De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;
Besluit:
§
A
Algemeen
Artikel
1
Verklaring van de gebruikte begrippen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.
minister: elke minister voor wat betreft het onder zijn leiding staande ministerie en de onder zijn verantwoordelijkheid werkzame instellingen, diensten of bedrijven;
Deze regeling geldt voor de ministeries, de onder verantwoordelijkheid van de minister werkzame instellingen, diensten en bedrijven.
2
Deze regeling is van toepassing op de beveiliging van de organisatie, medewerkers, materieel, informatiesystemen, gebouwen en overige objecten.
3
De secretaris-generaal kan bepalen dat deze regeling op dienstonderdelen met een bijzondere taak of delen van die dienstonderdelen niet van toepassing is.
§
B
Integrale beveiliging
Artikel
3
Algemene zorg voor de integrale beveiliging
1
De secretaris-generaal is verantwoordelijk voor de integrale beveiliging van de organisatie, medewerkers, materieel, informatiesystemen, gebouwen en overige objecten, en de inrichting en werking van de beveiligingsorganisatie.
2
Binnen de kaders te stellen door de secretaris-generaal is elk diensthoofd verantwoordelijk voor de integrale beveiliging van zijn dienstonderdeel, de inrichting en werking van de beveiligingsorganisatie evenals de zorg voor en de beveiliging van de informatie die aan zijn dienstonderdeel is toevertrouwd.
§
C
Structuur departementale beveiligingsorganisatie
Artikel
4
Beveiligingsambtenaar
1
De secretaris-generaal wijst een beveiligingsambtenaar aan die belast is met de integrale beveiliging van organisatie, medewerkers, materieel, informatiesystemen, gebouwen en overige objecten, alsmede het toezicht op de werking van de beveiligingsorganisatie en de informatiebeveiliging.
2
Er kan voor twee of meer ministeries één beveiligingsambtenaar wordt aangesteld.
3
De secretaris-generaal stelt de instructie voor de beveiligingsambtenaar vast, die tenminste de elementen van de voorbeeldinstructie in de bijlage van deze regeling bevat.
4
De aanstelling van de beveiligingsambtenaar wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.
opstelling van het departementale integrale beveiligingsbeleid;
b.
totstandkoming van de departementale risicoanalyse en het departementale integrale beveiligingsplan;
c.
coördinatie van en toezicht op de beveiligingstaken van de hoofden van dienst;
d.
initiëring van periodieke inspecties van de integrale beveiliging;
e.
periodieke rapportage over de stand van de integrale beveiliging.
2
De beveiligingsambtenaar kan door de secretaris-generaal worden belast met aanvullende taken of bijzondere opdrachten.
3
De beveiligingsambtenaar kan namens de secretaris-generaal aanwijzingen geven aan iedere ambtenaar voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van het integrale beveiligingsbeleid en de naleving van de beveiligingsvoorschriften.
Artikel
6
Taken beveiligingscoördinator
1
De secretaris-generaal kan op voordracht van de beveiligingsambtenaar beveiligingscoördinatoren aanstellen.
2
De beveiligingscoördinator draagt namens zijn diensthoofd en binnen de door de beveiligingsambtenaar gestelde beleidskaders, voor zijn dienstonderdeel of dienstonderdelen zorg voor:
a.
opstelling van uitvoeringsrichtlijnen voor het integrale beveiligingsbeleid;
b.
totstandkoming van de risicoanalyse en het integrale beveiligingsplan;
c.
coördinatie van en toezicht op de implementatie van beveiligingseisen en voorschriften bij het dienstonderdeel;
d.
initiëring van periodieke inspecties van de integrale beveiliging;
e.
periodieke rapportage over de stand van de integrale beveiliging aan het diensthoofd, de beveiligingsambtenaar en aan overige instanties belast met toezicht en controle op de beveiliging.
3
De beveiligingscoördinator kan namens zijn diensthoofd aanwijzingen geven aan ambtenaren in verband met de uitvoering van het integrale beveiligingsbeleid en de naleving van de beveiligingsvoorschriften.
§
D
Coördinatie en afstemming
Artikel
7
Coördinatie
1
De beveiligingsambtenaren vormen het Coördinerend Beraad Integrale Beveiliging, dat tot taak heeft het SG-beraad te adviseren over:
a.
inrichting en werking van de voorbeeldinstructie;
b.
inhoud en werking van de beveiligingsorganisatie;
c.
ontwikkeling van definities, normen en criteria voor integrale beveiliging;
d.
afstemming van beveiligingsmaatregelen die het ministerie overstijgen.
2
De leden kiezen om de drie jaar uit hun midden een voorzitter.
§
E
Overige bepalingen
Artikel
8
Verplichtingen
In het geval van een inbreuk op de beveiliging of een vermoeden daarvan neemt de beveiligingsambtenaar, een beveiligingscoördinator dan wel een functionaris belast met beveiliging onverwijld maatregelen om de beveiliging te herstellen en herhaling te voorkomen.
§
F
Slotbepaling
Artikel
9
Slotbepaling
1
Het Beveiligingsvoorschrift 1949 wordt ingetrokken.
2
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 december 2005 en werkt terug tot en met 1 mei 2005.
3
Dit besluit wordt aangehaald als: Beveiligingsvoorschrift rijksdienst 2005.
Dit besluit zal met de toelichting en de bijlage daarbij in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, J.P.Balkenende