Verordening op de praktijkuitoefening (onderdeel Wid en Wet MOT)

Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten,
Overwegende dat de advocaat bij verlening van bepaalde aangewezen diensten een identificatie- en meldplicht heeft; dat het gewenst is dat de dekens toezicht uitoefenen op de financiële integriteit van de advocaat;
Gezien het ontwerp met toelichting van de Algemene Raad;
Gelet op:

Stelt de navolgende verordening vast:

Artikel

2

De advocaat is verplicht met betrekking tot zijn praktijk een zodanige administratie te voeren dat daaruit te allen tijde genoegzaam blijkt van de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wid en de Wet MOT.

Artikel

3

Artikel

4

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening op de praktijkuitoefening (onderdeel Wid en Wet MOT)’.

De verordening treedt in werking op 1 januari 2006.