt de Luchtvaartwet.

Artikel

XVI

Wijzigt de Ontgrondingenwet.

Artikel

XVII

Wijzigt de Planwet verkeer en vervoer.

Artikel

XVIIa

Wijzigt de Scheepvaartverkeerswet.

Artikel

XVIIb

Wijzigt de Tracéwet.

Artikel

XVIII

Wijzigt de Verenwet.

Artikel

XVIIIa

Wijzigt de Waterschapswet.

Artikel

XIX

Wijzigt de Waterstaatswet 1900.

Artikel

XX

Wijzigt de Wegenwet.

Artikel

XXa

Wijzigt de Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen.

Artikel

XXI

Wijzigt de Wet bereikbaarheid en mobiliteit.

Artikel

XXII

Wijzigt de Wet op de waterhuishouding.

Artikel

XXIIa

Vervallen

Artikel

XXIII

Wijzigt de Wet personenvervoer 2000.

Artikel

XXIV

Wijzigt de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

Artikel

XXV

Wijzigt de Wet verontreiniging zeewater.

Artikel

XXVa

Wijzigt de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

Hoofdstuk

6

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Artikel

XXVI

Wijzigt de Flora- en faunawet.

Artikel

XXVII

Wijzigt de Landinrichtingswet.

Artikel

XXVIII

Wijzigt de Wet op de openluchtrecreatie.

Hoofdstuk

7

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Artikel

XXIX

Wijzigt de Gezondheidswet.

Artikel

XXX

Wijzigt de Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening.

Artikel

XXXI

Wijzigt de Welzijnswet 1994.

Artikel

XXXII

Wijzigt de Wet ambulancevervoer.

Artikel

XXXIII

Wijzigt de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Hoofdstuk

8

Slot- en overgangsbepalingen

Artikel

XXXIV

Artikel

XXXV

Wijzigt deze wet.

Artikel

XXXVI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In het koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

Artikel

XXXVII

Deze wet wordt aangehaald als: Wet dualisering provinciale medebewindsbevoegdheden.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, A. Pechtold
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner