Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
wet: de Wet educatie en beroepsonderwijs;
-
b.
minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs aan een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de wet, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
-
c.
beroepsopleiding: een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder a tot en met e, van de wet;
-
d.
deelnemer: de aan een instelling ingeschreven deelnemer die een beroepsopleiding volgt waarvoor het bevoegde gezag een in instellingstijd verzorgd onderwijsprogramma heeft vastgesteld, dat, met inbegrip van de beroepspraktijkvorming, een omvang van tenminste 300 uren per volledig studiejaar omvat.
-
e.
instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, en een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet;
-
f.
commissie voor de indicatiestelling: een commissie, als bedoeld in artikel 28c van de Wet op de expertisecentra;
-
g.
landelijke commissie toezicht indicatiestelling: de commissie, bedoeld in artikel 28e van de Wet op de expertisecentra;
-
h.
ministeriële commissie voor de indicatiestelling: de in artikel 28d van de Wet op de expertisecentra bedoelde commissie;
-
i.
regionaal expertisecentrum: het centrum, bedoeld in artikel 28b van de Wet op de expertisecentra;
-
j.
school voor vso: een school voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de expertisecentra;
-
k.
subsidiejaar: de tijdsperiode tussen 1 augustus van enig jaar en 1 augustus van het daaropvolgende jaar.