Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 7 oktober 2005, nr. HRM/2005/44242, houdende vaststelling van departementale regels met betrekking tot het vergoeden van representatiekosten (Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005)

Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gehoord het Departementaal Georganiseerd Overleg van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    ambtenaar:

    • degene wiens functie is opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage,

    • degene die door een directeur of hoofd van een diensteenheid vanwege de noodzakelijke (externe) contacten een persoonsgebonden representatiekostenvergoeding krijgt toegewezen, onder voorbehoud van goedkeuring door de secretaris-generaal;

  • b.

    bevoegd gezag:

    • de secretaris-generaal voor zover het betreft de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de voorzitter van de Onderwijsraad, de inspecteur-generaal van het onderwijs en degenen die vallen onder de centrale personeelsvoorziening;

    • de directeuren-generaal voor zover het betreft de directeuren en hoofden van diensteenheden die tot hun portefeuille behoren;

    • de directeuren en hoofden van diensteenheden voor zover het betreft hun medewerkers;

  • c.

    representatiekosten:

    • de kosten welke voortvloeien uit de eisen die de uitoefening van de functie stelt ten aanzien het onderhouden van externe contacten en die niet declarabel zijn.

Artikel

2

Artikel

3

De ambtenaar kan de volgende kosten niet declareren:

  • kosten in verband met aanschaf van kleding en schoeisel;

  • kosten in verband met aanpassing en inrichting van de eigen woning;

  • kosten in verband met persoonlijke verzorging;

  • kosten in verband met ontvangsten van bescheiden omvang in de eigen woning;

  • fooien;

  • het aanbieden van een drankje en rookwaar aan een zakenrelatie tijdens een bespreking, anders dan tijdens een lunch of diner;

  • het aanbieden van attenties of geschenken ter zake van recepties, jubilea en dergelijke aan medewerkers, collega’s of zakenrelaties;

  • vakliteratuur, abonnementen en kantoorbenodigdheden, voor zover deze niet rechtstreeks door de werkgever worden betaald;

  • contributies vakvereniging, niet zijnde een beroepsvereniging.

Artikel

4

De maandelijks toe te kennen representatiekostenvergoeding wordt gebruteerd waarna loonheffing wordt ingehouden.

Artikel

5

De ambtenaar die bij datum ingang van dit besluit uit hoofde van een vroegere functie een persoonsgebonden representatiekostenvergoeding ontvangt, behoudt deze tot aan de datum waarop het bevoegd gezag een nadere beslissing neemt.

Artikel

6

Het ‘Besluit representatiekostenvergoeding OCenW 2002’ wordt ingetrokken.

Artikel

7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2005.

Artikel

8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.J.A. van derHoeven

Bijlage

Het maximum aan representatietoelage toe te kennen bedrag wordt periodiek door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld. Binnen OCW wordt hierbij de volgende onderverdeling aangebracht. De bedragen zijn gerangschikt in een aantal categorieën.

Categorie I

€  255,93 per maand

Categorie II

€  191,19 per maand

Categorie III

€  128,19 per maand

Categorie IV

€  88,15 per maand

Lijst van functies die binnen het Ministerie van OCW in aanmerking komen voor een representatietoelage

Secretaris-generaal

I

255,93

Plaatsvervangend secretaris-generaal

II

191,19

Directeur-generaal

II

191,19

Inspecteur-generaal IO

II

191,19

Hoofddirecteur CFI

II

191,19

Directeur Voorlichting

II

191,19

Plaatsvervangend directeur Voorlichting

II

191,19

Directeuren Bestuursdepartement

III

128,19

Projectdirecteuren

III

128,19

Directeuren CFI

III

128,19

Hoofdinspecteur IO

III

128,19

Hoofdinspecteur Rijksinspectie voor de Archeologie

III

128,19

Algemeen secretaris Onderwijsraad

III

128,19

Algemeen secretaris Raad voor Cultuur

III

128,19

Secretaris Adviesraad voor Wetenschap- en technologiebeleid

III

128,19

Algemeen Rijksarchivaris

III

128,19

Directeur Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek/Rijksdienst voor Monumentenzorg

III

128,19

Directeur Instituut Collectie Nederland

III

128,19

Directeur Inspectie Cultuur Erfgoed

III

128,19