Verordening van het Productschap Vee en Vlees van 26 oktober 2005, houdende vaststelling van de aan de onder het productschap ressorterende ondernemers op te leggen huishoudelijke heffing voor het jaar 2006 (Verordening huishoudelijke heffingen (PVV) 2006)

Verordening huishoudelijke heffingen (PVV) 2006

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

Deze verordening neemt over de begripsbepalingen van de Verordening algemene bepalingen heffingen (PVV) 2005 en verstaat voorts onder:

a.

lidstaat

:

lidstaat van de Europese Gemeenschap, niet zijnde Nederland;

b.

handelsverkeer

:

handelsverkeer tussen lidstaten in de zin van artikel 27, sub a, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;

c.

derde land

:

staat, niet zijnde een lidstaat;

d.

omzet

:

omzet behaald met de onderneming over het kalenderjaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarover wordt geheven;

e.

onderneming in de vleesindustrie

:

slachterij, uitsnijderij of voorverpakker met een erkende inrichting als bedoeld in artikel 10 van Richtlijn 64/433/EEG van de Raad d.d. 26 juni 1964 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees (Pb EG L121);

f.

f.t.e.

:

fulltime-equivalent van de werknemer waarbij de fulltime-equivalent gemiddeld 36 uur per week bedraagt.

§

2

Slacht en export van vee

Artikel

2

§

3

Handel in vee

Artikel

3

Artikel

4

De ondernemer die een onderneming drijft waarin de handel in embryo's en sperma van eenhoevige dieren, runderen en varkens wordt uitgeoefend, is voor het jaar 2006 een heffing van € 216,- verschuldigd ter dekking van de huishoudelijke uitgaven van het productschap.

Artikel

5

Artikel

6

§

4

Overige bepalingen

§

5

Slotbepalingen

Artikel

8

Zoetermeer
J.J. Ramekers voorzitter
S.B.M. Jongerius secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van l december 2005.