Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
minister: Minister van Economische Zaken;
-
b.
wet: de Mededingingswet.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
minister: Minister van Economische Zaken;
wet: de Mededingingswet.
De raad stelt de minister onverwijld in kennis van uitnodigingen voor deelname in een vergadering van een adviescomité als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van verordening 1/2003 waarin andere kwesties worden besproken dan individuele zaken.
De raad brengt onverwijld schriftelijk verslag uit aan de minister van door de raad bijgewoonde bijeenkomsten in het kader van de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5b van de wet en van de wijze waarop gevolg is gegeven aan de instructies van de minister.
De minister zendt door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen aan de lidstaten voor commentaar voorgelegde zaken of vragen die op het werkterrein van de raad liggen, ter kennisneming aan de raad. De minister kan de raad terzake om schriftelijke opmerkingen verzoeken.
De raad stelt de minister terstond in kennis van een verwijzingsverzoek als bedoeld in artikel 4, vierde en vijfde lid, van verordening 139/2004.
De raad stelt de minister in kennis van het voornemen van een kennisgeving aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van verordening 139/2004. De kennisgeving aan de minister geschiedt uiterlijk vijf werkdagen voordat de termijn afloopt waarbinnen de kennisgeving aan de Commissie moet worden gedaan.
De raad stelt de minister in kennis van het voornemen van een verzoek of een voornemen tot aansluiting bij een verzoek aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, tweede alinea, van verordening 139/2004. De kennisgeving aan de minister geschiedt uiterlijk vijf werkdagen voordat de termijn afloopt waarbinnen het verzoek of de mededeling inzake aansluiting bij een verzoek aan de Commissie moet worden gedaan.
Indien de minister de raad een instructie wil geven ten aanzien van een verwijzingsverzoek als bedoeld in het eerste lid, of een voornemen als bedoeld in het tweede of derde lid, geeft hij deze instructie binnen drie werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de raad. Indien een beoordeling van het verzoek of het voornemen niet binnen die termijn mogelijk is, stelt de minister de raad daarvan op de hoogte.
De raad stelt de minister terstond in kennis van een weigering door de raad van een vergunning voor het tot stand brengen van een concentratie op grond van artikel 41, tweede lid, van de wet.
De minister doet binnen een week na ontvangst van een aanvraag op grond van artikel 47 van de wet daarvan mededeling aan de raad.
Voordat de minister de ontwerp-beslissing op een aanvraag op grond van artikel 47 van de wet in de ministerraad aan de orde stelt, stelt hij de raad in de gelegenheid binnen een week zijn opmerkingen terzake schriftelijk aan hem kenbaar te maken.
De minister stelt de raad in de gelegenheid zijn zienswijze op het ontwerp van beleidsregels als bedoeld in artikel 5d van de wet te geven.
De raad zendt de minister ten minste vier weken voor de vaststelling van beleidsregels, dan wel van uitvoeringsregels als bedoeld in artikel 5l van de wet, het ontwerp van die regels.
Indien de minister voornemens is opmerkingen te maken bij het ontwerp, stelt hij de raad hiervan in kennis binnen twee weken na ontvangst van het ontwerp.
De raad zendt de minister onverwijld een afschrift van een besluit dat afwijkt van een door de minister vastgestelde beleidsregel.
De raad stelt de minister ten minste vier weken voordat het jaarverslag overeenkomstig artikel 5g van de wet aan de minister wordt gezonden in de gelegenheid kennis te nemen van het ontwerp-jaarverslag.
Van het betreden van een plaats met toepassing van artikel 5:15 van de Algemene wet bestuursrecht in het kader van een onderzoek in de zin van hoofdstuk 6 van de wet of van een inspectie in een woning als bedoeld in artikel 89d van de wet door krachtens artikel 50, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaren, maakt de raad zo spoedig mogelijk na aanvang daarvan melding aan de minister.
De raad zendt de minister jaarlijks voor 1 mei een overzicht van alle door de raad in het vorige kalenderjaar behandelde klachten als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede van alle in dat jaar bij de Nationale Ombudsman ingediende klachten. Het overzicht gaat vergezeld van een toelichting.
Aan de minister gerichte klachten over de wijze waarop de raad of een persoon werkzaam onder gezag van de raad zich in een bepaalde aangelegenheid jegens een derde heeft gedragen, worden terstond aan de raad gemeld en ter behandeling overgedragen. De raad zendt de minister een afschrift van de beantwoording van het doorgezonden klaagschrift.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gegevensuitwisseling NMa-EZ.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.