Besluit van 18 november 2005, houdende regels over de vergoedingen die verschuldigd zijn voor door de Nationale ombudsman ontvangen klachten (Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006)

Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 10 oktober 2005, 2005-0000244367, CZW;
De Raad van State gehoord (advies van 20 oktober 2005, nr. W04.05.0452/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 november 2005, nr. 2005-0000276117;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in artikel 2, eerste lid, en artikel 3, eerste lid, ieder jaar aangepast overeenkomstig het door het Centraal Bureau voor de Statistiek in het kader van de Nationale Rekeningen vastgestelde prijsindexcijfer van de netto materiële consumptie van de overheid, volgens de jaar-op-jaarmethode.

Artikel

8

Artikel

9

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.

Artikel

10

Dit besluit wordt aangehaald als: Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties , J. W. Remkes
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner